/Verward

Verward

4 november 2016

Ik werd geprikkeld door een artikel dat ik eind september las, waarin de ministers Schippers en Van der Steur aankondigden dat onder leiding van Onno Hoes een ‘schakelteam verwarde personen’ wordt ingesteld. Dit team moet ervoor zorgen dat de gemeenten en regio’s gaan beschikken over een goed sluitende aanpak voor de ondersteuning van mensen met verward gedrag binnen onze maatschappij. Hiervoor moeten gemeenten en professionals goede afspraken maken.

Sinds de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg neemt het aantal incidenten met verwarde mensen toe. Volgens een onderzoek van KRO/NCRV kwamen er in 2015 65.000 meldingen binnen bij de politie. Dit is een stijging van 65 procent ten opzichte van 2010. Het is alarmerend dat deze groep van kwetsbare mensen die tussen de wal en het schip vallen en meestal zorg mijdend zijn, snel groeit.

Twee bouwstenen van de genoemde aanpak van negen bouwstenen trokken mijn aandacht.

De bouwsteen ‘preventie & levensstructuur’ gaat uit van de gedachte dat werk of een andere zinvolle dagbesteding zin geeft aan het leven en daarmee een preventieve werking heeft. Het effect van werk is, volgens psychiater Ladan, niet alleen dat het maatschappelijke voldoening geeft, maar ook verbindt met de werkelijkheid. Werk heeft een genezend effect. In de bedrijfsgeneeskunde wordt dit overigens al langere tijd betoogd.

De bouwsteen ‘vroegtijdige signalering’ wordt uitgevoerd onder andere door OGGZ-verpleegkundigen van de GGD (OGGZ: openbare geestelijke gezondheidszorg, red.). Deze ‘bemoeizorg’ is een klassieke GGD-taak. Deze opereren op het snijvlak van zorg, openbare orde en veiligheid. Zij zoeken proactief contact met mensen op basis van signalen van de politie, woningbouwverenigingen, wijkteams of andere zorgprofessionals. In deze fase is het van belang om een goede analyse te maken van de complexe problematiek, waarbij met name naar de sociale context wordt gekeken. Ik miste in deze bouwsteen echter de zo noodzakelijke analyse van en verbinding met medische aspecten.

De forensisch arts kan sociaal-medische expertise inbrengen in analyse. Hij ziet de groep van verwarde mensen immers regelmatig in zijn diensten. Daarbij legt de forensisch arts snel contacten met het medische domein (huisartsen, straatdokters, etc.), het veiligheidsdomein en het sociale domein (gemeenten). Het leggen van deze verbindingen is een uitdaging voor de forensisch arts.

Momenteel hebben veel GGD’en geen betrokkenheid meer met de forensische zorg. Duidelijk is dat het probleem toeneemt, duidelijk is ook dat de gemeenten hiervoor verantwoordelijk zijn, maar zij zijn er zich niet altijd van bewust welke deskundigheid nodig is om deze zorg goed uit te voeren.

In een ander artikel in dit blad beschrijft de voorzitter van het Forensisch Medisch Genootschap hoe de beroepsgroep bezig is met een kwaliteitsverbetering van hun vakgebied. Deze professionaliseringsslag is een goed initiatief! Ik hoop alleen dat ze de competenties van de forensische dokter ook blijven ontwikkelen. Alleen dan wordt de forensisch arts betrokken bij de zorg voor de kwetsbare groep van verwarde mensen.

Dit is mijn laatste column als voorzitter van KAMG. Ik dank mijn lezers en respondenten. Ik blijf de KAMG volgen na mijn aftreden als voorzitter; ik ben tenslotte een arts maatschappij en gezondheid.

René Héman, voorzitter KAMG