De sjoemelsigaret – update

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en het ministerie van VWS weigeren categorisch om sigaretten met hogere uitstootwaarden dan wettelijk toegestaan van de markt te halen. Op 11 november stapte de Stichting Rookpreventie Jeugd samen met de gemeente Amsterdam en nog dertien andere partijen – waaronder het KAMG – naar de bestuursrechter in Rotterdam.
Op tabaknee.nl leest u hoe dit is verlopen.

“Griepprik voor artsen: maak je eigen afweging en onderbouw dit”

‘Artsen hebben de vrijheid om de keuze te maken om zich wel of niet te laten vaccineren tegen de griep.’ ‘Maar’, zegt KNMG-voorzitter René Héman: ‘ik vind ook dat zij dit weloverwogen moeten doen. Want artsen hebben een bijzondere verantwoordelijkheid: om goed voor zichzelf én voor hun patiënten te zorgen. Daar hoort wat mij betreft dan ook een professionele verantwoordelijkheid bij om je te verdiepen in de materie en je besluit goed te onderbouwen.’

Lees het hele artikel op www.knmg.nl.

Openbare zitting: de sjoemelsigaret-zaak

Eindelijk is het dan zover: op maandag 11 november aanstaande behandelt de rechtbank Rotterdam – mede namens de KAMG – de sjoemelsigaret-zaak. De zitting is openbaar en begint om 09.30 uur.

Advocatenkantoor Van den Biesen heeft de rechtbank de afgelopen periode van allerlei nadere, ondersteunende stukken voorzien en VWS heeft een verweerschrift ingediend (wat overigens geen nieuwe gezichtspunten bevatte).

De rechtbank heeft flink wat tijd uitgetrokken voor de behandeling en er ook een “meervoudige” kamer op gezet: drie rechters in plaats van normaal één rechter. Daarbij is ook een rechter die Europees recht doceert aan de Utrechtse Universiteit en dat komt goed uit omdat het in deze zaak juist op het Europees recht aankomt.

We houden jullie op de hoogte.

NVAB zoekt projectleider “stoppen met roken”

De NVAB is medeondertekenaar van het Nationaal Preventieakkoord, deeltafel Roken.

Het Ministerie van VWS heeft aan de NVAB subsidie toegekend voor de uitvoering van een project, dat er op gericht is dat bedrijfsartsen in hun spreekuurcontacten en andere activiteiten “Stoppen met Roken” structureel meenemen als aandachtspunt.

De NVAB is nu op zoek naar een bedrijfsarts die dit project wil trekken. Het gaat om een tijdsinvestering van gemiddeld 4 tot 8 uur per week tot medio 2021. Ervaring als projectleider, affiniteit met het onderwerp en beschikbaarheid op korte termijn zijn belangrijk.

Geïnteresseerden worden verzocht om binnen 2 weken te reageren naar nvab@nvab-online.nl

Overzicht betrokken partijen – KWF Kankerbestrijding

[vc_row][vc_column][vc_column_text]In februari 2018 sloot KAMG zich, samen met de bedrijfsartsen (NVAB) en verzekeringsartsen (NVVG) aan bij de aangifte tegen de tabaksindustrie. KWF Kankerbestrijding maakte een overzicht van alle partijen die zijn aangesloten bij de aangifte tegen de tabaksindustrie.[/vc_column_text][vc_single_image image=”10152″ img_size=”large” alignment=”center”][vc_single_image image=”10153″ img_size=”large” alignment=”center”][vc_column_text]Download het overzicht (pdf)[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Landelijk opleidingsplan arts M&G 2017 – veelgestelde vragen

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Nadat het opleidingsplan in juni 2018 is aangeboden aan het CGS, werkt de bestuurscommissie Opleidingen aan de invoering van het plan, zodat er vanaf 1 januari 2021 volgens dit plan kan worden opgeleid. Onderstaand vind je een lijst met veelgestelde vragen en de bijbehorende antwoorden over het nieuwe opleidingsplan.

