Samen voor publieke gezondheid

Wat doet KAMG?

KAMG maakt zich sterk voor artsen Maatschappij + Gezondheid. Professionals die met een 360° blik kijken naar de gezondheid van groepen in ons land. Preventie is ons uitgangspunt. Wij signaleren belangrijke risico’s en uitdagingen in relatie tot gezondheid en volksgezondheid die vaak een gezamenlijke, bredere maatschappelijke benadering en aanpak vragen.

Ontdek meer over ons

Wat doet
KAMG?

Arts M+G, iets voor jou?

Als arts Maatschappij + Gezondheid zorg je niet voor één, maar voor iedereen. Je maakt je sterk voor de publieke gezondheid en staat middenin de maatschappij. Heb jij het in je?

Word ambassadeur!

Wij zoeken ambassadeurs voor de publieke gezondheid, die (aankomend) artsen willen laten kennismaken met het vakgebied en het specialisme arts Maatschappij + Gezondheid door in de praktijk een dag(deel) mee te lopen.

Meld je aan

Nieuws

Alette Brunet de Rochebrune

Arts M+G en praktijkopleider Alette Brunet de Rochebrune: ‘Ons vak staat nooit stil’

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen M+G vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Alette Brunet de Rochebrune. 

Over Alette Brunet de Rochebrune

Functie: Adviserend Geneeskundige
Arts M+G sinds: 2002, ik werk al sinds 1994 als sociaal geneeskundige
Praktijkopleider sinds: 2014
Tot dusver begeleid: 5 aios

Wat is uw motivatie om praktijkopleider te zijn?

Alette Brunet de Rochebrune: “Opleiden vormt een rode draad in mijn leven. Ik ben in 1997 gestart met de opleiding algemene gezondheidszorg (AGZ). Daarna ben ik in de opleidingscommissie van de VAGZ gegaan om een bijdrage te kunnen leveren aan het verbeteren van het curriculum. Tot twee jaar geleden zat ik ook in het KAMG Concilium dat zich daarmee bezighoudt. Dus het thema ‘opleiding’ heeft me eigenlijk nooit losgelaten, en rond 2014 ben ik praktijkopleider geworden. Als je kwaliteit belangrijk vindt, is het ook zaak daar zelf zoveel mogelijk aan bij te dragen.”

Waar zit voor u de aantrekkingskracht in?

“Arts-zijn is een leven lang leren, en dat geldt zeker voor de arts M+G. Ons vak staat nooit stil. Ik houd ervan mezelf te ontwikkelen. Ik houd ook van de uitdaging anderen enthousiast maken voor hun werk. Zij zijn immers aan de opleiding begonnen; waarom willen ze dit, wat willen ze leren? Daar gaat het om; de passie, de ‘sparkle’ bij iemand naar boven halen. Het is een mooie ervaring dat je een aios in de loop der jaren ziet groeien. Zien dat iemand wetenschappelijk echt zaken voor elkaar krijgt. Dat je daar een rol in hebt kunnen spelen, is echt bijzonder. Het geeft voldoening om daar de katalysator van te zijn.”

Waarover beschikt een goede praktijkopleider?

“Het belangrijkst zijn coachende kwaliteiten. De aios heeft immers al een opleiding achter de rug, heeft kennis en ervaring. Hij of zij kan goed zelf zijn eigen opleiding vormgeven. Het is behoorlijk zwaar, ze doen dit gedurende vier jaar naast hun gewone werk. Als praktijkopleider geef ik een breder perspectief. Ik probeer iemand uit te dagen het beste uit zichzelf te halen door vragen te stellen, te prikkelen, zelf dingen uit te laten zoeken. Ik leg ook de link met de praktijk, zodat iemand het geleerde steeds kan toepassen.

In het vak van adviserend geneeskundige bij een zorgverzekeraar verbind je het medische met het juridische. Je geeft advies over of en hoe iemand aanspraak kan maken op zorg. Jij moet de voorwaarden vormgeven, er moeten afspraken over worden gemaakt. Dat is een vak op zich. Je bent geen behandelaar, maar arts M+G. Je houdt je bezig met inkoopbeleid, beoordelingsbeleid, organisatie, juridische zaken en je houdt tegelijk vooral het medische aspect in de gaten. Het gaat om de individuele verzekerde, maar ook om groepen. Het speelveld is zo divers, je moet op een hoog abstractieniveau kunnen denken. Als praktijkopleider leer je de aios kijken met een helikopterblik.”

