Handreiking voor artsen over inzagerecht van medisch dossier van nabestaanden

Inzagerecht medisch dossier

Het afgelopen jaar is de KAMG betrokken geweest bij de totstandkoming van de handreiking over het nieuwe recht op inzage en afschrift van medische dossiers voor nabestaanden. Met deze handreiking maken de KNMG en de Patiëntenfederatie, op verzoek van het ministerie van VWS, duidelijk in welke situaties hulpverleners gegevens uit het medisch dossier van een overleden patiënt aan nabestaanden en anderen mogen verstrekken.

Uitzonderingen

De informatie uit een medisch dossier valt onder het beroepsgeheim van een hulpverlener, ook na het overlijden van de patiënt. Er zijn een aantal uitzonderingen op die regel. Deze worden in de handreiking besproken. Het gaat om:

– de toestemming die een patiënt bij leven heeft gegeven of juist geweigerd
– inzagerecht na een incident
– inzagerecht vanwege een zwaarwegend belang
– inzagerecht voor ouders van kinderen die nog geen 16 jaar waren toen zij overleden

Er bestaat een handreiking voor hulpverleners en voor patiënten en nabestaanden. Dinsdag heeft de minister de resultaten aan de Tweede Kamer aangeboden.

Meer informatie vind je op www.knmg.nl.

Blog Marc Kaptein: Zij aan zij oorzaken – geen symptomen – behandelen!

De enorme waarde van een innovatieve en wendbare (sic) farmaceutische sector begint gelukkig in te dalen bij de Nederlandse samenleving. We kunnen er niet omheen; binnen een jaar zijn er werkzame en op veiligheid beoordeelde coronavaccins en zijn we met inenten  begonnen.

De afgelopen weken waren zeer intens. De beperkingen van de lockdown én de media-aandacht rond de ‘late’ start van de vaccinatiecampagne maakten de druk niet bepaald minder. Ondertussen neemt de kans op verlenging van de lockdown steeds verder toe. Wat is nu de tussenstand? Wat ging goed, en wat kan beter? Als arts heb ik geleerd te observeren en aanvullend onderzoek uit te voeren voordat ik een diagnose stel. Daarom trek ik nu ook geen conclusies. Maar ik heb wel een vijftal ‘klinische’ observaties.

Ten eerste zie ik dat de informatie over (en begrip van) de snelheid van ontwikkeling van de verschillende vaccins niet optimaal is verlopen. Hoewel er regelmatig contact was, is er door de overheid te lang vastgehouden aan de gedachte dat een vaccin gebaseerd op een bewezen technologie óók automatisch als eerste goedkeuring zou krijgen. Is hier sprake van onderschatting van het innovatieve vermogen van de wetenschap? Of van tunnelvisie?

Een sterke overheid stelt duidelijke regels, gevat in wetten en protocollen. Maar heeft ook het vermogen om snel en adequaat te handelen als dat nodig is. Het is misschien een open deur, maar in een crisissituatie is er behoefte aan flexibiliteit en innovatief vermogen. Deze coronacrisis heeft laten zien dat bedrijven en ondernemers van grote meerwaarde zijn bij het bedenken en implementeren van oplossingen. Betrek hen erbij!

Ook merk ik dat er (nog steeds) wantrouwen is jegens de geneesmiddelensector. Terwijl juist vertrouwen en samenwerking  de basis zijn voor goed geïnformeerde beslissingen. Hoewel er gelukkig veel (nieuwe) deuren open gingen, zijn er jammer genoeg ook vele gesloten gebleven. Vaak werd voor de informatie over het Pfizer-BioNTech-vaccin niet naar de meest voor de hand liggende partij gekeken, de ontwikkelaar zelf, maar vertrouwd op ‘objectieve’ maar minder goed geïnformeerde bronnen. Kritisch zijn is goed, maar vertrouwen en samenwerking is beter.

