Jan Vosters, een bevlogen arts: in memoriam

Wij ontvingen het trieste bericht dat Jan Vosters op 10 januari jl. is overleden. Hieronder vindt u het in memoriam dat Jan Huurman, oud-voorzitter van de NVAG, ook namens de VAV/KAMG schreef.

Een gedreven public health-man is heengegaan: Jan Vosters (1942-2022)

Op maandag 10 januari jl. is Jan Vosters plotseling overleden. Een schok voor velen die deze warme en gedreven collega hebben gekend. In het harnas gestorven, want hij is, ongehinderd door het voortschrijden der levensjaren, nooit opgehouden zijn passie voor de publieke gezondheid te belijden.

Jan Vosters werd geboren in het laatste deel van de bezettingsjaren. Hij groeide op in de jaren vijftig en was vanaf 1961 student geneeskunde in Nijmegen. Daar heeft hij ongetwijfeld de omslag van traditie naar opstand meegemaakt, want de toen nog Katholieke Universiteit was één van de epicentra van de kritische studentenbeweging. Het zaadje voor zijn maatschappelijke betrokkenheid is al vroeg gelegd. Zoals vele andere jonge, idealistische artsen trok hij in het begin van de jaren zeventig naar Afrika, Zambia meer precies, als tropenarts. Terug in Nederland ging hij aan de slag bij een GGD. Eerst bij de GGD Zuidoost Brabant als directeur en daarna, tot aan zijn pensionering in 2005, bij de GGD Zeeland als hoofd jeugdgezondheidszorg.

De maatschappelijke betrokkenheid van Jan kwam tot uiting in een reeks van (bestuurs)lidmaatschappen: de Nederlandse Vereniging voor Medische Polemologie (NVMP), de Johannes Wierstichting, het Palestina Komitee, Dokters van de Wereld. En, want zo kennen wij Jan allen, de secretarisrol binnen de NVAG, één van de voorgangers van de VAV. Zijn inzet voor de NVAG werd in 2015 bekroond met een erelidmaatschap.

Ik heb Jan in de afgelopen jaren persoonlijk van nabij meegemaakt. Als secretaris in het NVAG-bestuur dat ik in 2012 als overgangsvoorzitter mocht leiden en als medereiziger in meerdere studiereizen georganiseerd door onze vereniging. Curaçao, Estland en Turkije waren voor mij de meest recente gedeelde ervaringen. Vanaf het begin van de coronapandemie werd het contact intensiever, omdat wij beiden voorstander waren (en zijn) van een bredere analyse en afweging van de complexe relatie tussen volksgezondheid en samenleving. Jan verwoordde die opvattingen in zijn nieuwsbrieven en vanaf najaar 2020 in het Artsen Covid Collectief. Ik was het niet altijd eens met zijn standpunten, maar discussies met Jan bleven altijd inhoudelijk, kritisch en respectvol.

De public health-sector heeft een deskundige en gedreven collega verloren. Maar bovenal een warm mens. Ik hoop dat Jan Vosters nog lang in onze herinnering zal blijven leven.

Jan Huurman, oud-voorzitter NVAG

inge de vries

Arts M+G en praktijkopleider Inge de Vries: ‘Zonde om kennis niet te delen’

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Inge de Vries.

Over Inge de Vries

Functie: Adviserend geneeskundige Medisch Specialistische Zorg
Arts M+G sinds: 1998
Praktijkopleider sinds: 2015
Tot dusver begeleid: 2 aiossen

Waarom bent u arts M+G geworden?

Inge de Vries: “Ik was altijd meer geïnteresseerd in de brede definitie van gezondheid. Die miste ik in het ziekenhuis tijdens mijn coschappen. Toen ontdekte ik dit mooie vak waarin maatschappelijke en sociale factoren en lifestyle een rol spelen.
Het sprak me ook aan dat je verschillende kanten op kunt; ik heb bij een GGD gewerkt, bij het Ministerie van Volksgezondheid en nu bij een verzekeraar. Je kunt veel voor de gezondheidszorg betekenen, voor de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg. Als arts M+G ben je vaak de linking pin tussen specialist en ziekenhuis enerzijds en de zorgverzekeraar anderzijds. Wij kunnen specialisten aan het denken zetten omdat we hun denkkader begrijpen. Wij zijn bruggenbouwers.”

Wat leert u als praktijkopleider aan een aios?

“Vooral patroonherkenning en op metaniveau denken. Uit onze grote databestanden kun je trends afleiden. Die kennis kun je benutten, richting zorgaanbieders of onze afdeling die collectiviteit inkoopt. Dat is wat we leren: niet alleen naar het individu kijken maar naar het geheel.

Als een patiënt een behandeling aanvraagt, moet je rekening houden met precedentwerking, Wat betekent dat voor de toegankelijkheid van de zorg en de zorgkosten? Je moet het collectieve en maatschappelijke belang beschouwen, zonder het individu uit het oog te verliezen. Artsen of coassistenten die net uit het ziekenhuis komen, hebben de neiging om een patiënt te willen ‘repareren’. Je moet je afvragen: waarmee is de patiënt het beste geholpen? Wat betekent de aandoening en wat betekent de behandeling voor de kwaliteit van leven? Bij die vraag gaat het niet om geld, maar om wat de patiënt wint. Ik heb workshops positieve gezondheid gegeven, waarin het draait om deze filosofische vraagstukken en deze taboes.”

