Emeritus-hoogleraar Public Health Koos van der Velden geridderd

KAMG feliciteert Koos van der Velden, emeritus-hoogleraar Public Health aan het RadboudUMC. Vandaag werd hij benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. De onderscheiding Orde van de Nederlandse Leeuw wordt verleend voor verdiensten op het gebied van wetenschap en kunsten. Koos van der Velden is arts MPH en heeft zich in zijn indrukwekkende loopbaan tientallen jaren onvermoeibaar ingezet voor de sociale geneeskunde en de volksgezondheid.

Op dit moment is hij de bevlogen voorzitter van de Taskforce Federatie Sociale Geneeskunde. De Taskforce onderzoekt de mogelijkheden om een Federatie op te richten waarin artsen arbeid en gezondheid én de artsen maatschappij + gezondheid één stem krijgen om zo het belang van de sociaal geneeskunde voor Nederland nadrukkelijk te onderstrepen. Dit voorzitterschap is tekenend voor de carrière van Koos van der Velden. Altijd zoekt hij naar de verbinding, zowel binnen als buiten de sociale geneeskunde, én altijd met het grotere algemene belang van de volksgezondheid in het vizier.

KAMG is blij en trots een kersverse ridder in haar geledingen te hebben.

Oproep Longfonds en artsen: “Geef onze kinderen gezonde lucht”

Geef onze kinderen gezonde lucht. Want de gevolgen van luchtvervuiling voor hun gezondheid zijn niet te overzien. Die dringende oproep doet een coalitie van onder andere Longfonds, Long Alliantie Nederland en tientallen (kinder)longartsen, verpleegkundigen, huisartsen, milieuartsen, sociaal geneeskundigen en vooraanstaande wetenschappers vandaag aan het nieuwe kabinet. “Zelfs al in de baarmoeder lopen kinderen gezondheidsschade op door luchtvervuiling. Vieze lucht maakt ziek, jaarlijks overlijden minimaal 12.000 mensen vroegtijdig door fijnstof of stikstofdioxide”, zegt directeur Michael Rutgers van Longfonds. “Nu hebben we de kans om daar iets aan te doen. Laat onze kinderen vrij ademen. Daar hebben ze recht op.”

Gezondheidsschade kinderlongen

De impact van luchtvervuiling op kinderen is enorm. Kinderen die opgroeien in vervuilde lucht ontwikkelen vaker astma. Bij 1 op de 5 Nederlandse kinderen is het ontstaan van die ziekte gerelateerd aan stikstofdioxide.[1] Recent onderzoek toont aan dat de longen van kinderen die meer vervuilde lucht inademen, minder goed groeien. Zij hebben op hun zestiende een lagere longfunctie dan kinderen die opgroeien in relatief schonere lucht.[2]

Ella stierf door luchtvervuiling

Het Londense meisje Ella (9) werd onlangs wereldnieuws toen de rechtbank oordeelde dat haar dood het rechtstreekse gevolg was van luchtvervuiling. Zo gaf dit astmapatiëntje postuum een gezicht aan het probleem van vieze lucht. “Het lijkt misschien een ver van mijn bed show”, zegt Michael Rutgers. “Maar ook in Nederland leidt luchtvervuiling bij zo’n 750.000 mensen met een longziekte tot gezondheidsklachten. Tienduizenden van hen overwegen om die reden wel eens te verhuizen. Velen hebben daartoe niet de financiële mogelijkheden. Dat zijn vaak schrijnende situaties.”

Noëlle (6) zit gevangen in vieze lucht

Noëlle wordt ziek van de lucht die ze dagelijks inademt. Ze woont in het Rotterdamse Rozenburg, omgeven door snelwegen en industrie. Alleen al het afgelopen jaar moest ze twee keer op de IC worden opgenomen. Haar moeder Naisheline is radeloos en wil graag verhuizen. “Sinds we hier wonen ligt Noëlle iedere maand in het ziekenhuis. Als mijn dochter niet zo ziek zou zijn geweest, dan zou ik zeggen: ‘Dit bestaat niet. Hoe kan luchtvervuiling zoveel effect hebben op die kinderlongen?’ Maar het bestaat wel!”

