Arts M&G Infectieziektenbestrijding

Factsheet ‘Pilot verbreding praktijkonderwijs aios Infectieziektebestrijding’

[vc_row][vc_column][vc_column_text]In 2017 en 2018 voerden de GGD’en in de regio Oost*, GGD Gelderland-Zuid en GGD Gelderland-Midden/VGGM een pilot uit voor aios Infectieziektenbestrijding (IZB). Het ministerie van VWS en de RGS stemden in met de pilot. De aios IZB konden zodoende binnen de regio stage lopen bij een andere GGD dan die waarvoor zij werken. De stages zijn uitgevoerd als uitwisselingsstages onder (hoofd) verantwoordelijkheid van de eigen praktijkopleider en met begeleiding van een RGS-erkende praktijkopleider uit de stage-GGD.

Verbreden en versterken

Op deze manier kunnen aios tijdens hun opleiding kennis maken met verschillende organisaties en praktijkopleiders ter verbreding en versterking van hun kijk op het vakgebied. Dit brengt de aios nieuwe inzichten en biedt eenverse impuls aan de opleiding. Ook organisaties zijn gebaat bij de tijdelijke intrede van andere aios met een frisse blik op de organisatie en werkwijzen.

Positieve resultaten

Het doel van de pilot was onderzoeken of uitwisselingsstages bijdragen aan het versterken en verbreden van het praktijkdeel van de opleidingen in de sociale geneeskunde. Uit de resultaten, zie ook onderstaande factsheet, blijkt dat dat het geval is. Alle betrokkenen gaven aan de pilot zeer positief te waarderen. Daarom krijgen alle aios IZB die studeren in ‘oude’ opleidingsstructuurde gelegenheid tot uitwisselingsstages. De gekozen stage-opzet leent zich ook voor de andere profielen binnen Maatschappij en Gezondheid.

De resultaten van de pilot laten ook zien dat de opzet in de ‘nieuwe’ opleiding waarbij aios in verschillende stages een bredere kijk op het vakgebied wordt geboden een goede keuze is om de opleiding de versterken.

Download de factsheet

*GGD Twente, GGD IJsselland, GGD Noord- en Oost-Gelderland[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Opleiden is een vak

Nieuw landelijk professionaliseringplan voor praktijkopleiders sociale geneeskunde

[vc_row][vc_column][vc_column_text]In het Vervolgproject KOERS (2016-2017) van KAMG, NVAB en NVVG heeft het Coördinatieteam de opdracht gekregen om de professionalisering voor praktijkopleiders verder uit te werken, rekening houdend met de haalbaarheid in de praktijk. Dit heeft geresulteerd in een nieuw Landelijke professionaliseringplan voor praktijkopleiders (LPP). Het LPP is recent door de besturen van KAMG, NVAB en NVVG vastgesteld en treedt per 1 januari 2018 in werking.[/vc_column_text][vc_column_text]Aanleiding: opleiden is een vak

Met KOERS werd begin 2016 ook de handreiking voor Praktijkopleiders in de sociale geneeskunde uitgebracht. Hierin zijn ‘goed opleiderschap’ en de competenties van de praktijkopleider beschreven. Immers het opleiden van aios tot specialist in een competentiegerichte opleiding vereist – vanuit de gedachte dat opleiden een vak is – een verdieping en verbreding van bepaalde competenties.

De aanhoudende behoefte van veel praktijkopleiders in de sociale geneeskunde aan meer houvast bij het opleiden, aan meer didactische vaardigheden, beter toegerust te willen zijn op het gebied van toetsen en beoordelen alsmede meer de vraag naar ondersteuning bij en waardering voor opleidingstaken, vormde een belangrijk aanleiding voor deze verdere professionalisering. Een andere belangrijke aanleiding was de totstandkoming van de herziene landelijke opleidingsplannen (LOP) voor de drie specialismen binnen de sociale geneeskunde. De actuele LOP’s vragen om specifieke competenties van praktijkopleiders op het gebied van begeleiding bij praktisch wetenschappelijk onderzoek van de aios, medisch leiderschap en reflexieve vaardigheden.

 

Inhoud/opzet LPP

Het LPP kent een basisscholing en een vervolgtraject.