Wat is uw motivatie om praktijkopleider te zijn?

“Mijn basis is kennis delen en opdoen. Het is zonde om kennis te hebben en die voor jezelf te houden. Dus toen ik in 2000 als praktijkbegeleider werd gevraagd, zei ik ja. Ik ben een tijd gestopt, en in 2015 gestart als praktijkopleider via de SSGO. Het is belangrijk dat er voldoende artsen M+G zijn. Op plekken waar niet zo’n brede blik heerst, is dat echt een gemis. Ik ben idealistisch: ik hoop dat mensen ook weer overdragen wat ik ze leer. Als een olievlek.”

Lees ook:
Arts M+G en praktijkopleider Alette Brunet de Rochebrune: ‘Ons vak staat nooit stil’

Wat is uw visie op de gezondheidszorg in de toekomst?

“In 2040 werken er niet genoeg mensen in de zorg om iedereen alle zorg te geven die er is. Daarvoor moet de maatschappij veranderen. Het belangrijkste is lifestyle te integreren in de medisch specialistische zorg. Mensen moeten gestimuleerd worden om verantwoordelijkheid te nemen voor hun gezondheid. Mensen zorgen niet altijd goed voor hun lichaam. Vaak ligt de oorzaak in de sociale situatie. In integrale gezondheidszorg weeg je al deze factoren mee. In plaats van dat je iemand die in de put zit antidepressiva voorschrijft is het soms beter het probleem op te lossen aan de bron. Dat betekent ook dat je een keten van zorg nodig hebt, met bijvoorbeeld maatschappelijk werk.

Ik ben fan van het Cubaanse model. Daar werkt de gezondheidszorg op wijkniveau. Zo werkt de huisarts in de flat waar hij zelf woont. Elke ochtend gaan de ouderen buiten samen gymmen. Dan hebben ze gelijk aanspraak. Als de huisarts ziet dat de gegevens veranderen, kan hij makkelijker ingrijpen. Daar hebben artsen bij ons geen tijd voor.”

Hoe kunnen we het effect van preventie zichtbaar maken?

“Wij kunnen dat als verzekeraar heel goed zien. Als je iemand met risico op diabetes laat deelnemen aan een preventieproject, zie je het effect. Ik zoek graag naar die patronen. Als iemand klachten krijgt die voortkomen uit bijvoorbeeld overgewicht, dan moet je óók de lifestyle te bespreken. Dat verandermoment moet benut worden. Mensen staan er dan voor open. Het is een van mijn missies om dat voor het voetlicht te brengen. Gelukkig verandert de maatschappij en komen er steeds meer goede initiatieven en specialisten die hier oog voor hebben.”

Collega-praktijkopleider Marthein Gaasbeek Janzen heeft ook een vraag: Wat is er nodig om aios M+G trots te laten zijn op het feit dat ze aios zijn?

“Om trots te kunnen zijn, moet een aios weten wat de specifieke kwaliteiten van de arts M+G zijn. Wij focussen op de gezondheid van groepen mensen en hebben daarbij oog voor de invloed van de omgeving op de gezondheid. Dat zijn unieke kwaliteiten.”

En wat zou u op uw beurt willen vragen aan de interviewkandidaat hierna, Sandra Offeringa:

“Inspireer jij je aios om praktijkopleider te worden en hoe doe je dat?”

Net als Inge de Vries praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

marthein gaasbeek janzen

Arts M+G en praktijkopleider Marthein Gaasbeek Janzen: ‘Het is stimulerend dat je een erfenis achterlaat’

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Marthein Gaasbeek Janzen. 

Over Marthein Gaasbeek Janzen

Functie: Arts M+G, Senior medisch adviseur bij Zorginstituut Nederland
Arts M+G sinds: 1996
Praktijkopleider sinds: 2018
Tot dusver begeleid: 2 aiossen, de 3e is gestart

Waarom bent u arts M+G geworden?

“Ik ben het uit roeping. Al tijdens mijn coschappen in het ziekenhuis merkte ik dat we daar mensen helpen, naar huis sturen en in feite wachten tot ze terugkomen. Dat zette niet echt zoden aan de dijk, vond ik. Ik vroeg me af of we ze konden helpen thuis te functioneren én hoe we konden voorkomen dat ze terugkwamen. Toen kwam ik erachter dat je je kon specialiseren als sociaal-geneeskundige.

Ik ben van mening dat ik als arts M+G niet alleen meer effect heb op de gezondheidszorg maar ook op de gezondheid, dan wanneer ik in een ziekenhuis zou werken. Als je op een rij zet wat er in de loop van de tijd veranderd is, hoezeer preventie op de kaart gekomen is; dan word ik daar blij van. Zo heb ik me er bijvoorbeeld hard voor gemaakt dat Stoppen met roken met aantoonbaar effectieve methodes via de huisarts vergoed wordt uit het basispakket. Daar ben ik wel trots op.”