Kinderlongarts Ismé de Kleer van het Franciscus Gasthuis in Rotterdam bevestigt het verband tussen luchtvervuiling en de gezondheid van haar patiënt: “Iedere keer als er veel vervuiling in de lucht zit, wordt Noëlle hier opgenomen. En ze is niet het enige patiëntje dat vanwege vieze lucht naar het ziekenhuis moet. Voor duizenden Nederlandse kinderen met astma is luchtvervuiling een groot probleem. Ze zijn hierdoor regelmatig benauwd, moeten meer medicijnen gebruiken en krijgen vaker astma-aanvallen. Ouders zijn zich er vaak te weinig van bewust hoe groot de invloed is van luchtvervuiling op de gezondheid van hun kinderen. Dit is echt een maatschappelijk probleem.”

Manifest: benoem een speciale gezant voor gezonde lucht

Samen met een brede coalitie (kinder)longartsen, huisartsen en andere zorgverleners en wetenschappers lanceren Longfonds en Long Alliantie Nederland vandaag het manifest voor gezonde lucht. “Wij doen een dringende oproep aan het aanstaande kabinet om een nieuwe impuls te geven aan gezonde lucht. Verbind de noodzaak van het realiseren van gezonde lucht met de opgaven voor bijvoorbeeld klimaatverandering, energietransitie en de stikstofproblematiek en voorkom gezondheidsschade door luchtvervuiling. En stel daarvoor een speciale gezant voor gezonde lucht aan”, zegt Michael Rutgers van Longfonds.

Alleen al de afgelopen weken verzamelde Longfonds duizenden steunbetuigingen voor gezonde lucht. “Stuk voor stuk hartenkreten van bezorgde mensen met een duidelijk appel: als het nieuwe kabinet nu niet veel meer en sneller werk maakt van gezonde lucht, dan blijven huidige en toekomstige generaties nog langer grote gezondheidsproblemen ondervinden. Het maatschappelijk draagvlak is groot”, zegt Rutgers. “Voorkom dat kinderen onnodig ziek worden. Laat onze kinderen vrij ademen. Wij roepen instanties en maatschappelijke organisaties op zich aan te sluiten bij het manifest.”

De complete tekst van het manifest en de lijst van ondertekenaars, waaronder NVMM, AJN en KAMG, is te vinden op: longfonds.nl/geefkinderengezondelucht

[1] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2542519619300464, https://ars.els-cdn.com/content/image/1-s2.0-S2542519619300464-mmc1.pdf (tabel 6, pagina 20).

[2] https://erj.ersjournals.com/content/early/2020/03/26/13993003.00147-2020

 

Elise Buiting: ‘Met budget neutrale verschuivingen kan aan huidige vraag aios worden voldaan’

Onzekere toekomst

Brief van een aios in opleiding tot arts M+G;

‘Door de onduidelijkheid rond de plaatsing van de 2e fase overweeg ik over te stappen naar een ander specialisme. Nadat ik eind 2017 mijn artsendiploma heb behaald heb ik de weloverwogen beslissing genomen om de kliniek te verlaten en mijn carrière voort te zetten in de jeugdgezondheidszorg. Een keuze waar ik nooit spijt van heb gehad. Tot nu. Ik ben 29 jaar oud en ik wil mijn carrière kunnen vormgeven. Op dit moment word ik hierin geremd doordat het onbekend is wanneer ik kan doorstromen naar de tweede fase. Daarmee is mijn toekomst onzeker. Ik overweeg om huisarts te worden. Als jonge arts heb ik in dat specialisme een beter toekomstperspectief.’

Meer interesse in opleiding arts M+G

Het specialisme arts M+G kent de eigenaardigheid opgesplitst te zijn in twee delen: een profieldeel van twee jaar en een specialistendeel van twee jaar. De instroom in de opleiding tot arts M+G was de afgelopen jaren zeer laag en er bleven veel opleidingsplekken onbenut. Hierdoor konden aios doorstromen naar de tweede fase, ondanks het feit dat er minder plekken beschikbaar waren dan eerste fase plekken. Inmiddels is de situatie veranderd. Er is – met steun van VWS en de SBOH – de afgelopen jaren veel werk verricht om de opleiding aantrekkelijker te maken voor jonge artsen. Landelijk werkgeverschap, een nieuw 4-jarig landelijk opleidingsplan, een programma ter versterking van de arts M+G in de publieke gezondheid én een arbeidsmarktcampagne hebben resultaat. Ook de corona-pandemie draagt bij aan de zichtbaarheid van de arts M+G. Meer artsen dan tevoren hebben dan ook interesse in de opleiding tot arts M+G.

