/Zuster Thomas Maria of arts M&G?

Zuster Thomas Maria of arts M&G?

24 maart 2017

Toen ik begon als jeugdarts, ben ik in zes dagdelen ingewerkt. Dat was in 1992. Gelukkig mocht ik samenwerken met zuster Thomas Maria. Thomas Maria zorgde goed voor de jeugd van Aarle-Rixtel. In dit geval door ze te beschermen tegen een onervaren dokter. Voor elk consult meldde ze me subtiel waar ik op moest letten, en mocht ik niet precies gesnapt hebben wat ze bedoelde, dan gaf ze me na afloop gratis adviezen. Het was me al snel duidelijk dat ik deze niet in de wind moest slaan.

Na enkele maanden ging ik kennismaken met de huisartsen in het dorp. Gezien de hiërarchische verhoudingen mocht ik eerst 30 minuten verpozen in de wachtkamer. Maar daarna wisten we toch in nog eens een half uurtje onze samenwerking voor de jaren erna vorm te geven. Nu nog langs de kinderartsen en de jeugdarts op school voor wat afspraken en dan was je klaar. Netwerk georganiseerd! Het was allemaal heel overzichtelijk, of was ik zo naïef?

Hoe dan ook. De wereld waarin de gemiddelde sociaal geneeskundige opereert, is wel wat veranderd. Een arts in de publieke zorg werkt tegenwoordig in het gemeentelijke sociale domein of op regionale of zelfs landelijke schaal. Heeft te maken met tientallen veldpartijen. Neemt deel aan diverse multidisciplinaire overleggen. Stemt af in het netwerk. Handelt in crisis. Coördineert gemeentelijke, provinciale, landelijke of Euregionale initiatieven. Geeft beleidsadviezen aan organisaties en gemeenten. Analyseert regio- wijk- en schoolprofielen en brengt deze samen met de ervaringen uit de praktijk. Verbindt de werelden van sociaal domein, zorgverzekeraars, beleid en gezondheidszorg. Leidt op, onderzoekt. Zorgt dat medische richtlijnen tot stand komen en ingevoerd worden. Geeft als medisch leider sturing in zelforganiserende teams. En o ja; doet ook nog aan individuele zorg. Hoeveel zusters Thomas Maria heb je nodig om je alle competenties bij te brengen voor deze taken?

Dokters zo maar loslaten in de sociaal geneeskundige praktijk doen we dan ook al jaren niet meer. Om ze klaar te stomen voor de praktijk leiden we ze in ieder geval op tot profielarts. Maar een beetje jeugdarts, arts infectieziektebestrijding, medisch adviseur, arts tbc-bestrijding of forensisch geneeskundige loopt al snel tegen grenzen op. Want tsja, je mist her en der toch wel belangrijke vaardigheden die je in het veld nodig hebt.

De opleiding voor artsen maatschappij en gezondheid moet dan ook op de schop. Eén integrale opleiding voor alle artsen M&G. Vier jaar om algemene M&G-competenties te ontwikkelen en voor differentiatie en verdieping. In één of meer uitstroomprofielen. Breed inzetbaar in het hele veld. BIG-geregistreerd. Flexibel en in staat continu te veranderen en te innoveren in een omgeving die ook bepaald niet stilstaat.

Op het consultatiebureau in Aarle-Rixtel kwam een oma met haar eerste kleinkind. ‘O’, riep ze uit. ‘Er is hier helemaal niets veranderd. Zelfs de gordijnen zijn nog precies hetzelfde!’ Dames en heren. We vervangen onze gordijnen tegenwoordig al voor we ze fatsoenlijk hebben opgehangen. Dat noemen we transitie en transformatie en soms toch ook wel disruptie. En dat vraagt veel van dokters in de publieke gezondheid. Laten we onze collega’s die we het veld insturen in ieder geval goed voorbereiden. Thomas Maria of een tweejarige opleiding? Niet meer van deze tijd!

Elise Buiting, voorzitter KAMG