/, Nieuws, Wet BIG/FAQ – Evaluatie Individueel Functioneren

FAQ – Evaluatie Individueel Functioneren

6 maart 2018

Naarmate de ontwikkeling van Evaluatie Individueel Functioneren (EIF) vordert, kunnen vragen steeds concreter worden beantwoord. Onderstaand vind je de meest recente versie ‘veelgestelde vragen’ over EIF.

1. Wordt een ‘ik zou graag willen’ niet een ‘heilig moeten’ gezien de vormgeving – lees POP?

KAMG, NVVG en GAV doen hun uiterste best om te voorkomen dat EIF een bureaucratisch monster wordt. Het CGS heeft wel bepaald dat je als arts moet deelnemen aan regelmatige evaluatie van individueel functioneren en evaluatie van groepsfunctioneren. Om dit inzichtelijk te maken moeten deze inspanningen natuurlijk schriftelijk worden vastgelegd. Er wordt een aantal instrumenten aangeboden om het eigen functioneren te kunnen evalueren. De feedback aan de hand van deze instrumenten, een beschouwing hierover resulteren in een plan van aanpak. Dit komt in het Persoonlijk Ontwikkel Plan (POP). Met het POP kan je gericht werken aan verbeteracties die uit de evaluatie voortkomen.

2. Worden er door de stuurgroep nog minimum eisen van/voor het POP geformuleerd?

De methodiek van EIF sluit aan bij de onderwijskundige principes die ook in de landelijke opleidingsplannen (LOP) voor de sociaalgeneeskundige specialismen worden gebruikt. Er is een aantal evaluatie-instrumenten ontwikkeld om het eigen functioneren te kunnen evalueren. Deze instrumenten zijn bewerkingen van instrumenten uit het Toetsboek behorend bij een LOP. Feedback aan de hand van deze evaluatie-instrumenten, een beschouwing hierover resulterend in een plan van aanpak en wat is bereikt met de uitvoering van dit plan worden in het POP genoteerd. Een duidelijke omschrijving van de methodiek die zal worden gebruikt wordt in 2018 beschikbaar gesteld.

3. Hoe betrek ik mijn leidinggevende bij mijn POP? Deel ik het hele portfolio met hem/haar?

Vanuit de Wetenschappelijke Vereniging wordt het delen van het POP met een leidinggevende afgeraden. Men zou hierover geen afspraken moeten maken met de werkgever. Elementen van het POP kunnen gebruikt worden om de eigen kwaliteit te verbeteren. Het is aan de individuele arts om te besluiten met wie dit wordt besproken, men is zelf beheerder. Bij het opstellen van het POP wordt gewerkt met een gespreksleider/visitator. Dat zal één maal per vijf jaar plaatsvinden. Het POP wordt niet gebruikt in de HRM cyclus.

4. Wie neemt de rol van opleider/coach op zich bij het POP van een geneeskundig specialist?

Een geregistreerd sociaal geneeskundige wordt voldoende competent geacht om kritisch te kunnen reflecteren op het eigen functioneren. Een opleider of coach is daarom niet vereist. Het opgestelde POP bespreek je in een evaluatiegesprek met een daartoe getrainde visitator. De visitator is onafhankelijk in de uitvoering van het evaluatiegesprek. Na goedkeuring van je POP door de visitator verricht je jaarlijks een zelfevaluatie en dit leg je vast in je POP. Omdat EIF wordt besproken in de groep waarin ook intercollegiale toetsing plaatsvindt kunnen de groepsleden, als je dat wilt, ook helpen met reflectie/feedback op je POP.

5. Als sociaal geneeskundige wil ik niet alleen ‘beoordeeld’ worden op functioneren in de arts/cliënt- relatie maar ook op mijn functioneren/invloed op het niveau van groepen in de bevolking. Wordt daar over nagedacht?

Met bijvoorbeeld een multisource feedback instrument kan een sociaal geneeskundige evalueren wat de groep voor wie hij direct werkt van zijn functioneren vindt. Zo kan een arts M&G die bezig is met een beleidsopdracht een multisource feeback vragen aan de stakeholders. Wordt uitsluitend met hele grote populaties gewerkt met wie geen persoonlijk contact plaatsvindt dan biedt EIF daar geen mogelijkheden voor.

6. Herregistratie-eis ICT = 75% geregistreerd. Wij laten nu ook aios participeren en achten dat zinvol. Echter, verdeling aios/geregistreerd neigt naar < 75%. Hoe gaan we hiermee om? Eisen aan te passen t.a.v. collega’s in opleiding?

De EIF-werkgroep ICT 2.0 onder leiding van Mariëlle Jambroes formuleert momenteel de randvoorwaarden voor de ICT nieuwe stijl waarin ook EIF een plaats krijgt. Deze vraag wordt door haar werkgroep meegenomen. Zodra hierover in de toekomst meer bekend wordt, zal dit worden gecommuniceerd. Naar verwachting zal er in de loop van 2018 meer duidelijkheid gegeven kunnen worden.

7. Het besluit Herregistratie specialisten zegt dat de arts zich bij het EIF en evaluatie externe kwaliteitseis moet laten bijstaan door een deskundig aantoonbaar opgeleid persoon (visitator). Hoe staat het met de opleiding of aanstelling van deze visitatoren die naar ik aanneem door de beroepsvereniging ook geaccrediteerd dienen te worden?

De stuurgroep die bezig is met het invoeren van EIF heeft gepland om in het eerste trimester van 2018 het profiel van de visitatoren vast te stellen en aan te geven waaruit hun opleiding gaat bestaan. Vanaf mei 2018 worden de visitatoren geworven en geselecteerd. Vanaf oktober 2018 start hun opleiding.

8. Kunnen de ICT-groepen al accreditatie aanvragen bij KAMG of is dit niet aan de orde?

De EIF-werkgroep ICT 2.0, onder leiding van Mariëlle Jambroes, formuleert momenteel de randvoorwaarden voor de ICT nieuwe stijl waarin ook EIF een plaats krijgt. Deze randvoorwaarden zijn onderdeel waarop de wetenschappelijke vereniging kan toetsen en daarmee ook accreditatie kan verlenen aan de ICT-groepen. Dit is een eis vanuit de RGS. Op dit moment is accreditatie nog niet mogelijk. Dit traject is in ontwikkeling en naar verwachting kan er in de loop van 2018 meer duidelijkheid worden gegeven.

9. Hoe krijg je goed zicht op blinde vlekken als zelfstandig werkende ‘eenpitter’? Anders dan overleg met collega’s.

Je gaat je bezig houden met het evalueren van je eigen functioneren en evaluatie van groepsfunctioneren binnen een ICT-groep. Om input te krijgen over je individueel functioneren is straks een aantal instrumenten beschikbaar waaronder een multisource feedback tool. De resultaten van de metingen met deze instrumenten ga je bespreken met je collega’s. Voor evaluatie groepsfunctioneren zal een checklist en/of vragenlijst worden ontwikkeld.

Bron: www.nvvg.nl