Budget neutrale verschuivingen

Fantastisch resultaat, toch? Helaas niet voor de aios die voor dit vak kiezen. In de ramingen van het capaciteitsorgaan zijn bovenstaande effecten nog niet meegenomen. Op zich niet zo’n probleem; het totale budget dat beschikbaar is voor de opleiding tot arts M+G wordt nog steeds niet volledig benut. Met budget neutrale verschuivingen kan aan de huidige vraag worden voldaan. We zouden op deze manier in 2021 geen een aios teleur hoeven te stellen en ondertussen de ramingen aan kunnen passen aan de nieuwe werkelijkheid.

Helaas houdt VWS vast aan vastgestelde quota en schotten. Niet het doel dat we met elkaar willen bereiken maar de regels staan centraal. Doordat de huidige aios de pech hebben in het verkeerde ‘hokje’ te vallen moeten zij hun opleiding halverwege afbreken, zonder zicht te hebben op voortgang ervan in de toekomst. En dit geldt niet alleen voor de aios die bovenstaande brief heeft geschreven. Het gaat om 26 aios die hun toekomst in duigen zien vallen en die overwegen de publieke gezondheid wegens gebrek aan perspectief maar weer te verlaten.

Keihard nodig

Jarenlange inspanning om de instroom in de opleiding te vergroten verdampt zo in een ogenblik. Welke aios begint er nog aan een opleiding tot arts M+G als het zo onzeker is dat hij of zij deze kan afmaken? Welke aios gelooft nog in een toekomst in de publieke gezondheidszorg als er zo met hun belangen wordt omgegaan? We serveren 26 jonge mensen af die kiezen voor het vak van arts M+G. Mensen die we in het veld keihard nodig hebben omdat de tekorten aan artsen M+G schrikbarend zijn. Tekorten die komende jaren nog harder zullen oplopen, gezien de gemiddelde leeftijd van de arts M+G.

Natuurlijk laten we het er niet zomaar bij zitten. Werkgevers, opleidingsinstellingen, beroepsverenigingen en aios hebben de handen ineengeslagen en VWS een brandbrief gestuurd. Om te voorkomen dat we in één keer weggooien wat we de afgelopen jaren met elkaar met veel pijn en moeite hebben opgebouwd. Laten we hopen dat de overheid deze keer het doel voor ogen houdt en niet de regels laat prevaleren. Voor 26 aios nu, maar vooral ook voor de toekomst van de arts M+G.

Elise Buiting, arts Maatschappij + Gezondheid en voorzitter KAMG.

Taak volbracht: aioto M&G

Project “van LOP naar curriculum” van start

De voorbereidingen om een nieuw curriculum voor artsen M+G te ontwikkelen zijn in volle gang. Het project wordt geleid door Joanneke Krämer. Zij is een zelfstandig onderwijskundig projectleider. Samen met een opleider van de NSPOH, Sheda Broer én een opleider arts M+G uit het veld (vacature) vormen zij het kernteam. Het kernteam wordt ondersteund door een 6-tal co-creatoren en een denktank van 10 personen. Het veld wordt verder betrokken via een tweetal bijeenkomsten. Het Concilium van de KAMG heeft een toetsende rol gedurende het gehele traject. Uiteindelijk stelt het bestuur van de KAMG het curriculum op hoofdlijnen vast en kan vervolgens door aanbieders van onderwijs vertaald worden in onderwijs. Meer informatie over het traject vind je in het projectplan.

Wil je onderdeel uitmaken van het kernteam? Bekijk de vacature voor een lid van het kernteam ‘van LOP naar curriculum’ hieronder.

Brandbrief: inzet bestaand budget kan tekort artsen M+G voorkomen

KAMG en AJN Jeugdartsen Nederland luiden de noodklok: verruim het aantal opleidingsplaatsen tweede fase arts M+G/Jeugd. We worden geconfronteerd met een flink tekort aan opleidingsplaatsen. Dit tekort was er al, maar wordt door de coronacrisis nadrukkelijker zichtbaar. We zien voor de 26 aios een budget neutrale kans. We roepen het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op: zet het bestaande budget in voor deze dokters en behoud hen voor de publieke gezondheid. Ze zijn júist nu keihard nodig. Versterk de publieke gezondheid.