[/vc_column_text][vc_tta_accordion][vc_tta_section title=”Wat is het LOP KAMG 2017?” tab_id=”1540285655825-cd3a193a-2186″][vc_column_text]In het LOP arts M&G 2017 is er sprake van één vierjarige specialistenopleiding tot arts M&G. Met de nieuwe specialistenopleiding tot arts M&G komt een eind aan de tweedeling in de opleiding tot arts M&G in profiel- en specialistenopleiding. De profielopleidingen verdwijnen. In de nieuwe integrale specialistenopleiding tot arts M&G is ruimte voor uitstroom in 5 deskundigheidsgebieden. Registratie per deskundigheidsgebied is mogelijk binnen het register van de KAMG (in oprichting).

Bron: aanbiedingsbrief LOP CGS dd 29-5-18[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Wanneer start de opleiding arts M&G volgens het LOP arts M&G 2017?” tab_id=”1540285655855-a21443d7-efd5″][vc_column_text]De geplande invoerdatum voor het LOP arts M&G 2017 is 1-1-2021. De KAMG gaat de implementatie van het LOP voorbereiden door de impact van de veranderingen door het landelijk werkgeverschap voor het veld nauwkeurig te monitoren. Medio 2020 vindt evaluatie plaats. Als uit de evaluatie onverhoopt blijkt dat implementatie van het LOP per 1-1-2021 niet voor alle deskundigheidsgebieden wenselijk is, is er een mogelijkheid om het LOP gefaseerd in te voeren.

Bron: aanbiedingsbrief LOP CGS dd 29-5-18[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Per welke datum is het KAMG landelijke opleidingsplan door het CGS en VWS erkend?” tab_id=”1540285769639-4e395f58-8677″][vc_column_text]Het LOP arts M&G is op 1 juni 2018 ter goedkeuring aangeboden aan het College Geneeskundig Specialisten. Het CGS adviseert VWS over het LOP arts M&G 2017.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Wat hebben het LOP arts M&G 2017 en het Landelijk werkgeverschap met elkaar te maken?” tab_id=”1540285836346-a94c7b7e-4990″][vc_column_text]Per 1-1-2019 wordt – voor de door VWS gefinancierde profielen – het landelijk werkgeverschap voor aios M&G geïntroduceerd. Het opleidingscurriculum is per 1-1-2019 aangepast in lijn met het LOP arts M&G 2017. Hierdoor kan de overgang van het opleidingscurriculum per 1-1-2019 naar het LOP arts M&G 2017 per 1-1-2021 eenvoudig worden gerealiseerd.

Bron: aanbiedingsbrief LOP CGS dd 29-5-18[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Waarom is een geïntegreerde opleiding nodig?” tab_id=”1540285931699-2460c7d3-0eeb”][vc_column_text]Patiënten én de volksgezondheid hebben breed kijkende artsen nodig. Met een stevige basisopleiding en een gedegen specialisatie. Iedere specialist en zeker een arts M&G moet zicht hebben op de (gezondheids) zorg in de volle breedte. Een arts M&G begrijpt hoe deze georganiseerd is en kent zijn of haar plek daarin, snapt de principes van zorg en voorzorg en de problemen daarbij, is in staat te communiceren met alle collega’s binnen en buiten zijn of haar vakgebied, is in staat om de belangen van de patiënt te behartigen zelfs als deze tegen de belangen van bv een werkgever ingaan, weet goed door te geleiden naar collega’s en is in staat wetenschappelijk onderzoek te doen, op te leiden, te innoveren en strategisch te handelen. Naast deze vaardigheden moet een specialist een vakman zijn, niet alleen op het brede terrein van de M&G, maar ook in één of meer subspecialisaties.
Bron: mail EB dd 29-3-18