Samenwerking is dus essentieel in een crisissituatie. Het is wellicht een openbaring, maar vaccinontwikkelaars (en de geneesmiddelensector in zijn geheel) hebben voor het overgrote deel dezelfde doelen als de overheid. Ziekten voorkomen en patiënten beter maken. Ook wij willen zo snel mogelijk een vaccin en een geslaagde vaccinatiecampagne. Dat wij daar ook aan verdienen is een randvoorwaarde om de innovatiecyclus in stand te houden. Focus niet alleen op de kosten, maar heb ook oog voor de maatschappelijke waarde die een innovatie oplevert.

Ten slotte; heeft Pfizer/BioNTech alles goed gedaan de afgelopen maanden? Zeker niet. Zo hebben we het RIVM geadviseerd om flacons met oplosvloeistof slechts eenmalig te gebruiken ongeacht de hoeveelheid die in die flacon achterblijft. Dat bleek achteraf geen goede inschatting want de EMA bepaalde dat meerdere keren oplosvloeistof uit één flacon kon worden opgezogen. Ergo, er is een te grote hoeveelheid flacons ingekocht. De les? Wees voorzichtig met een ander de maat te nemen als  je zelf ook  kunt verbeteren.

Dus laten we met elkaar aanvullend onderzoek doen, gezamenlijk evalueren, en zij-aan-zij conclusies trekken om er voor te zorgen dat we straks (nog) beter voorbereid zijn op de volgende fase van de  coronacrisis en een eventuele pandemische crisis in de toekomst. Dan maken we optimaal gebruik van elkaars kracht, in het belang van Nederland.

Marc Kaptein
(medisch directeur Pfizer en voorzitter NVFG)

 Reageren? Stuur een mail naar info@innovatievegeneesmiddelen.nl

Inge Jepkes, vertrouwensarts (i.o): ‘Ik wil dit vak een boost geven’

Inge Jepkes (38) werkt bij Veilig Thuis, onderdeel van GGD Noord-Holland Noord. In de eerste helft van 2020 kwamen daar 2175 meldingen van huiselijk geweld binnen. Ongeveer 12 per dag. Landelijk gezien werden er ruim 64000 meldingen gedaan: 350 per dag (CBS). Een hoog aantal, zeker als je bedenkt dat er maar zo’n 60 vertrouwensartsen zijn…

Deze 60 vertrouwensartsen werken bij 26 Veilig Thuis organisaties in ons land. Bij Veilig Thuis komen meldingen binnen van vermoedens van geweld in een afhankelijkheidsrelatie. Bijvoorbeeld kindermishandeling, ouderenmishandeling of partnergeweld. Het kan gaan om fysiek en/of emotioneel geweld, om seksueel geweld, maar ook om financiële uitbuiting of psychische of lichamelijke verwaarlozing. De meldingen komen van politie of zorgverleners, maar ook van slachtoffers zelf, hun sociale netwerk of andere betrokkenen.

Het vak van vertrouwensarts

Jepkes: “Na ontvangst van een melding schatten we de ernst van de situatie in en buigen de vertrouwensartsen zich over alles wat ‘medisch’ is. Is er zichtbaar letsel, verslaving, intoxicatie van het slachtoffer of een betrokkene, ziekte, medicijngebruik of psychische problematiek? We lezen de melding die binnenkomt en het dossier en zetten daar met een multidisciplinair team aandachtspunten bij die in relatie kunnen staan met veiligheid.
Veilig Thuis is geen hulpverlenende instantie, maar heeft een coördinerende taak. Veilig Thuis ziet erop toe dat de veiligheid van een kwetsbare zo veel mogelijk hersteld wordt en geborgd blijft en inventariseert wat nodig is aan hulp en wat de betrokkene zelf kan. Soms gaan we langs bij de betrokkene, thuis, op school of in het ziekenhuis. We gaan in gesprek en doen lichamelijk onderzoek.”

