/Conflict van plichten

Conflict van plichten

26 januari 2018
Wat weegt het zwaarst

Als arts heb je te maken met opdrachtgevers en financiers. En hun belangen stroken niet altijd met die van jou en je patiënt. Klinisch specialisten en huisartsen hebben regelmatig last van het restrictieve beleid van de zorgverzekeraars. Bedrijfsartsen en verzekeringsartsen worden soms gemangeld tussen bedrijfsbelangen en patiëntenbelangen. Psychiaters zijn het beleid van hun instellingen vaak helemaal zat. En ook binnen mijn vakgebied – dat van arts M&G – zie je in toenemende mate stevige discussies over het beleid in en rond de spreekkamer tussen gemeenten enerzijds en (jeugd-)artsen anderzijds.

Als een arts rechtstreeks verwijst naar de ggz of de jeugdhulp heeft de gemeente daar minder zicht en invloed op dan wanneer dit via het jeugdteam gebeurt. Het jeugdteam werkt via de regels, systemen en beperkingen van de gemeente, maar artsen hebben een eigen medisch dossier, eigen richtlijnen én een beroepsgeheim. Voor gemeenten niet altijd makkelijk.

In veel gemeenten zie je dan ook dat men steeds meer probeert grip te krijgen op de artsen die verwijzen naar de jeugdzorg en jeugd-ggz. Verwijsregels en formulieren rijzen de pan uit. Natuurlijk wil een gemeente goede zorg voor haar burgers, maar het ambtelijke denkkader is toch ook erg gericht op controle, beheersing, fraudebestrijding en een sluitende begroting. En dit botst regelmatig met het medische denkkader. Want hoe moet een gemeente controleren of het allemaal klopt als ze niet alles mag weten? Iedere ambtenaar is verplicht om fraude te melden. Dus waarom menen artsen – die soms tevens ambtenaar zijn – dat zij dat niet hoeven te doen? Dat niet alleen medische bevindingen maar ook wietplantages en uitkeringsfraude vallen onder hun beroepsgeheim? Dat zij geen generalistische eigen-kracht-keukentafelgesprekken hoeven te voeren of eindeloze formulieren hoeven in te vullen? Dat zij de wachtlijsten in het jeugdteam kunnen omzeilen? En depressieve suïcidale jongeren rechtstreeks naar de psychiater kunnen verwijzen? Wie is er nu eigenlijk de baas?

In nogal wat gemeenten levert dit dan ook flinke discussies op. Sommige gemeenten dragen artsen op om in plaats van een verwijzing in alle gevallen een ‘perspectiefplan’ te maken, dat goedgekeurd moet worden door een jeugdprofessional. Als het probleem en de verwijsroute helder zijn, draagt deze werkwijze niet bij aan efficiënte zorg. Soms is hij zelfs ronduit schadelijk, zoals in het geval van de eerder genoemde depressieve suïcidale jongere. Als huisarts kun je de verordeningen van de gemeenten nog wel naast je neerleggen, maar als jeugdarts is dat lastiger. Jeugdartsen moeten dan soms kiezen tussen een conflict met hun instelling/gemeente en een conflict met hun beroepscode en -regels. Tussen een eventuele berisping als ambtenaar of een berisping door het medisch tuchtcollege.

Gelukkig hebben wij allemaal de eed van Hippocrates afgelegd. En weten we heel goed wat het zwaarst weegt. Uiteindelijk telt er maar één belang: dat van de patiënt. Dokters laten zich niet knechten, ook niet als ze ambtenaar zijn. ‘Alleen een vrij mens kan een goed geneesheer (– of -vrouw) zijn.’¹ Nu alleen nog even de 380 gemeenten van Nederland hiervan overtuigen. Komt goed. 2018 is pas net begonnen!

Elise Buiting, arts M&G, voorzitter KAMG

1 ‘Alleen een vrij mens kan een goed geneesheer zijn’ [Gedenkpenning Medisch Contact 1946]. Tekst op het standbeeld van de KNMG. Domus Medica in Utrecht. Motto van ‘Vrienden van Medisch contact’.