Mensen op het terras

Flexibiliteit uit voorzorg – Resultaten RVS-enquete

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Voor de zomer opende de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) een enquete over De Zorgagenda voor een gezonde samenleving. In totaal is de enquete ruim 17.000 keer ingevuld. Via KAMG deelden ruim 90 leden hun ervaringen over zorg en hulp in Nederland met de RVS. Ook jouw ervaringen helpen de RVS om de zes onderwerpen op de zorgagenda uit te werken. In deze blog geeft Willemijn van der Zwaard, senior adviseur bij de RVS en projectleider van De Zorgagenda, een terugkoppeling van de resultaten en een vooruitblik naar hoe de RVS nu verder gaat.

Gezondheid voorop

We vroegen u allereerst een keuze te maken voor het onderwerp op De Zorgagenda dat u het meest belangrijk en/of urgent vindt. Met overgrote meerderheid kozen KAMG-leden voor het onderwerp ‘Investeren in een gezonde samenleving’. Dat onderwerp agendeert een ander perspectief op wat zorg en hulp ons ‘kosten’. Als we spreken van investeringen in gezondheid in plaats van investeringen in zorg, lukt het dan om behalve de kosten ook de opbrengsten te zien? En gaan we sommige investeringen of initiatieven dan anders waarderen?

‘Ja’,  luidt uw antwoord met overtuiging. Daarin krijgt u bijval van meer dan 2000 andere zorg- en hulpverleners, patiënten, cliënten, mantelzorgers, vrijwilligers, bestuurders en gemeentefunctionarissen die deelnamen aan de raadpleging. Wat al deze mensen delen, is de zoektocht naar een samenleving en een leefomgeving die gezond gedrag stimuleert, en waar duurzame gezondheid voorop staat.

Voorzorg

Goede voorbeelden zijn er al. Zo lazen we positieve ervaringen met waterpunten op ‘gezonde scholen’, de happyles aan VMBO scholieren ter preventie van depressieklachten, initiatieven om bewegen te stimuleren en het – door velen genoemde – programma VoorZorg. Eén van de jeugdartsen schrijft daarover in onze raadpleging:

‘Meer aandacht voor mentale gezondheid bij jonge kinderen. VoorZorg is een goed programma, waar gelukkig al in geïnvesteerd wordt. Maar een iets mildere vorm van dit programma met bredere inclusiecriteria zou denk ik goed zijn.’

De wens van deze arts wordt breder gedeeld. Goede initiatieven zijn er voldoende, maar hoe maken we ze structureel en breed toegankelijk? Het stokt toch nog vaak door geldgebrek of andere prioriteiten bij overheden en verzekeraars, schrijven veel mensen. Hoe kan dat beter?

Flexibel sturen en financieren

Bij het beantwoorden van deze vraag kijken de meeste mensen naar de rijksoverheid of de gemeente. Die zijn aan zet om – bijvoorbeeld – verzekeraars te dwingen een bepaald percentage van hun gelden aan preventie te besteden, of om middels belastingen en accijnzen de gezonde keuze voor burgers ook de goedkopere keuze te maken. Of zoals één van u schrijft:

‘Werkelijk inzien dat het onverstandig is om maar geld te blijven steken in curatie, als er aan de preventieve kant nog zoveel te winnen valt. De overheid is goed bezig met de NIX-campagne. Nu nog actie om vechtscheidingen te voorkomen, roken echt te verbieden en bewegen te stimuleren.’

In andere antwoorden – en ook in gesprekken die we over deze resultaten voeren – komt ook twijfel om de hoek kijken. Werkt het om in dezen de overheid te laten sturen, nudgen of financieren? Het werkt in elk geval niet als extra gelden en nieuwe programma’s strak gekoppeld worden aan specifieke targets en acties op de werkvloer, schrijft een jeugdarts. Dan ontstaat er niet meer, maar minder ruimte om rond individuele hulpvragen gezondheidsafwegingen te maken. Uit voorzorg is, zo klinkt het, juist flexibiliteit in sturen en financieren geboden.

