/Werkgevers en opleiden

Werkgevers en opleiden

3 april 2018
Forensische geneeskunde

Column MC maart 2018

Mijn hele carrière heb ik het voorrecht gehad in loondienst te mogen werken. Oké, heel rijk ben ik er niet van geworden, maar dat was ook nooit mijn ambitie. 

Maar ik had wel altijd werkgevers die dachten aan mijn pensioen, vakantiedagen en ingewikkelde fiscale regels. Die zorgden voor fatsoenlijke werkruimte en min of meer werkende ICT en die onderhandelden met financiers. Natuurlijk lever je wat autonomie in, maar in het algemeen heeft het loondienstverband me gevrijwaard van allerlei sores en me daarnaast de mogelijkheid geboden om te werken als arts M&G in afwisselende banen in de publieke gezondheidszorg.

Tot zover hulde aan de werkgevers. Maar er zitten een paar addertjes onder het gras. Eén betreft het opleiden van personeel. De sector waar ik werk, heeft op dit gebied een serieus punt van aandacht. Goed opgeleid personeel is erg prettig om te hebben en levert kwaliteit. Het opleiden van personeel is echter duur en drukt zwaar op de arbeidsproductiviteit. In mijn optiek mag dan ook geen enkele werkgever in de verleiding komen om het opleiden van personeel uit te stellen of te beperken. Maar er lijkt altijd wel iets belangrijkers waar het geld naar toe moet: een nieuw project, een nieuwe manager, of juist een zelfsturende teamcoach, of gewoon om het jaarlijkse gat in de begroting te dichten.

Jaren geleden waren er grote problemen bij het opleiden van klinisch specialisten. Vervolgens heeft VWS het geld voor de specialistenopleidingen gekort op de ziekenhuisbudgetten en ervoor gezorgd dat er een mooi systeem ontstond van ramingen door het Capaciteitsorgaan en het vaststellen van het aantal gesubsidieerde opleidingsplaatsen door de minister. Daardoor hebben we nu – als de ramingen tenminste kloppen – ongeveer het aantal klinisch specialisten dat we nodig hebben. Ook bij de huisartsen is een en ander helder geregeld. Maar hoe anders is het in mijn sector, de sociale geneeskunde.

‘Goed opgeleid personeel levert kwaliteit’

Er is daar veel ellende ontstaan. Ik kan me niet heugen dat er de afgelopen 5 jaar één forensisch arts is opgeleid. De gemiddelde leeftijd van deze groep artsen ligt inmiddels rond de 60 jaar en als er niet heel snel iets gebeurt, dan sterft dit vak uit en is er niemand meer over die fatsoenlijk de doodsoorzaak ervan kan vaststellen. Er zijn jaren geweest dat het Capaciteitsorgaan berekende dat er 160 nieuwe bedrijfsartsen nodig waren om de uitstroom op te vangen. Werkgevers stuurden er zes in opleiding. Voor vertrouwensartsen is er niet eens een opleiding, behalve dan enkele eisen vanuit de beroepsvereniging die soms wel, soms niet door werkgevers worden gesteund.

Gelukkig is het niet overal kommer en kwel. Bij jeugdartsen, tuberculoseartsen, medisch milieukundigen en artsen infectieziektenbestrijding gaat het iets beter. Waarom? Subsidie van VWS. Helaas nog geen centrale planning en organisatie, maar die komt gelukkig wel, in januari 2019.

Het lijkt me hoog tijd dat we met z’n allen eindelijk de lessen leren die zo overduidelijk zijn; laat het opleiden van personeel niet over aan werkgevers en de markt. Zij hebben nu eenmaal andere prioriteiten. Dus overheid, neem je verantwoordelijkheid en zorg ervoor dat ook alle ‘overheids’-artsen – zoals wij in Medisch Contact werden genoemd – fatsoenlijk en volledig worden opgeleid. Hoe dat moet? Dat weten we allang. Gewoon, net zoals bij de klinisch specialisten en de huisartsen, centraal gestuurd en gefinancierd.

Elise Buiting (arts M&G, voorzitter KAMG)

Bron: www.medischcontact.nl