Berichten

Arts M+G en praktijkopleider Elise Buiting: ‘Het vak is breed en energiek’

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Elise Buiting.

Over Elise Buiting

Functie: Arts M+G, jeugd en vertrouwensarts bij Veilig Thuis Brabant Noord-Oost en voorzitter KAMG
Arts M+G sinds: 2001
Praktijkopleider sinds: 2007
Tot dusver begeleid: 10 aios

Word je beter in je vak doordat je ook praktijkopleider bent?

Elise Buiting: “Dat denk ik zeker. Het is boeiend om ook op deze manier met het vak bezig te zijn. Jonge collega’s nemen nieuwe ideeën mee. Dat houdt je scherp, het dwingt je om continu na te denken en zaken niet als vanzelfsprekend aan te nemen. Dat is waardevol. Ik werk met plezier bij Veilig Thuis BNO, maar ik miste het opleiderschap. Daarom ben ik opleider geworden bij de SSGO. Dat prikkelende, bruisende, dicht bij de nieuwe ontwikkelingen in je vak zijn is bijzonder. Het praktijkopleiderschap levert mij veel meer op dan het me kost.”

Wat is jouw sterke punt? Wat leer jij de aios?

“Ik heb recent een jonge collega begeleid. Na afloop van onze samenwerking vertelde ze dat ze aan het begin twijfelde of ze arts wilde blijven, of ze het interessant genoeg vond. Maar ik had haar in mijn begeleiding laten zien hoe breed en energiek het vak is. Dat het een vak is waar je veel van jezelf in kwijt kan, waarin je je goed kunt ontwikkelen.”

Wat moet je in je mars hebben om dit te kunnen?

“Flexibiliteit en stressbestendigheid. Je gaat samen een traject aan en weet van tevoren niet hoe het zal verlopen. Het is belangrijk dat je geïnteresseerd bent en dat je ook jezelf ter discussie kunt stellen. Dat vragen we tenslotte ook van een aios. Iemand gaat overal vragen over stellen en daar moet je ruimte voor maken. Je moet ook jezelf in de leerstand willen en kunnen zetten.”

 

Lees ook
Elise Buiting: ‘Kabinet schuift grote problemen door’

Ben je ook praktijkopleider omdat er nieuwe artsen M+G nodig zijn?

“Zeker. Ons vak heeft twintig jaar marktwerking achter de rug. Er zijn 45-70% meer specialisten en huisartsen, terwijl het aantal artsen M+G is gehalveerd. In preventie is niet geïnvesteerd. Dat is de preventieparadox; mensen die niet ziek worden, zie je niet, dat is niet meetbaar. Tot het misgaat. Als je dán gaat investeren, ben je rijkelijk laat. Dat zien we nu bij Covid-19.
Natuurlijk zijn klinisch specialisten belangrijk, maar we moeten ook de preventieve collectieve zorg goed regelen. Dat hebben we in Nederland nagelaten. In ons land wordt maar een deel van de opleidingen tot arts M+G gefinancierd. Veel aios krijgen de financiering lastig rond, terwijl ze zo hard nodig zijn. Dus dat is zeker een motivatie.”

De vraag uit het interview met praktijkopleider Joan Onnink: ‘Waar zie jij de kansen op verbinding tussen de verschillende deskundigheidsgebieden en wat kun je als opleider doen om dat te stimuleren?’

“Wanneer een aios van de opleiding komt, heeft hij of zij veel medisch-inhoudelijke kennis over individuele patiënten. Je wilt ze leren op een ándere manier na te denken over de problemen en de oplossingen. Hoe trek je het probleem uit de spreekkamer, welke partners heb je dan nodig, hoe benader je de politiek? Als praktijkopleider help je ze buiten de kaders te denken, hun blikveld oprekken. Je bent als arts M+G altijd ook werkzaam op individueel niveau, maar je moet de elementen eruit halen om dat naar collectief niveau te trekken. Die kwaliteit kunnen ze later inzetten op elk vlak, in welk deskundigheidsgebied ze ook werken. Ik wil laten zien dat je in dit vak alle kanten op kunt. Ik heb gewerkt als jeugdarts, strategisch adviseur, als onderzoeker, als opleider, als vertrouwensarts, ik heb voorzittersfuncties bekleed. Het is mooi als je ze kunt helpen ontdekken dat je een enorm interessante en afwisselende carrière kunt krijgen!”

Het volgende interview is met collega-praktijkopleider Alette Brunet de Rochebrune. Wat zou je haar willen vragen?

“Ik ben benieuwd: wat maakt haar vak tot een echt arts M+G vak?”

Net als Elise Buiting praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Joan Onnink

5 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Joan Onnink

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Joan Onnink. 

Over Joan Onnink

Functie: Adviserend geneeskundige DSW
Arts M+G sinds: 20 jaar
Praktijkopleider sinds: 7,5 jaar
Tot dusver begeleid: 3 aios

Wat is uw motivatie om praktijkopleider te zijn?

