/, Opleiding/Taskforce: lijkschouwing in Nederland kan beter (Skipr)

Taskforce: lijkschouwing in Nederland kan beter (Skipr)

20 februari 2018
Forensische geneeskunde

Lijkschouwingen in Nederland kunnen veel beter. De opleiding van forensisch artsen lijken nu nog tekort te schieten, maar er moet ook meer duidelijkheid komen over hun bevoegdheden en de informatievoorziening moet verbeterd. Dat vraagt investeringen. Dat zijn enkele conclusies uit het rapport van de Taskforce lijkschouw en gerechtelijke sectie, dat minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, mede namens het ministerie van VWS.

Strafbare feiten

Het grootste probleem is dat forensisch artsen soms niet genoeg kennis hebben om alert te zijn op aanwijzingen voor niet-natuurlijk overlijden. Mogelijk kunnen daardoor strafbare feiten worden gemist. Als iemand niet door ziekte of ouderdom overlijdt, dan moet een forensisch arts de doodsoorzaak onderzoeken. Dat kan bijvoorbeeld na een ongeluk, verdrinking of zelfmoord. Als er sprake is van niet natuurlijk overlijden, moet de officier van justitie beslissen over de vervolgstappen.

Uit het onderzoek van de taskorce lijkschouwing blijkt dat lang niet altijd een schouwarts wordt ingeschakeld, of dat de forensisch arts wel in actie komt na een melding. De taskforce heeft niet daadwerkelijk kunnen aantonen dat hierdoor strafbare feiten zijn gemist, maar acht dit wel goed mogelijk.

Verbeterpunten

Het systeem werkt goed, maar er zijn verbeterpunten, vindt het onderzoeksteam. Die liggen vooral op het gebied van opleiding. Die was lange tijd een veredelde cursus, zo stellen betrokkenen bij RTL Nieuws. Een nieuwe opleiding wordt inmiddels opgezet.

Daarnaast moet het toezicht op de lijkschouw worden geregeld. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Hetzelfde geldt voor de bevoegdheden van de forensisch arts. Zo mag die nu nog geen bloed of urine afnemen, bijvoorbeeld om vergiftiging te onderzoeken. Tot slot moet worden voorkomen dat er een tekort aan lijkschouwers ontstaat. Volgens gegevens van het NIVEL zijn er nu 242 forensisch artsen werkzaam bij 26 organisaties, voor 0,35 FTE per persoon. Dus in totaal 85 FTE. Naar verwachting zal dit de komende jaren flink afnemen. Volgens de taskforce zal geïnvesteerd moeten worden om het beroep aantrekkelijk te maken.

Bron: www.skipr.nl