[vc_row][vc_column width=”1/4″][vc_single_image image=”7600″ img_size=”large”][/vc_column][vc_column width=”3/4″][vc_column_text]Op het congres kun je deelnemen aan een netwerktafel. Je gaat dan een half uur in gesprek met een kleine groep over een van tevoren bepaald onderwerp. Voor deze tafels kun je je direct bij binnenkomst op het congres aanmelden. Let op: het aantal plaatsen is zeer beperkt!

Onderstaand vind je de acht beschikbare onderwerpen.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_tta_accordion active_section=”” collapsible_all=”true”][vc_tta_section title=”1. De geschiedenis van vakmanschap; lessen voor de toekomst” tab_id=”1479479147103-3f265678-088c”][vc_column_text]Moderator: Jan Huurman

De public health c.q. de sociale geneeskunde heeft lang geleden onder een minderwaardigheidscomplex (‘Calimero’). Door onduidelijkheid over de inhoud van het vak en versplintering qua organisatie. In het midden van de jaren ’80 van de vorige eeuw zat onze sector op het dieptepunt, met de opheffing van de ANVSG als treurig ijkmoment. Toenmalig hoogleraar sociale geneeskunde Leenen noemde dat de ‘verkeuteling’ van ons vakgebied. Vanuit dit dal zijn we stapje voor stapje weer omhooggeklauterd: achtereenvolgens kwamen tot stand: de NSP(O)H, de NPHF, de KAMG en het NCVGZ. Onze beroepsgroep is sinds enige jaren ook aangesloten bij de KNMG, met per 1 januari het voorzitterschap van huidig KAMG-voorzitter René Héman als voorlopig hoogtepunt. Dat is allemaal niet vanzelf gebeurd. Het vergde inzicht, netwerkvorming, lobbykracht en een lange adem. Wat er nu functioneert is beter dan wat was, maar nog lang niet voldoende om de inhoudelijke boodschap van Public Health verkondigd en geaccepteerd te krijgen. Op basis van de ervaringen uit het verleden, moeten we op zoek naar nieuwe wegen.

Bij deze netwerktafel gaan we ideeën ontwikkelen voor nieuwe wegen en nieuwe stappen. De basis is een korte schets van de trajecten (met hun problemen) die hebben geleid tot de nu functionerende instituties. Vervolgens een brainstorm om te beoordelen wat op dit moment goed en minder goed functioneert. Tenslotte (aanzetten voor) ideevorming voor nieuwe strategieën of mogelijk nieuwe instituties.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”2. Mogelijkheden van Suïcidepreventie (ook bij vluchtelingen)” tab_id=”1479479147189-f1445348-b36e”][vc_column_text]Moderatoren: Onno Sijperda en Jan Vosters

In Nederland zijn er momenteel vanuit diverse organisaties en disciplines preventieve en voorlichtingsactiviteiten ontwikkeld.  Het uitvoeren van de Child Suïcide Review (CSR) na een geslaagde suïcide kan aanvullende informatie opleveren voor nazorg en preventie. Uit het vluchtelingenwerk is bekend dat er bij deze groep een verhoogde kans op suïcide, suïcidepogingen en zelfbeschadiging is. Iedere twee maanden beneemt een vluchteling zich het leven, wekelijks doet er iemand een poging. Dat is twee maal zoveel als bij allochtonen. Voor preventie dient inactiviteit bestreden en toekomstperspectief geboden te worden. Voor het herkennen van vroegsignalen is meer training van IND personeel en hulpverleners nodig. Na een korte toelichting kunnen we in deze netwerktafel van gedachten wisselen over suïcidepreventie in algemene zin en voor vluchtelingen in het bijzonder. Daarbij is de rol van de sociaalgeneeskundige c.q. Arts M&G een uitgangspunt.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”3. Organisatie- en de bekostigingsmogelijkheden voor de chronische zorg in Nederland” tab_id=”1479479242816-ecba2bd6-5b17″][vc_column_text]Moderator: Karlie van Kuijk

Wereldwijd stijgt het aantal mensen dat aan chronische aandoeningen lijdt. In Nederland wordt dit aantal geschat op 5,3 miljoen (RIVM, 2014). De organisatie, en met name de bekostiging van de zorg voor mensen met veelvoorkomende chronische aandoeningen, is een wereldwijd probleem waar veel actoren binnen de Nederlandse gezondheidszorg zich in deze tijd van schaarste en een verwachte toename van het aantal mensen met een chronische aandoening over buigen. Als stip op de horizon wordt getracht om voor de  chronische zorg de Triple Aim (Berwick, Nolan & Whittington, 2008) na te streven. Dit houdt in: 1. het verbeteren van de gezondheid van de populatie; 2. het verbeteren van de ervaren kwaliteit van zorg; en 3. lagere (of steeds vaker gelijkblijvende) kosten per hoofd van de bevolking. Patiënten met veelvoorkomende chronische aandoeningen, zoals COPD, DM II en (risico op) cardiovasculaire aandoeningen, ontvangen zorg die onderdelen van zowel preventie, eerste-en tweedelijnszorg, acute- en langdurige zorg bevat. (Schrijvers, 2014). Juist deze mensen, die zorg ontvangen uit alle zorgdomeinen, zijn gebaat bij een systeem met multidisciplinaire samenwerking.

