Kickoff Meetings EIF geslaagd

Presentaties Kick-off Meetings EIF 2019

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Vanaf 2020 gelden de nieuwe herregistratie-eisen van het College Geneeskundige Specialismen (CGS). Ten eerste dient per 2019 te worden deelgenomen aan een door de wetenschappelijke vereniging geaccrediteerd systeem van evaluatie van je individueel functioneren. Ten tweede is een periodieke evaluatie vereist van het functioneren van de groep waarin de geneeskundig specialist of profielarts werkzaam is. Het Kwaliteitsbureau Sociale Geneeskunde (KBSG) organiseerde vier Kick-off Meetings om de leden van NVVG/GAV en KAMG te informeren.

In deze bijeenkomsten werd aandacht besteed aan:

  • Regelgevend kader
  • Stappenplan Individueel en groepsfunctioneren
  • Professionalisering ICT
  • Visuele sessie door de systeembouwer
  • Ervaringen van een leerbegeleider in opleiding

Bekijk de bijbehorende presentaties via www.nvvg.nl

Alles over EIF vind je op www.kbsg.nl 

Bron: www.nvvg.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Persoonlijk EIF-dossier is open

Uw persoonlijke EIF dossier is open (KBSG)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Vanaf 2020 geldt de nieuwe herregistratie-eis van het College Geneeskundige Specialismen (CGS) dat je eenmaal in de vijf jaar voorafgaande aan de verloopdatum van je registratie hebt deelgenomen aan een geaccrediteerd systeem van evaluatie van je individueel functioneren. Daarnaast vereist de regelgeving ook periodieke evaluatie van het functioneren van de groep waarin de geneeskundig specialist of profielarts werkzaam is.

Jouw persoonlijk EIF-dossier

Voor EIF dien je digitaal een persoonlijk EIF-dossier bij te houden. Hiervoor wordt Scorion gebruikt. Toegang tot dit dossier krijg je via het Kwaliteitsbureau Sociale Geneeskunde (KBSG). Dit bureau is voor de herregistratie van verzekeringsartsen en artsen maatschappij en gezondheid (inclusief profielen) verantwoordelijk voor de accreditatie van de periodieke evaluatie van het individueel functioneren, én de periodieke evaluatie van het groepsfunctioneren (kwaliteitsvisitatie).

Het persoonlijk EIF-dossier is nu open. Om toegang tot uw persoonlijke EIF dossier te krijgen, kun je je aanmelden via het inschrijfformulier op www.kbsg.nl. Hoe dat verder precies werkt, vind je bij Wat is EIF.

Lees verder op www.kbsg.nl

Van de hoed en de rand horen over EIF? Kom dan naar de extra kick-off meeting op 18 april as. in het Carlton President Utrecht. Je kunt je aanmelden via de website van de NVVG.[/vc_column_text][vc_btn title=”Aanmelden voor de extra kick-off meeting EIF, hoe doe ik dat?” size=”lg” align=”center” button_block=”true” link=”url:https%3A%2F%2Fwww.nvvg.nl%2Fkick-off-meeting%2F||target:%20_blank|”][/vc_column][/vc_row]

Groepsontwikkeling

EIF: Groepsontwikkelplan

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Donderdag 31 januari 2019 was de eerste kick-off meeting over de Evaluatie Individueel Functioneren. Op donderdag 7 februari 2019 is de volgende in Eindhoven en een derde op donderdag 7 maart 2019 in Nieuwegein. Aanleiding voor deze bijenkomsten zijn de nieuwe herregistratie-eisen van het College Geneeskundige Specialismen (CGS) die per 2020 gelden. Deze betekenen in dat je per 2019 deelneemt aan een door de wetenschappelijke vereniging geaccrediteerd systeem van evaluatie van je individueel functioneren. Daarnaast is een periodieke evaluatie vereist van het functioneren van de groep waarin de geneeskundig specialist of profielarts werkzaam is.

Groepsontwikkelplan

Deze eerste bijeenkomst was 245 collega’s en vele positieve reacties succesvol. Wel bleek er nog veel onduidelijkheid over het onderdeel groepsfunctioneren; met name omtrent het groepsontwikkelplan (GOP). Tijdens de bijeenkomst is hierover zoveel mogelijk toegelicht, wat ook op de volgende bijeenkomsten de nodige aandacht zal krijgen. Daarnaast kunt u ook het een voorlopige opzet voor het GOP downloaden ter inspiratie. Uiterlijk 1 maart komt de website van de KBSG online. Hierop zijn dan de definitieve versies van documenten voor EIF te vinden.

