Zo werkt de publieke gezondheidszorg

Zó werkt publieke gezondheidszorg – lancering 21 november 2018

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Op woensdag 21 november verschijnt het boek ‘Zó werkt publieke gezondheidszorg’. Op dinsdag 11 december neemt staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS het boek persoonlijk in ontvangst. In ‘Zó werkt publieke gezondheidszorg’vind je alle relevante informatie over bijvoorbeeld hoe de financiering en verantwoordelijkheidsverdeling in elkaar zit, wie wat doet en waar kansen liggen voor samenwerking met andere partijen in de nabije toekomst. Tijdens het KAMG-congres op 14 december presenteren we het boek en kun je het ter plekke aanschaffen.

Het boek werd geschreven door De Argumentenfabriek in opdracht van Platform Zó werkt de zorg en met de inbreng van diverse deskundigen. KAMG, SBOH, RIVM, VWS en GGD GHOR Nederland maken de totstandkoming van deze special over publieke gezondheidszorg mede mogelijk. Bent u arts M&G en wilt u een voorpublicatie recenseren?  Stuur dan een e-mail naar het secretariaat.

Eerder verschenen in deze serie specials: Zo werkt de huisartsenzorg, Zo werkt de ouderenzorg. Gelijktijdig met Zo werkt de publieke gezondheidszorg verschijnt de special Zo werkt de zorgverzekering.

Zó werkt publieke gezondheidszorg verschijnt op 21 november 2018 en is verkrijgbaar in webshops en in de boekhandel. Het boek kost €20,00, het e-book (geschikt voor laptops en tablet) kost €10,00. Je kan hem ook bij de Argumentenfabriek bestellen. Bij afname van meer dan tien exemplaren kunt u korting krijgen. Mail daarvoor naar info@zowerktdezorg.nl.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Preventie: een zaak van lange adem – ontbijt met de minister 2018

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Op woensdagochtend 19 september jl. gaf minister Bruno Bruins acte de présence tijdens de vijfde editie van het jaarlijkse ‘Ontbijt met de minister’. Tijdens deze bijeenkomst van Medisch Contact in het Mauritshuis geeft de minister de ochtend na Prinsjesdag een toelichting op het voorgenomen beleid. Dit jaar schoof KAMG-voorzitter Elise Buiting aan, op uitnodiging van Medisch Contact. Onderstaand leest u haar toespraak.

Elise Buiting voor het ‘Ontbijt met de minister’ op 19 september 2018

Met veel genoegen heb ik gisteren de Miljoenennota gelezen. Er is aandacht voor preventie en gezondheidsbescherming, thema’s die mij als arts M&G na aan het hart liggen. Ik noem er een paar: het Nationaal Preventieakkoord, Kansrijke start en aandacht voor antibioticaresistentie en het vaccinatieprogramma. Ik ben zeer verheugd dat er op dit moment weer veel aandacht is voor preventie, want alle aanwezigen in deze zaal zien inmiddels wel in dat we er met de huidige aanpak in de geneeskunde niet gaan komen. Sinds 2000 is het aantal huisartsen met ruim 40% en het aantal klinisch specialisten met 67% gestegen. De zorgkosten stijgen enorm zonder dat de bevolking als geheel substantieel gezonder of veerkrachtiger wordt. En een beetje patiënt heeft door de superspecialisatie van de afgelopen jaren zo’n 4-5 specialisten rond zijn ziekbed die elkaar slecht weten te vinden.

We zoeken de oplossing voor de huidige problemen in de zorg in netwerkgeneeskunde, meer samenwerking en afstemming, maar vooral ook in preventie. Natuurlijk is eigenlijk de hele geneeskunde preventie van een voortijdige dood – maar ik heb het nu over die takken van preventie die er naar streven de bevolking gezond te houden en ziekten te voorkomen, de publieke gezondheidszorg.

In Nederland lijken we dat best goed geregeld hebben. Bijvoorbeeld door te vaccineren en door wiegendood-voorlichting te geven aan jonge ouders. Door in te grijpen bij kindermishandeling en huiselijk geweld. Door infectieziekten snel aan te pakken. En door mensen te stimuleren van sigaretten en drugs af te blijven, niet teveel te eten en veel te bewegen. En nu natuurlijk door kansloze zwangerschappen te voorkomen en ouders zeer snel te begeleiden! Ik ben daar zeer enthousiast over.