Met het nieuwe LOP arts M&G wordt het vak aantrekkelijker voor jonge artsen omdat het een breed perspectief biedt binnen de publieke gezondheidszorg.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Wat zijn de voordelen voor de werkgevers?” tab_id=”1540285980899-7b860543-1210″][vc_column_text]De arts M&G is gedegen opgeleid en heeft kennis over het brede veld van de publieke gezondheidszorg binnen en buiten zijn of haar deskundigheidsgebied. De arts M&G heeft de competenties om op beleidsmatig en strategisch vlak ingezet te worden en de brug te slaan tussen de publieke gezondheidszorg, de curatieve gezondheidszorg, het sociale domein en overheid.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Lopen we niet het risico dat er meer basisartsen in dienst genomen worden als de profielopleidingen vervallen?” tab_id=”1540286026084-ac1b3c13-ef79″][vc_column_text]Naast de opleiding arts M&G worden er veldnormen opgesteld waarin per deskundigheidsgebied beschreven wordt wat een basisarts kan en mag doen, wat een AIOS mag en kan doen en wat een arts M&G doet. Hiermee wordt duidelijk welke competenties nodig zijn om bepaalde taken binnen een deskundigheidsgebied uit te voeren en welke verantwoordelijkheden elke arts heeft. Zo is het voor cliënten en stakeholders duidelijk wat er van elke arts verwacht kan worden.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Is het LOP arts M&G alleen voor de gesubsidieerde opleidingen?” tab_id=”1540286069175-31650c52-c1e0″][vc_column_text]Nee, het LOP arts M&G gaat over alle deskundigheidsgebieden. De KAMG streeft ernaar om de hele opleiding arts M&G gefinancierd te krijgen.

De deskundigheidsgebieden zijn:

  • JeugdGezondheid (JG)
  • Medische expertise kindermishandeling en huiselijk geweld en Forensische geneeskunde (MF)
  • Infectieziektebestrijding, Tuberculosebestrijding en Medische milieukunde (ITM)
  • Medische Advisering (MA)
  • Donor- en Farmaceutische geneeskunde (DF)

[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Wat gebeurt er met de profielregisters?” tab_id=”1540286119583-d303dd1b-8b9d”][vc_column_text]Zodra voor een deskundigheidsgebied het LOP arts M&G start, sluit de instroom van nieuwe artsen in het desbetreffende profielregister. Alleen artsen die dan al in opleiding zijn voor het betreffende profiel, kunnen zich na afronding van hun profielopleiding nog registreren in het profielregister. Sluiting van het profielregister betekent: geregistreerde profielartsen behouden hun registratie, maar er worden geen nieuwe artsen geregistreerd. Na enige tijd zal het profielregister afgeschaft worden, afhankelijk van de doorstroming van profielartsen naar het LOP arts M&G.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Ik ben profielarts, wat nu?” tab_id=”1540286148094-437d664a-80bc”][vc_column_text]Voor de huidige profielartsen geldt een overgangsregeling. Een profielarts kan op basis van aantoonbare, eerder verworven competenties, en eventuele aanvullende eisen, geregistreerd worden in het specialistenregister of instromen in de opleiding arts M&G. De overgangsregeling zal gelden voor een nog nader te bepalen periode.

Een profielarts moet rekening houden met het afschaffen van het profielregister in de toekomst. Als hij/zij geen gebruik heeft gemaakt van de overgangsregeling en het profielregister wordt afgeschaft, vervalt daarmee ook de titel als profielarts.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”Is er wel genoeg werk voor artsen M&G?” tab_id=”1540286200260-471fdeab-f0c7″][vc_column_text]Ja, artsen M&G hebben een breed competentieprofiel waarmee zij kunnen werken in de spreekkamer en op het gebied van beleid en strategie en onderzoek. De arts M&G coacht en ondersteunt professionals bij gecompliceerde problemen, is gesprekspartner voor andere medische specialisten en verbindt de bevindingen uit de spreekkamer met te formuleren beleid.[/vc_column_text][/vc_tta_section][/vc_tta_accordion][vc_column_text]Lees meer in het dossier ‘Opleiding’[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Forensisch arts