Toevalstreffer

Jepkes kwam zelf min of meer toevallig bij Veilig Thuis terecht. “Ik wilde begin 2018 de nieuwe opleiding tot forensisch arts gaan doen, maar de opleiding werd uitgesteld. In de tussentijd ben ik bij Veilig Thuis gaan werken en heb ik me aangemeld voor de (oude) opleiding tot vertrouwensarts. Eenmaal bij Veilig Thuis ontdekte ik hoe interessant en afwisselend het werk is. Nu ga ik beide beroepen combineren. Op 1 februari ben ik afgestudeerd als forensisch arts en in september 2021 start ik met de nieuwe opleiding tot vertrouwensarts! De uitdaging van dit vak? Goed inschatten wat er achter een melding schuilt. Je moet neutraal naar de situatie kijken en alles in kaart brengen. Vervolgens proberen we met de betrokkenen afspraken te maken. We moeten de onveiligheid wegnemen. Dat kan of lukt niet altijd.

Heftige casuïstiek

We overleggen ook met gemeenten, ziekenhuizen, de Raad voor de Kinderbescherming en de politie. Dat je met al die ketenpartners samenwerkt en overal komt, maakt het vak afwisselend en leuk. Geen dag is hetzelfde. Er kan elk moment een spoedmelding binnenkomen, waardoor je op stel en sprong op huisbezoek moet.
We krijgen te maken met heftige casuïstiek. In het begin stuiten we vaak op weerstand, zeggen mensen: ‘Er is niks aan de hand’. Tja. Wij doen niet aan waarheidsvinding, we zijn niet de politie en ook niet de instantie die de maatregel gaat uitvoeren. Maar je moet alle scenario’s afwegen
en zo nodig instanties inschakelen. Kindermishandeling en huiselijk geweld komen in alle lagen van de bevolking voor en kunnen onzichtbaar zijn. Je moet een bepaalde overview kunnen hebben. Door verhalen heen kunnen prikken. En je moet het gesprek durven aangaan en vertrouwen winnen. Daarom zijn goede communicatieskills in dit vak wezenlijk.

Beroepsnorm

We gaan in gesprek met de houding van: het gaat niet goed, we gaan jullie helpen, waar zit de pijn, hoe kunnen we het beter doen? Dan merk je dat ze bijdraaien, durven toegeven: er is wel hulp nodig. Wat mij enorm motiveert, is als we in schrijnende situaties tóch de pleger zover krijgen hulpverlening aan te gaan, zodat je dat gezin helpt om een betere toekomst tegemoet te gaan. Soms zijn mensen zelf ook opgelucht dat het is uitgekomen. Heel af en toe worden we bedankt voor onze hulp. Niet vaak, dus dat is extra bijzonder. Een ander onderdeel van ons werk is advies geven aan medici en paramedici die twijfelen of ze melding moeten doen. Zij hebben een vertrouwensband opgebouwd met hun patiënten. Sommigen vinden het een soort verraad als je melding doet. Maar het is een signaal dat je je zorgen maakt en dat je graag wilt dat deze mensen hulp krijgen. Bovendien is er een professionele meldcode, het is een beroepsnorm. Melding doen hoort bij het goed uitoefenen van je vak.

Geweldsspiraal doorbreken

Wat wij doen, kan enorm effect hebben. Vaak is er sprake van een intergenerationele geweldsspiraal; geweld dat van ouder op kind overgaat en maar doorgaat en doorgaat. Veel daders zeggen: ik werd ook geslagen, ik wil dit niet maar ik ben machteloos in deze situatie. Als wij een knip kunnen zetten in die keten… Dat is speciaal.
In 2021 start een nieuwe opleiding tot vertrouwensarts. Ik zit in de opleidingscommissie. We willen het vak graag een boost geven. Want vertrouwensartsen zijn hard nodig, dat blijkt wel uit de cijfers aan het begin van dit verhaal. Bij een groot aantal van de meldingen is het nodig om er met een medische blik naar te kijken. Dus we zijn hard bezig, we geven veel voorlichting, we zijn actiever en meer out there. We moeten goed vertellen waar we voor staan. Een veilig thuis voor iedereen.”

Lees ook: Putri Hintaran, arts M+G (i.o.), infectieziektebestrijding: Ik doe dit omdat het zin heeft’

Interesse in de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid? Kijk op artsmg.nl.