Joan Onnink: “Ik vind het belangrijk dat mensen in de praktijk deskundig zijn en toegerust om het werk te doen. Naar mijn idee is het noodzakelijk om specialist te zijn. Niet zozeer om de titel, maar omdat de opleiding veel ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

Ik werk bij een zorgverzekeraar. Daar heb je een helikopterview nodig, organisatiesensitiviteit en gevoel voor politieke verhoudingen. Het vereist kennis van en inzicht in hoe de wereld in elkaar steekt in de gezondheidszorg én maatschappelijk bewustzijn. Mensen die in dit vak werken moeten medische informatie vertalen naar maatschappelijke belangen, rekening houdend met het individu en het belang van de maatschappij. Basisartsen missen het grotere plaatje en de specialisten uit de behandelsector gaan vaak iets teveel op de stoel van de behandelaar zitten.

Waar ik blij van word, is als ik zie dat iemand zich ontwikkelt. Het gaat voor een groot deel om een attitude-ontwikkeling. Die ontwikkeling is in de hele organisatie zichtbaar. Je wordt van de opleiding tot arts M+G echt een betere arts. Tijdens je spreekuren zie je de casuïstiek, de problemen en gezondheidsrisico’s. Die moet je signaleren en vervolgens vertalen naar beleid. Je moet geëquipeerd zijn om die vertaalslag te maken van de context van het individu naar de maatschappij en vice versa.

Dat is de meerwaarde van een arts M+G. Het is goed om te weten dat er artsen zijn met dezelfde deskundigheid als jij, maar met een andere inhoudelijke taak, die je kunt bellen: hoe zit dat met deze problematiek, hoe werkt dat in die setting? Zij hebben dezelfde achtergrond en dezelfde helikopterview waarmee je brede verbanden kunt leggen.”

Vraagt het een grote tijdsinvestering, een aios begeleiden als praktijkopleider?

“Het gaat vaak tussen de bedrijven door, in de wandelgangen, je loopt bij elkaar binnen voor een vraag of een gesprek. Eigenlijk ben je – als vanzelf – continu coachend bezig. Bij alle activiteiten gaat het erom een houding en een manier van kijken te stimuleren. Elke aios heeft zijn eigen opleidingsplan met eigen doelen. Jij helpt iemand daar de focus op te houden. Gemiddeld komt het neer op een halve dag per week. In het begin wat intensiever, later wat minder.”

 

Lees ook
7 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Irene Peters

Wat leert u toekomstige artsen M+G / medisch adviseurs?

“Ik hoor van aios dat ze veel hebben aan mijn begeleiding. Ik kan me dan weleens afvragen wat we precies doen. We voeren gesprekken, ik geef feedback, zit iemand soms achter de vodden. Maar omdat het zo ‘organisch’ verloopt, sta je er niet echt bij stil. Ik denk dat de voorbeeldfunctie het belangrijkst is. Practice what you preach.”

Leert u ook van hen?

“Jazeker. De opleiding heeft natuurlijk niet stilgestaan. Het verbinden van wetenschap aan de praktijk; dát leer je van een aios. Het kan verfrissend zijn hoe ze naar dingen kijken, met een bepaalde verwondering: waarom is dat eigenlijk?’”

Wat moet je in je mars hebben als praktijkopleider?

“Je moet van je vak houden en dat willen uitdragen. Je moet coachende vaardigheden hebben, kunnen aansluiten bij de leerstijl van je aios. Het kan een valkuil zijn als je zelf op een bepaalde manier leert, om te denken dat het niet goed gaat als iemand het anders aanpakt. Als je dan teveel gaat sturen, verdwijnt het plezier bij de aios.

Eigenlijk vind ik dat je als arts M+G een morele verantwoordelijkheid hebt. Als er een jonge arts komt werken, moet je dat voorbeeldgedrag en die drive hebben om die ander mee te nemen in zijn ontwikkeling. Eigenlijk zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen die een paar jaar als arts M+G werkt heeft zo ’n rol op zich neemt!”

Het volgende interview is met ‘collega-praktijkopleider’ Elise Buiting. Wat zou u van haar willen weten?

“Zij is voorzitter van de SSGO, voorzitter van KAMG en werkt als vertrouwensarts. Ik zou wel van haar willen weten: waar ziet zij de kansen op verbinding tussen de verschillende deskundigheidsgebieden en wat kun je als opleider doen om dat te stimuleren?”

Net als Joan Onnink praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

7 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Irene Peters

Naam: Irene Peters
Functie: arts M+G/jeugdarts bij GGDrU, bestuurslid KAMG, bestuurslid AJN
Arts M+G sinds: 2017
Praktijkopleider sinds: 2017
Tot dusver begeleid: ‘Ik begeleid nu de vierde aios.’

Waarom doe je wat je doet?

“Elke dag heb ik wisselende taken, een deel van de week zie ik ouders en kinderen op spreekuur, ik leid aios op en begeleid coassistenten. Ik ben een samenwerker en dat doe je als jeugdarts veel met jeugdverpleegkundigen, CB- en doktersassistenten, met scholen. Mensen ondersteunen, samen kijken hoe het voor ouders en kinderen beter kan, mooier wordt. Dat motiveert me. Wanneer ga ik tevreden naar huis met het gevoel: dat was een goeie dag? Bijna elke dag! Ik heb er plezier in, ik leef een beetje voor mijn werk. Ik steek ook veel tijd in het bestuur van de AJN, we hebben een doel dat ik belangrijk vind: werken aan de positie van de jeugdarts en de arts M+G.”

