Elise Buiting: ‘Kabinet schuift grote problemen door’

In de miljoenennota van ons demissionaire kabinet is weinig ruimte voor de aanpak van de grote problemen in Nederland, constateert voorzitter Elise Buiting namens de KAMG. ‘Er gaat geld naar huisvesting, naar klimaatbeleid en de jeugdzorg. De grote problemen in de rest van de zorg worden doorgeschoven naar volgende regeerperioden.’

‘Vele partijen pleiten al jaren voor meer preventie in de zorg, maar feit is dat de investeringen in preventieve en publieke zorg de afgelopen twintig jaar sterk achter zijn gebleven. Mede hierdoor dreigt de zorg onbetaalbaar en onuitvoerbaar te worden. Helaas biedt het regeerakkoord van vandaag weinig soelaas voor deze problemen. Het erkent het belang van meer preventieve en publieke zorg, maar schuift besluiten hierover door naar de toekomst. Wel komt er wat extra geld voor de preventieve programma’s zoals “Geweld hoort nergens thuis” en “Kansrijke start”. Ook wordt er geld geïnvesteerd in de crisisorganisatie bij een pandemie en publiek-private samenwerking bij de ontwikkeling en productie van vaccins.’

‘Voor als we ooit nog eens weer een echte regering krijgen: zet volksgezondheid op nummer één. Kabinet, investeer in preventie en publieke zorg, investeer in artsen maatschappij + gezondheid.’

Coulanceregeling herregistratie verruimd

Het College Geneeskundige Specialismen (CGS) heeft in samenwerking met de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) de coulanceregeling herregistratie verruimd. Door de nieuwe regeling kunnen geneeskundig specialisten en profielartsen in aanmerking komen voor een vermindering van maximaal 66 uren deskundigheidsbevordering. Het gaat om een korting van 3 uur per maand over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021.

Lees meer over de nieuwe regeling in het nieuwsbericht op de website van de KNMG: herregistratie verruimd deskundigheidsbevordering.

7 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Irene Peters

Naam: Irene Peters
Functie: arts M+G/jeugdarts bij GGDrU, bestuurslid KAMG, bestuurslid AJN
Arts M+G sinds: 2017
Praktijkopleider sinds: 2017
Tot dusver begeleid: ‘Ik begeleid nu de vierde aios.’

Waarom doe je wat je doet?

“Elke dag heb ik wisselende taken, een deel van de week zie ik ouders en kinderen op spreekuur, ik leid aios op en begeleid coassistenten. Ik ben een samenwerker en dat doe je als jeugdarts veel met jeugdverpleegkundigen, CB- en doktersassistenten, met scholen. Mensen ondersteunen, samen kijken hoe het voor ouders en kinderen beter kan, mooier wordt. Dat motiveert me. Wanneer ga ik tevreden naar huis met het gevoel: dat was een goeie dag? Bijna elke dag! Ik heb er plezier in, ik leef een beetje voor mijn werk. Ik steek ook veel tijd in het bestuur van de AJN, we hebben een doel dat ik belangrijk vind: werken aan de positie van de jeugdarts en de arts M+G.”

Waarom ben je praktijkopleider geworden?

“Dat leek me een mooie nieuwe taak om erbij te doen. Ik heb veel behoefte aan verandering en vernieuwing, dus ik ben altijd bezig met groei en ontwikkeling. Het geeft zoveel voldoening als je collega’s ziet groeien in hun werk, als jij ze kunt helpen bij de opdrachten en ze helpt zich te ontplooien.”

Wat leer je aiossen, wat leren zij van jou over dit vak?

“Als je net begint als jeugdarts zie je vooral de spreekkamer, maar het is de kunst om wat je ziet mee te nemen naar de buitenwereld. Te kijken hoe je voor groepen kinderen of een generatie bij wijze van spreken de zorg kunt verbeteren. Want dán zorg je dat de publieke gezondheid verbeterd wordt, en daar zijn wij voor.”

Waarom zou een geneeskundestudent arts M+G moeten worden? Hoe zou jij het vak verkopen?

“Het is een vak dat in beweging is en een heel brede gedegen opleiding, waardoor je breed inzetbaar bent. We hebben bijvoorbeeld bij de covid-19 bestrijding gezien dat jeugdartsen bij IZB gingen werken en dat ging prima. Wat dat betreft is dat een mooie eyeopener. Zij zijn voldoende opgeleid daarvoor, je kunt zien dat het een aanpalend specialisme is en dat je een gezamenlijke basis hebt.

Als je geïnteresseerd bent om je vak breed te bekijken, en het op verschillende speelvelden wilt uitoefenen, dan is dit een vak waar je vast – net als ik – heel veel energie van krijgt.”

Lees ook: Saskia Rijnbende-Geraerts, arts M+G en medisch adviseur vaccineren: ‘Dit is wat ik doe voor het land’

Je noemde de positie van de arts M+G, hoe zit het daarmee?

“We zijn gestart met een werkgroep om uit te werken welke rollen en taken de arts M+G heeft. De arts M+G is voor sommige mensen nog een lastig te vatten professional. Soms ook voor gemeenten of bestuurders van GGD’en. We hebben ook bijeenkomsten gehad met jeugdartsen om te bespreken: als we straks allemaal arts M+G zijn, waar wat verandert er en waar liggen kansen? Als je arts M+G bent, werk je niet meer alleen in de spreekkamer maar heb je een overkoepelende taak in het JGZ-team. Meer ruimte om naar buiten te treden en gemeenten en de ketenpartners op te zoeken.”