 

Coulanceregeling 40 punten deskundigheidsbevordering geldt voor elke herregistratie in 2020 vanaf 1 maart

De Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) maakte bekend dat de coulanceregeling van 40 punten deskundigheidsbevordering ook geldt voor geneeskundig specialisten en profielartsen die hun registratie vanaf 1 maart 2020 vernieuwden. Bij een deel van die groep is de coulanceregeling ten onrechte niet toegepast.

De geneeskundig specialisten en profielartsen waarvoor dit geldt, ontvingen een mail van de RGS. Omdat zij ook in aanmerking komen voor de coulanceregeling schrijft de RGS, uiterlijk 11 december 2020, 40 deskundigheidsbevordering bij in hun GAIA-dossier. Bij specialisten en profielartsen die al gebruik hebben gemaakt van de 10% coulanceregeling die al vanaf het begin van dit jaar gold, schrijft de RGS 20 punten bij.

Meer informatie over de coulanceregeling vindt u op de website van de RGS.
De RGS is bereikbaar voor overleg over individuele vragen. Voor vragen over herregistratie kunt u contact opnemen met de afdeling Herregistratie van de RGS, op telefoonnummer 088 44 04 310. Ook kunt u een e-mail sturen naar herregistratie@fed.knmg.nl.

Dubbelregistratie in de sociale geneeskunde

Vanaf 1 januari 2020 moeten alle geneeskundig specialisten voldoen aan de eisen voor herregistratie zoals geformuleerd in het Kaderbesluit CGS.

Naast de bestaande herregistratie-eisen zijn dat:

  1. in voldoende mate hebben deelgenomen aan regelmatige evaluatie van individueel functioneren
  2. aan externe kwaliteitsevaluatie hebben deelgenomen.

De NVAB biedt hiervoor het visitatiemodel, waarmee bedrijfsartsen kunnen voldoen aan beide herregistratie-eisen. De verzekeringsartsen en de artsen Maatschappij + Gezondheid hebben hier de methode EIF voor ontwikkeld (meer informatie zie www.kbsg.nl).

De besturen van de NVAB, KAMG en NVVG hebben vastgesteld dat een specialist met een dubbele registratie (dus bijvoorbeeld als bedrijfsarts én arts M+G/profielarts of als bedrijfsarts én verzekeringsarts) slechts één keer een traject dient te doorlopen gericht op de nieuwe eisen. Ook als u wilt herregistreren voor meerdere specialisaties/profielen. Het is immers voldoende als u één keer heeft aangetoond positief kritisch met uw eigen professionele ontwikkeling om te gaan. U wordt geacht deel te nemen aan het systeem van het specialisme waar u het meeste uren in werkzaam bent (dus gemiddeld gedurende de herregistratieperiode de grootste deeltijdfactor aan besteedt).

Indien u deelneemt aan EIF levert dit 25 accreditatiepunten op. Dit geldt eveneens voor deelname aan de visitatie NVAB. Het moge duidelijk zijn dat u deze 25 accreditatiepunten maar één keer ontvangt; u neemt immers maar aan één traject deel (al kunt u deze deelname wel voor twee herregistraties benutten).

Vastleggen in Mijn RGS

De specialist dient bij herregistratie bewijs aan te leveren aan de RGS waaruit blijkt dat hij of zij de Kwaliteitsregistratie NVAB óf EIF succesvol heeft doorlopen. Dit kan door de RGS toegang te verschaffen tot GAIA óf door een pdf van het persoonlijk dossier van de specialist in GAIA te uploaden in ‘Mijn RGS’ op het moment van herregistratie. GAIA kent een standaard optie tot het maken van een pdf die hiervoor gebruikt kan worden.

Nota bene:

Het is bij het aantonen van EIF dan wel visitatie bij de aanvraag herregistratie wel van belang dat deze heeft plaatsgevonden ten tijde van de 5-jaarstermijn van het specialisme waarvoor herregistratie wordt aangevraagd.

Dus: indien de herregistratietermijn als verzekeringsarts loopt van 1 november 2015 tot 1 november 2020 en de arts heeft de visitatie als bedrijfsarts op 1 maart 2015 afgerond (dus buiten deze termijn) dan kan deze niet meetellen voor de herregistratie als verzekeringsarts.