Lees de volledige brandbrief.

Astrid Nielen, voorzitter AJN Jeugdartsen Nederland
Elise Buiting, voorzitter Koepel voor Artsen Maatschappij + Gezondheid
Tijs Rutgers, voorzitter Landelijk Overleg Sociaal-Geneeskundigen in Opleiding
Hugo Backx, directeur GGD GHOR Nederland
Angela Bransen, directeur ActiZ Jeugd
Jeannette de Boer, Arts M+G, Hoofd opleidingen M+G NSPOH
Milo Vedder, directeur Stichting Sociaal Geneeskundige Opleidingen in Nederland
Kees Esser, Voorzitter Raad van Bestuur SBOH
Karien Wielaart-Oomen, Hoofd opleiding arts M+G, profiel JGZ TNO – Innovation for life

Meer over het vak arts M+G vind je op www.artsmg.nl.

Toos Waegemaekers

Toos Waegemaekers: ‘We komen hier sterker uit als beroepsgroep’

Toos Waegemaekers werkt al sinds 1987 in de publieke gezondheidszorg. Infectieziektebestrijding, medische milieukunde, forensische geneeskunde; ze heeft het allemaal gedaan. Tot een paar jaar geleden was ze voorzitter van de beroepsgroep artsen infectieziektebestrijding, tegenwoordig is ze lid van het OMT.

Dat ze al 35 jaar arts is, is geen kwestie van veilig blijven zitten waar je zit. Het was een bewuste keuze voor Waegemaekers. “Toen de GGD, waar ik een managementfunctie had, een aantal jaren geleden fuseerde, voelde dat voor mij als een kruispunt. Ga ik door omhoog, of ga ik naar de inhoud? Ik heb bewust voor het laatste gekozen.”

Bierviltje

Ze kent de publieke gezondheidszorg door en door en is ervan overtuigd dat je als arts juist dáár het verschil kan maken. “Een viroloog bijvoorbeeld, kijkt naar het virus; zeg maar het beestje. Wij artsen M+G kijken naar wat het aanricht in de maatschappij. Wij zijn bezig te zorgen dat we het virus indammen én voorkomen dat het te veel mensen ziek kan maken. Infectieziektebestrijding is simpel te beschrijven. Je hebt een bron, je hebt transmissie van een micro-organisme en je hebt een persoon met een infectieziekte. Binnen ons vak proberen we óf de bron uit te schakelen, óf de transmissie te voorkomen, óf de persoon te beschermen tegen die bepaalde ziekte, bijvoorbeeld door middel van vaccinatie. Wat dat betreft is ons vak op een bierviltje uit te leggen, haha!”

Kijken naar groepen

Een belangrijk kenmerk van artsen M+G is dat wij kijken naar groepen mensen, niet naar individuen. Je kunt een euro maar één keer uitgeven in de zorg. Wij vragen ons dan af: wat is het meest effectief? Je kunt Jantje en Pietje beter maken met dure, ingrijpende behandelingen, maar je kunt ook met leefstijladviezen en preventieve maatregelen zorgen dat de hele bevolking er beter uitkomt. Dan begrijpt iedereen wat het meest efficiënt is op de langere termijn!”

Podium pakken

“Waar ik in dit vak energie van krijg, is als het lukt om voor de BV Nederland de juiste maatregelen te nemen waardoor wij deze covid-uitbraak kunnen stoppen. Ik krijg er energie van als het ons lukt om bestuur en politiek te overtuigen van wat wij denken dat goed is.”

Hoewel Waegemaekers lid is van het Outbreak Management Team (OMT) vanuit haar functie als Coördinator van de regionaal arts consulenten infectieziektebestrijding bij het RIVM, ziet ze dat het niet de artsen M+G zijn die avond aan avond aanschuiven bij actualiteitenprogramma’s. “Dat zit een beetje in de aard van onze beroepsgroep. Bij de publieke zorg werken niet de mensen die het hardst schreeuwen. Maar er is iets aan het veranderen: er zijn steeds meer jonge enthousiaste mensen die – net als ik destijds – heel bewust kiezen voor dit vak en daarvoor óók het podium pakken. Dat vind ik een goede ontwikkeling.

