/Medische vervolgopleidingen

Medische vervolgopleidingen

14 november 2017

Elise Buiting oktober 2017

Sommige dingen zijn moeilijk te begrijpen. Neem de vervolgopleidingen geneeskunde en de financieringstructuur ervan.  VWS financiert de meeste vervolgopleidingen. Tot tevredenheid van eenieder. De minister bepaalt met hulp van het Capaciteitsorgaan hoeveel specialisten er over een paar jaar nodig zijn.  VWS zorgt voor de financiering ervan en het veld weet waar ze aan toe is. En er zijn precies zoveel huisartsen en klinisch specialisten als we dachten nodig te hebben op het moment dat we de planning maakten. Een beter en verantwoorder systeem is niet mogelijk, denk ik. Sommige dingen kun je maar beter centraal plannen om grote landelijke tekorten en overschotten te voorkomen. Helaas is deze centrale planning er met name voor huisartsen en klinisch specialisten. Bij de sociaal geneeskundigen is deze er alleen voor een select gezelschap zoals de jeugdarts of arts infectieziektenbestrijding. Voor allerlei andere sociaal geneeskundige specialismen geldt dit niet.

Overheidsartsen

Sociaal geneeskundigen werken veelal  voor de overheid of semipublieke sectoren. Ze hebben daar diverse rollen die in nauw verband staan tot de uitvoering van overheidsbeleid. Ilse Kleijne noemde ons onlangs in Medisch Contact[1] ‘overheidsartsen’ die zorgen voor  ‘de beoordeling van medische aangelegenheden in (potentieel) bestuursrechterlijke geschillen’.  Denk aan de bedrijfsarts die werknemers begeleidt bij ziekteverzuim, verzekeringsartsen die toetsen of iemand in aanmerking komt voor een WIA uitkering, donorartsen die zorgen voor veilige bloed- en orgaandonaties, indicerende artsen die adviseren over diverse gemeentelijke voorzieningen, forensisch artsen die onderzoek doen bij een mogelijk onnatuurlijke dood  en vertrouwensartsen die namens de overheid ingrijpen bij kindermishandeling en huiselijk geweld.

Maar juist deze sociaal geneeskundige ‘overheidsartsen’ zijn voor hun opleiding geheel afhankelijk van de ‘markt’.  Met heftige gevolgen.

Er is al 5 jaar geen enkele forensische arts meer opgeleid.

En er zijn jaren geweest dat het Capaciteitsorgaan berekende dat er 160 bedrijfsartsen opgeleid zouden moeten worden om aan de toekomstige vraag te kunnen voldoen. En de ‘markt’ -in dit geval de werkgevers c.q. bedrijfsgeneeskundige diensten- er zes in opleiding stuurden.

Zo is in Nederland juist aan ‘overheidsartsen’ een groot tekort ontstaan, vooral bij de niet-gefinancierde opleidingen. En een veld dat met houtje-touwtje-oplossingen, basisartsen en kunst- en vliegwerk alle ballen in de lucht probeert te houden.

Meewarig

Ik sprak laatst op een Europees congres met sociaal geneeskundigen uit Slovenië en Kroatië. Het ging over de situatie rondom onze vervolgopleidingen zoals hierboven geschetst. Ze keken me eerst glazig en vervolgens enigszins meewarig aan.  Hoe kun je als rijk en welvarend land je zaken zo slecht regelen? Tsja, marktwerking hé. Toch moeilijk uit te leggen wat daar bij de sociaal geneeskundige opleidingen nu de meerwaarde van is. Want de gevolgen zijn ernstig. Als artsen die overheidsbeleid uitvoeren onvoldoende zijn opgeleid, dan kun je er zeker van zijn dat de rechters het druk krijgen. Dat moeten we met elkaar toch echt niet willen.

Overheid, neem je verantwoordelijkheid en zorg ervoor dat ook je eigen artsen fatsoenlijk opgeleid worden.

[1] Kleijne I. Rechter moet advies overheidsarts toetsen. MC27-28 16 juli 2017:8