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Als forensisch arts verricht je forensisch-geneeskundig onderzoek in het kader van strafrechtelijk onderzoek in veelal complexe zaken, waarbij sprake is van trauma, vermoedens van seksueel misbruik en/of niet-natuurlijk overlijden. Jouw onderzoek bestaat onder meer uit het beoordelen van letselfoto’s en medische dossiers, het onderzoeken van slachtoffers en verdachten en uit onderzoeken op de plaats-delict. In dit kader adviseer je (forensisch-)medisch professionals, politie en Justitie. Het geven van een juiste duiding aan letsel en andere sporen is in deze zaken cruciaal. In deze functie lever je een belangrijke bijdrage in de opsporing en vervolging van verantwoordelijken. De hoge mate van maatschappelijk relevantie maakt je werk waardevol en uitdagend.

Daarnaast treed je onder meer op als getuige-deskundige in de rechtbank en woon je expertmeetings bij. Je bent betrokken bij onderwijsactiviteiten, waarbij je aan onder andere juristen, artsen en studenten les geeft op het gebied van de forensische geneeskunde. Ook draag je actief bij aan wetenschappelijk onderzoek.

Voor de functie geldt een tijdelijke markttoelage van 8% die aan het vermelde maandsalaris wordt toegevoegd.

Maand­salaris: Min €3.967 – Max. €6.543 (bruto)

Dienst­verband: Tijdelijke aanstelling met uitzicht op vaste aanstelling

Contract­duur: Twee jaar met uitzicht op een vaste aanstelling

Minimaal aantal uren per week 32, Maximaal aantal uren per week 36

Klik hier voor de volledige advertentietekst, functie-eisen en arbeidsvoorwaarden.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

FAQ – Evaluatie Individueel Functioneren

[vc_row][vc_column][vc_column_text]

Let op! Er is een nieuwe versie van de veelgestelde vragen beschikbaar

1. Wordt een ‘ik zou graag willen’ niet een ‘heilig moeten’ gezien de vormgeving – lees POP?
KAMG, NVVG en GAV doen hun uiterste best om te voorkomen dat EIF een bureaucratisch monster wordt. Het CGS heeft wel bepaald dat een externe visitator eens per jaar vijf jaar toetst of de sociaal geneeskundige zich serieus bezig heeft gehouden met reflecteren op het eigen functioneren. Om dit te kunnen doen moeten deze inspanningen natuurlijk schriftelijk worden vastgelegd. Er wordt een aantal instrumenten aangeboden om het eigen functioneren te kunnen toetsen. De conclusies van de metingen met deze instrumenten, een beschouwing hierover resulterend in een plan van aanpak en wat is bereikt met de uitvoering van dit plan worden in het POP genoteerd.

2. Worden er door de stuurgroep nog minimum eisen van/voor het POP geformuleerd?
De methodiek van EIF sluit aan bij de onderwijskundige principes die ook in de landelijke opleidingsplannen (LOP) voor de sociaalgeneeskundige specialismen worden gebruikt. Er is een aantal instrumenten beschikbaar om het eigen functioneren te kunnen toetsen. Deze instrumenten zijn bewerkingen van instrumenten uit het Toetsboek behorend bij een LOP. Conclusies van de metingen met deze instrumenten, een beschouwing hierover resulterend in een plan van aanpak en wat is bereikt met de uitvoering van dit plan worden in het POP genoteerd. Een duidelijke omschrijving van de methodiek die zal worden gebruikt wordt in 2018 beschikbaar gesteld.