Vragen?

Verzekeringsartsen, bedrijfsartsen en artsen M+G met een dubbelregistratie kunnen met vragen over EIF/kwaliteitsvisitatie en GAIA contact opnemen met RGS.

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem contact op met bureau@kamg.nl, secretariaat@nvvg.nl of visitatie@nvab-online.nl (NVAB).

 

Artsen infectieziektebestrijding: ‘Deel het kerstgevoel, niet het virus’

Veilige feestdagen

Met de feestdagen voor de deur maken wij, artsen infectieziektebestrijding, ons ernstig zorgen over de komende weken. De kerst zal soberder zijn dan we gewend zijn. Met minder gasten, het wordt hoe dan ook een kerst en oud en nieuw-periode die we ons allemaal gaan herinneren.

Natuurlijk horen wij ook de geluiden dat mensen van plan zijn om toch met meer mensen Kerst of oud en nieuw te vieren. Doe dat niet! Dat fijne samenzijn kan ernstige en onherstelbare gevolgen hebben. Een nieuwe besmettingsgolf door Kerst en oud-en-nieuw kunnen we ons absoluut niet veroorloven. Want alle seinen staan al op rood. In de afgelopen weken zijn de aantallen positief geteste mensen, de ziekenhuis- en IC-opnames fors gestegen. De druk op de ziekenhuizen en op de IC’s is enorm. Er worden meer mensen met COVID-19 opgenomen dan er van af gaan. Het is al zover dat heel veel planbare operaties en behandelingen niet meer doorgaan omdat er simpelweg geen tijd of plek is. Tel daarbij op dat ook het zorgpersoneel niet op volle sterkte is door uitval of ziekte. Kortom, de rek is eruit. Met de winter nog voor de boeg is dat een angstig vooruitzicht.

Natuurlijk wil je niemand besmetten of zelf besmet raken. Maar juist door op meerdere dagen achter elkaar verschillende mensen te ontmoeten wordt de kans dat je besmet raakt of dat jij anderen ongemerkt besmet, groot. Deel het kerstgevoel, niet het virus. Daarom, onze tips.

Tips voor Kerst

• Vier Kerst bij voorkeur met de mensen waar je mee in huis woont.
• Nodig niet meerdere dagen na elkaar verschillende gasten uit. Beperk je contacten.
• Ga niet meerdere dagen na elkaar bij anderen op bezoek.
• Kies voor de woning met de meeste ruimte, ventileer goed.
• Maak een extra grote tafel (of aparte tafels), zodat je ook écht 1,5 m afstand kunt houden.
• Ben je verkouden, voel je je niet lekker, of heb je andere (milde) klachten. Blijf thuis, zeg het bezoek af, en maak een afspraak om je te laten testen. Ook met kerst en oud en nieuw staat de GGD voor je klaar.
• Woon je dicht bij elkaar: laat ieder een gang maken en bezorg deze bij elkaar. Dan eet iedereen toch hetzelfde diner.
• Via videobellen kun je op afstand samen zijn ook met een hapje en een drankje.
• Maak er een bijzondere Kerst van door filmpjes of gedichten te delen of digitaal spel of bingo te spelen of wat dacht je van online Karaoke.
• Zoek de buitenlucht op en sluit dan eventueel af met een kop koffie buiten in plaats van binnen samen te komen.

KOERS | visie op medisch vervolgopleiding sociale geneeskunde

KOERS beschrijft de visie van NVAB, NVVG en KAMG op de medische vervolgopleidingen in sociale geneeskunde. Het vernieuwde document vervangt het gelijknamige document uit 2015.