Er is – eindelijk – meer aandacht voor preventie. Hoe zorgen we dat dit een volwaardige plaats krijgt naast cure en care?

“In de eerste plaats door als arts M+G zelf beter zichtbaar te zijn en zichtbaar te maken dat preventie loont. In de JGZ werken niet de mensen die op de barricades gaan staan schreeuwen. Anders waren we wel medisch specialist geworden!”

De vraag die collega-praktijkopleider Rianne Reijs voor jou heeft, sluit daar mooi bij aan:

‘Zie jij verandering onder jeugdartsen om ambities hardop uit te spreken en om collega’s met ambities te omarmen en te steunen? Hoe denk jij dat de opleiding daar aan kan bijdragen?’

“Ja, er is zeker wat aan het veranderen. Ik zie meer jeugdartsen met ambitie, die zich goed profileren en ons boegbeeld kunnen zijn. Daar kan de opleiding aan bijdragen, maar ook de werkgever. Invloed krijgen is noodzakelijk, daar zijn we van doordrongen. Bij onze GGD krijgen jonge artsen M+G de kans een rol te pakken en de meesten doen dat ook. Vroeger was er één stafarts, nu worden die taken verdeeld over verschillende artsen. Zo krijg je meer verdieping en gedeelde betrokkenheid. Ook besteden we tijd en aandacht aan het bestuurlijk sensitief worden. Daar leer je hoe je bij bestuurders onderwerpen kunt agenderen, hoe je een bepaald onderwerp relevant maakt, rekening houdend met het politieke klimaat. Die training is een verdiepingsslag van wat je al leert op de opleiding. Daarmee kunnen we onszelf nog beter positioneren.

Het is ook een kwestie van nog beter laten zien wat we allemaal doen. Zo doen alle artsen M+G in hun tweede fase onderzoek. Daarvoor wordt een symposium georganiseerd. Het zou goed zijn om hiervoor veel collega’s en externe relaties voor uit te nodigen. Er zijn zó veel artsen M+G die enorm interessant onderzoek doen!”

Wat zou je op jouw beurt willen vragen aan de interviewkandidaat hierna, praktijkopleider Clementine Wijkmans?

“Jij hebt je hard gemaakt voor het LOP: wat was jouw drijfveer?”

Ook praktijkopleider worden? Meer informatie vind je op artsmg.nl.

Lees ook: Dirk Pons: ‘De arts M+G kan door de schotten heen breken’

Dirk Pons: ‘De arts M+G kan door de schotten heen breken’

‘Er is geen enkele tak van sport waar de afgelopen decennia zó veel is veranderd als in de zorg.’ Dirk Pons was 21 jaar huisarts en 21 jaar directeur van zorgverzekeraar DSW. Geen gebrek aan hands-on én bestuurlijke ervaring in de zorg dus. Een interview over artsenschaarste, het trieste van risicoselectie en solidariteit.

U vertrok op 1 mei bij DSW, maar blijft betrokken bij de zorg in de regio. Hoe houdt u dat vol, al die tijd in de zorg?

“Je houdt het vol als het interessant is. En dit vak boeide me direct. Na mijn huisartsenopleiding had ik allerlei waarnemingen gedaan en ik moest even nadenken over wat ik nu eigenlijk wilde. Toen heb ik een jaar bij een voorloper van DSW gewerkt. In de wereld van de organisatie van de zorg. Ik vind die samenhang tussen de diverse zorgonderdelen zó belangrijk. Wij zijn altijd maar met curatie bezig, terwijl we het voorstadium vergeten.

Ik zat nog in de modus ‘je moet eerst een echte dokter worden’, dus ik ben daar niet gebleven. Maar ik voelde al: ik kom hier terug. Uiteindelijk was dat pas na twintig jaar, in 2001. Sindsdien is er zoveel veranderd, dat is indrukwekkend.
Naast die boeiende samenhang was er nog een drijfveer. Een goede samenwerking binnen en tussen de domeinen is van heel groot belang. Ik heb me er de afgelopen twintig jaar hard voor gemaakt om die samenwerking een goede plaats te geven en af te rekenen met de frustraties en de hobbels. We moesten een positieve flow krijgen. Dat heeft het al die jaren interessant gemaakt.”

Een hele grote verandering was de herziening van de langdurige zorg per 1 januari 2015. De AWBZ werd een slankere Wlz, de wijkverpleging ging naar de Zorgverzekeringswet en ook werd het Wmo-domein uitgebreid. Ik ben ruim een jaar daarvoor al met de gemeente gaan praten om te zeggen, laten we dingen samen oppakken. Maak gebruik van wat wij hebben geleerd en van onze expertise. Toen hebben we convenanten gesloten. Iedereen snapt dat je deze problematiek alleen maar gezamenlijk kan oplossen. Niet als één partij. Dan moet je wel een beetje chemie hebben samen; ik heb gelukkig fijn samengewerkt met de wethouders zorg om alles in goede banen te leiden.”

U hebt een drang om de zaken in goede banen te leiden?