3. Hoe betrek ik mijn leidinggevende bij mijn POP? Deel ik het hele portfolio met hem/haar?
Vanuit de Wetenschappelijke Vereniging wordt het delen van het POP met een leidinggevende afgeraden. Men zou hierover geen afspraken moeten maken met de werkgever. Elementen van het POP kunnen gebruikt worden om de eigen kwaliteit te verbeteren. Het is aan de individuele arts om te besluiten met wie dit wordt besproken, men is zelf beheerder.
Bij het opstellen van het POP wordt gewerkt met een gespreksleider/visitator. Dat zal één maal per vijf jaar plaatsvinden. Het POP wordt niet gebruikt in de HRM cyclus.

4. Wie neemt de rol van opleider/coach op zich bij het POP van een geneeskundig specialist?
Een geregistreerd sociaal geneeskundige wordt voldoende competent geacht om kritisch te kunnen reflecteren op het eigen functioneren. Een opleider of coach is daarom niet vereist. Omdat EIF wordt besproken in de groep waarin ook intercollegiale toetsing plaatsvindt wordt van de groepsleden verwacht dat zij hun visie geven op elkaars EIF-inspanningen.

5. Als sociaal geneeskundige wil ik niet alleen ‘beoordeeld’ worden op functioneren in de arts/cliënt- relatie maar ook op mijn functioneren/invloed op het niveau van groepen in de bevolking. Wordt daar over nagedacht?
Met bijvoorbeeld een multisource feedback instrument kan een sociaal geneeskundige toetsen wat de groep voor wie hij direct werkt van zijn functioneren vindt. Zo kan een arts M&G die bezig is met een beleidsopdracht een multisource feeback vragen aan de stakeholders. Wordt uitsluitend met hele grote populaties gewerkt met wie geen persoonlijk contact plaatsvindt dan biedt EIF daar geen mogelijkheden voor.

6.Herregistratie-eis ICT = 75% geregistreerd. Wij laten nu ook aios participeren en achten dat zinvol. Echter, verdeling aios/geregistreerd neigt naar < 75%. Hoe gaan we hiermee om? Eisen aan te passen t.a.v. collega’s in opleiding?
De EIF-werkgroep ICT 2.0 onder leiding van Mariëlle Jambroes formuleert momenteel de randvoorwaarden voor de ICT nieuwe stijl waarin ook EIF een plaats krijgt. Deze vraag wordt door haar werkgroep meegenomen. Zodra hierover in de toekomst meer bekend wordt, zal dit worden gecommuniceerd. Naar verwachting zal er in de loop van 2018 meer duidelijkheid gegeven kunnen worden.

7. Het besluit Herregistratie specialisten zegt dat de arts zich bij het EIF en evaluatie externe kwaliteitseis moet laten bijstaan door een deskundig aantoonbaar opgeleid persoon (visiteur). Hoe staat het met de opleiding of aanstelling van deze visiteurs die naar ik aanneem door de beroepsvereniging ook geaccrediteerd dienen te worden?
De stuurgroep die bezig is met het invoeren van EIF heeft gepland om in het eerste trimester van 2018 het profiel van de visitatoren vast te stellen en aan te geven waaruit hun opleiding gaat bestaan. Vanaf mei 2018 worden de visitatoren geworven en geselecteerd. Vanaf oktober 2018 start hun opleiding.

8. Kunnen de ICT-groepen al accreditatie aanvragen bij KAMG of is dit niet aan de orde?
De EIF-werkgroep ICT 2.0 onder leiding van Mariëlle Jambroes formuleert momenteel de randvoorwaarden voor de ICT nieuwe stijl waarin ook EIF een plaats krijgt. Deze randvoorwaarden zijn onderdeel waarop de Wetenschappelijke Vereniging kan toetsen en daarmee ook accreditatie kan verlenen aan de ICT groepen. Dit is een eis vanuit de RGS. Op dit moment is accreditatie nog niet mogelijk. Dit traject is in ontwikkeling en naar verwachting kan er in de loop van 2018 meer duidelijkheid worden gegeven.