Voor de organisatie van de chronische zorg wordt veelal gebruik gemaakt van drie chronische zorgmodellen, het Disease Management Model, het Ketenzorg Model en het Chronic Care Model (Schrijvers 2014). Voor de bekostiging van een chronisch zorgnetwerk zijn verschillende basisbekostigingsmethoden, als zijnde financiële prikkels, toepasbaar. Geen enkele basisbekostigingsmethode blijkt volgens de theorie op zich zelf in staat alle drie de doelen van de Triple Aim te realiseren (Eijkenaar & Schut, 2015). Andere financiële prikkels dienen daarbij te worden toegepast.

Het doel van deze netwerktafel is om met elkaar van gedachten te wisselen over welke organisatievoorwaarden en bijbehorende financiële prikkels bijdragen aan de realisatie van de Triple Aim voor zorgnetwerken voor mensen met veelvoorkomende chronische aandoeningen in Nederland. Welke stappen kunnen we, vanuit de huidige situatie, met elkaar zetten om de stip op de horizon met elkaar te bereiken?

Lees ter voorbereiding: https://www.zorgvisie.nl/ICT/Verdieping/2016/10/Triple-Aim-lastig-voor-chronische-zorg/[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”4. Arts in de public health: Twitterkoning(in)!” tab_id=”1479479245971-be0b4cff-5403″][vc_column_text]Moderator: Henrike ter Horst

Als arts werkzaam in de public health sta je midden in de maatschappij. En die maatschappij verandert nogal. Dus verandert ook jouw werk. Steeds vaker krijg je te maken met cliënten die kritische vragen stellen. Sociale media spelen een belangrijke rol in hun beeldvorming. Ze zoeken en vinden er informatie en spreken elkaar op fora. Vervolgens zitten ze tegenover jou en nemen deze informatie mee in hun gesprek. Hoe ga jij om met cliënten die je bestoken met vragen als: “Mijn vriendin op Facebook zegt dat koemelk echt niet goed is voor je kind en eigenlijk ook niet voor volwassenen?” Ben je zelf als arts actief op sociale media? Ken je Twitter? Wat wil je delen als arts op sociale media (en wat niet)? Wat zijn de voordelen voor jou als arts? En wat zijn de nadelen?

Tijdens deze netwerktafel discussiëren we over het bovenstaande aan de hand van de volgende stellingen:

  • Ik moet actief zijn op sociale media als arts werkzaam in de public health
  • Ik heb sociale media echt niet nodig voor mijn werk
  • Ik word/ben een betere dokter als ik actief ben op sociale media
  • Ik kan mijn vak goed profileren via sociale media

Aan het einde van de discussie ben je je bewust van de voor- en nadelen van je bewegen op sociale media. Je hebt kennis en ervaringen gedeeld en bent hopelijk enthousiast geworden om actief te zijn op sociale media![/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”5. Jeugdarts en Wetenschap” tab_id=”1479479247588-26066745-b2e5″][vc_column_text]Moderator: Silvia van den Heijkant

De wetenschappelijke commissie van de AJN zet zich in om de kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg te verbeteren door het stimuleren van onderzoeksmatige onderbouwing van de JGZ praktijk: Doet de JGZ de juiste dingen? En doet de JGZ die dingen goed? Gezien de diversiteit in de uitvoeringspraktijk is het noodzakelijk dat een klimaat van kritische beschouwing op basis van wetenschappelijke inzichten en kennis een essentieel kenmerk is van alle JGZ-organisaties. We noemen dat de academisering van de JGZ. Een geacademiseerde JGZ is beter in staat om complexe vraagstukken van gemeenten te adresseren en samen met onderzoeks- en kennisinstituten beleidsopties te ontwikkelen die in de lokale context inpasbaar zijn. Jeugdartsen met onderzoekservaring en artsen Maatschappij en Gezondheid zijn opgeleid om de academisering van de JGZ verder te brengen.