“Ja, ik denk dat dat wel bij mij past. Dat verbinden en samen oppakken. Ik ben een groot pleitbezorger van solidariteit. Dit heb ik van huis uit meegekregen. Solidariteit wordt vaak gekoppeld aan linkse politiek, maar dat is onzin. Als je jong bent, moet je wat voor de ouderen over hebben en als je gezond bent voor de zieken. Dat is jammer genoeg niet meer vanzelfsprekend. Het is zelfs de laatste jaren ten negatieve veranderd. We zijn egocentrischer gaan leven. In tijden van oorlog hebben we alles voor elkaar over, maar in hoogconjunctuur ebt dat weg. Ik vind dat het tijd wordt voor verandering.

Mijn vader zat in de plaatselijke politiek, hij was een christelijk politicus. Ik was als jongeling linkser dan hij, maar ik had altijd enorme bewondering voor zijn maatschappelijke betrokkenheid. Die heeft mij geïnspireerd.

Ik vind het zo triest dat je als je wordt geboren in een bepaald milieu of bepaalde wijk een andere levensverwachting hebt. Dat moet niet mogen. Als solidaire verzekeraar vind ik dat we daar iets mee moeten. Ook de arts M+G beseft dat die ongelijkheid er niet zou moeten mogen zijn en werkt daaraan. Daarvoor moeten we door de schotten heen breken. Uit het verleden kennen we de voorbeelden van de waterleiding en riolering die een ongekend verschil betekenden voor de volksgezondheid. Zo kunnen we ook grote gezondheidswinst boeken als we schulden en slechte huisvesting kunnen aanpakken.

Maar dat ligt nu voor een groot deel bij de gemeenten. Domeinoverstijgend werken, zoals artsen M+G gewoon zijn om te doen, is de manier om dit in gezamenlijkheid op te pakken.”

Was de opleiding tot arts M+G niets voor ú geweest?

“Dat zou zomaar kunnen. Ik ben volgens mij van de generatie daarvoor. Maar ik zou goed in die opleiding hebben gepast.”

U bent eigenlijk een directeur Maatschappij + Gezondheid geworden…

“Inderdaad! Solidariteit is een begrip dat bij artsen M+G past en dat ook sterk leeft bij DSW. iedereen die aangenomen wordt heeft het hoog in het vaandel staan. Als je zorgt dat iedereen het in zich heeft, raakt het vanzelf in het DNA verankerd. Wij hebben mensen nodig die bereid zijn om anders te kijken en een beetje buiten lijntjes te kleuren als dat in het algemeen belang is. We zeggen altijd: liever principieel dan commercieel. We doen bijvoorbeeld niet aan risicoselectie. Die is ook eigenlijk bij wet verboden, maar wordt toch op slinkse manieren toegepast.”

Lees ook: Toos Waegemaekers: ‘We komen hier sterker uit als beroepsgroep’

Welke rol hebben artsen M+G voor de volksgezondheid?

“Artsen M+G spelen een grote rol voor de volksgezondheid. Zij hebben een helikopterview. Zij onderkennen de relatie tussen sociale problematiek en gezondheid en kijken naar preventie. Maar ook het samenwerken tussen de zorgdomeinen en het ‘ontschotten’ om de problematiek samen op te pakken; daar is een arts M+G bij uitstek de juiste figuur voor. Dat is zo waardevol, zij hebben een specialisatie maar ze kijken en denken breed. Ze hebben ook kennis van elkaars gebieden. Zulke artsen hebben we nodig. We moeten niet in de doorgeschoten specialisaties terechtkomen die we in de ziekenhuiszorg kennen.

Wat zou het eerste zijn dat u zou veranderen in de zorg als u de kans had?

“Ik zou het motto ‘principieel niet commercieel’ overal onderdeel van de zorg maken. Bij verzekeraars, bij VWS, bij zorgorganisaties. Ik zou solidariteit in alles wat we doen de plaats geven die het verdient. En ik zou dat ook graag aan de mensen duidelijk willen maken. Ik heb lang met jongeren in een Jongerenraad samengewerkt. Dat was zo mooi. Eerst denken jongeren: ik heb geen geld, een lage premie is belangrijk. Dan laat je ze zien wat dat betekent voor hun ouders en hun opa en oma en dan begrijpen ze het. En vinden ze die paar euro veel minder boeiend.

Kijk, ik zeg het nu als verzekeringsman, maar een arts M+G zou ook kunnen vertalen wat solidariteit voor gezondheidswinst oplevert en wat het gebrek eraan voor schrijnende situaties veroorzaakt. Je moet eigenlijk overal schakels hebben, pionnen die goed werk doen op dit gebied. Het zou me niks verbazen als artsen M+G die rol gaan pakken.”