Maar toch hebben we het de afgelopen jaren niet op alle fronten even goed gedaan.

Het budget dat we aan publieke gezondheidszorg besteden is ongeveer 700 miljoen. Het totale preventie budget rond de 2 miljard. Niet indrukwekkend hoog, binnen een zorgbudget van tegen de 80 miljard. Het aantal artsen M&G; de specialisten op het gebied van preventie en de verbinding tussen de geneeskunde en de sociale sector – is sterk afgenomen. Van 1900 geregistreerde specilisten in 2000 tot 700 nu volgens cijfers van het RGS. Vergelijk dat eens met de stijging bij de huisartsen en klinisch specialisten? De afname is niet verwonderlijk; de opleiding tot sociaal geneeskundige is de enige specialistenopleiding in Nederland die nauwelijks publiekelijk gefinancierd wordt en grotendeels speelbal is van de markt. En de markt heeft nu eenmaal andere prioriteiten dan het voorkomen van zorgkosten.

De jeugdgezondheidszorg staat al jaren onder druk. Hoewel op papier landelijk ‘t een en ander best redelijk geregeld lijkt, gaat binnen de zorginstellingen iedere paar jaar de kaasschaaf erover. Een arts M&G vervangen door een basisarts, of door een verpleegkundige, of door een doktersassistente en een vragenlijst. Of een consult helemaal  schrappen. Flexibiliseren heet dat in het jargon. Professionals zijn de afgelopen jaren ingeschaald in lagere salarisschalen dan daarvoor en worden niet of onvoldoende opgeleid en bijgeschoold. Met enorme personeelstekorten inmiddels tot gevolg.

Gemeenten komen sinds de transitie om in het werk, maar komen niet aan preventie toe, waardoor kostenbesparende doelstellingen niet gehaald worden en de kwaliteit van zorg helaas niet verbetert. De sociaal economische gezondheidsverschillen zijn de afgelopen jaren in Nederland niet kleiner geworden waardoor arm veel eerder ziek is en sterft dan rijk. Hoe komt het toch dat preventie het zo slecht doet …….?

Een verklaring is te vinden in de preventieparadox.

Het is voor mensen moeilijk het besluit te nemen de put te dempen voor het kalf verdronken is. Net zo moeilijk is het om langdurig te blijven investeren in de publieke gezondheidszorg en haar professionals, vóór de vaccinatiegraad gevaarlijk gaat zakken. Het is – als alles goed lijkt te gaan – heel verleidelijk om de opleiding van je personeel nog even uit te stellen en daarop te besparen. Zodat je je geld kan besteden aan zaken die veel spannender zijn.

Om serieus werk te maken van preventie de komende jaren, hebben we zeer wijze artsen, beleidsmakers en politici nodig die verder vooruit durven te kijken dan hun inkomen of de volgende verkiezingen. Dus fantastisch dat er in de voornemens van het kabinet aandacht en geld uitgetrokken wordt voor preventie. Dit is hard nodig. Maar voor we enthousiast gaan investeren in nieuwe projecten en plannen, laten we ook eens goed kijken naar wat er allemaal al is en hoe we dat optimaal kunnen behouden en gebruiken voor de toekomst.

Investeer in goed opgeleide basisartsen en specialisten en leer ze dat er meer is dan 3elijns gezondheidszorg in een academisch ziekenhuis.

Zorg dat huisartsen en klinisch specialisten beloond worden om de ziekten die ze nu behandelen, te voorkomen. En investeer in de publieke gezondheid en de sociale geneeskunde. Want als we preventie serieus gaan nemen de komende jaren zoals de miljoenennota vermeldt, dan is juist deze kennis en kunde hard nodig.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Blij met aandacht voor preventie (Medisch Contact)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]De Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG) is verheugd over de aandacht in de miljoenennota voor preventie en gezondheidsbescherming, ‘thema’s die ons na aan het hart liggen’. Dat zegt Elise Buiting, voorzitter van de KAMG in een eerste reactie.

Het Nationaal Preventieakkoord, dat zich richt op stoppen met roken, overgewicht en obesitas en problematisch alcoholgebruik, is een belangrijke stap vooruit, stelt zij. ‘Blij zijn we ook met de aandacht voor preventie van depressies, het programma Kansrijke Start, de maatregelen tegen antibioticaresistentie en om de vaccinatiegraad te bevorderen.’