Download het concept GOP[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

MijnRGS gebruiksvriendelijker en sneller

MijnRGS gebruiksvriendelijker en sneller (KNMG)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]MijnRGS is de persoonlijke online omgeving waarin u als specialist, profielarts, aios en opleider uw zaken met de RGS regelt. Geneeskundig specialisten en profielartsen regelen in MijnRGS hun herregistratie en aios en opleiders hun opleidingszaken. Begin november vindt een grote verbetering plaats in MijnRGS.

Continu verbeteren

De RGS werkt voortdurend aan het verbeteren van MijnRGS. Om het systeem nog gebruiksvriendelijker en sneller te maken, voeren we een grote update door. Een belangrijke verbetering is bijvoorbeeld een persoonlijk dashboard waardoor u snel inzicht krijgt in uw aanvragen of werkzaamheden.

1 t/m 4 november MijnRGS niet beschikbaar

Door deze grote update is MijnRGS van donderdag 1 november 16:00 uur t/m zondag 4 november 23:59 uur niet beschikbaar. Vanaf 5 november kunt u weer gebruik maken van MijnRGS.

Lees het volledige bericht op www.knmg.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

EIF - Hoe doe ik dat? Deel 2

Hoe doe ik EIF? – deel 2

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Evaluatie groepsfunctioneren en intercollegiale toetsing (ICT)

Vanaf 2020 geldt de nieuwe herregistratie-eis van het College Geneeskundige Specialismen (CGS) dat je eenmaal in de vijf jaar voorafgaande aan de verloopdatum van je registratie hebt deelgenomen aan een geaccrediteerd systeem van evaluatie van je individueel functioneren. Daarnaast vereist de regelgeving ook periodieke evaluatie van het functioneren van de groep waarin de geneeskundig specialist of profielarts werkzaam is.

Voor sociaal geneeskundigen hebben de wetenschappelijke verenigingen KAMG, NVVG en GAV besloten deze herregistratie-eisen zo laagdrempelig, praktisch en effectief mogelijk uit te werken en daarbij aan te sluiten bij de opzet en het functioneren van de bekende ICT-groepen.

In de korte handleiding “Hoe doe ik EIF?” van juni 2018 hebben we het model voor het periodiek evalueren van het individueel functioneren beschreven. Daarin was al een processtap met betrekking tot het evalueren van groepsfunctioneren in relatie tot de ICT-groep opgenomen. In dit vervolg op de korte handeling (deel 2) volgt een nadere uitwerking.

Download deel 2 als pdf[/vc_column_text][vc_tta_accordion active_section=”0″][vc_tta_section title=”1. Ga naar een ICT-groep die voldoet aan de eisen” tab_id=”1539608045840-d3772192-855a”][vc_column_text]Voor je herregistratie moet je – naast het evalueren van je individuele functioneren – ook aantonen dat je deelnam aan een kwalitatief goede ICT-groep en dat je hebt deelgenomen aan het evalueren van het groepsfunctioneren. De bewijstukken zijn onderdeel van jouw digitale portfolio.

  • De samenstelling en werkwijze van de ICT-groep moet voldoen aan de eisen van je beroepsvereniging. Zie onderstaande randvoorwaarden voor ICT-groepen van GAV, KAMG en NVVG.
  • Iedere ICT-groep start begin 2019 met het opstellen van en Groepsontwikkelplan(GOP). Hierin beschrijf je/jullie kort welke ontwikkeling de groep de komende jaren wil door maken. Jaarlijks wordt dit plan aangepast.
  • Je ICT-groep evalueert jaarlijks het eigen functioneren en groepsproces. Dit wordt vastgelegd in het jaarverslag van de ICT-groep. Voorbeeldvragen die ICT-groepen kunnen gebruiken voor evalueren van groepsproces worden momenteel geïnventariseerd en zullen aan de ICT-groepen ter beschikking worden gesteld.
  • Eenmaal per vijf jaar wordt je groep gevisiteerd, dat wil zeggen er vindt een evaluatiegesprek plaats met een externe, geaccrediteerde coach. Deze externe coach doet verslag van het evaluatiegesprek en vult daartoe het evaluatieformulier groepsfunctioneren in (straks te vinden in het digitale systeem) en plaatst een vinkje in het portfolio van de deelnemende artsen indien aan de minimale eisen is voldaan.