9. Hoe krijg je goed zicht op blinde vlekken als zelfstandig werkende ‘eenpitter’? Anders dan overleg met collega’s.
Je gaat je bezig houden met het evalueren van je eigen functioneren binnen een ICT-groep. Om input te krijgen over je individueel functioneren is straks een aantal instrumenten beschikbaar waaronder een multisource feedback tool. De resultaten van de metingen met deze instrumenten ga je bespreken met je collega’s.

Bron: www.nvvg.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Orgaandonatie

Eerste lichting donorartsen opgeleid (MC)

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Een eerste lichting donorartsen heeft zijn opleiding afgerond. Negentien artsen mogen zich nu officieel donorarts KNMG noemen. Het College Geneeskundig Specialismen erkende in 2014 donorgeneeskunde als nieuw profiel, binnen het specialisme arts maatschappij en gezondheid. DeNederlandse Vereniging voor Donorgeneeskunde (NVDG) zette vervolgens samen met opleidingsinstituut NSPOH een tweejarige profielopleiding op binnen deze specialisatie, naast al bestaande profielen als jeugdarts of arts infectieziekten.

Donorartsen houden zich bezig met donatie van bloed, stamcellen, weefsels en organen door gezonde mensen, maar ook door mensen na hun overlijden. Er is besloten de opleiding onder te brengen binnen het domein van de opleiding tot arts maatschappij en gezondheid, omdat donorartsen zich met name richten ‘op het niet ziek worden van donatie’, licht scheidend NVDG-voorzitter Peter van den Burg toe.

De nieuwe opleiding was bedoeld om versnipperde kennis over donorgeneeskunde bij elkaar te brengen. ‘Hiermee is een standaard gedefinieerd door de wetenschappelijke vereniging en wordt de professionaliteit van het vak geborgd’, stelt opleider scholingsprogramma donorgeneeskunde Frits Coumans van de NSPOH. Artsen die al als donorarts werken ‘werken in verschillende organisaties op verschillende manieren, op basis van eigen criteria’, aldus Van den Burg. De nieuwe opleiding zorgt volgens hem voor meer uniformiteit in hun werkwijze.

De artsen die nu als eerste het donorgeneeskunde-papiertje op zak hebben, hebben een tijdelijke ‘overgangsopleiding’ achter de rug. Deze eerste opleidingsronde is namelijk gericht op ‘artsen die al veel ervaring en scholing’ op het vlak van donorgeneeskunde hebben, licht Coumans toe.

Het betreft mensen die bijvoorbeeld als basisarts werkzaam zijn bij organisaties in Nederland die zijn betrokken bij donatie van lichaamsmateriaal, zoals bloedbank Sanquin, stamceldonatiecentrum Matchis of de Nederlandse Transplantatie Stichting. Onder de eerste lichting zitten ook mensen die in het verleden als huisarts hebben gewerkt, als sociaal geneeskundige werkzaam zijn, of een onderbroken klinische geneeskunde-opleiding achter de rug hebben. Van den Burg, die zelf ook de opleiding nu heeft afgerond, kwam als basisarts bij Sanquin  te werken en heeft zich zo in de praktijk tot donorarts ontwikkeld.

De deelnemers zijn vooraf getoetst op vakinhoudelijke ervaring, zodat dit niet behandeld hoefde te worden. In totaal zijn zo 49 mensen aan de overgangsopleiding begonnen; er stromen er dus naar verwachting nog dertig uit.