U ziet op veel plekken een rol voor de arts M+G, maar hun aantal is sterk afgenomen de laatste jaren

“Ik vind de schaarste aan artsen M+G een groot probleem. Juist met de uitdagingen in de huidige tijd hebben we hen nodig. Er moet alles aan gedaan worden om de context van de opleiding en de financiering op orde te krijgen. Ik begrijp niet waarom de ene aios wel een salaris krijgt en de ander niet. Waarom de ene aios zijn opleiding vergoed krijgt en de ander niet of nauwelijks. In feite worden mensen arts vanuit een roeping. Ik heb drie kinderen die arts zijn, dus ik kan het weten. Er is veel aan het veranderen in de perceptie van de medische wereld. De hiërarchie is aan het verdwijnen, tonnen verdienen wordt minder belangrijk, parttime werken normaler. Artsen M+G zien de samenhang tussen alle onderdelen; verzekeringstechnisch, medisch, de wijk waar iemand woont, andere sociale aspecten. Zodra je te dichtbij staat, zie je het niet meer. Daarom denk ik dat artsen M+G met hun helikopterview zichzelf steeds beter op de kaart zetten. Grote veranderingen hebben breed kijkende mensen nodig.”

Lees ook: Saskia Rijnbende-Geraerts, arts M+G en medisch adviseur vaccineren

GGD’en mogen versneld 7 artsen infectieziektebestrijding opleiden

GGD’en mogen dit jaar versneld zeven artsen infectieziektebestrijding opleiden. Dat is goed nieuws, want het vak heeft al jaren last van structurele onderbezetting.

Zeven opleidingsplaatsen

In een brief aan Tamara van Ark, minister voor Medische Zorg, heeft GGD GHOR Nederland verzocht om extra opleidingsplaatsen beschikbaar te stellen. Deze brief werd ondertekend door SBOH, NVIB en SOGEON. De minister heeft ingestemd met het versneld beschikbaar stellen van zeven opleidingsplaatsen van 2022 naar 2021. Het totaal aantal opleidingsplaatsen bij NSPOH komt daarmee uit op 22 in 2021. Het aantal opleidingsplaatsen was vastgesteld op vijftien, maar er was een grotere toestroom aan sollicitanten dan voorgaande jaren.

Toekomst

Uiteraard zetten we ons ook de komende jaren in voor het vergroten van de instroom van artsen M+G, want dat blijft hard nodig. GGD GHOR werkt aan het plan ‘Versterking professionele bezetting infectieziektebestrijding’ om te zorgen dat er in de toekomst genoeg artsen M+G/infectieziektebestrijding zijn. Eind dit jaar wordt een nieuw advies van het Capaciteitsorgaan met betrekking tot het benodigd aantal opleidingsplaatsen verwacht.

Belangrijk

Everhard Hofstra, arts M+G/infectieziektebestrijding bij GGD Fryslân en voorzitter van de NVIB: “Geweldig dat we zoveel aanmeldingen hebben ontvangen. We zien door de pandemie dat ons beroep, en de andere functies binnen de publieke gezondheid, echt in the picture zijn gekomen en dat het animo hiervoor toeneemt. Belangrijk, want afgelopen periode is er veel aandacht geweest en capaciteit ingezet voor de bestrijding van het coronavirus, wat deels ten koste is gegaan van andere infectieziekten, zoals de soa bestrijding. Terwijl dat minstens zo belangrijk is. We hopen dan ook dat we volgend jaar weer zo’n grote groep kunnen opleiden.”

Zet volksgezondheid op nummer 1

Wij roepen het aanstaande kabinet op: zet de volksgezondheid op nummer 1. Maak preventie prioriteit. Er is een schreeuwend tekort aan artsen Maatschappij + Gezondheid, terwijl zij onmisbare schakels zijn voor een duurzame, collectieve gezondheidszorg. De weg naar preventie kan in 4 stappen. Ben je het met ons eens? Lees het manifest en laat je stem horen.

Saskia Rijnbende-Geraerts

Saskia Rijnbende-Geraerts, arts M+G en medisch adviseur vaccineren: ‘Dit is wat ik doe voor het land’

Sinds december 2020 is Saskia Rijnbende-Geraerts behalve arts M+G en jeugdarts bij Volksgezondheid gemeente Utrecht ook nog medisch adviseur programmalijn Vaccineren Covid-19. Zij kijkt binnen de projectlijn coronavaccinatie met vier andere medisch adviseurs of het vaccinatieproces in ons land op medisch gebied goed verloopt.

“Als jeugdarts met aandachtsgebied RVP heb ik veel kennis van het rijksvaccinatieprogramma, de uitvoering daarvan en de samenwerking met anderen zoals het RIVM. Deze kennis kan ik nu goed gebruiken als medisch adviseur binnen de
programmalijn vaccineren. De samenwerking tussen een jeugdarts en een arts IZB zorgt voor kwaliteit van de programmalijn vaccineren in de Covid-19 bestrijding.”

Context en omgeving

“Na de opleiding werkte ik twee jaar als arts-assistent kindergeneeskunde. Ik wilde al heel lang kinderarts worden maar toen ik bezig was, kon ik mijn ei niet kwijt. Ik merkte dat ik niet gelukkig werd van de ziekenhuiswereld. De kinderarts vroeg zich af of de sociale geneeskunde iets voor mij was. Toen ben ik jeugdarts geworden, dat in die tijd nog schoolarts heette. Dat lag me veel beter. Ik vond het prettig om meer tijd te hebben met mensen zodat je in gesprek kunt gaan om meer context te krijgen en van de omgeving te weten. Dat vind ik nog steeds: als jeugdarts heb je nauw contact, je bent echt betrokken.”