Let op: voor de herregistratie van profielartsen en specialisten in de periode 2020-2025 geldt het volgende regime:

  • Alle ICT-groepen starten in 2019 met het opstellen en jaarlijks evalueren van het GOP.
  • De ICT-groepen hebben/krijgen vijf jaar de tijd om een evaluatiegesprek met de externe, gecertificeerde coach (visitator) te organiseren. Dit geldt dus ook voor de deelnemers aan de ICT-groep waarbij de herregistratiedatum al voor dat moment ligt.

[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”2. Randvoorwaarden voor ICT-groepen in het kader van evaluatie groepsfunctioneren” tab_id=”1539608045880-46876cc9-7fcd”][vc_column_text]Groepsgrootte en groepssamenstelling

  • De grootte van de groep is 4 – 12 deelnemers. In beginsel is er sprake van een vaste groep deelnemers. Wisselingen in de groep worden beschreven in het jaarverslag.
  • De groep heeft een voorzitter die ervaren is in de gehanteerde methodiek(en) en die affiniteit en bij voorkeur vaardigheden heeft in het begeleiden van ICT groepen, bijvoorbeeld doordat hij/zij scholing hierin heeft gevolgd.
  • Tenminste 75% van de deelnemers is geregistreerd als sociaalgeneeskundige of profiel-arts KNMG binnen het specialisme M&G (Dit is een overgangsfase voor de komende vijf jaar, daarna zullen de wetenschappelijke verenigingen deze eisen evalueren. Het streven is om aan te sluiten bij de eisen van andere specialisten en in deze 75% norm enkel geregistreerd specialisten mee te tellen. Profielartsen kunnen ICT-groepen formeren voornamelijk bestaande uit profielartsen om met deze ICT te voldoen aan de herregistratie eisen voor profielregistratie).
  • De leden van de groep verrichten voldoende overeenkomstige werkzaamheden, zodat een collectief aanvaarde norm in uitvoering van het werk de basis vormt voor de inhoud van de ICT-onderwerpen. Deelnemers zijn gelijkwaardig. Dat wil zeggen dat er tussen deelnemende leden geen sprake mag zijn van een hiërarchische verhouding; niet binnen de groep maar ook niet daarbuiten.
  • Er is een veilig klimaat in de groep waardoor deelnemers vrij en open kunnen deelnemen aan het groepsproces.
  • Alle deelnemers nemen actief deel aan het ICT-proces en conformeren zich aan de gehanteerde methodieken.

Omvang

  • Minimaal 8 uur per jaar; verdeeld over minimaal 3 bijeenkomsten

Groepsontwikkelplan, jaarplan en verslaglegging

  • Eens in de vijf jaar – te beginnen in 2019 – stelt de groep een Groepsontwikkelplan (GOP) op. Aan de hand van het format beschrijft de groep welke ontwikkeling de groep de komende jaren wil door maken. Jaarlijks pas je dit plan aan of stel je bij.
  • Elk jaar stelt de groep een jaarplan voor de intercollegiale toetsing (ICT) op. Hierin staan:
    1. de onderwerpen die de ICT groep wil bespreken in het komende jaar
    2. de punten uitgewerkt waar de groep dat jaar aan wil werken op basis van het GOP. Te denken valt aan punten ten aanzien van het ICT-groepsproces en ten aanzien van het verbeteren van het professioneel handelen in de praktijk als groep van professionals (sociaal geneeskundigen).
  • Van iedere bijeenkomst wordt door een verslag gemaakt. Hierin wordt vermeld:
    – Datum bijeenkomst
    – Namen deelnemers (voorlters, (meisjes)naam)
    – Behandeld onderwerp en gehanteerde ICT-methodes
    – Gemaakte werkafspraken, besluiten en follow-up
  • De groep maakt tenminste eenmaal per jaar een jaarverslag aan de hand van het format voor de jaarlijkse groepsevaluatie. Alle deelnemers ontvangen na opstelling een door de voorzitter ondertekend exemplaar. Dit document kunnen deelnemers uploaden in het digitale dossier EIF.