De basisscholing is voor nieuwe opleiders die (nog) geen erkenning hebben en bestaat uit 5 modules die in 6 dagen gedurende 1,5 jaar worden gevolgd:

– Startmodule van 2 dagen: competentiegericht opleiden algemeen en leren begeleiden op de werkplek

– 1-daagse module: competentiegericht begeleiden deel 1

– 1-daagse module: feedback, toetsen en beoordelen

– 1-daagse module: competentiegericht begeleiden deel 2

– 1-daagse module: organiseren, samenwerken, professionaliteit

 

Reeds erkende praktijkopleiders behouden hun erkenning en hoeven de basisscholing niet nog eens te doorlopen.

Het vervolgtraject is bedoeld voor erkende opleiders en bestaat uit jaarlijks 2 contactdagen, deelname aan intervisie voor opleiders en aantoonbare deelname aan activiteiten op het gebied van ontwikkeling/kwaliteitsborging van de opleiding.

N.B. De te volgen scholing/onderwijs wordt geaccrediteerd en deze ‘punten’ tellen mee voor de herregistratie als specialist.

Download het LPP[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Opleiding arts M&G versterken

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Op 6 juli jl. stuurde minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Edith Schippers de Tweede Kamer een reactie op het advies voor meer afstemming en regie bij het opleiden van artsen voor de publieke zorg. Daarna heeft VWS de KAMG uitgenodigd om van gedachten wisselen over de mogelijkheden voor landelijk werkgeversschap voor artsen in opleiding (huisartsenmodel). De KAMG ziet kansen in dit nieuwe opleidingsmodel voor toekomstige aios en staat hier dus positief tegenover. Het constructieve gesprek hierover voeren we graag gezamenlijk met GGD GHOR Nederland en Actiz.

Voor ons is het belangrijk dat dit landelijk werkgeversschap niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een bredere aanpak voor versterking van de opleiding tot arts M&G. Andere belangrijke elementen hierin zijn: het nieuwe integrale opleidingsplan arts M&G als basis, een gedegen financiering van de opleiding, meer aandacht voor sociale geneeskunde in de basisopleiding tot arts, academisering van de opleiding arts M&G en borging van deskundigheidseisen in wet- en regelgeving en veldnormen. Daarbij vindt de KAMG dat het eerder uitgebrachte advies over bovenregionale en nationale regie op de instroom van de opleiding heel goed past in het voorgestelde opleidingsmodel van VWS.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Subsidie voor monitoren opleidingskwaliteit

Samen met NVAB en NVVG ontvangen we voor 2016 subsidie om verder te gaan met pilots ter ondersteuning van van de implementatie van KOERS en het bijbehorende Kwaliteitskader. Dit lieten VWS en KNMG ons kort geleden weten.

Goed en eigentijds opleiden is essentieel voor de uitoefening en toekomst van het vak. Opleidingskwaliteit staat daarom ook hoog op de agenda. In 2015 is een belangrijke stap gezet met de ontwikkeling van KOERS en het bijbehorende Kwaliteitskader. Hiermee willen we in de komende jaren komen tot een cyclisch proces van kwaliteitsbewaking en –verbetering van de opleiding. Om deze stap door te kunnen zetten, is de ondersteuning door VWS nodig.

Pilots

In 2015 liepen de eerste pilots al in het profiel Infectieziektebestrijding met medewerking van GGD Regio Utrecht en de NSPOH en in het profiel Jeugdgezondheidszorg met medewerking van GGD Hart voor Brabant en TNO. Deze pilots leverden een schat aan informatie, inzichten een verbeterpunten op. Dankzij de subsidie kunnen we een nieuwe ronde pilots doen. Met de resultaten uit de nieuwe pilots kunnen we de kwaliteitscyclus verder optimaliseren en invoeren.

Opleiders professionaliseren

Opleiden is een vak op zich. Daarvoor moet je over bepaalde kwaliteiten en vaardigheden beschikken die je ook moet ontwikkelen en onderhouden. We willen de opleidersprofessionalisering een stevige impuls geven. Daarom werken we in 2016 in overleg met praktijkopleiders aan een ‘landelijk opleidingsplan’ voor opleiders, op basis van de Handreiking voor praktijkopleiders van eind 2015. Als aftrap is er binnenkort een gezamenlijke invitational van NVAB, NVVG en KAMG. Uit elke specialisme vragen we dan vijf opleiders om mee te denken over het opleidingsplan voor opleiders in de sociale geneeskunde.