Lees ook:
5 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Joan Onnink

Is het leerzaam, een aios begeleiden?

“Jazeker, je hebt een andere arts tegenover je. Het is een soort intervisie; alle zaken waarmee zij komen, kunnen voor mij ook nieuw zijn. Ik ben nieuwsgierig, misschien is dat ook wel een vereiste om dit te doen. Ik ben geïnteresseerd in hoe anderen problemen oplossen. Daar word je zelf ook rijker van.”

Wat leer je toekomstige artsen M+G?

“Er zit een aantal wetmatigheden in, maar het gaat vooral om attitude. Je bent geen behandelaar maar hebt wel een rol in de zorg. Hoe breng je die over? Voornamelijk door de vragen die je stelt. Ik vind ook dat je moet weten waar je voor staat en wat je vak is. Dat laat ik tussen de regels door ook zien. Want als je jezelf niet serieus neemt, hoe kan een ander dat dan doen? Ik sta ergens voor, voor goede gezondheidszorg. Daar werk ik aan. Die overtuiging moet er zijn.”

De vraag uit het interview met collega-praktijkopleider Elise Buiting: ‘Wat maakt jouw vak een echt arts M+G vak?’

“Dat zit hem in de diversiteit van de zaken waar ik me mee bemoei. Het is een vak waarin je bruggen moet bouwen. Ik moet ervoor zorgen dat mijn collega’s in het veld hun werk kunnen doen, ziekenhuisartsen, aiossen, GGD-artsen, verpleeghuisartsen; dat zij kunnen doen waarvoor zij opgeleid zijn, namelijk goede zorg verlenen. Daarvoor schep ik de juiste voorwaarden. Bij een goed medisch inhoudelijk advies kunnen beleidsmakers daar niet tegen zijn. Ik sta ervoor dat dingen verbeterd kunnen worden vanuit de medische inhoud. Dat is het belangrijkste, de medische inhoud staat bovenaan. Zodra het fout gaat met de gezondheidszorg, wil ik me er tegenaan bemoeien. Vaak heeft het te maken met de organisatie of dat mensen aanspraak kunnen maken op goede zorg als dat nodig is en dat vind ik belangrijk. Dát is precies waar het om draait bij de arts M+G.”

Het volgende interview is met collega-praktijkopleider Marthein Gaasbeek Janzen. Wat zou je hem willen vragen?

“Mijn vraag aan Marthein Gaasbeek-Janzen: hoe zie jij de toekomst van de arts M+G?”

Net als Alette Brunet de Rochebrune praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Arts M+G en praktijkopleider Elise Buiting: ‘Het vak is breed en energiek’

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Elise Buiting.

Over Elise Buiting

Functie: Arts M+G, jeugd en vertrouwensarts bij Veilig Thuis Brabant Noord-Oost en voorzitter KAMG
Arts M+G sinds: 2001
Praktijkopleider sinds: 2007
Tot dusver begeleid: 10 aios

Word je beter in je vak doordat je ook praktijkopleider bent?

Elise Buiting: “Dat denk ik zeker. Het is boeiend om ook op deze manier met het vak bezig te zijn. Jonge collega’s nemen nieuwe ideeën mee. Dat houdt je scherp, het dwingt je om continu na te denken en zaken niet als vanzelfsprekend aan te nemen. Dat is waardevol. Ik werk met plezier bij Veilig Thuis BNO, maar ik miste het opleiderschap. Daarom ben ik opleider geworden bij de SSGO. Dat prikkelende, bruisende, dicht bij de nieuwe ontwikkelingen in je vak zijn is bijzonder. Het praktijkopleiderschap levert mij veel meer op dan het me kost.”

Wat is jouw sterke punt? Wat leer jij de aios?