Werkwijze

  • Onderlinge toetsingsgroepen zijn zelfsturend. Dat wil zeggen dat de deelnemers in overleg bepalen welk onderwerp wordt besproken binnen de groep.
  • Het onderwerp is beschreven in het jaarplan van de ICT-groep en van te voren is bekend wie het voorbereidt en volgens welke methodiek gewerkt wordt. Als er vooraf geen onderwerp bekend is, wordt gezamenlijk een onderwerp en de methodiek bij start van de bijeenkomst vastgesteld.
  • Het onderwerp dient de professionaliteit als sociaal-geneeskundig specialist te bevorderen.
  • De gehanteerde methodiek(en) voldoen aan de door de wetenschappelijke vereniging geaccrediteerde randvoorwaarden voor ICT-methodieken. De gebruikte methodiek(en) wordt(en) in het jaarverslag beschreven en verantwoord.
  • De gehanteerde methodieken zijn voor ieder duidelijk (toegelicht en besproken).
  • De gehanteerde methodiek dient te passen bij de ingebrachte problematiek; een groep kan dus van meerdere methodieken gebruik maken.
  • De voorzitter licht het doel van elke stap toe bij de overgang naar een volgende fase.
  • Tenminste eenmaal per jaar worden het proces en de gebruikte methodieken geëvalueerd en formuleert de groep verbeterpunten.

ICT of Intervisie methodiek

Methodieken om ICT of intervisie uit te voeren moeten voldoen aan een aantal kenmerken:

  • essentieel is dat er een systematische en cyclische werkwijze is;
  • waarin wordt gereflecteerd op persoon- en functiegebonden vraagstukken en knelpunten uit de werksituatie;
  • die erop gericht is de kwaliteit van werken te bevorderen.

Intervisie legt de nadruk op reflectie en ‘niet normerend’ kijken naar individueel handelen, persoonlijk leren. ICT richt zich op het toetsen van het handelen.

De methode omvat minimaal de volgende stappen:

  • Probleem of toetsingsonderwerp beschrijven en/of inkaderen
  • Beeldvorming, wat is werkelijkheid en wat zou de norm moeten zijn
  • Oordeelsvorming, vergelijken van werkelijkheid met norm
  • Evaluatie (bijvoorbeeld individueel en als groep leerpunten, groepsgedrag, gedrag in vergelijkbare situaties of afspraken)

Hieraan vooraf gaat een fase van inventariseren van mogelijk te bespreken problemen in de groep en gezamenlijk een probleem kiezen. Geaccrediteerde methodieken zijn:

  • Balint-methode
  • Incident method
  • Speed-intervisie
  • “ICT in engere zin”

Zie bijvoorbeeld https://www.kessels-smit.nl/files/Intervisiemethodes.pdf.

NB. Binnen een ICT-groep kunnen meerdere methodieken worden gehanteerd, mede afhankelijk van het onderwerp dat wordt besproken. Daarnaast kunnen andere methodieken worden gehanteerd, mits deze voldoen aan de hiervoor geformuleerde kenmerken en ze onderbouwd worden met een literaire beschrijving. In het jaarverslag en in het evaluatiegesprek met de externe coach (visitator) over het groepsfunctioneren, wordt expliciet aangegeven waarom is afgeweken van voornoemde geaccrediteerde methodieken en gekozen is voor een andere methodiek.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”3. Formats en voorbeelden” tab_id=”1539608781421-df0405c0-ab48″][vc_column_text]Voor het Groepsontwikkelplan (GOP) en het jaarverslag zijn formats ontwikkeld die de ICT-groepen en deelnemers kunnen hanteren. Zie de website: www.nvvg.nl. Deze formats zijn per 1 januari 2019 voor iedere deelnemer als lege documenten te downloaden en vervolgens ingevuld te uploaden in het digitale EIF-systeem dat momenteel gebouwd wordt.

