/Meer samenwerken, andere zorg?

Meer samenwerken, andere zorg?

13 mei 2015

Ter voorbereiding op mijn column heb ik de stukken van mijn collega-voorzitters nog eens gelezen. Ik zie een opvallende eenstemmigheid. De huidige begrippen van ziekte en zorg voldoen niet meer. We kunnen er als professionals niet mee uit de voeten. Onze patiënten/cliënten overigens ook niet. De commissie-Kaljouw doet met haar rapport een duit in het zakje door de contouren van het zorglandschap in 2030 te schetsen.

Voorzorg

De patiënt wordt cliënt: dankzij ict-ontwikkelingen voert hij zelf regie over zijn gezondheid en monitort hij zelf zijn chronische ziekten. Deze cliënt zoekt voor diagnostiek en herstel zijn behandeling in laagcomplexe of hoogcomplexe zorgcentra. Zorgarrangementen vanuit gemeenschapszorg vervullen daarbij een ondersteunende en begeleidende rol. Het begrip voorzorg wordt omschreven als ‘het voorkomen van de zorgvraag’. Voorzorg wordt in alle segmenten van zorg gepositioneerd.

Een patiënt als optelsom van al dan niet te repareren ziekten wordt een cliënt die gezond wil blijven functioneren in zijn leven. Dat vraagt van de gezondheidszorg een brede en integrale benadering. En van ons, dokters, meer samenwerking met elkaar en met andere professionals. Het grootste deel van deze zorg zal dichtbij, lokaal of regionaal voor de cliënt beschikbaar en bereikbaar moeten zijn. Ik definieer deze gemeenschapszorg, voorzorg en laagcomplexe zorg samen als primaire of basale zorg. In mijn ogen heeft de overheid daarvoor een belangrijke verantwoordelijkheid.

Zelfregie met vangnet

Maar niet iedereen is voldoende in staat om volledig de eigen regie te voeren. Daarom moeten we een vangnet organiseren. Hierbij is de inzet van professionals in voorzorg en gemeenschapszorg cruciaal. Een integraal zorgsysteem, zoals de commissie-Kaljouw beschrijft, moet een andere financiering krijgen om te kunnen functioneren. Zelfregie, ondersteund met mantelzorg, maar ook integrale professionele benadering van de patiënt staan centraal. Hoe je dit moet vertalen naar premies en aanspraken is lastig. Een evolutionaire verandering lijkt me hier eerder op zijn plaats dan een revolutionaire.

De ontwikkelingen die momenteel plaatsvinden binnen het regionale veld van zorg en welzijn, laten als eerste zien wat dat betekent. De ontwikkelingen binnen de jeugdzorg, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Participatiewet geven een clustering van verantwoordelijkheden en financiering op regionaal of gemeentelijk niveau. Het einddoel is dat burgers op eigen kracht en verantwoordelijkheid gaan participeren in de samenleving. Lijkt dit einddoel overigens niet erg op de uitgangspunten die de commissie-Kaljouw definieert?

Financiering

Als een vorm van financiering stel ik me een regionale financiering van deze basale zorg voor via de (centrum)gemeenten of terug naar regionale zorg- en welzijnsfondsen. Hierbij kan dan regionaal en integraal regie worden gevoerd. Dit sluit onder andere goed aan bij de ingezette transities in de zorg. De financiering via de gemeenten laten lopen, lijkt niet ideaal. Echter, er ontstaat wel een lokaal aanspreekpunt, dichtbij de burger en zorgprofessional. Hier moeten wel waarborgen voor worden ingebouwd. De zorgverzekeraar kan zich dan richten op de hoogcomplexe zorg. Zij hebben hierin al enige expertise opgebouwd. Wellicht kunnen we dan makkelijker toegroeien naar een toekomstbestendige regionale gezondheidzorg.

René Héman, voorzitter KAMG

Medisch Contact, Federatienieuws
Publicatie Nr. 20 – 13 mei 2015
Jaargang 2015