Document KOERS 2020

Hoe hou ik KOERS?
Het beschrijft de kwaliteitscyclus waarmee de kwaliteit van de opleidingen wordt geborgd. Alle betrokkenen of actoren bij de opleiding tot sociaal geneeskundige in een opleidingsinstelling of- instituut maken een gezamenlijk verbeterplan voor de opleiding. Dit verbeterplan wordt na 2 jaar geëvalueerd en bijgesteld. Beroepsvereniging én RGS ontvangen een afschrift van de verslaglegging van de Kwaliteitscyclus en zorgen voor landelijke evaluatie. KOERS is een uitwerking van het Kaderbesluit Geneeskundig Specialisten 2019. KOERS vormt tevens een eenheid met het Kwaliteitskader KOERS. In het Kwaliteitskader KOERS staat per betrokken partij/actor beschreven aan welke kwaliteitsaspecten de opleiding tot sociaal geneeskundige moet voldoen. Het vernieuwde Kwaliteitskader KOERS wordt in 2021 verwacht.

Informatieve bijeenkomst RGS terugkijken?
In oktober en november 2020 organiseerde de RGS twee informatieve bijeenkomsten over de kwaliteitscyclus in de sociale geneeskunde. Hier vind je de presentaties van de bijeenkomsten | KNMG.

Putri Hintaran, arts M+G

Putri Hintaran, arts M+G (i.o), infectieziektebestrijding: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Putri Hintaran (29) is arts infectieziektebestrijding en arts Maatschappij + Gezondheid i.o. en sinds vier jaar werkzaam bij GGD regio Utrecht. Pas na haar studie geneeskunde ontdekte ze de infectieziektebestrijding. Nu maakt ze zich druk om de publieke gezondheid in Nederland, maar in de toekomst ziet ze zichzelf op een plek waar ze nog harder nodig is dan hier.

Waarom heb je gekozen voor infectieziektebestrijding?

Hintaran: “Al tijdens mijn studie geneeskunde was ik geïnteresseerd in infectieziekten. Ik besefte dat infectieziekten samenhangen met de omgeving waarin je opgroeit. We zien wereldwijd dat mensen in lagere sociaal-economische omstandigheden meer besmet raken en daar meer last van hebben. Omdat ze dicht op elkaar wonen, geen eigen huis hebben of gedwongen zijn te werken in krappe arbeidsomstandigheden. Dat er mensen in Indonesië bijvoorbeeld – ik ben zelf Indonesisch – doodgaan aan diarree en longontsteking, dat is oneerlijk. Die verschillen zie je in minder schrijnende vorm ook in Nederland. Ik voel de noodzaak om eraan bij te dragen die verschillen aan te pakken. Ik heb dus een intrinsieke motivatie voor dit vak. Het heeft in mijn ogen te maken met onrecht.”

Ben jij een typische arts M+G?

“Ja, ten eerste omdat je maatschappelijk betrokken moet zijn. Je moet iets van activisme in je hebben: de gezondheidsverschillen zien en daar iets mee willen. Maar als arts M+G moet je ook houden van de grote lijnen. Ik wil hoog over kijken, strategisch. Ik ben resultaatgericht, ik hou van grote impact maken. Dat zat voor mij te weinig in patiëntenzorg. Voor mij persoonlijk is het effect van wat je dan doet te beperkt. Daar raakte ik gefrustreerd van. Ik wil het probleem bij de wortel aanpakken, grootser en gestructureerder. Die vertaalslag maken, van één patiënt naar groepen en omgeving switchen, spreekt mij aan.”

Jouw vakgebied is de public health – hoe moet het daarmee?

“Allereerst moet er meer geld in geïnvesteerd worden. Het is lang een sluitpost van de zorgkosten geweest. De afgelopen tijd is wel gebleken hoe belangrijk het is om een stevig fundament te hebben, om te voorkomen dat de curatieve zorg overloopt. Het infectieziektebestrijdingsapparaat schoot tekort. Ik wil graag meedenken over hoe dat beter kan. Ik denk dat er winst geboekt kan worden met digitalisering en efficiëntie, dat zie je ook in de curatieve zorg. Dit momentum moeten we pakken.”

Wat maakt het vakgebied van de arts M+G boeiend?