Willemijn van der Zwaard[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Kinderen moeten spelen

Nieuw afwegingskader scherpt aanpak kindermishandeling aan (KNMG)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Volksgezondheid

Wat hoort er volgens jou op de zorgagenda?

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Langzaam maar zeker is er een verschuiving zichtbaar in de discussie over de zorg in Nederland. Preventie en participatie krijgen meer prioriteit. Als artsen M&G zijn we heel blij met die ontwikkeling. Maar wat ons betreft is er meer nodig, zie ook de brief aan de informateur. KAMG is nu ook een samenwerking aangegaan met de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Zij geven de regering en het parlement advies over zorg en hulp in Nederland.

Op 21 april 2017 presenteerde de RVS De Zorgagenda voor een gezonde samenleving. Op de agenda staan zes onderwerpen over zorg en hulp in Nederland die volgens de RVS de komende jaren prioriteiten moeten krijgen. Het zijn onderwerpen, waar niet zomaar één oplossing voor is, maar waar de RVS wel graag advies over wil geven. Het advies aan de regering wordt er beter van als zoveel mogelijk mensen die werkzaam zijn in public health, hun ervaringen delen. Dankzij de samenwerking met de RVS kunnen we nu als artsen M&G meedenken en -praten over het landelijk beleid in ons vakgebied. En dat is natuurlijk belangrijk! Daarom vragen we ook jou om mee te denken. Dat kan door de online vragenlijst.

De vragenlijst staat open tot 14 augustus 2017.  Uiteraard blijven we als KAMG betrokken in het vervolgtraject en houden we jullie op de hoogte.[/vc_column_text][vc_btn title=”Naar de vragenlijst” style=”flat” size=”lg” align=”center” button_block=”true” link=”url:https%3A%2F%2Fnl.surveymonkey.com%2Fr%2FRVSzorgagenda||target:%20_blank|”][/vc_column][/vc_row]

Screening kindermishandeling is geen diagnose (zorgwelzijn.nl)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Van de 100 positieve screeningsuitslagen bij vermoeden van kindermishandeling zouden er 92 onterecht zijn. ‘Het gaat hier om herkennen van signalen, niet om een diagnose’, aldus Anita Kraak van het Nederlands Jeugdinstituut. ‘Stap 2 van de meldcode is om in overleg met ouders en deskundigen te onderzoeken of er echt iets aan de hand is.’[/vc_column_text][vc_column_text]Uit onderzoek van arts-onderzoeker Maartje Schouten bij het Wilhelmina Kinderziekenhuis blijkt dat van de 100 verdenkingen van kindermishandeling er 92 onterecht zijn. Dat meldt de Volkskrant op maandag 20 maart. ‘Het screeningsinstrument dat wordt gebruikt bij lichamelijk letsel bij kinderen geeft slechts signalen van een vermoeden van kindermishandeling aan’, zegt Anita Kraak, programmaleider Veilig Opgroeien bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). ‘Dat wil niet zeggen dat er ook echt sprake is van kindermishandeling.’

Signalen

Na het constateren van signalen treedt de meldcode in werking, en die geeft aan dat professionals moeten gaan overleggen met collega’s en deskundigen van Veilig Thuis, maakt Anita Kraak duidelijk. ‘Om gezamenlijk te bekijken of het signaal past bij het vermoeden van kindermishandeling. Daarnaast is het belangrijk het gesprek met ouders over de signalen te voeren.’

Kindermishandeling

In ieder geval is het herkennen van een signaal voor vermoeden van kindermishandeling niet hetzelfde als de diagnose kindermishandeling, benadrukt Kraak. Wordt dat overleg met collega’s over het signaal ook gevoerd? ‘In Nederland is dat onderdeel van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. Professionals zijn wettelijk verplicht hieraan mee te werken. Die gesprekken zijn niet eenvoudig, een arts wil niet vals beschuldigen of zijn vertrouwensrelatie met de patiënt op het spel zetten. Maar tegelijkertijd moet de veiligheid van het kind centraal staan. Die gespreksvoering vraagt continue training en deskundigheidsbevordering van professionals.’

