/Verstandig screenen; helaas niet voor iedereen

Verstandig screenen; helaas niet voor iedereen

31 mei 2017
Screenen

We screenen wat af in Nederland. Nog voor een kind geboren is weten we al of moeder lijdt aan infectieziekten zoals hepatitis B, syfilis en hiv, die haar kind kunnen besmetten. Na de geboorte screenen we via de hielprik nog eens op zo’n 21 ziekten. En via het Rijksvaccinatieprogramma beschermen we tegen 12 ziekten. Al met al staat een geboorte in Nederland min of meer garant voor het niet krijgen c.q. tijdig behandelen van ongeveer 35 ziekten.

In 2016 zijn in Nederland 214 kinderen geadopteerd.1 Ook deze kinderen screenen we goed. De NVK heeft een uitgebreide richtlijn waarbij naast een flink aantal van de bovengenoemde ziekten, gescreend wordt op een heel scala aan tropische infecties en bijvoorbeeld tuberculose, hiv en MRSA.2 Toch een heel geruststellend gevoel dat we in een land wonen dat deze zaken zo verstandig aanpakt. Heerlijk dat onze kinderen niet ziek worden en zich vrij van deze ziekten kunnen ontwikkelden.

In 2016 hebben 31.200 mensen in Nederland asiel aangevraagd; 40 procent van hen is kind.3 In de asielzoekerscentra onderzoeken we ze lichamelijk, screenen op tuberculose en volgen ze het RVP. Helaas lukt dat niet bij iedereen op tijd, waardoor statushouders soms nagenoeg ongezien in de wijk gaan wonen. Vanaf dat moment hebben ze net als iedereen in Nederland recht op reguliere gezondheidszorg. In het Nederlands, want de inzet van tolken in de zorg vergoeden we – buiten de asielzoekerscentra – nog steeds veelal niet.

Wonderlijk toch, deze gang van zaken. Niks is zo ongelijk als iedereen gelijk behandelen. Dit snappen we uitstekend als het gaat om de iets meer dan 200 adoptiekinderen die per jaar naar Nederland komen. Maar blijkbaar niet, als we het hebben over ruim 12.000 vluchtelingenkinderen met verblijfsstatus. Gaat het hier om geld? Gebrek aan mankracht? Discriminatie? Of is het gewone dommigheid? Statushouders komen uit landen als Eritrea en Syrië, waar hemoglobinopathieën veel voorkomen. Evenals infecties als hepatitis B en C, MRSA en hiv. Ze hebben geleefd onder slechte omstandigheden en maken afschuwelijke dingen mee tijdens hun reis, waarbij de kans op allerlei infectieziekten en seksueel overdraagbare aandoeningen groot is.

En wat doen wij? Het antwoord is bijna onvoorstelbaar in ons overgereguleerde land; we doen nog niet de helft van wat we zouden moeten doen om de gezondheid van statushouders te optimaliseren én onze gezondheid te beschermen. De problemen zijn niet ongezien. Jeugdartsen, artsen infectieziekten- en tbc-bestrijding, huisartsen, kinderartsen, gynaecologen, psychiaters en verpleegkundigen hebben hun zorgen geuit over de gang van zaken en proberen te doen wat ze kunnen.

Laten we als de wiedeweerga de public health voor statushouders op orde brengen. Fatsoenlijke screening én een tolk in de spreekkamer waar dat nodig is. Voor de nieuwe Nederlanders, die net als wij recht hebben op goede zorg. En voor iedereen die voor dat argument niet gevoelig is; voor onszelf en onze kinderen. Want infectieziekten? Die discrimineren niet.

Elise Buiting, arts M&G, voorzitter KAMG

Deze column verscheen in Medisch Contact, 31 mei 2017