“De inhoud. Je kiest niet voor de publieke gezondheidszorg omdat het zo goed verdient. Maar de inhoud is zo belangrijk, dat heb ik ervoor over. Ik heb het geloof dat het helpt. Je ziet weinig direct resultaat van je werk, geen patiënt die beter is na je behandeling. Je moet zelf het gevoel hebben: ik draag iets bij, dit heeft zin. Ik vind het boeiend als ik geconfronteerd word met een vraagstuk waarvoor ik veel verschillende vaardigheden moet inzetten. Je doet onderzoek om achter de determinant te komen, daar moet je analyses uit draaien en vervolgens de resultaten onder de aandacht brengen van de juiste mensen, de beleidsmakers. In dat strategisch uitdenken, een thema van begin tot eind begeleiden, ben ik op mijn best.

Onze afdeling van de GGD werkt voor 26 gemeenten in provincie Utrecht, we werken vanuit een centraal punt. Maar ik zit zeker niet elke dag op kantoor: de ene dag heb ik een overleg, dan moet ik een analyse draaien of schrijfwerk doen. Als ik beleidsmakers adviseer, heb ik bestuurlijke overleggen met gemeenten, provincies of ceo’s van bedrijven. In de onderzoekende fase moet je het veld in, veldmonsters nemen, etensresten of watermonsters onderzoeken. En als er een gedragscomponent in zit, voer je gesprekken met bepaalde gemeenschappen. Bijvoorbeeld als er meer covid-19 besmettingen optreden in een wijk. Als het gaat om de vaccinatiegraad van kinderen ga je bijvoorbeeld naar de gereformeerde gemeenschap. Dan gaan we op zoek naar een ‘haakje’ om gedrag te veranderen. In dat traject werk je samen met psychologen, sociologen, gedragswetenschappers of communicatieprofessionals.”

Wat brengt jouw toekomst?

“Ik wil graag internationaal werk doen. Misschien projectmatig, vanuit een Nederlandse organisatie die mensen uitzendt naar gebieden waar het nodig is. Hoe dan ook in de public health, maar liefst in gebieden waar het nog uitdagender is. Waar we nog harder nodig zijn dan in Nederland.”

Lees ook: Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Interesse in de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid? Kijk op artsmg.nl.

Glenn Tan, arts M+G

Glenn Tan, arts M+G, forensisch arts: ‘Laat mij maar schakelen’

In populaire tv-series krijgt het werk van de forensisch arts een glamoureus filter. De werkelijkheid is vaak weerbarstiger, maar desondanks mooi. Glenn Tan studeerde zeven jaar geleden af als arts M+G, forensisch arts. Hij koos daarvoor na de introductie van de NODOK-procedure. Nader Onderzoek Doodsoorzaak Kinderen.

Interessant werk

Glenn Tan (44) geeft toe: onderzoek doen naar een mogelijk onnatuurlijke overlijdensoorzaak bij kinderen is geen luchtige kost. “Als je begint, weet je niet of je daartegen kunt. Een kwestie van proberen, meelopen en kijken of je er wakker van ligt. De eerste keer dat je met overleden kinderen geconfronteerd wordt, is wel een moment. Hen onthoud je. Ook weet je niet hoe je met de zwaardere casussen, zoals treinongelukken, zult omgaan. Grote zaken hou je soms langer bij je, maar ik kan er met collega’s goed over praten. Dat is voor mij voldoende uitlaatklep.”

Tan werkte al een aantal jaren als jeugdarts, toen hem gevraagd werd forensisch arts te worden. Inmiddels is hij naast zijn baan als jeugdarts en forensisch arts volledig lijkschouwer. “Het is interessant werk, ook vanwege de interactie met collega’s en politie. Je moet een andere blik hebben. De jeugdarts heeft een bepaalde doelgroep, maar die van de forensisch arts is veel breder. Daarnaast werk je samen met bijvoorbeeld politie, tactische en forensische recherche. Persoonlijk vind ik de onregelmatigheid en de spanning van het werk boeiend. Jeugdarts ben je van acht tot vijf, als forensisch arts ben je altijd oproepbaar. Als er iets gebeurt, moet je in actie komen. Dat trekt me, dat ligt me ook. Dat en de veelzijdigheid van het vak.”

