/De gemeentearts

De gemeentearts

30 juli 2015

Regelmatig spreek ik gemeentebestuurders en eigenlijk komen dan altijd wel veiligheid en de drie decentralisaties binnen het sociale domein aan de orde. Zo ontmoette ik onlangs een burgemeester in het noordoosten van het land die zei: ‘Op gebied van veiligheid, de portefeuille van de burgemeester, willen we crisissituaties graag voorkomen. We hebben burgers die een gevaar kunnen vormen voor de openbare veiligheid graag vroegtijdig in beeld. Crisissituaties kunnen bijvoorbeeld gaan over iemand met psychiatrische of verslavingsproblemen of een gezin dat vanwege een huurschuld uit huis gezet gaat worden. Samenbundeling van gemeentelijke hulpverlening met huisarts en andere zorgverleners maakt het mogelijk om zo’n cliënt en zijn gezin eerder in beeld te krijgen en oplossingen te zoeken voordat een crisis ontstaat. Het is echter niet eenvoudig om met zorgverleners tot een uitwisseling van informatie te komen. De privacyregelgeving is een grote belemmering en deze moet voor crisissituaties dan maar aangepast worden’, stelde deze burgemeester.

Ik denk dat het aanpassen van het beroepsgeheim niet de weg is en zeker geen oplossing zal bieden. Het werkt eerder als een boemerang, want een heel grote groep burgers zal het gebrek aan vertrouwelijkheid bij consulten met een arts als een belemmering ervaren om in bepaalde gevallen medische hulp te zoeken.

Mijn reactie is een eyeopener voor de burgemeester: “Kan een ‘gemeentearts’ dit probleem niet oplossen?”

Een arts in dienst van de gemeente, die burgemeester en wethouders adviseert, met collega’s overlegt over medisch-maatschappelijke problemen. Die als vertrouwenspersoon op reguliere basis contact heeft met zijn collega’s.

Verbijsterend is het om vervolgens te constateren dat de burgemeester beschikt over ‘gemeenteartsen’ maar zich dit niet realiseert. Namelijk de collega’s werkzaam bij de GGD die als arts maatschappij & gezondheid zijn opgeleid om de gemeentebestuurders te adviseren op hun expertisegebied zoals infectieziekten, milieukunde et cetera. Ik vind het onbegrijpelijk dat veel gemeentebestuurders deze expertise niet op het netvlies hebben.

Als we ons realiseren dat gemeenten bezig zijn aan een grote operatie als de decentralisaties, waarbij forse bedragen worden toegevoegd aan gemeentelijke begrotingen maar waar dus ook forse verplichtingen tegenover staan: de uitgavenverplichtingen die horen bij de nieuwe taak. Veel van deze nieuwe taken kunnen alleen goed worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met huisartsen en andere zorgverleners. Cruciaal is goede onderlinge communicatie. Is het dan niet logisch dat alle aanwezige expertise wordt benut? En dat er actief wordt gebruikgemaakt van de kennis van de beschikbare artsen in de publieke gezondheid? Waarom wordt de GGD dan in veel gevallen niet ingeschakeld bij deze nieuwe ontwikkelingen? Waarom wordt een GGD-arts of de eigen medisch adviseur, de arts maatschappij & gezondheid hier dan zo weinig bij betrokken?

Er is voor de artsen maatschappij & gezondheid en de GGD’en nog veel leuk werk aan de winkel!

René HémanRené Héman, voorzitter KAMG