Integrale aanpak

“Binnen de JGZ heb je te maken met eenvoudige tot complexe problematiek. Je kunt soms mensen met relatief eenvoudig advies helpen, zoals over opvoeding of leefstijl. Dankzij jou gaan mensen dan blij de deur uit. Als je hen nú kunt helpen, kun je voorkomen dat het straks een groot probleem wordt. Dat opende echt mijn ogen. Tegelijkertijd zien we ook veel complexe problematiek. Een probleem bij een kind of ouder heeft vaak meerdere oorzaken en vraagt dan een integrale aanpak. Nu ik wat langer meega, zie ik de complexiteit van de problematiek en hoe je hierop invloed uitoefent beter. Het zijn niet alleen de individuele gesprekken met ouder en kind. Je kunt landelijk invloed hebben, problemen op de kaart zetten. Wij kunnen voor hele groepen mensen en kinderen iets betekenen.”

Vaccinatiegraad monitoren

“De JGZ monitort bepaalde items, bijvoorbeeld of de vaccinatiegraad (van het Rijksvaccinatieprogramma) in een wijk laag is. Als we dat zien, kunnen we kijken hoe we op verbetering kunnen inzetten. Enige tijd geleden zagen we dat de vaccinatiegraad landelijk daalde. Dan wordt er op verschillende niveaus hard gewerkt om dat te stabiliseren. Individuele gesprekken worden beter opgezet, we gaan kijken hoe we mensen beter kunnen bereiken. Zowel landelijk als op gemeentelijk niveau zijn vaccinatie-allianties gestart. Daarin werken allerlei partijen samen, zoals de overheid, RIVM, jeugdartsen, verloskundigen, scholen, kinderopvang en artsen infectieziektebestrijding. Je hebt 5% mensen die antivaccinatie zijn, met hen kom je moeilijk in gesprek. Er is een grote groep van 80% die wel gevaccineerd wil worden. En er is een groep twijfelaars. Met die laatsten wil je het gesprek aangaan. Maar je moet die 90% niet vergeten, die moet je blijven informeren waarom het zo belangrijk is, omdat we anders een groot probleem krijgen.”

In het diepe

“Ik ben in 2009 aandachtsfunctionaris infectieziekten geworden. Dat betekende voor mij een uitbreiding van het gewone vaccineren. Ik werd meteen in het diepe gegooid, want de Mexicaanse griep diende zich aan en ik mocht helpen dat in goede banen te leiden. Sinds december 2020 ben ik medisch adviseur programmalijn Vaccineren Covid-19 bij GGD GHOR Nederland. Dat is een extra functie. Ik heb binnen de projectlijn coronavaccinatie de rol van medisch adviseur. Ik kijk samen met vier andere medisch adviseurs of het proces in het land goed loopt op medisch niveau. Wij leggen enerzijds de lijntjes met collega’s op de vaccinatielocaties en anderzijds met RIVM, VWS, IGJ (Inspectie Jeugd & Gezondheid), Lareb en CBG. De minister bepaalt de strategie; RIVM coördineert de uitvoering, wij kijken wat we moeten doen en hoe we de vertaalslag maken naar de praktijk. Daarmee zorgen we er samen voor dat deze enorme vaccinatiecampagne werkbaar en uitvoerbaar is en dat de kwaliteit op peil blijft.Dat is ontzettend interessant. Het is enorm divers want je hebt met veel verschillende mensen te maken. Bovendien heeft het een bijzondere lading: dit is wat ik doe voor het hele land. Je beseft het niet de hele dag door, maar als ik er even bij stilsta, dan is het speciaal wat we met elkaar aan het doen zijn. Ik doe dit samen met een arts infectieziektebestrijding. Wij vullen elkaar goed aan. Als jeugdarts zijn we natuurlijk niet anders gewend om grote groepen te vaccineren, dat is onze core business. En de arts infectieziektebestrijding heeft weer een andere achtergrond. Allebei een ander profiel, maar samen zetten we al doende, lerend, iets moois neer.”

Lees ook: Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Hoe ziet een kwalitief goede opleiding tot o.a. arts M+G eruit?

Hoe ziet een kwalitatief goede opleiding tot sociaal geneeskundige (artsen maatschappij + gezondheid, verzekeringsartsen en bedrijfsartsen) eruit? En hoe zorg je dat die kwaliteit hoog blijft en verder verbetert?

KOERS en Kwaliteitskader

Om deze vragen te beantwoorden, ontwikkelde de KAMG samen met de andere sociaal geneeskundige beroepsverenigingen verenigingen (NVAB en NVVG) een kwaliteitsvisie en kwaliteitssysteem. Deze zijn verwoord in KOERS en het bijbehorende Kwaliteitskader. Het gaat om een intern cyclisch kwaliteitssysteem waarmee de sociale geneeskunde zelf de kwaliteit van de opleidingen systematisch toetst en borgt. Op 29 oktober en 12 november 2020 organiseerde de RGS, in samenwerking met de sociaal geneeskundige wetenschappelijke verenigingen, een informatiebijeenkomst over de nieuwe wijze van toezicht en de rol van de interne kwaliteitscyclus daarin. De presentaties van deze bijeenkomst staan hier.

KOERS 2020

In het najaar van 2020 is KOERS geactualiseerd en geaccordeerd door de drie betrokken wetenschappelijke verenigingen. Het vernieuwde Kwaliteitskader (de ‘toolbox’ voor het meten van de kwaliteit van de opleidingen) wordt in 2021 verwacht.