Maar het belangrijkste uit de miljoenennota noemt Buiting het pleidooi voor een cultuuromslag in de zorg waarbij preventie – ‘veel meer dan nu het geval is’ – centraal komt te staan. ‘Niet elk probleem vraagt om een strikt medische aanpak. Van artsen wordt een andere visie verwacht dan de gangbare waarbij medische superspecialisatie leidt tot versnippering van de zorg en enorme kosten. Nu wordt ook in de miljoenennota opgemerkt dat het verschijnsel van verregaande superspecialisatie tot problematische bijwerkingen leidt. Dat is nieuw.’

‘Volksgezondheid én preventie van ziekte zouden leidende thema’s moeten zijn in de opleidingen tot basisarts, huisarts en klinisch specialist. Dat betekent dat deze opleidingen op de schop moeten, want het voorkómen van ziekten doe je niet in een derdelijns academisch ziekenhuis, waar nu het gros van de opleidingen plaatsvindt.’

Lees de volledige reactie op www.medischcontact.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Oproep aan minister Bruins: wacht niet langer met vergoeding van HIV-PreP

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Artsen en verpleegkundigen werkzaam in de Centra Seksuele Gezondheid (CSG) roepen minister Bruins op om PrEP (Pre-expositie profylaxe) en vooral de zorg die daarbij hoort zo spoedig mogelijk te vergoeden.

Deze oproep doen de NVIB-werkgroep WASS en de vakgroep Seksuele Gezondheid V&VN in een gezamenlijke open brief aan minister Bruins. Hiermee sluiten zij zich aan bij de oproep van het Aidsfonds, Soa Aids Nederland, COC Nederland, de hiv Vereniging, de Nederlandse Vereniging van HIV Behandelaren en de V&VN VCH: elke dag langer wachten is onverantwoord.

Lees de open brief aan minister Bruins[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

KNMG steunt acties voor tabaksontmoediging (KNMG)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Roken is de ultieme bedreiging van onze gezondheid – het is de grootst vermijdbare doodsoorzaak. Veel artsen zien dagelijks de destructieve gevolgen van roken bij hun patiënten. Artsenkoepel KNMG steunt haar federatiepartners en andere artsenorganisaties in hun acties, zoals mede aangifte doen tegen de tabaksindustrie. Zij zien als direct belanghebbenden in de dagelijkse zorgverlening de gevolgen van roken en ervaren deze zorg als dweilen met de kraan open. Deze kraan moet worden dichtgedraaid door effectief tabaksontmoedigingsbeleid.

De aangifte zoals die nu is gedaan mag zeker niet leiden tot afwachtend beleid op enig front. Tabaksontmoediging vraagt om een gezamenlijke, brede maatschappelijke aanpak met een krachtig optredende overheid. De KNMG vindt het essentieel dat de overheid doorzet met stevig beleid dat roken ontmoedigt. Net zoals artsen hier hard aan werken, ondersteund door de KNMG die zich op diverse fronten hiervoor inspant, zoals met het ontwikkelde KNMG-standpunt Tabaksontmoediging- Naar een rookvrije samenleving en ons partnership in de Alliantie Nederland Rookvrij.

Bron: www.knmg.nl [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Sociaal geneeskundigen doen aangifte tegen tabaksindustrie

Sociaal geneeskundigen sluiten aan bij aangifte tegen tabaksindustrie

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Op 22 februari 2018 werd bekend dat het OM geen zaak begint tegen de tabaksproducenten, red.


Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG), bedrijfsartsen (NVAB) en verzekeringsartsen (NVVG) steunen de aangifte tegen de tabaksindustrie. Zij vertegenwoordigen samen bijna 5000 artsen in de sociale geneeskunde. Hiermee sluiten de sociaal geneeskundigen zich aan bij de zaak die strafrechtadvocate Bénédicte Ficq in 2016 startte tegen de 4 grootste tabaksfabrikanten ter wereld.

 Gezondheid beschermen

Sociaal geneeskundigen spannen zich in voor het bewaken, bevorderen en beschermen van de gezondheid van de bevolking. Artsen Maatschappij en Gezondheid (M&G) werken in de preventieve gezondheidszorg om gezondheid te bevorderen en ziekte te voorkomen, onder meer door roken te ontmoedigen. Bedrijfs- en verzekeringsartsen worden elke dag geconfronteerd met de destructieve gevolgen van roken op de mogelijkheden van mensen om te werken.