Lees alles over KOERS

KOERS op opleidingskwaliteit

KOERS: toekomst kwaliteit sociaal-geneeskundige opleiding
Hoe ziet een kwalitatief goede opleiding tot sociaal geneeskundige eruit? En hoe zorg je dat die kwaliteit hoog blijft en verder verbetert? Het rapport KOERS en het bijbehorende Kwaliteitskader* geven antwoord op deze vragen. Met het hierin beschreven interne, cyclische kwaliteitssysteem kan de sociale geneeskunde zelf de kwaliteit van de opleidingen systematisch toetsen en borgen.

Eind oktober 2015 leverde het MMV-deelproject ‘Kwaliteitsborging van opleidingen tot sociaal geneeskundige’ (KSG) KOERS** en het Kwaliteitskader op aan opdrachtgevers KAMG, NVAB en NVVG*. Gelijktijdig lopen tot begin 2016 pilots om de cyclus aan de praktijk te toetsen. De eerste resultaten zijn al verwerkt, meer volgt wanneer relevant in 2016.

Hoe verder?
Namens KAMG, NVAB, NVVG en NSPOH blikken Ronald Duzijn, Marjolein Bastiaanssen, Tineke Woldberg en Cecile de Ruiter vooruit.

“Hoe het er precies uit gaat zien, zalde praktijk ons leren. We werken nu aan een implementatieadvies,” vertelt Ronald Duzijn van de KAMG. “En dat we na het MMV-project ‘Kwaliteitsborging Opleidingen Sociale Geneeskunde’** gezamenlijk blijven optrekken, is helder. We zijn enthousiast en zetten ons graag in voor het blijvend verbeteren van de kwaliteit van de opleidingen tot sociaal geneeskundige.”

Visie op opleiden
Het Handboek Sociale Geneeskunde vindt in KOERS een eigentijdse opvolger. Een belangrijk verschil is dat KOERS over de visie op lange termijn gaat en een kader biedt voor de landelijke opleidingsplannen. “De manier waarop je naar opleiden kijkt, verandert fundamenteel”, zegt Cecile de Ruiter, NSPOH: “Je zult zien dat zich straks een andere cultuur ontwikkelt. Een waarin alle betrokkenen zich eigenaar voelen van de opleidingskwaliteit en zich proactief opstellen om goede en verbeterpunten te signaleren. Verbeteren wordt belangrijker dan verantwoorden.”

Tineke Woldberg, NVVG: “Tegelijkertijd is er ruimte om landelijke opleidingsplannen flexibel op te stellen en vaker te herzien. Daardoor kun je de theorie veel beter laten aansluiten op de praktijk. En alle actoren zijn gelijk, iedereen kan zich oprecht afvragen: wat draag ík bij en wat ga ík verbeteren?”

Integreren
Met dit interne cyclische kwaliteitssysteem zet de sociale geneeskunde een grote stap. Dat kan lastig zijn. Want wie zit er te wachten op nóg een systeem? Marjolein Bastiaanssen, NVAB: “Het kan inderdaad als extra voelen. En de eerste keer vraagt waarschijnlijk ook meer tijd. Maar daarna staat het. Daarbij geeft het Kwaliteitskader je direct een kapstok voor de eigen kwaliteitsevaluatie, je kunt ze integreren. Dan sla je mooi twee vliegen in één klap.”

Download KOERS

Download het Kwaliteitskader

Bron: KNMG Project MMV

Meer informatie over kwaliteitsborging opleidingen sociale geneeskunde


*  Dit rapport en het bijbehorende Kwaliteitskader zijn op 14 oktober 2015 vastgesteld door de stuurgroep KSG, met vertegenwoordigers van de NVAB, NVVG, KAMG, Losgio, NSPOH, TNO, SGBO, Opleidingsinrichtingen, CGS en RGS.

**KOERS staat voor: Kwaliteitsvisie Opleidingen en Raamplan Sociale Geneeskunde. In oktober ontvingen KAMG, NVAB en NVVG KOERS en het Kwaliteitskader van het MMV-deelproject ‘Kwaliteitsborging van opleidingen tot sociaal geneeskundige’ (KSG). KOERS bevat uitgangspunten voor goed opleiden in de sociale geneeskunde en een kwaliteitssysteem waarmee het sociaal- geneeskundige veld gestructureerd zicht krijgt op de kwaliteit van de opleidingen in de sociale geneeskunde en die ook kan verbeteren. Wetenschappelijke verenigingen en opleidingsinrichtingen, maar ook opleidingsinstituten krijgen ten aanzien van de kwaliteit van de opleidingen een nadrukkelijke rol.