Download KOERS 2020

Om de uitvoering van de kwaliteitscyclus door het veld te ondersteunen, zijn er inmiddels twee formats beschikbaar voor de rapportage over de uitkomsten van de kwaliteitscyclus, zowel voor de opleidingsinstelling als voor het opleidingsinstituut. We vragen je om je kwaliteitsrapportage via e-mail te sturen aan KAMG via bureau@kamg.nl en aan de RGS.

Naast deze kwaliteitsrapportage vraagt de RGS tweejaarlijks t.b.v. de erkenning een aparte rapportage: RGS-rapportage instellingen cluster 3.  De RGS en de wetenschappelijke verenigingen kiezen ervoor de twee rapportages op elkaar te laten aansluiten. Sommige onderdelen van de RGS-rapportage vervallen als je tegelijk een kwaliteitsrapportage bijvoegt. Welke onderdelen dat zijn, vind je in de tekst van de RGS-rapportage.

Landelijk professionaliseringsplan voor praktijkopleiders sociale geneeskunde

In het Landelijk professionaliseringsplan voor praktijkopleiders (LPP) zijn bovenstaande uitgangspunten vertaald naar de opleiding voor praktijkopleiders. Het LPP is door de besturen van KAMG, NVVG en NVAB vastgesteld en per 1 januari 2018 in werking getreden.

Het LPP kent een basisscholing en een vervolgtraject. De basisscholing is voor nieuwe opleiders die (nog) geen erkenning hebben en bestaat uit 5 modules die in 6 dagen gedurende 1,5 jaar worden gevolgd.

  • Startmodule van 2 dagen: competentiegericht opleiden algemeen en leren begeleiden op de werkplek
  • 1-daagse module: competentiegericht begeleiden deel 1
  • 1-daagse module: feedback, toetsen en beoordelen
  • 1-daagse module: competentiegericht begeleiden deel 2
  • 1-daagse module: organiseren, samenwerken, professionaliteit.

Naast het cursorisch onderwijs voert de praktijkopleider-i.o. een viertal praktijkopdrachten uit en doet zo ervaring op met het begeleiden van een of meerdere aios. Hierin wordt hij/zij begeleid door een senior praktijkopleider, de zgn. buddy.

Aan het eind van het scholingstraject geeft het opleidingsinstituut, mede op basis van input van de buddy, een eindverklaring af, t.b.v. de definitieve erkenning door de RGS.
Lees meer over de procedure in dit document.

Reeds erkende praktijkopleiders behouden hun erkenning en hoeven de basisscholing niet nog eens te doorlopen.

Het vervolgtraject is bedoeld voor alle opleiders (dus inclusief de erkende) en bestaat uit jaarlijks 2 contactdagen, deelname aan intervisie voor opleiders en aantoonbare deelname aan activiteiten op het gebied van ontwikkeling/kwaliteitsborging van de opleiding.

Alle beschreven scholing is geaccrediteerd en telt mee voor de herregistratie als specialist.

De rol van de KAMG in KOERS/Kwaliteitskader

In de uitvoering van KOERS zijn er twee cycli:

  1. Een kleine, lokale tweejaarlijkse cyclus, waarin de opleidingsinstellingen (hoofdopleider, praktijkopleider, management, aios) de zelfevaluatie uitvoeren, een kwaliteitsrapportage opstellen, inclusief een verbeterplan.
  2. Een grote, landelijke cyclus, waarin iedere vijf jaar door de wetenschappelijke vereniging/KAMG, in samenwerking met de instituten en instellingen per specialisme een thematische bijeenkomst wordt georganiseerd. Overkoepelende verbeterthema’s (die uit meerdere kwaliteitsrapportages naar voren komen) alsmede de samenhang tussen praktijkopleiding en instituutsonderwijs staan op de agenda.

De wetenschappelijke vereniging heeft naar aanleiding van de interne kwaliteitscycli wel een toezichthoudende, bewakende rol. De instellingen sturen hun 2-jaarlijkse kwaliteitsrapportage op naar de KAMG én de RGS.

Arts M+G Annette Zwart: ‘Als je goede dingen doet, laat het dan zien’

Annette Zwart is arts Maatschappij + Gezondheid en Adviserend Geneeskundige bij zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid. Ze werkt mee aan de proeftuin Gezonde Zorg, Gezonde Regio.

Wat is het doel van de proeftuin Gezonde Zorg, Gezonde Regio?

“Door beschikbare data slim in te zetten, weten we beter wie op welk moment zorg nodig heeft. Gezonde Zorg, Gezonde Regio heeft drie doelen: patiënten zelf laten beslissen over behandelingsmogelijkheden en leefstijl, zorgverleners ontlasten door de juiste zorg op de juiste plek te creëren, en het voorkomen van ondoelmatige zorg. Op dit moment lopen er drie projecten, allemaal gericht op patiënten met hart- en vaatziekten en gerelateerde klachten.”

Waarom is zo’n proeftuin nodig?

“In de Vinex-wijk Stevenshof in Leiden ligt de gemiddelde leeftijd van volwassenen tussen de 40 en 50, een leeftijd waarop het zorggebruik meestal toeneemt. Daarom hebben wij, als een van de negen proeftuinen van VWS, ervoor gekozen om juist in deze wijk invulling gegeven aan het project Stevenshof Vitaal. Het (proactief) signaleren van zulke kansen is een van de taken van een arts Maatschappij + Gezondheid.