Bedreiging

Roken is een ultieme bedreiging van gezondheid. De tabaksindustrie maakt en houdt gebruikers opzettelijk en met voorbedachten rade verslaafd aan een product dat extreem ziekmakend en dodelijk is. Alleen al in Nederland overlijden 20.000 mensen per jaar door het gebruik van tabak. Het is de grootst vermijdbare doodsoorzaak. Dit vraagt om een gezamenlijke, brede maatschappelijk aanpak om het probleem bij de bron aan te kunnen pakken. Het strafproces tegen de tabaksindustrie is een cruciale stap. Daarom vinden de sociaal geneeskundigen het belangrijk om zich bij de aangifte aan te sluiten.

Bekijk de aangifte[/vc_column_text][vc_row_inner][vc_column_inner width=”2/4″][vc_single_image image=”7409″ img_size=”medium”][/vc_column_inner][vc_column_inner width=”1/4″][vc_single_image image=”9310″ img_size=”medium”][/vc_column_inner][vc_column_inner width=”1/4″][vc_single_image image=”9309″ img_size=”medium”][/vc_column_inner][/vc_row_inner][/vc_column][/vc_row]

Opvragen kinddossier moeizaam; verbetering gewenst! (AJN)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]De Consumentenbond publiceerde 23 januari in de Consumentengids een artikel over het opvragen van dossiers van kinderen bij het consultatiebureau of de GGD. Gegevens in (medische) dossiers moeten kloppen en daarom moeten cliënten en/of hun ouders inzage in dat dossier kunnen hebben en het gemakkelijk ter beschikking kunnen krijgen. Echter, de resultaten van het onderzoek door de Consumentenbond geven aan dat het opvragen van het dossier een moeizaam proces is.

Negen van de 26 aanvragers lukte het niet om een kopie te krijgen van het dossier.

Dat het controleren van de inhoud van de dossiers door cliënten zinvol is, blijkt uit het feit dat er bij vier van de 17 dossiers die wel ontvangen werden, fouten werden geconstateerd. Twee keer mist informatie over een allergie, één keer over astma en één keer staan inentingen niet goed genoteerd.

Verrast door volledigheid
Dertien keer ging het overigens wel goed, en waren proefpersonen soms blij verrast met de volledigheid van het dossier. Het kan dus wel en daarom is het jammer dat het al dan niet slagen van een aanvraag blijkbaar afhankelijk van de individuele instelling is. En dit terwijl het recht op inzage en opvragen van het dossier wettelijk geregeld is (WGBO). Voor meer resultaten, zie de PDF van het artikel in de Consumentengids.

Moet overal beter!
De ervaringen van de proefpersonen zijn vergelijkbaar met die van proefpersonen bij onze eerdere onderzoeken naar het opvragen van medisch dossiers bij huisartsen (2014) en ziekenhuizen (2016). Naast het feit dat ook toen dossiers soms helemaal niet ontvangen werden, waren veel dossiers onvolledig en kregen proefpersonen zelfs het dossier van andere patiënten toegestuurd. Steeds meer worden patiëntendossiers gedigitaliseerd en wordt het inzagerecht ook digitaal geregeld. Dat moet voor verbetering gaan zorgen.

(Bron: Consumentenbond, Consumentengids, 23 januari 2018).

Reactie AJN op deze publicatie (26 januari 2018):

Wij vinden het jammer dat uit de steekproef is gebleken dat de dossiers niet of niet altijd binnen de gestelde termijn zijn aangeleverd aan de ouders. Aan de JGZ-organisaties hebben we dan ook gevraagd het recht op inzage en afschrift goed, zorgvuldig en tijdig na te leven. Gelukkig was een aantal ouders ook blij verrast na het opvragen. We vinden dat inzage van ouders in het kinddossier dat de Jeugdgezondheidszorg beheert, altijd goed, zorgvuldig en tijdig moet worden georganiseerd. Ouders moeten het dossier van hun kind kunnen inzien of een kopie kunnen opvragen.

De arts moet volgens de wet ‘zo spoedig mogelijk’ inzage in en afschrift van het dossier geven. Hierbij komt zorgvuldigheid op de eerste plaats. Het kinddossier is een medisch dossier. Het moet duidelijk zijn dat het verzoek afkomstig is van een ouder die met het gezag is belast en dat voldaan wordt aan de leeftijdsspecifieke regels voor het recht van ouders op inzage in en een afschrift van het medisch dossier van hun kind. Als ouders inzage of een afschrift vragen, moeten wij er vervolgens zeker van zijn dat het ook daadwerkelijk de ouder van het kind betreft en niet iemand die zich voordoet als ouder.