Kindermishandeling

Tan volgde de opleiding tot forensisch arts nog in een verkort traject. Hoe was dat, bij nul beginnen terwijl je al werkt als jeugdarts? “Je voelt je weer een beetje aios, hoewel je wel een zekere bagage meeneemt. Het was wennen, maar interessant om een nieuwe omgeving te leren kennen. Het is kijken waar je staat als arts. Die flexibiliteit komt goed van pas als arts Maatschappij + Gezondheid. Je bent breed georiënteerd en moet met diverse partijen kunnen samenwerken. Dat gaat me goed af, laat mij maar schakelen.”

Als forensisch arts behoren lijkschouw, arrestantenzorg, zedendelicten, strafrecht, FMEK (Forensisch Medische Expertise bij Kinderen) en NODOK tot je taken. Welk van deze ligt Tan het beste? “FMEK: onderzoeken of er sprake is van kindermishandeling. Dat bevindt zich exact op het raakvlak tussen mijn werk als jeugdarts en forensisch arts. Vaak worden we ingeschakeld via vertrouwenspersonen op school en Veilig Thuis. Dan ga je met een kind in gesprek, onderzoeken waar letsel te zien is en dit proberen te duiden. Ik spreek bijvoorbeeld vanmiddag een kind na schooltijd, mits er een ruimte waar dat veilig kan. Soms is dat met ouders erbij, soms niet.”

Weerstand

Het herkennen van kindermishandeling, seksueel misbruik en een niet-natuurlijk overlijden vergt specifieke kennis. Je moet stevig in je schoenen staan. Je neemt een bepaald standpunt in in dergelijke zaken waar niet iedereen blij mee is. Soms wordt het een zaak voor de rechtbank. Soms heb je te maken met ouders die ontkennen. Maar wij baseren onze conclusie op feiten en de literatuur. Dat kan weerstand oproepen. Dan moet je je niet laten ompraten of beïnvloeden.”

Nieuwsgierigheid

“De belangrijkste kwaliteit voor een forensisch arts is nieuwsgierigheid. Je moet je verdiepen én in de breedte kijken. Als ik aankom op een plaats delict, spreek ik eerst met de politie over hoe de overledene is aangetroffen. Verder ga ik er liefst blanco in. Eerst de omgeving opnemen, dan het lichaam objectief op zichtbare letsels onderzoeken. Het gaat uiteraard anders dan op tv. Het is mooi dat er meer aandacht is voor het forensische vak. , maar het is natuurlijk sensatie-tv. Op tv weten forensisch artsen na één blik de doodsoorzaak. In de praktijk duurt dat wat langer en is het ook vaak niet zo mooi. Sterker nog, het is geregeld gewoon vies. Dat hoort erbij. In deze tijd zie ik veel mensen die lang onopgemerkt dood in hun huis liggen. Schrijnend natuurlijk.”

Doodsoorzaak

“Mijn advies aan geneeskundestudenten of basisartsen die een carrière als arts M+G, forensisch arts overwegen? Als je op zoek bent naar een breed georiënteerd vak, waarbij je veel met andere disciplines samenwerkt en grote mogelijkheden hebt om je op verschillende vlakken te specialiseren, dan zeg ik: welkom. Forensische geneeskunde is een mooi vak. Voor mij is het een bijzonder moment als ik de nabestaanden een duidelijk verhaal kan vertellen zodat ze beter kunnen omgaan met het verwerken van het overlijden. Want mijn onderzoek geeft niet alleen justitie duidelijkheid over de overlijdensoorzaak, maar óók de nabestaanden. Vaak kan dan pas de verwerking beginnen. Het is het startschot voor de rouw.”

Lees ook: Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Voor meer informatie over de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid, kijk op artsmg.nl.

Elise Beket, arts M+G

Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Elise Beket (34) werkt sinds een jaar bij GGD Flevoland als AIOS arts Maatschappij + Gezondheid. In navolging van haar vader, bedrijfsarts, wilde ze als kind al dokter worden. Ze werd arts M+G: “Omdat je als sociaalgeneeskundige meer met mensen bezig bent dan met ziekte. In de publieke gezondheid kun je grote verschillen maken met kleine interventies.”

Lees meer