Sinds corona weet iedereen in elk geval wat we doen en wie we zijn. Dat is mooi.
Er is jarenlang bezuinigd op infectieziektebestrijding, zodat de infrastructuur niet meer voldoende op orde was. Daar komt bij dat ons land ongeveer honderdtwintig artsen infectieziektebestrijding telt. Dat is niet veel, als je bedenkt dat de GGD dagelijks 50.000 testen doet en 10.000 keer bron- en contactonderzoek. Corona heeft ons er met de neus op gedrukt dat het anders moet. Daarom denk ik dat we hier sterker uitkomen als beroepsgroep.”

Lees ook: Everhard Hofstra: ‘Ik wil niet één mens maar iederéén gezonder krijgen’

Leren van corona

“We hebben als artsen infectieziektebestrijding heel veel uitbraak-oefeningen gedaan, maar deze crisis is in alles zoveel erger dan we ons konden voorstellen. Wat we kunnen leren van deze periode is dat we wel maatregelen kunnen bedenken, maar ook moeten bedenken hoe we ze uitleggen. Communicatie is zo vitaal als je gedragsverandering wilt bewerkstelligen. En nu moeten we ons gedrag zó ingrijpend veranderen, en voor zo lang…
We leren ook veel over besluitvorming. Gedurende deze crisis hebben we een aantal keer gezien dat het niet goed gaat. Dan brengen we adviezen uit om hierop te reageren, maar duurt het lang voordat knopen doorgehakt worden.”

Driehoog achter

“Veel mensen vragen zich nu af: doen we de dingen goed? Maar wat volgens mij veel belangrijker is, is de vraag: doen we de goede dingen? Maken we de juiste keuzes, kijken we naar het bredere plaatje, brengt dit ons verder qua gezondheid? Er is in ons land van oudsher meer aandacht voor de curatieve zorg dan voor de preventieve en geestelijke gezondheidszorg. Dat zie je ook aan de beeldvorming; op televisie zag je vooral de IC’s en mensen in pakken. Dat is allemaal corona bezien vanuit de curatieve zorg. Voor de verpleeghuiszorg was er veel minder aandacht, terwijl de situaties daar ook echt schrijnend was.

De beeldvorming legt wat mij betreft nog steeds de accenten niet helemaal juist. Neem de berichtgeving over de schoolsluiting en de spanning die dat oplevert voor gezinnen thuis. Wat zie je dan op tv? Dat ene gezin dat een vakantiehuisje heeft gehuurd en daar thuisonderwijs geeft. Dat is de bovenkant van de maatschappij, je ziet niet het gezin met vijf kinderen op een flatje driehoog achter, waar de stress van de muren druipt. Er zijn natuurlijk wel mensen die zich daarom bekommeren, er zijn gelukkig GGD’en die zich met gemeenten richten op die doelgroepen. Dat is voor mij een belangrijke motivatie in dit vak: opkomen voor de zwakkeren in de samenleving. Infectieziekten komen in de sociaal zwakkere milieus meer voor. Dat heeft te maken met levensstijl, omstandigheden, minder ontwikkeling. Zo legt een ziekte als corona ook de sociale opbouw van de maatschappij bloot.”

Bewustwording

“Hoe we hier uitkomen? Ik hoop dat covid ons gedrag in de toekomst beïnvloedt. Dat het ons iets dóet. Dat we beseffen wat een virus als dit over de hele wereld teweeg kan brengen. Ik hoop dat we bewuster worden dat we zuinig moeten zijn op onze wereld. Ja, je kan in twee uur voor vier dagen naar Barcelona reizen. De vraag is: moet je het doen. Ik hoop dat onze maatschappij een beetje minder individualistisch wordt. Dat hoop ik al een tijdje, maar misschien krijgt covid het voor elkaar. Het contact met mensen en zorgen voor elkaar, daar gaat het om. Dat weten we nu. Laten we dat nou eens wat langer vasthouden. Ik hoop dat covid ons een stukje bezinning oplevert.”

Lees ook: Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Everhard Hofstra

Everhard Hofstra: ‘Ik wil niet één mens maar iederéén gezonder krijgen’

In het begin van zijn loopbaan hing Everhard Hofstra onder SAR-helikopters en voer hij met de marine mee naar de West. Tegenwoordig zit hij vaak in een kantoortuin. Toen was hij militair huisarts, nu is hij arts Maatschappij + Gezondheid Infectieziektebestrijding bij GGD Fryslân. De overstap bevalt hem uitstekend. Waarom?