“Ik heb recent een jonge collega begeleid. Na afloop van onze samenwerking vertelde ze dat ze aan het begin twijfelde of ze arts wilde blijven, of ze het interessant genoeg vond. Maar ik had haar in mijn begeleiding laten zien hoe breed en energiek het vak is. Dat het een vak is waar je veel van jezelf in kwijt kan, waarin je je goed kunt ontwikkelen.”

Wat moet je in je mars hebben om dit te kunnen?

“Flexibiliteit en stressbestendigheid. Je gaat samen een traject aan en weet van tevoren niet hoe het zal verlopen. Het is belangrijk dat je geïnteresseerd bent en dat je ook jezelf ter discussie kunt stellen. Dat vragen we tenslotte ook van een aios. Iemand gaat overal vragen over stellen en daar moet je ruimte voor maken. Je moet ook jezelf in de leerstand willen en kunnen zetten.”

Lees ook
Elise Buiting: ‘Kabinet schuift grote problemen door’

Ben je ook praktijkopleider omdat er nieuwe artsen M+G nodig zijn?

“Zeker. Ons vak heeft twintig jaar marktwerking achter de rug. Er zijn 45-70% meer specialisten en huisartsen, terwijl het aantal artsen M+G is gehalveerd. In preventie is niet geïnvesteerd. Dat is de preventieparadox; mensen die niet ziek worden, zie je niet, dat is niet meetbaar. Tot het misgaat. Als je dán gaat investeren, ben je rijkelijk laat. Dat zien we nu bij Covid-19.
Natuurlijk zijn klinisch specialisten belangrijk, maar we moeten ook de preventieve collectieve zorg goed regelen. Dat hebben we in Nederland nagelaten. In ons land wordt maar een deel van de opleidingen tot arts M+G gefinancierd. Veel aios krijgen de financiering lastig rond, terwijl ze zo hard nodig zijn. Dus dat is zeker een motivatie.”

De vraag uit het interview met praktijkopleider Joan Onnink: ‘Waar zie jij de kansen op verbinding tussen de verschillende deskundigheidsgebieden en wat kun je als opleider doen om dat te stimuleren?’

“Wanneer een aios van de opleiding komt, heeft hij of zij veel medisch-inhoudelijke kennis over individuele patiënten. Je wilt ze leren op een ándere manier na te denken over de problemen en de oplossingen. Hoe trek je het probleem uit de spreekkamer, welke partners heb je dan nodig, hoe benader je de politiek? Als praktijkopleider help je ze buiten de kaders te denken, hun blikveld oprekken. Je bent als arts M+G altijd ook werkzaam op individueel niveau, maar je moet de elementen eruit halen om dat naar collectief niveau te trekken. Die kwaliteit kunnen ze later inzetten op elk vlak, in welk deskundigheidsgebied ze ook werken. Ik wil laten zien dat je in dit vak alle kanten op kunt. Ik heb gewerkt als jeugdarts, strategisch adviseur, als onderzoeker, als opleider, als vertrouwensarts, ik heb voorzittersfuncties bekleed. Het is mooi als je ze kunt helpen ontdekken dat je een enorm interessante en afwisselende carrière kunt krijgen!”

Het volgende interview is met collega-praktijkopleider Alette Brunet de Rochebrune. Wat zou je haar willen vragen?

“Ik ben benieuwd: wat maakt haar vak tot een echt arts M+G vak?”

Net als Elise Buiting praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Joan Onnink

5 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Joan Onnink

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Joan Onnink. 

Over Joan Onnink

Functie: Adviserend geneeskundige DSW
Arts M+G sinds: 20 jaar
Praktijkopleider sinds: 7,5 jaar
Tot dusver begeleid: 3 aios

Wat is uw motivatie om praktijkopleider te zijn?

Joan Onnink: “Ik vind het belangrijk dat mensen in de praktijk deskundig zijn en toegerust om het werk te doen. Naar mijn idee is het noodzakelijk om specialist te zijn. Niet zozeer om de titel, maar omdat de opleiding veel ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

Ik werk bij een zorgverzekeraar. Daar heb je een helikopterview nodig, organisatiesensitiviteit en gevoel voor politieke verhoudingen. Het vereist kennis van en inzicht in hoe de wereld in elkaar steekt in de gezondheidszorg én maatschappelijk bewustzijn. Mensen die in dit vak werken moeten medische informatie vertalen naar maatschappelijke belangen, rekening houdend met het individu en het belang van de maatschappij. Basisartsen missen het grotere plaatje en de specialisten uit de behandelsector gaan vaak iets teveel op de stoel van de behandelaar zitten.