Tijdens deze netwerktafel discussiëren we over het bovenstaande aan de hand van de volgende stelling:

“Jeugdartsen en artsen M&G met verworven competenties op het gebied van onderzoek en/of beleid krijgen weinig mogelijkheden om deze competenties in te zetten. Zij worden veelal ingezet t.b.v. spreekuurcontacten, of worden als stafarts/onderzoeker ingezet en werken dan niet langer ‘in de praktijk’.”[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”6. Bereiken en verrijken” tab_id=”1479479248725-b1b8a2d1-d082″][vc_column_text]Moderator: Elwyze Frijns

Vakmanschap is de kunst die kan ontstaan door het niveau van ‘kunstjes doen’ te overstijgen. Een vakman in het kunstenaarsvak begrijpt zijn materialen en instrumenten zodanig, dat hij zijn doek via zijn kwast uit de verf kan laten komen. Analoog hieraan begrijpt een vakman in de public health de mens en diens omgeving zodanig, dat hij bij deze mens via diens omgeving gezondheid tot expressie kan brengen. Steeds op unieke wijze (aangezien ieder mens en iedere omgeving dat is); steeds met soortgelijk beoogd effect: bevordering van het welzijn van de mens.

Bij psychosociaal welzijn blijken problemen echter opmerkelijk stabiel, zowel intrapersoonlijk (over het leven van het individu heen) als intra-generationeel (over generaties heen). De wortels liggen vaak al vroeg in een mensenleven of daarvoor. Om de kans op probleemgedrag later in het leven effectief te verminderen, is interventie nodig vóórdat het gedragspatroon de kans krijgt zich definitief te vormen[1]. Dat lijkt echter zelfs voor vakmensen een ware kunst. De mens en diens problemen bereiken (signaleren en bespreken) is een begin, maar lukt het ook de vervolgstap te nemen naar verrijken van het welzijn: daadwerkelijk doorbreken van ongunstige patronen en veranderen naar nieuwe patronen?

De vraag is in hoeverre we daar als professional in de public health iets in kunnen betekenen. Een vraag die in elk geval de moeite waard is om bij stil te staan. Om met elkaar de instrumenten van ons vakmanschap onder de loep te nemen en te verkennen: op welke wijzen kunnen we ze hanteren, om het beoogde effect van psychosociale welzijnsbevordering te bereiken?

Doelen:

  • Verhelderen van de invloedssfeer en rol die we als professionals in de public health voor ogen hebben op gebied van patroonontwikkeling bij psychosociale problemen.
  • Verrijken van ons inzicht in de kracht van onze instrumenten; inspiratie opdoen in de wijze van toepassing met betrekking tot het bevorderen van psychosociaal welzijn

Stellingen

  • Als professional in de public health hebben we mogelijkheden intragenerationele gedragspatronen te (helpen) doorbreken
  • Om de psychosociale gezondheid bij kinderen te bevorderen, is het essentieel ouders met problemen op dit gebied te bereiken én verrijken
  • Bespreekbaar maken van het fenomeen ‘intragenerationele stabiliteit’ van psychosociale problemen kan een kans zijn om dergelijke patronen te doorbreken. De professional public health draagt de verantwoordelijkheid deze kans te verkennen en benutten.

[1] https://www.ncj.nl/richtlijnen/jgzrichtlijnenwebsite/details-richtlijn/?richtlijn=16&rlpag=724
 Zie paragraaf ‘belang van vroegsignaleren’[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”7. Werken als arts binnen een ambtelijke organisatie: kansen en uitdagingen” tab_id=”1479479249927-597d5a84-bc0e”][vc_column_text]Moderator: Anita Kraak 

Een relatief grote groep artsen M&G werkt binnen ambtelijke organisaties. Beleid binnen deze organisaties wordt sterk bepaald door landelijke en lokale politiek. Inhoudelijke argumenten van artsen spelen slechts een bescheiden rol in de uiteindelijke besluitvorming.

Aan deze netwerktafel gaan we met elkaar in gesprek. Niet om te ‘zeuren over onze bazen’, maar om te onderzoeken hoe wij als beroepsgroep, binnen onze eigen organisaties en daarbuiten meer invloed kunnen genereren. We wisselen ‘best practices’ met elkaar uit en komen tot een lijst met do’s en don’t als het gaat over vakmanschap en leiderschap.[/vc_column_text][/vc_tta_section][vc_tta_section title=”8. Arts M&G; generalist of specialist?” tab_id=”1479482315890-bc039861-f24b”][vc_column_text]Stelling: Voor hoogwaardig vakmanschap in de publieke gezondheid zijn specialisatie en praktische ervaring in de individuele medische zorg onontbeerlijk!

Meer informatie volgt.[/vc_column_text][/vc_tta_section][/vc_tta_accordion][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_btn title=”Meer informatie en aanmelden” size=”lg” link=”url:%2Fcongres|||”][/vc_column][/vc_row]