Ten behoeve van het evalueren en groepsfunctioneren en ieders rol/bijdrage aan het groepsproces zijn vele instrumenten, apps en meters in de markt. Vanuit de projectgroep EIF zal een set/lijst met relevante vragen worden opgesteld die ICT-groepen kunnenhanteren bij het evalueren van het groepsfunctioneren. Uiteraard staat het de ICT-groepen ook vrij om geavanceerde meetinstrumenten te gebruiken, maar let op deze zijn veelal licentiegebonden en dus slechts tegen betaling beschikbaar.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”4. 25 accreditatiepunten” tab_id=”1539608860416-77ddd753-c5f8″][vc_column_text]Als de sociaalgeneeskundig specialist of profielarts de evaluatie van het individueel functioneren en/of de evaluatie van het groepsfunctioneren volledig heeft doorlopen en afgerond, wordt dit aangetekend in zijn/haar GAIA-dossier. Vanuit het digitale EIF-dossier/systeem wordt automatisch een aantekening gemaakt in het GAIA-dossier.
Op dat moment dat in het GAIA-dossier de afronding van zowel de individuele evaluatie als de groepsevaluatie zijn opgenomen zullen 25 accreditatiepunten worden toegekend (als onderdeel van de benodigde 200 accreditatiepunten voor deskundigheidsbevordering per 5 jaar). Let op, de 40 accreditatiepunten voor ICT blijven gewoon gehandhaafd.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”5. Externe coaches (visitatoren)” tab_id=”1539608912661-e3580075-9007″][vc_column_text]Vanuit de NVVG, GAV en KAMG achterban is enthousiast gereageerd op de oproep tot aanmelden als visitator EIF, voortaan externe coaches genaamd. Inmiddels hebben we bijna 70 aanmeldingen ontvangen met een mooie verdeling over de specialismen/vakgebieden. Inmiddels is het Kwaliteitsbureau Sociale Geneeskunde (KBSG) opgericht voor de organisatie en uitvoering van het evalueren individueel functioneren en groepsfunctioneren. Het KBSG zal in overleg met de werkgroep de aanmeldingen doornemen. Op basis van een aantal criteria, waaronder specialisme, man/vrouw verdeling, aandachtsgebied, wordt een eerste groep van circa 20 externe coaches samengesteld die vervolgens een training zullen ontvangen. Alle aangemelde externe coaches ontvangen binnenkort bericht over de voortgang en plaatsing in een trainingsgroep. De eerste training externe coaches zal in december 2018 plaatsvinden. De trainingen voor de tweede en derde groep externe coaches worden in het voorjaar van 2019 gepland.[/vc_column_text][/vc_tta_section][/vc_tta_accordion][vc_column_text]Meer informatie en downloads[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Studeren opleiding

Accreditatieregeling Overige Deskundigheidsbevorderende Activiteiten aangepast

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Per 1 juli 2018 is de accreditatieregeling voor Overige Deskundigheidsbevorderende Activiteiten (ODB) aangepast door KAMG, NVAB en NVVG gezamenlijk. De nieuwe regeling ODB geldt nu voor alle sociaal geneeskundigen en laat zien welke activiteiten kunnen worden opgevoerd, hoeveel uren daaraan worden toegekend en wat de sociaal geneeskundige moet aantonen en overleggen om de uren ook daadwerkelijk te laten meetellen.

Download de regeling

Meer informatie over herregistratie[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

administratie

Herregistratie: minder administratielast voor aiossen en profielartsen (KNMG)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Dankzij nieuwe afspraken vermindert de administratielast voor de basisartsen die bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) als profielarts of aios staan ingeschreven. De KNMG heeft recent met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en uitvoeringsorganisatie CIBG afspraken gemaakt over de uitvoering van de herregistratie van basisartsen.

Herregistratie profielarts KNMG en arts in opleiding

Voor de geneeskundig specialist geldt dat de inschrijving als basisarts is gekoppeld aan de inschrijving als specialist. Zolang de specialist beschikt over een inschrijving in het specialistenregister van de RGS, hoeft hij niets te doen om zijn BIG-registratie te behouden.

Dat is anders voor profielartsen KNMG en artsen in opleiding. Zij moeten zich elke vijf jaar actief als basisarts laten herregistreren bij het BIG-register. Om aan te tonen dat zij voldoende werkervaring hebben, spraken KNMG en VWS al eerder af dat een bewijs van inschrijving in het register van de RGS voldoende is. In aanvulling op deze afspraken is nu geregeld dat het CIBG als uitvoerder van het BIG-register, inzage krijgt in (een afgesloten deel van) het profielartsenregister en opleidingsregister van de RGS. Omdat met de inzage door het CIBG het bewijs van inschrijving is geleverd, wordt de administratielast voor deze groep basisartsen verminderd. Het is een mooi resultaat dat ook inhoudelijk recht doet aan de werkervaringseis uit het BIG-register.