Bron: www.zorgwelzijn.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

KAMG en VvAwT reageren op advies Gezondheidsraad tuberculosebestrijding

[vc_row][vc_column][vc_column_text]In Nederland worden risicogroepen gescreend op tuberculose door de GGD. De minister van VWS stelde in 2012 voorwaarden aan de vergunning voor de uitvoering van dit bevolkingsonderzoek. De Gezondheidsraad onderzocht in hoeverre daar nu aan is voldaan en publiceerde op 7 maart 2017 een advies.

Reactie KAMG en VvAwT

In het advies lezen we dat de Gezondheidsraad vindt dat de GGD’en goede plannen hebben gemaakt in het kader van het voldoen aan de vergunningsvereisten voor het bevolkingsonderzoek. De uitvoering loopt echter vertraging op, o.a. door de decentrale opzet/uitvoering van GGD’en. De raad pleit daarom voor centrale regie.

Wij zijn voorstander van meer centrale regie, gezien het specifieke karakter van de tuberculosebestrijding, de beperkte capaciteit aan artsen tuberculosebestrijding en de beperkte instoom in de opleiding tot arts M&G/tuberculosebestrijding, wanneer het gaat om het creëren en invullen van voorwaarden. Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk dat de uitvoering wel in verbinding blijft met de regio.

Totaalpakket

De Gezondheidsraad spreekt over de noodzaak om de tuberculosescreening onder centrale regie te laten uitvoeren. Wij zijn echter van mening dat tuberculosebestrijding een totaalpakket is waarbij effectiviteit en efficiëntie afhankelijk zijn van een goede samenhang van alle processen. Van preventie, tuberculosescreening tot curatie en begeleiding. Het opsplitsten en versnipperen van deelprocessen binnen de tuberculosebestrijding achten wij zeer onwenselijk.

De noodzaak van centralisatie van en sturing op alle processen (vooral centrale aansturing van de artsen en regionale aansturing van de verpleegkundigen) heeft de VvAwT benadrukt in het Manifest en toekomstscenario’s tbc bestrijding.

Een tweede aanbeveling van de Gezondheidsraad is om bevolkingsonderzoek naar kanker als voorbeeld te nemen. Hierbij merken wij op dat de tuberculosescreening naar aard en inhoud lastig te vergelijken is met een bevolkingsonderzoek naar kanker, onder andere door de definities van positieve en negatieve bevindingen.

Lees hier ook over op Medisch Contact[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

KNMG bepleit Europees artsenstandpunt vermindering zout, vet en suiker in voeding

[vc_row][vc_column][vc_column_text]De KNMG bepleit een apart standpunt van Europese artsen over vermindering van zout, transvetten en suiker in voedingsmiddelen. Dit voorstel deed de KNMG tijdens de najaarsbijeenkomst van het Comité Permanente des Médecins Européens (CPME) en ligt in lijn met het Europese politieke standpunt om te streven naar een vermindering van deze stoffen met 20% in 2020. 

Verder is afgesproken dat de CPME begin 2017 haar standpunt over obesitas vaststelt. Artsenorganisatie KNMG ontwikkelt een Nederlands standpunt over obesitas, in aansluiting op het Europese standpunt. De komende jaren is een gezonde leefstijl en leefomgeving, met daarbij aandacht voor obesitas, al één van de speerpunten van de KNMG in haar beleid rond preventie- en gezondheidsbevordering.

Lees het volledige bericht op www.knmg.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

KNMG: Stoppen met roken in de zorg is taak van iedere arts

[vc_row][vc_column][vc_column_text]De KNMG streeft naar een rookvrije samenleving. Artsen kunnen een belangrijke rol spelen in de behandeling van tabaksverslaving. Vooral omdat artsen dagelijks contact hebben met rokers. Het is belangrijk dat zij deze momenten benutten om stoppen met roken aan de orde te stellen. Dit was één van de aanleidingen voor de voorzitter van de KNMG om de lanceringsbijeenkomst van de richtlijn ‘Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken’ op 1 december jl. te openen.