“In het kort komt het erop neer dat je als huisarts tien minuten per patiënt hebt. Dat voelde voor mij vaak te kort. Als arts infectieziektebestrijding heb je meer tijd, ga je de inhoud in, je zoekt zaken grondig uit. Daarbij werk je als arts M+G in de publieke gezondheid. Dat betekent dat je je ook bezighoudt met agendasetting: hoe krijg je iets op de bestuurlijke agenda? Eigenlijk probeer je als arts M+G steeds van individueel niveau naar groepsniveau te gaan. Wat zie ik bij een individu en wat betekent dat voor het geheel, voor de groep? Dat vind ik de grote kracht van ons werk. Je kijkt eerst van dichtbij en dan vanuit een overkoepelend perspectief en vraagt je af: waar kan ik aan de knoppen draaien om er iets aan te doen op maatschappelijk, bestuurlijk niveau? De hamvraag: hoe kunnen we wat er is gebeurd hierna voorkomen of verbeteren?”

Eenzijdig geluid

“Covid legt van alles bloot in onze maatschappij. Bijvoorbeeld de relatieve ‘onbereikbaarheid’ van mensen met een lagere SES (sociaal-economische status). Zij zijn minder makkelijk te bereiken met goede informatie over het virus
en maatregelen. Ook het belang van preventie wordt beter onderkend. Daar is door de overheid en gemeenten heel lang op bezuinigd en nu beseffen we dat dat niet goed is. Op dit moment zie je dat in de media virologen en medisch specialisten het geluid bepalen. Dat geluid is wat eenzijdig en dat is jammer. Artsen M+G willen de volksgezondheid op een zo hoog mogelijk plan krijgen, niet één maar iederéén gezonder krijgen. Omdat de hele maatschappij daar beter van wordt. Een viroloog kijkt vooral naar verspreiding van het virus en hoe dat kan worden bestreden. Een lockdown is daarvoor zeer effectief, de maatschappij tijdelijk platleggen, bedrijven sluiten, schoolkinderen naar huis sturen…”

Lees ook: Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Nadelige gevolgen

“Als arts M+G realiseer je je: het naar huis sturen heeft ook nadelige effecten voor kinderen. Ik heb zelf een dochter van bijna 7 jaar, en ik zie het bij haar ook: zij beweegt minder, sport minder en uiteindelijk is dat nadelig. Op macroniveau zie je de sociaal-economische gezondheidsverschillen groter worden. Het virus zoveel mogelijk het land uit krijgen is een belangrijk doel, maar economische effecten hebben óók effecten op de gezondheid. Door COVID-19 zien we bedrijven in zwaar weer terecht komen of failliet gaan. Dus verliezen mensen hun baan, wat financiële problemen oplevert die uiteindelijk ook invloed hebben op de gezondheid. Want mensen met een lagere SES hebben gemiddeld genomen een slechtere gezondheid. Dit alles pleit ervoor om meer aandacht te besteden aan preventie. Niet alleen vanuit maatschappelijk oogpunt, maar ook financieel. Als we de aandacht kunnen verschuiven van nazorg naar voorzorg is dat veel voordeliger.”

Solidariteit

“De vaccinatiediscussie is niet nieuw, dus speelt hij ook nu. Vaccineren doe je niet alleen voor jezelf. We moeten een beroep blijven doen op ons solidariteitsgevoel. Iedereen moet om zich heen kijken en zich afvragen: wie in mijn omgeving loopt gevaar bij een coronabesmetting? Daarbij moet je beseffen – ook al word je zelf misschien niet erg ziek – dat je wel de consequenties moet dragen op geestelijk of financieel vlak. Het gaat níet alleen om lichamelijke gezondheid. De beslissing om je wel of niet te laten vaccineren kun je alleen nemen op basis van de juiste informatie. Het zijn genuanceerde kwesties en dus is communicatie extra belangrijk.”