Uitzondering arts Beleid en Advies KNMG en bij langdurige werkonderbreking

Voor twee specifieke situaties geldt dat de inzage als bewijs van werkervaring niet voldoende is. Dit betreft allereerst de arts en aios Beleid en Advies KNMG en ten tweede alle profielartsen en aiossen die hun werk gedurende een aaneengesloten periode van twee jaar of meer hebben onderbroken. In deze gevallen moet de werkervaring onderbouwd worden met andere bewijsstukken, zoals een werkgeversverklaring.

Bron: www.knmg.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Hoe doe ik dat?

EIF: hoe doe ik dat?

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Vanaf 2020 geldt de nieuwe herregistratie-eis van het College Geneeskundige Specialismen (CGS) dat je eenmaal in de vijf jaar voorafgaande aan de verloopdatum van je registratie hebt deelgenomen aan een geaccrediteerd systeem van evaluatie van je individueel functioneren. Daarnaast vereist de regelgeving ook periodieke evaluatie van het functioneren van de groep waarin je als geneeskundig specialist of profielarts werkzaam bent.

Voor sociaal geneeskundigen hebben de wetenschappelijke verenigingen KAMG, NVVG en GAV besloten deze herregistratie-eisen zo laagdrempelig, praktisch en effectief mogelijk uit te werken en daarbij aan te sluiten bij de opzet en het functioneren van de bekende ICT-groepen. Wat houdt het in? Hoe werkt het? En vooral: hoe begin je? KAMG, NVVG en GAV schreven een korte handleiding. Daarnaast vind je hieronder een aantal documenten met de achtergrond, voorbeeldinstrumenten en regelgeving.

Bekijk ook: Hoe doe ik EIF? – deel 2 Evaluatie groepsfunctioneren en intercollegiale toetsing (ICT)

Downloads

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width=”1/3″][vc_single_image image=”7409″ img_size=”medium”][/vc_column][vc_column width=”1/3″][vc_single_image image=”9310″ img_size=”medium” alignment=”center”][/vc_column][vc_column width=”1/3″][vc_single_image image=”9606″ img_size=”medium”][/vc_column][/vc_row]

FAQ – Evaluatie Individueel Functioneren

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Naarmate de ontwikkeling van Evaluatie Individueel Functioneren (EIF) vordert, kunnen vragen steeds concreter worden beantwoord. Onderstaand vind je de meest recente versie ‘veelgestelde vragen’ over EIF.

1. Wordt een ‘ik zou graag willen’ niet een ‘heilig moeten’ gezien de vormgeving – lees POP?

KAMG, NVVG en GAV doen hun uiterste best om te voorkomen dat EIF een bureaucratisch monster wordt. Het CGS heeft wel bepaald dat je als arts moet deelnemen aan regelmatige evaluatie van individueel functioneren en evaluatie van groepsfunctioneren. Om dit inzichtelijk te maken moeten deze inspanningen natuurlijk schriftelijk worden vastgelegd. Er wordt een aantal instrumenten aangeboden om het eigen functioneren te kunnen evalueren. De feedback aan de hand van deze instrumenten, een beschouwing hierover resulteren in een plan van aanpak. Dit komt in het Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP). Met het POP kan je gericht werken aan verbeteracties die uit de evaluatie voortkomen.

2. Worden er door de stuurgroep nog minimum eisen van/voor het POP geformuleerd?

De methodiek van EIF sluit aan bij de onderwijskundige principes die ook in de landelijke opleidingsplannen (LOP) voor de sociaalgeneeskundige specialismen worden gebruikt. Er is een aantal evaluatie-instrumenten ontwikkeld om het eigen functioneren te kunnen evalueren. Deze instrumenten zijn bewerkingen van instrumenten uit het Toetsboek behorend bij een LOP. Feedback aan de hand van deze evaluatie-instrumenten, een beschouwing hierover resulterend in een plan van aanpak en wat is bereikt met de uitvoering van dit plan worden in het POP genoteerd. Een duidelijke omschrijving van de methodiek die zal worden gebruikt wordt in 2018 beschikbaar gesteld.

3. Hoe betrek ik mijn leidinggevende bij mijn POP? Deel ik het hele portfolio met hem/haar?

Vanuit de Wetenschappelijke Vereniging wordt het delen van het POP met een leidinggevende afgeraden. Men zou hierover geen afspraken moeten maken met de werkgever. Elementen van het POP kunnen gebruikt worden om de eigen kwaliteit te verbeteren. Het is aan de individuele arts om te besluiten met wie dit wordt besproken, men is zelf beheerder. Bij het opstellen van het POP wordt gewerkt met een gespreksleider/visitator. Dat zal één maal per vijf jaar plaatsvinden. Het POP wordt niet gebruikt in de HRM cyclus.