De herziene richtlijn is een initiatief van het Partnership Stop met roken en is ontwikkeld door het Trimbos instituut en het Nederlands Huisartsen Genootschap. De richtlijn omvat aanbevelingen over gedragsmatige ondersteuning, farmacotherapie en e-health.

Lees het volledige bericht op www.knmg.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Overheid trekt 2 miljoen uit voor gesprekken met vaccinatietwijfelaars

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Jeugdgezondheidsorganisaties moeten vaker in gesprek met bezorgde ouders

Bron: Volkskrant, 

Een bijscholingsprogramma voor jeugdartsen en 2 miljoen euro ­extra voor langere gesprekken met ­ouders. Daarmee wil het Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu (RIVM) onrust over vaccinaties wegnemen. Het RIVM signaleert een groeiend aantal ouders dat vragen stelt om te bepalen of ze hun kinderen wel willen laten meedoen aan het rijksvaccinatieprogramma.[/vc_column_text][vc_column_text]Vaccins zijn een van de grootste medische succesverhalen van de afgelopen vijftig jaar. Virussen zoals polio die voorheen verlamming of vroegtijdige sterfte veroorzaakten, zijn in westerse landen vrijwel uitgebannen. Alleen al in Nederland heeft invoering van het rijksvaccinatieprogramma 9.000 kinderlevens gered, blijkt uit recent onderzoek van het RIVM.

 

In Nederland krijgt ruim 9 op de 10 kinderen alle vaccins die worden aanbevolen door de overheid. Internationaal gezien is dat een hoog percentage. Toch is in Nederland landelijk voor het tweede jaar op rij een lichte daling te zien bij vaccinaties voor zuigelingen, en is het aantal vaccinaties onder bepaalde groepen in de samenleving juist opvallend laag.

Zo kan op sommige bevindelijk gereformeerde kerken en vrije scholen het aantal gevaccineerden zakken tot 5 op de 10. Maar het zou een stereotypering zijn om alleen die groepen aan te wijzen als ‘kritische prikkers’, zegt Hans van Vliet, programmamanager van het rijksvaccinatieprogramma. ‘In alle lagen van de bevolking zijn mensen mondiger geworden en nemen ze minder snel zomaar iets aan van instanties of dokters. We moeten er dus meer werk van maken om het gesprek aan te gaan met bezorgde ­ouders en hun vragen goed te beantwoorden.’

Het RIVM werkt aan een digitale bijscholingscursus die in april moet beginnen. Jeugdgezondheidsorganisaties en hun medewerkers kunnen zelf kiezen of ze deelnemen aan de cursus. ‘In sommige regio’s speelt deze problematiek meer dan in andere’, zegt Mascha Kamphuis, voorzitter van AJN Jeugdartsen ­Nederland. Ze juicht de cursus en de 2 miljoen extra toe.

Lees het bericht op volkskrant.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

‘Waarom zou ik nog mijn kind inenten?’ (Volkskrant)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Hoogopgeleide, bewust en gezond levende ouders nemen niet zonder meer aan dat vaccineren noodzakelijk is.

Artsen hebben moeite een groeiende groep ouders te overtuigen van het nut van vaccinaties. Staat internet niet vol waarschuwingen tegen ‘dat gif’? Die twijfel kan het rijksvaccinatieprogramma ondermijnen.

Bron: Volkskrant[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Overheid trekt 2 miljoen uit voor gesprekken met vaccinatietwijfelaars (Volkskrant)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Jeugdgezondheidsorganisaties moeten vaker in gesprek met bezorgde ouders

Een bijscholingsprogramma voor jeugdartsen en 2 miljoen euro ­extra voor langere gesprekken met ­ouders. Daarmee wil het Rijksinstituut voor Gezondheid en Milieu (RIVM) onrust over vaccinaties wegnemen. Het RIVM signaleert een groeiend aantal ouders dat vragen stelt om te bepalen of ze hun kinderen wel willen laten meedoen aan het rijksvaccinatieprogramma.

Bron: Volkskrant[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]