Waar ik blij van word, is als ik zie dat iemand zich ontwikkelt. Het gaat voor een groot deel om een attitude-ontwikkeling. Die ontwikkeling is in de hele organisatie zichtbaar. Je wordt van de opleiding tot arts M+G echt een betere arts. Tijdens je spreekuren zie je de casuïstiek, de problemen en gezondheidsrisico’s. Die moet je signaleren en vervolgens vertalen naar beleid. Je moet geëquipeerd zijn om die vertaalslag te maken van de context van het individu naar de maatschappij en vice versa.

Dat is de meerwaarde van een arts M+G. Het is goed om te weten dat er artsen zijn met dezelfde deskundigheid als jij, maar met een andere inhoudelijke taak, die je kunt bellen: hoe zit dat met deze problematiek, hoe werkt dat in die setting? Zij hebben dezelfde achtergrond en dezelfde helikopterview waarmee je brede verbanden kunt leggen.”

Vraagt het een grote tijdsinvestering, een aios begeleiden als praktijkopleider?

“Het gaat vaak tussen de bedrijven door, in de wandelgangen, je loopt bij elkaar binnen voor een vraag of een gesprek. Eigenlijk ben je – als vanzelf – continu coachend bezig. Bij alle activiteiten gaat het erom een houding en een manier van kijken te stimuleren. Elke aios heeft zijn eigen opleidingsplan met eigen doelen. Jij helpt iemand daar de focus op te houden. Gemiddeld komt het neer op een halve dag per week. In het begin wat intensiever, later wat minder.”

Lees ook
7 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Irene Peters

Wat leert u toekomstige artsen M+G / medisch adviseurs?

“Ik hoor van aios dat ze veel hebben aan mijn begeleiding. Ik kan me dan weleens afvragen wat we precies doen. We voeren gesprekken, ik geef feedback, zit iemand soms achter de vodden. Maar omdat het zo ‘organisch’ verloopt, sta je er niet echt bij stil. Ik denk dat de voorbeeldfunctie het belangrijkst is. Practice what you preach.”

Leert u ook van hen?

“Jazeker. De opleiding heeft natuurlijk niet stilgestaan. Het verbinden van wetenschap aan de praktijk; dát leer je van een aios. Het kan verfrissend zijn hoe ze naar dingen kijken, met een bepaalde verwondering: waarom is dat eigenlijk?’”

Wat moet je in je mars hebben als praktijkopleider?

“Je moet van je vak houden en dat willen uitdragen. Je moet coachende vaardigheden hebben, kunnen aansluiten bij de leerstijl van je aios. Het kan een valkuil zijn als je zelf op een bepaalde manier leert, om te denken dat het niet goed gaat als iemand het anders aanpakt. Als je dan teveel gaat sturen, verdwijnt het plezier bij de aios.

Eigenlijk vind ik dat je als arts M+G een morele verantwoordelijkheid hebt. Als er een jonge arts komt werken, moet je dat voorbeeldgedrag en die drive hebben om die ander mee te nemen in zijn ontwikkeling. Eigenlijk zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen die een paar jaar als arts M+G werkt heeft zo ’n rol op zich neemt!”

Het volgende interview is met ‘collega-praktijkopleider’ Elise Buiting. Wat zou u van haar willen weten?

“Zij is voorzitter van de SSGO, voorzitter van KAMG en werkt als vertrouwensarts. Ik zou wel van haar willen weten: waar ziet zij de kansen op verbinding tussen de verschillende deskundigheidsgebieden en wat kun je als opleider doen om dat te stimuleren?”

Net als Joan Onnink praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Ons vak is meer dan ooit in beweging

KAMG Nieuws houdt je op de hoogte van alle facetten van ons vakgebied
en dat delen we graag met je.
Interesse? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.