We merkten bijvoorbeeld dat patiënten met niet-acute pijn op de borst vaak naar het ziekenhuis werden doorverwezen, terwijl dat achteraf niet nodig was. Samen met de regionale kaderhuisarts Hart en Vaatziekten en met cardiologen in het Alrijne Ziekenhuis en het LUMC stelden we een aantal criteria op om enerzijds het risico voor patiënten te beperken en anderzijds te voorkomen dat een te grote groep onnodig in het ziekenhuis terechtkomt. Huisartsen krijgen nu beslisondersteuning – een programma dat gegevens in het patiëntendossier toetst op basis van richtlijnen – en maken daarna een risicoschatting. Deze methodiek wordt landelijk geïmplementeerd door de Nederlands Vereniging Van Cardiologen (NVVC).

Een ander sociaal geneeskundig project op het snijvlak van zorg en preventie is Stefit. Bewoners van Stevenshof met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten werken aan hun leefstijl met behulp van een app. Met de input van het LUMC, onder andere via het National eHealth Living Lab (NeLL), is ook de wetenschappelijke basis verankerd.”

Wat zijn jouw taken binnen Gezonde Zorg, Gezonde Regio?

“In het begin speelde ik een belangrijke rol bij het sociaal geneeskundig adviseren over partijen die een subsidie aanvragen bij de Stichting Zorg en Zekerheid. Daarnaast bouwde ik mee aan de structuur, formeerde ik een stuurgroep en werkte ik – samen met zorgverleners – aan het vormgeven en bewaken van de projecten. Tussen 2014 en 2018 organiseerden we tien projecten. Alle tien scoorden ze positief op Triple Aim: patiënten werden beter, de zorgkosten namen af en de zorgverlener is enthousiast over de nieuwe manier van werken. Inmiddels is het een geolied geheel, maar ik blijf betrokken.”

Waarom is het belangrijk dat een arts Maatschappij + Gezondheid hieraan meewerkt?

“Een arts M+G heeft een 360 graden-blik. Alle competenties van een arts M+G komen terug in mijn werk. Denk aan communicatie: intern, met mijn collega’s, maar ook met de buitenwereld. Zo toonde het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport belangstelling voor de proeftuin, omdat ze benieuwd waren naar onze aanpak. Ik vind het belangrijk om de goede dingen die we doen ook te laten zien en erover te vertellen. De 360 graden-blik en de veelzijdige kennis van een sociaal geneeskundige, zowel medisch als in wet en regelgeving, dragen bij aan de verbinding tussen het medische en sociale domein, ook binnen dit project.”

Wat maakt jouw vak zo mooi?

“Ik werk al veertien jaar bij Zorg en Zekerheid en sindsdien is de zorgwereld altijd in beweging geweest. Ik zeg weleens: er is geen mooiere plek voor een sociaal geneeskundige dan bij een zorgverzekeraar. Je werkt samen met het brede veld van de geneeskunde, maar ook met het sociale, gemeentelijke en publieke domein. Tot op de dag van vandaag zie ik mogelijkheden en kansen, ook al is het op een passend niveau, om dit mooie zorgstelsel verder te finetunen. Op heel veel plekken binnen onze organisatie geef ik sociaal geneeskundig advies. Zowel casuïstiek als advies over het concretiseren van de Positieve Gezondheid beweging, een essentieel onderdeel van de visie van Zorg en Zekerheid. Want gezondheid gaat over veel meer dan alleen niet-ziek zijn. Ik maak daarmee vandaag verschil, met het oog op morgen.”

Lees ook: Toos Waegemaekers: ‘We komen hier sterker uit als beroepsgroep’

Emeritus-hoogleraar Public Health Koos van der Velden geridderd

KAMG feliciteert Koos van der Velden, emeritus-hoogleraar Public Health aan het RadboudUMC. Vandaag werd hij benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw. De onderscheiding Orde van de Nederlandse Leeuw wordt verleend voor verdiensten op het gebied van wetenschap en kunsten. Koos van der Velden is arts MPH en heeft zich in zijn indrukwekkende loopbaan tientallen jaren onvermoeibaar ingezet voor de sociale geneeskunde en de volksgezondheid.

Op dit moment is hij de bevlogen voorzitter van de Taskforce Federatie Sociale Geneeskunde. De Taskforce onderzoekt de mogelijkheden om een Federatie op te richten waarin artsen arbeid en gezondheid én de artsen maatschappij + gezondheid één stem krijgen om zo het belang van de sociaal geneeskunde voor Nederland nadrukkelijk te onderstrepen. Dit voorzitterschap is tekenend voor de carrière van Koos van der Velden. Altijd zoekt hij naar de verbinding, zowel binnen als buiten de sociale geneeskunde, én altijd met het grotere algemene belang van de volksgezondheid in het vizier.

KAMG is blij en trots een kersverse ridder in haar geledingen te hebben.