4. Wie neemt de rol van opleider/coach op zich bij het POP van een geneeskundig specialist?

Een geregistreerd sociaal geneeskundige wordt voldoende competent geacht om kritisch te kunnen reflecteren op het eigen functioneren. Een opleider of coach is daarom niet vereist. Het opgestelde POP bespreek je in een evaluatiegesprek met een daartoe getrainde visitator. De visitator is onafhankelijk in de uitvoering van het evaluatiegesprek. Na goedkeuring van je POP door de visitator verricht je jaarlijks een zelfevaluatie en dit leg je vast in je POP. Omdat EIF wordt besproken in de groep waarin ook intercollegiale toetsing plaatsvindt kunnen de groepsleden, als je dat wilt, ook helpen met reflectie/feedback op je POP.

5. Als sociaal geneeskundige wil ik niet alleen ‘beoordeeld’ worden op functioneren in de arts/cliënt- relatie maar ook op mijn functioneren/invloed op het niveau van groepen in de bevolking. Wordt daar over nagedacht?

Met bijvoorbeeld een multisource feedback instrument kan een sociaal geneeskundige evalueren wat de groep voor wie hij direct werkt van zijn functioneren vindt. Zo kan een arts M&G die bezig is met een beleidsopdracht een multisource feeback vragen aan de stakeholders. Wordt uitsluitend met hele grote populaties gewerkt met wie geen persoonlijk contact plaatsvindt dan biedt EIF daar geen mogelijkheden voor.

6. Herregistratie-eis ICT = 75% geregistreerd. Wij laten nu ook aios participeren en achten dat zinvol. Echter, verdeling aios/geregistreerd neigt naar < 75%. Hoe gaan we hiermee om? Eisen aan te passen t.a.v. collega’s in opleiding?

De EIF-werkgroep ICT 2.0 onder leiding van Mariëlle Jambroes formuleert momenteel de randvoorwaarden voor de ICT nieuwe stijl waarin ook EIF een plaats krijgt. Deze vraag wordt door haar werkgroep meegenomen. Zodra hierover in de toekomst meer bekend wordt, zal dit worden gecommuniceerd. Naar verwachting zal er in de loop van 2018 meer duidelijkheid gegeven kunnen worden.

7. Het besluit Herregistratie specialisten zegt dat de arts zich bij het EIF en evaluatie externe kwaliteitseis moet laten bijstaan door een deskundig aantoonbaar opgeleid persoon (visitator). Hoe staat het met de opleiding of aanstelling van deze visitatoren die naar ik aanneem door de beroepsvereniging ook geaccrediteerd dienen te worden?

De stuurgroep die bezig is met het invoeren van EIF heeft gepland om in het eerste trimester van 2018 het profiel van de visitatoren vast te stellen en aan te geven waaruit hun opleiding gaat bestaan. Vanaf mei 2018 worden de visitatoren geworven en geselecteerd. Vanaf oktober 2018 start hun opleiding.

8. Kunnen de ICT-groepen al accreditatie aanvragen bij KAMG of is dit niet aan de orde?

De EIF-werkgroep ICT 2.0, onder leiding van Mariëlle Jambroes, formuleert momenteel de randvoorwaarden voor de ICT nieuwe stijl waarin ook EIF een plaats krijgt. Deze randvoorwaarden zijn onderdeel waarop de wetenschappelijke vereniging kan toetsen en daarmee ook accreditatie kan verlenen aan de ICT-groepen. Dit is een eis vanuit de RGS. Op dit moment is accreditatie nog niet mogelijk. Dit traject is in ontwikkeling en naar verwachting kan er in de loop van 2018 meer duidelijkheid worden gegeven.

9. Hoe krijg je goed zicht op blinde vlekken als zelfstandig werkende ‘eenpitter’? Anders dan overleg met collega’s.

Je gaat je bezig houden met het evalueren van je eigen functioneren en evaluatie van groepsfunctioneren binnen een ICT-groep. Om input te krijgen over je individueel functioneren is straks een aantal instrumenten beschikbaar waaronder een multisource feedback tool. De resultaten van de metingen met deze instrumenten ga je bespreken met je collega’s. Voor evaluatie groepsfunctioneren zal een checklist en/of vragenlijst worden ontwikkeld.