Wij wegen ook af of er sprake is van een uitzonderingssituatie. Zeker bij complex samengestelde gezinnen waarbij problemen spelen of bij vechtscheidingen. Daarbij kan het zijn dat er geen inzage of een afschrift van (een deel van) het dossier wordt verleend. Omdat de persoonlijke levenssfeer van een ander daardoor wordt geschonden of omdat het kind daardoor in gevaar wordt gebracht.

Een afspraak met een jeugdarts of jeugdverpleegkundige kan een stap in het proces zijn, om het dossier samen te bespreken en/of een toelichting te geven.

Na de zorgvuldigheidscheck dient het dossier geprint of gekopieerd (in geval van papieren dossier) te worden. Uitgangspunt is dat een verzoek van ouders zo snel mogelijk wordt afgehandeld en dat ouders niet langer hoeven te wachten dan nodig. In de praktijk kost het proces soms meer tijd dan gewenst.

Als sector zijn we volop bezig met de ontwikkeling van cliëntportalen en persoonlijke gezondheidsomgevingen waarin de (gezaghebbende) ouder online gegevens uit het kinddossier kan inzien. Vooralsnog betreft dit inderdaad een beperkt aantal gegevens, en kunnen deze gegevens een verzoek om inzage of afschrift van het kinddossier niet vervangen.

Namens de branche- en beroepsverenigingen
ActiZ-Jeugd, AJN Jeugdartsen Nederland, GGD GHOR Nederland, NCJ en V&VN

* De Consumentenbond spreekt zelf overigens van een geringe, niet representatieve steekproef en heeft de betrokken JGZ-partijen niet om een reactie gevraagd.

Bron: www.artsenjgz.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

KNMG-gedragsregel ‘Nul is de norm’ formeel vastgelegd

[vc_row][vc_column][vc_column_text]De regels in de medische beroepsuitoefening voor het drinken van alcohol en het gebruik van psychoactieve middelen zijn vanaf heden formeel opgenomen in de KNMG-gedragsregels. Hiermee is een lang bestaande set ongeschreven regels geformaliseerd voor alle artsen en coassistenten die patiëntgebonden werkzaamheden uitvoeren.

Om kwaliteit te waarborgen, moeten beroepsnormen glashelder zijn. Het initiatief voor het formaliseren van deze beroepsnorm over middelengebruik komt vanuit de KNMG en haar federatiepartners zelf. Uitgangspunt van de nulnorm is dat artsen hun werk nuchter verrichten. Er mogen geen sporen van alcohol of psychoactieve middelen in het lichaam aanwezig zijn tijdens werk. Voor artsen met een bereikbaarheids- of crisisdienst, waarin zij fungeren als eerste aanspreekpunt, geldt eveneens de nulnorm. Voor artsen die de rol van tweede aanspreekpunt vervullen tijdens een bereikbaarheids- of crisisdienst, geldt de verkeersnorm. Ook geldt de verkeersnorm voor artsen die als enige specifieke deskundigheid bezitten op een bepaald medisch terrein.

Enkele vragen en antwoorden

Wat is een tweede aanspreekpunt bij een bereikbaarheidsdienst?

Dit zijn artsen die kunnen worden opgeroepen wanneer én de dienstdoende arts én het eerste aanspreekpunt met een bereikbaarheidsdienst zijn uitgevallen of reeds patiëntgebonden werkzaamheden uitvoeren, zoals bijvoorbeeld in het geval van een calamiteit.

Er vindt een ongeval plaats op het terras en de aanwezige arts heeft gedronken. Wat wordt een arts geacht te doen in deze situatie?

Er is dan sprake van een noodsituatie. In dergelijke situaties geldt dat de arts een eigen afweging dient te maken of hij op dat moment in staat is om verantwoorde zorg te leveren. Dit geldt nu ook al voor alle artsen die formeel niet in functie zijn als eerste of tweede aanspreekpunt, maar worden opgeroepen in het kader van een calamiteit of acute niet-planbare patiëntenzorg.

Wie gaat toezien op naleving van deze gedragsregel?

Handhaving is in uiterste gevallen een taak van de inspectie of de tuchtrechter. Implementatie van de norm is een taak van collega’s onderling, de beroepsverenigingen en de werkgevers. Het ministerie van VWS steunt deze gedragsregel vanuit haar belang om kwaliteit van zorg te waarborgen.