De NVDG werkt nog aan een volledige profielopleiding, die vanaf september 2018 moet worden aangeboden. Deze opleiding is geschikt voor mensen die zonder werk- of scholingservaring op het gebied van donorgeneeskunde willen instromen. Deze gaat in op vakinhoudelijke kennis zoals het beoordelen van gezondheidsrisico’s voor een donor of ontvanger, en het beoordelen van de kwaliteit van de donorproducten. Daarnaast worden bepaalde zaken die in de overgangsopleiding beperkter zijn behandeld verder uitgediept, zoals het omgaan met evidencebased werken. ‘In die opleiding worden mensen breed opgeleid als donorarts. Dan komt zowel bloed- als weefsel- en orgaandonatie aan bod’, aldus Van den Burg. De NVDG bekijkt nog of de NSPOH deze volledige opleiding ook als enige zal aanbieden.

Na die tweejarige profielopleiding kunnen de deelnemers nog doorstromen naar de tweede, eveneens tweejarige fase van de specialisatieopleiding tot arts maatschappij en gezondheid.

Bron: Medisch Contact[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

NVAG debat over de rol van universitair medische centra

[vc_row][vc_column][vc_column_text]Op 10 januari 2017 vond een druk bezocht NVAG-symposium plaats onder de titel “Universitair medische centra ver weg van de realiteit van de zorg?” Prof. Pim van Gool, voorzitter van de Gezondheidsraad, prof. Ernst Kuipers, voorzitter van de NFU (koepel van de acht umc’s) en prof. Koos van der Velden (public health, Radboud universiteit) waren de inleiders en gingen daarna met elkaar en de zaal in debat onder leiding van NVAG-voorzitter Lode Wigersma.[/vc_column_text][vc_column_text]Aanleiding waren twee onlangs verschenen rapporten: “Onderzoek waarvan je beter wordt” van de Gezondheidsraad en “Sustainable health” van de NFU. De Gezondheidsraad zegt dat de umc’s onvoldoende aandacht hebben voor veel voorkomende ziekten, preventie en langdurige zorg. Veel alledaagse problemen en hun oorzaken worden er niet of nauwelijks onderzocht, terwijl er zeer veel onderzoeksgeld naar de umc’s gaat, aldus de Gezondheidsraad. De umc’s voeren daarmee hoofdzakelijk fundamenteel biomedisch onderzoek en complex medisch-specialistisch onderzoek uit.

Verschil van inzicht

De NFU is het daar niet mee eens. In haar rapport Sustainable health staat dat er in de universitaire centra veel meer aandacht moet, en zal, gaan naar de grote volksgezondheidsthema’s zoals preventie en veroudering en “personalized care”. In het debat stond de vraag centraal of de umc’s inderdaad een andere richting kunnen en zullen inslaan, mede gezien de grote druk op het doen en publiceren van fundamenteel en superspecialistisch onderzoek.  Er waren veel kritische geluiden vanuit de zaal richting de umc’s, ondanks dat Kuipers voorbeelden gaf van extra geld en aandacht in de umc’s voor “gewone” ziekten en grote volksgezondheidsproblemen.

Onderzoeksagenda

Wat opviel is dat er geen landelijke onderzoeksagenda is waar de umc’s, ZonMw en andere onderzoeksfondsen en -organisaties zich op richten. Zo’n landelijke agenda is er ook niet gekomen op grond van de duizenden vragen uit de bevolking die in de Nationale Wetenschaps Agenda zijn verwerkt. In de NWA is  juist veel aandacht gevraagd voor gewone ziekten en grote volksgezondheidsproblemen. Er werd door de zaal stevig gepleit voor zo’n nationale agenda, en voor meer zichtbare inspanningen die de umc’s zeggen te willen doen voor meer aandacht en geld hiervoor.

Het debat eindigde onbeslist, maar de aanwezigen, van wie velen werken in beleid en onderzoek in de sociale geneeskunde, zullen de vinger aan de pols houden. We zijn benieuwd wat de minister met het kritische Gezondheidsraad rapport zal doen. We verwachten dat zij hierover diepgaand zal overleggen met haar ambtgenoot van Onderwijs, onder wie de umc’s en hun onderzoeksgelden vallen.

Auteur: Lode Wigersma

Naar de NVAG-ledenpagina[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]