Plastisch chirurg

“Vroeger wilde ik plastisch chirurg worden, dat leek me mooi. Mensen helpen met brandwonden, dus de reconstructieve kant, bijvoorbeeld handchirurgie. Maar ik denk dat ik daar uiteindelijk niet geschikt voor zou zijn geweest. Ik heb als arts M+G Infectieziektebestrijding gewoon een leuk vak. Ook omdat het altijd in ontwikkeling is, er kan van alles gebeuren. En ik houd van anders dan anders, van out of the box denken, van veranderingen. Ik weet niet of ik op deze plek m’n pensioen ga halen, maar dat hoeft ook niet. Als je de overstijgende en preventieve kant op wilt, kun je als arts M+G op heel veel plekken een bijdrage leveren. Je bent van veel nut, ik voel dat erg zo. Het is toch hartstikke mooi dat je iets voor het volk kan betekenen?”

Lees ook: Putri Hintaran: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Babette Rump

Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Jaren geleden al zag Babette Rump tijdens haar coschappen in Nepal en Brazilië een manier van denken die haar triggerde. Toch deed ze eerst ervaring op in de kliniek voordat ze besloot arts Maatschappij + Gezondheid Infectieziektebestrijding te worden. Babette is naast arts ook ethicus. In september 2020 promoveerde ze op het raakvlak van ethiek en infectieziektebestrijding. Een logische combinatie, vindt ze zelf.

Infectieziektebestrijding

“Zoals zoveel mensen ging ik geneeskunde studeren met de sterke behoefte om mensen te helpen. Maar eenmaal arts in een ziekenhuis kreeg ik het gevoel: je bent eigenlijk altijd ‘aan de late kant’. Mensen zijn ziek, het kwaad is al geschied. Wat ik interessanter vind, is het weerbaar en stevig maken van mensen. Gezondheid bestaat uit meer dan alleen het fysieke, operationele van het lichaam. Dat besef is gegroeid tijdens mijn coschappen in Nepal en Brazilië. Daar is preventie veel meer verweven met de eerste lijn. Waarom ik koos voor infectieziektebestrijding? Ik wilde iets mondiaals en iets waarin ik me kon vastbijten. Iets wat complex was en tegelijk bijdraagt aan de simpele basis die we allemaal nodig hebben om gezondheid te bereiken. Dat komt voor mij samen in infectieziektebestrijding.”

Concessies doen

“Er is op dit moment veel aandacht voor wat er op de intensive care gebeurt. Daar wordt keihard gewerkt, het gaat over leven en dood. Het is misschien vreemd om te zeggen, maar er kleeft daardoor een bepaalde heroïek aan. De alledaagse realiteit van de arts infectieziektebestrijding is saaier. Minder heroïsch. Maar niet minder wezenlijk. Je moet in dit vak enorm creatief zijn. Alles wat we tegenkomen is (relatief) nieuw; dengue, malaria, SARS, hiv, corona, dat is het mooie. Tegelijkertijd moet je heel wetenschappelijk gefundeerd beleid maken. Die spanning is interessant. Dit vak doet recht aan de complexiteit van de realiteit. Iedereen heeft een stevige studie achter de rug en een sterke maatschappelijke betrokkenheid. We voelen aan het einde van de rit allemaal de motivatie om zoveel mogelijk mensen gezond krijgen en dat kan alleen maar door iedereen te helpen.

Vrijheid versus gezondheid

Als arts M+G kom je erachter dat het gezondheidsbelang van de een soms niet in lijn ligt met dat van een ander; terwijl beide ertoe doen. Voor mij was het een logische stap om ook ethicus te worden, ethiek speelt een grote rol bij infectieziektebestrijding. Je ziet het nu met corona en ook in de vaccinatiediscussie: het is jouw vrijheid versus mijn gezondheid. Het belang van het individu ‘schuurt’ met het belang van de groep. De vraag is: welke
concessies ben je bereid te doen omwille van andermans fysieke gezondheid? En welke concessies níet, wat vind je zo waardevol in het leven dat je dat niet wilt missen – ook al is het in het collectief belang? Als het gaat om de verdedigbaarheid van de maatregelen om verspreiding te voorkomen, kijken we naar drie dingen: is iets proportioneel, is het effectief en kan het minder ingrijpend? Het kenmerk van infectieziekten is dat ze worden overgedragen. Het zijn ziekten die bestaan bij de gratie van verbinding, van contact en juist dat contact, die menselijke verbinding, is iets wat mensen, naast gezondheid, waardevol vinden en nastreven. Toch willen ziekenhuizen uiteraard ook coronavrij blijven. Dus hoe ver gaan we om besmetting te voorkomen? We moeten met elkaar een antwoord formuleren welke consequenties we verantwoord vinden.