Hoe te handelen bij medicijngebruik?

Het kan voorkomen dat een arts medicijnen gebruikt die voorkomen op lijst I en lijst II van de Opiumwet. Het gebruik van deze geneesmiddelen is dan toegestaan, maar alleen op voorschrift van een behandelend arts of in het kader van een behandelingsovereenkomst. 

Download de KNMG-gedragsregel Nul is de norm

Bron en meer informatie: www.knmg.nl

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Interview en televisieuitzending De Monitor met VIA-voorzitter Saskia van de Merwe

[vc_row][vc_column][vc_column_text]De VIA is gevraagd deel te nemen aan De Monitor (KRO-NCRV) om in het kader van ouderen en wils(on)bekwaamheid en/of wilsbeïnvloeding haar expertise over het beoordelen hiervan  uit te leggen. Op de site van De Monitor vind je een interview met VIA-voorzitter en KAMG-bestuurslid Saskia van de Merwe.

Op zondag 26 november a.s. om 22.40 uur is de uitzending van De Monitor over wilsonbekwaamheid.

De Monitor (bron):

Wat moet je doen als je hoogbejaarde vader bestolen wordt door de buurvrouw, de nieuwe vriendin of de huishoudster en dat ze flinke bedragen opneemt van de bankrekening? Is het de vrije keus van je vader of is er sprake van (beginnende) dementie? Kunnen je ouders nog wel voor zichzelf beslissen of is hij/zij wilsonbekwaam? Verschillende tipgevers vertellen hoe zij lijdzaam toezien hoe hun ouder wordt uitgebuit. Juridische stappen halen niets uit en ook huisartsen, zorgorganisaties en de politie kunnen weinig voor je betekenen.

Beschermen we onze groeiende groep kwetsbare ouderen, die steeds langer op zichzelf moeten blijven wonen, wel voldoende? Zijn er voldoende juridische middelen om deze vorm van uitbuiting tegen te gaan?[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Voorstel programma ‘Versterken arts M&G’

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Zoals de minister van VWS medio 2016 in haar brief aan de Tweede Kamer schreef, verdient de kwaliteit en kwantiteit van de opleiding tot arts Maatschappij & Gezondheid extra aandacht in de komende jaren. Public health – het beschermen, bewaken en bevorderen van (volks)gezondheid – verdient een stevige verankering in de Nederlandse en Europese gezondheidszorg. Juist daar waar de focus nog altijd uitgaat naar het behandelen van ziekten en vergezeld gaat van steeds verdergaande (super)specialisatie, is het van belang om de waarde, kracht en potentie van preventieve gezondheidszorg gericht op behoud en versterking van de gezondheid van individuen en risicogroepen en de volksgezondheid te erkennen en te benutten.

Van cure naar preventie

De public health moet en zal in de toekomst een veel grotere rol spelen in het Nederlandse zorgstelsel. Het huidige stelsel van zorg, gericht op cure en care is in snel tempo ineffectief en onbetaalbaar aan het worden, omdat het alleen “aan de achterkant” van alle gezondheidsproblemen werkt (“dweilen met de kraan open”) en de integrale aanpak aan de voorkant die steeds noodzakelijker is geworden, grotendeels mist. Er is een omslag nodig van cure naar preventie. Voldoende en goed opgeleide geneeskundig specialisten in de publieke gezondheidszorg leveren daaraan een belangrijke bijdrage. Juist in de verbinding met de curatieve gezondheidszorg, maar ook met dwarsverbanden naar jeugdhulp, welzijn en het sociale domein. Een stevig fundament voor basaal academisch onderzoek naar gezondheid, veel voorkomende en potentieel vermijdbare ziekten/ziektelast die de volksgezondheid het meest bedreigen is daarbij onontbeerlijk.

Programmavoorstel

Hiervoor wordt gewerkt aan het programma ‘versterking van het specialisme arts Maatschappij & Gezondheid’. KAMG schreef als trekker een voorstel voor de aanpak van dit programma. Het meerjarenprogramma is gericht op boeien en binden van artsen voor de public health en wordt ingedeeld in de volgende programmalijnen:

  1. Bekendheid en Imago
  2. Goed Opleiden en Academiseren
  3. Uitdagend Werken in de publieke gezondheidszorg.

Download het voorstel [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]