Oproep Longfonds en artsen: “Geef onze kinderen gezonde lucht”

Geef onze kinderen gezonde lucht. Want de gevolgen van luchtvervuiling voor hun gezondheid zijn niet te overzien. Die dringende oproep doet een coalitie van onder andere Longfonds, Long Alliantie Nederland en tientallen (kinder)longartsen, verpleegkundigen, huisartsen, milieuartsen, sociaal geneeskundigen en vooraanstaande wetenschappers vandaag aan het nieuwe kabinet. “Zelfs al in de baarmoeder lopen kinderen gezondheidsschade op door luchtvervuiling. Vieze lucht maakt ziek, jaarlijks overlijden minimaal 12.000 mensen vroegtijdig door fijnstof of stikstofdioxide”, zegt directeur Michael Rutgers van Longfonds. “Nu hebben we de kans om daar iets aan te doen. Laat onze kinderen vrij ademen. Daar hebben ze recht op.”

Gezondheidsschade kinderlongen

De impact van luchtvervuiling op kinderen is enorm. Kinderen die opgroeien in vervuilde lucht ontwikkelen vaker astma. Bij 1 op de 5 Nederlandse kinderen is het ontstaan van die ziekte gerelateerd aan stikstofdioxide.[1] Recent onderzoek toont aan dat de longen van kinderen die meer vervuilde lucht inademen, minder goed groeien. Zij hebben op hun zestiende een lagere longfunctie dan kinderen die opgroeien in relatief schonere lucht.[2]

Ella stierf door luchtvervuiling

Het Londense meisje Ella (9) werd onlangs wereldnieuws toen de rechtbank oordeelde dat haar dood het rechtstreekse gevolg was van luchtvervuiling. Zo gaf dit astmapatiëntje postuum een gezicht aan het probleem van vieze lucht. “Het lijkt misschien een ver van mijn bed show”, zegt Michael Rutgers. “Maar ook in Nederland leidt luchtvervuiling bij zo’n 750.000 mensen met een longziekte tot gezondheidsklachten. Tienduizenden van hen overwegen om die reden wel eens te verhuizen. Velen hebben daartoe niet de financiële mogelijkheden. Dat zijn vaak schrijnende situaties.”

Noëlle (6) zit gevangen in vieze lucht

Noëlle wordt ziek van de lucht die ze dagelijks inademt. Ze woont in het Rotterdamse Rozenburg, omgeven door snelwegen en industrie. Alleen al het afgelopen jaar moest ze twee keer op de IC worden opgenomen. Haar moeder Naisheline is radeloos en wil graag verhuizen. “Sinds we hier wonen ligt Noëlle iedere maand in het ziekenhuis. Als mijn dochter niet zo ziek zou zijn geweest, dan zou ik zeggen: ‘Dit bestaat niet. Hoe kan luchtvervuiling zoveel effect hebben op die kinderlongen?’ Maar het bestaat wel!”

Kinderlongarts Ismé de Kleer van het Franciscus Gasthuis in Rotterdam bevestigt het verband tussen luchtvervuiling en de gezondheid van haar patiënt: “Iedere keer als er veel vervuiling in de lucht zit, wordt Noëlle hier opgenomen. En ze is niet het enige patiëntje dat vanwege vieze lucht naar het ziekenhuis moet. Voor duizenden Nederlandse kinderen met astma is luchtvervuiling een groot probleem. Ze zijn hierdoor regelmatig benauwd, moeten meer medicijnen gebruiken en krijgen vaker astma-aanvallen. Ouders zijn zich er vaak te weinig van bewust hoe groot de invloed is van luchtvervuiling op de gezondheid van hun kinderen. Dit is echt een maatschappelijk probleem.”

Manifest: benoem een speciale gezant voor gezonde lucht

Samen met een brede coalitie (kinder)longartsen, huisartsen en andere zorgverleners en wetenschappers lanceren Longfonds en Long Alliantie Nederland vandaag het manifest voor gezonde lucht. “Wij doen een dringende oproep aan het aanstaande kabinet om een nieuwe impuls te geven aan gezonde lucht. Verbind de noodzaak van het realiseren van gezonde lucht met de opgaven voor bijvoorbeeld klimaatverandering, energietransitie en de stikstofproblematiek en voorkom gezondheidsschade door luchtvervuiling. En stel daarvoor een speciale gezant voor gezonde lucht aan”, zegt Michael Rutgers van Longfonds.

Alleen al de afgelopen weken verzamelde Longfonds duizenden steunbetuigingen voor gezonde lucht. “Stuk voor stuk hartenkreten van bezorgde mensen met een duidelijk appel: als het nieuwe kabinet nu niet veel meer en sneller werk maakt van gezonde lucht, dan blijven huidige en toekomstige generaties nog langer grote gezondheidsproblemen ondervinden. Het maatschappelijk draagvlak is groot”, zegt Rutgers. “Voorkom dat kinderen onnodig ziek worden. Laat onze kinderen vrij ademen. Wij roepen instanties en maatschappelijke organisaties op zich aan te sluiten bij het manifest.”

De complete tekst van het manifest en de lijst van ondertekenaars, waaronder NVMM, AJN en KAMG, is te vinden op: longfonds.nl/geefkinderengezondelucht

[1] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S2542519619300464, https://ars.els-cdn.com/content/image/1-s2.0-S2542519619300464-mmc1.pdf (tabel 6, pagina 20).

[2] https://erj.ersjournals.com/content/early/2020/03/26/13993003.00147-2020