Wicked problems

Je hoort weleens: alles is ethiek, maar dat vind ik onzin. Het is echt niet zo dat ik tijdens mijn werk de hele tijd ethische kwesties zit af te wegen. Als er een acute crisis is, is groot handelen nodig en is er weinig ruimte voor reflectie. Maar als de crisis bezworen is, moet er ruimte komen voor deze vragen. Het probleem van de nieuwe infectieziekten zoals antibioticaresistentie maar ook corona, is dat het ‘wicked problems’ zijn. Wat goed is om te doen hangt af van je perspectief. Dat zie je nu ook: degenen die de oplossingen aandragen, definiëren daarmee het probleem. Zo zegt de IC-arts: ‘We moeten in een lockdown’. Daarmee zegt hij in feite dat het probleem is dat de IC volloopt. Dat is natuurlijk een onderdeel van het probleem, maar dat corona nu zo snel om zich heen kan grijpen hang met veel meer dingen samen. Als arts M+G heb je meer ruimte om recht te doen aan al die facetten van het complexe probleem. Zo maken wij met kleine verbeteringen hele grote verschillen. Eigenlijk is dat precies omgekeerd in de curatieve hoek, waar je vaak grote ingrepen doet met kleinere effecten.

Inspirerend inzicht

“Wat me de afgelopen tijd positief heeft verrast, is de gemeenschapszin. De solidariteit waarmee iedereen voor elkaar zorgde. Dat wij voelden: oh ja, wij zijn een gemeenschap. Wij staan niet alleen, we zijn met z’n allen. Ik denk dan: als we hiertoe in staat zijn met elkaar, als we dít allemaal uit de kast kunnen trekken omwille van corona… wat zouden we niet allemaal nog meer kunnen bereiken als we dit collectieve denken kunnen vasthouden, een gezonde leefstijl, niet-roken, goede start voor alle kinderen? Hoeveel kunnen we dan bereiken? Dan komt er echt een revolutie aan in de publieke gezondheid.”

Lees ook: Putri Hintaran: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Stevige heroriëntatie op de organisatie van, en regie over de zorg is van groot belang!

Dát is de reactie van KAMG op contourennota Zorg voor de Toekomst. 

KAMG gaat in haar brief in op aandachtspunten voor de verdere uitwerking van de verschillende beleidsopties in de Contourennota. KAMG stelt dat de beleidsopties op het gebied van preventie niet uit gaan van collectiviteit maar van het individu, niet van publieke gezondheid maar van de curatieve zorgcontext. In de slagschaduw van de COVID-19 pandemie en verdere grote volksgezondheidsrisico’s hebben we een overheid nodig die bereid is flink te investeren in de “verzekeringspremie” van de collectieve gezondheidszorg. Ook is een stevige heroriëntatie op de organisatie van, en regie over, de zorg van groot belang.

Lees de volledige brief met de reactie van KAMG.

COVID-19: over welke mensen maken we ons extra zorgen?

De coronacrisis heeft ons laten zien hoe moeilijk het is om snel zicht te krijgen op mensen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben: nu of in de toekomst. Dat zicht is wel nodig om de gezondheid en welzijn van zoveel mogelijk mensen nu en in de toekomst te kunnen beschermen.

Yke Tromp, geneeskunde student aan de Universiteit Utrecht, bracht de kwetsbare groepen (en hun specifieke kwetsbaarheden) die extra geraakt worden door de COVID maatregelen in beeld. Met behulp van de WHOQOL verkende hij diverse adviesrapporten uit de eerste periode van de COVID-19 uitbraak. Lees het verslag van zijn wetenschapsstage. Het leidde tot deze publicatie in het TSG: COVID-19: over welke mensen maken we ons extra zorgen?. De KAMG volgt nauwlettend de rapporten die verschijnen over de impact van de coronacrisis, zoals de corona VTV. Artsen M+G dragen vanuit verschillende rollen bij aan het beperken van de schade door Sars-Cov-2 en de maatregelen die worden genomen om de COVID-19 uitbraak te beheersen.