Waarom ben je praktijkopleider geworden?

“Dat leek me een mooie nieuwe taak om erbij te doen. Ik heb veel behoefte aan verandering en vernieuwing, dus ik ben altijd bezig met groei en ontwikkeling. Het geeft zoveel voldoening als je collega’s ziet groeien in hun werk, als jij ze kunt helpen bij de opdrachten en ze helpt zich te ontplooien.”

Wat leer je aiossen, wat leren zij van jou over dit vak?

“Als je net begint als jeugdarts zie je vooral de spreekkamer, maar het is de kunst om wat je ziet mee te nemen naar de buitenwereld. Te kijken hoe je voor groepen kinderen of een generatie bij wijze van spreken de zorg kunt verbeteren. Want dán zorg je dat de publieke gezondheid verbeterd wordt, en daar zijn wij voor.”

Waarom zou een geneeskundestudent arts M+G moeten worden? Hoe zou jij het vak verkopen?

“Het is een vak dat in beweging is en een heel brede gedegen opleiding, waardoor je breed inzetbaar bent. We hebben bijvoorbeeld bij de covid-19 bestrijding gezien dat jeugdartsen bij IZB gingen werken en dat ging prima. Wat dat betreft is dat een mooie eyeopener. Zij zijn voldoende opgeleid daarvoor, je kunt zien dat het een aanpalend specialisme is en dat je een gezamenlijke basis hebt.

Als je geïnteresseerd bent om je vak breed te bekijken, en het op verschillende speelvelden wilt uitoefenen, dan is dit een vak waar je vast – net als ik – heel veel energie van krijgt.”

Lees ook: Saskia Rijnbende-Geraerts, arts M+G en medisch adviseur vaccineren: ‘Dit is wat ik doe voor het land’

Je noemde de positie van de arts M+G, hoe zit het daarmee?

“We zijn gestart met een werkgroep om uit te werken welke rollen en taken de arts M+G heeft. De arts M+G is voor sommige mensen nog een lastig te vatten professional. Soms ook voor gemeenten of bestuurders van GGD’en. We hebben ook bijeenkomsten gehad met jeugdartsen om te bespreken: als we straks allemaal arts M+G zijn, waar wat verandert er en waar liggen kansen? Als je arts M+G bent, werk je niet meer alleen in de spreekkamer maar heb je een overkoepelende taak in het JGZ-team. Meer ruimte om naar buiten te treden en gemeenten en de ketenpartners op te zoeken.”

Er is – eindelijk – meer aandacht voor preventie. Hoe zorgen we dat dit een volwaardige plaats krijgt naast cure en care?

“In de eerste plaats door als arts M+G zelf beter zichtbaar te zijn en zichtbaar te maken dat preventie loont. In de JGZ werken niet de mensen die op de barricades gaan staan schreeuwen. Anders waren we wel medisch specialist geworden!”

De vraag die collega-praktijkopleider Rianne Reijs voor jou heeft, sluit daar mooi bij aan:

‘Zie jij verandering onder jeugdartsen om ambities hardop uit te spreken en om collega’s met ambities te omarmen en te steunen? Hoe denk jij dat de opleiding daar aan kan bijdragen?’

“Ja, er is zeker wat aan het veranderen. Ik zie meer jeugdartsen met ambitie, die zich goed profileren en ons boegbeeld kunnen zijn. Daar kan de opleiding aan bijdragen, maar ook de werkgever. Invloed krijgen is noodzakelijk, daar zijn we van doordrongen. Bij onze GGD krijgen jonge artsen M+G de kans een rol te pakken en de meesten doen dat ook. Vroeger was er één stafarts, nu worden die taken verdeeld over verschillende artsen. Zo krijg je meer verdieping en gedeelde betrokkenheid. Ook besteden we tijd en aandacht aan het bestuurlijk sensitief worden. Daar leer je hoe je bij bestuurders onderwerpen kunt agenderen, hoe je een bepaald onderwerp relevant maakt, rekening houdend met het politieke klimaat. Die training is een verdiepingsslag van wat je al leert op de opleiding. Daarmee kunnen we onszelf nog beter positioneren.

Het is ook een kwestie van nog beter laten zien wat we allemaal doen. Zo doen alle artsen M+G in hun tweede fase onderzoek. Daarvoor wordt een symposium georganiseerd. Het zou goed zijn om hiervoor veel collega’s en externe relaties voor uit te nodigen. Er zijn zó veel artsen M+G die enorm interessant onderzoek doen!”

Wat zou je op jouw beurt willen vragen aan de interviewkandidaat hierna, praktijkopleider Clementine Wijkmans?

“Jij hebt je hard gemaakt voor het LOP: wat was jouw drijfveer?”

Ook praktijkopleider worden? Meer informatie vind je op artsmg.nl.

Lees ook: Dirk Pons: ‘De arts M+G kan door de schotten heen breken’