Bron: www.nvvg.nl

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Herregistratie

Herregistratie basisartsen sinds 1 januari 2018 (Medisch Contact)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Bron: Medisch Contact 3, 2018

Per 1 januari 2018 moeten veel basisartsen zich voor het eerst laten herregistreren in het BIG-register. Voorwaarde voor herregistratie is dat een arts voldoende werkervaring heeft in de individuele gezondheidszorg (gemiddeld acht uur per week in de afgelopen vijf jaar). Een arts die niet beschikt over voldoende werkervaring kan ervoor kiezen het scholings- en toetsprogramma herregistratie basisartsen van de VU Academie te doorlopen. Als dat succesvol verloopt, wordt een Periodiek Registratiecertificaat (PRC) uitgereikt, waarmee ook herregistratie kan worden aangevraagd.

Voor de KNMG staat kwaliteit van zorg voorop. Het is belangrijk dat patiënten of cliënten erop kunnen vertrouwen dat de beroepsbeoefenaren die in het BIG-register staan voldoende deskundig en ervaren zijn. Door eens in de vijf jaar opnieuw te registreren, wordt de deskundigheid van artsen beter gewaarborgd en blijft het register actueel.

Het ministerie van VWS stelde herregistratie van basisartsen verplicht. De KNMG verwacht dat basisartsen het belangrijk vinden om in het BIG-register ingeschreven te blijven staan. Bij kwaliteit van zorg hoort nu eenmaal voldoende werkervaring en kennis.

Brief BIG-register

Basisartsen die niet in aanmerking komen voor herregistratie omdat zij niet aan de eisen voldoen of omdat zij niet tijdig (voor de uiterste herregistratiedatum, UHD) hebben aangegeven dat zij zich wilden herregistreren, ontvangen van het BIG-register een brief over hun uitschrijving.

Basisartsen vormen de laatste groep binnen de basisberoepen in de gezondheidszorg waarvoor herregistratie is ingevoerd. Voor andere beroepen zoals apotheker, tandarts en verpleegkundige gold dit al langer.

Geneeskundig specialisten staan geregistreerd bij de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS). De eisen voor herregistratie als specialist liggen hoger dan de eisen voor herregistratie als beoefenaar van het basisberoep. Zo lang specialisten voldoen aan de eisen die gelden voor hun specialisme, blijven zij automatisch ingeschreven in het BIG-register.

Gevolgen van uitschrijving uit het BIG-register

Uitschrijving uit het BIG register betekent dat de rechten en plichten die verbonden zijn aan de registratie als arts, vervallen. Men is dan niet meer bevoegd om zelfstandig voorbehouden handelingen te verrichten en mag ook geen recepten meer schrijven.

Ook is niet langer toegestaan de titel arts te voeren, tenzij onder toevoeging van de term ‘niet-praktiserend’ (voluit geschreven). Hiermee wordt duidelijk dat de opleiding tot arts is gevolgd maar dat er geen bevoegdheid meer bestaat om te praktiseren. Ook valt men na doorhaling niet meer onder het tuchtrecht.

Een ‘arts niet-praktiserend’ kan zich altijd weer laten inschrijven in het BIG-register door aan de eisen voor herregistratie te voldoen (scholing).

Achtergrond herregistratie basisartsen

De KNMG heeft de afgelopen jaren uitvoerig overlegd met het ministerie van VWS over herregistratie van basisartsen in het BIG-register. Resultaat hiervan was een beoordelingskader voor artsen dat in januari 2016 is vastgesteld. In dat beoordelingskader is vastgelegd welke werkzaamheden wel en niet meetellen voor de vereiste werkervaring in de individuele gezondheidszorg.

Deskundigheidsbevorderende activiteiten

De minister voor Medische Zorg is van plan om de eisen voor herregistratie van basisberoepen op termijn uit te breiden met deskundigheidsbevorderende activiteiten. Voor geneeskundig specialisten en profielartsen zijn die al verplicht, maar nog niet voor basisartsen. Een daartoe strekkend conceptwetsvoorstel (BIG II) werd onlangs ter consultatie op internet geplaatst. De KNMG is ook over dit thema al enige tijd in overleg met het ministerie en zal in februari op het conceptwetsvoorstel reageren.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]