Wat is uw motivatie om praktijkopleider te zijn?

“Dat je mensen verder helpt. De twee aiossen die ik begeleid, zijn inmiddels geschikt verklaard. Daarmee heb ik toch twee artsen M+G ‘afgeleverd’, dat is een goed gevoel. Wat me ook stimuleert is dat ik een erfenis achterlaat: dat het vak doorgaat en dat ik daar een steentje aan bijgedragen heb. Dat jouw idee van wat belangrijk is wordt voortgezet.”

Wat leert u toekomstige artsen M+G?

“Dat alles te maken heeft met gezondheid. Of het nu gaat om stedenbouw, klimaat, milieu of een pandemie; je moet altijd de connecties maken. Alles speelt een rol en gezondheid is veel meer dan alleen de zorg. Een oud voorbeeld: de cholera-epidemie is niet opgelost door behandelingen, maar doordat er riolen kwamen. Dat is ook wat ik aiossen meegeef, blijf nadenken over de sociaalgeneeskundige aspecten. Er zijn individuele signalen en gevallen en dan ga je kijken: is het toeval of een patroon? In het laatste geval zul je iets aan het patroon moeten doen. Niet dweilen, maar de kraan dicht doen.”

Leert u ook van hen?

“Je leert van alle mensen om je heen. Toen ik praktijkopleider werd, heb ik duidelijk gemaakt: ik wil geen eenrichtingsverkeer. Dat zou zonde zijn, de aiossen die ik heb begeleid waren al behoorlijk gepokt en gemazeld in onderzoek. Met hen heb ik heel wat goede gesprekken gevoerd over de zorg.”

Lees ook
Arts M+G en praktijkopleider Elise Buiting: ‘Het vak is breed en energiek’

Wat vindt u belangrijke aspecten in de begeleiding?

“Je moet geduld hebben en niet continu willen vertellen wat jij belangrijk vindt. Het gaat erom prikkelende vragen te stellen, mensen aan het denken te zetten zodat ze zich ontwikkelen. Je moet een klik hebben, dus je moet elkaar leren kennen. Daarom begin ik de begeleiding van een aios ook met een gesprek waarin we onze gebruiksaanwijzingen doornemen. Waar moet je op letten, wat werkt wel en wat niet. Wat er in mijn gebruiksaanwijzing staat? Ik geef een aios mee dat hij of zij me af en toe moet ‘aanzetten’: als je iets wilt weten, moet je het vragen. Ik voel niet altijd of je een vraag hebt.”

Wat is uw sterke punt?

“In de terugkoppeling hoor ik dat dat vooral mijn geduld is en dat ik goed kan doorvragen. Waarom doe je dat en wat betekent dat voor je opleiding, hoe koppel je dit aan je IOP, aan je competentieontwikkeling? Als mensen zaken ingewikkeld maken, kan ik ze terugbrengen tot de essentie. Ik hou zeker van uitweiden en filosoferen, maar het is goed om mensen op het spoor te houden.”

Wat is uw visie op gezondheid in de toekomst?

“In de toekomst zou het zo moeten zijn dat de goede keus de makkelijke, logische keus is. Gedragsverandering is lastig, daarom zou de juiste keus vanzelfsprekend moeten zijn. Zoals supermarkten nu bewust aan het kijken zijn naar het gebruik van plastic, zou dat ook kunnen met ongezonde producten. Want als supermarkten ophouden die te verkopen, is er voor de producent geen winst meer mee te maken. Natuurlijk moet je reëel zijn, dit verandert niet van vandaag op morgen. Je moet als arts M+G geduld hebben, maar langzaamaan zien we het veranderen en dat geeft hoop voor de toekomst.”

Collega-praktijkopleider Alette Brunet de Rochebrune heeft ook een vraag voor u: Hoe zie jij de toekomst van de arts M+G?

“Mooie vraag van Alette: wat voor artsen M+G probeer ik als opleider ‘af te leveren’? Mijn arts M+G van de toekomst is een erkend essentieel onderdeel van het gezondheidszorgsysteem. Die arts M+G zet zich in om de gezondheid voor iedereen en op alle terreinen te versterken. Daarvoor onderzoekt en verzamelt hij/zij gegevens over gezondheid uit de samenleving en vanuit de cure en de care en vertaalt deze in goede beleidsadviezen. Andersom gebruikt hij/zij de informatie om beleidsmaatregelen te vertalen naar consequenties voor de uitvoering van de zorg.”

En wat zou u op uw beurt willen vragen aan de interviewkandidaat hierna, praktijkopleider Inge de Vries?

“Wat is er nodig om aios M+G trots te laten zijn op het feit dat ze aios zijn?”

Net als Marthein Gaasbeek Janzen praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Capaciteitsorgaan adviseert VWS: breid aantal opleidingsplaatsen uit én zet in op verbeterd flankerend beleid

Het Capaciteitsorgaan adviseert in het ‘Capaciteitsplan 2021-2024 voor de Artsen Infectieziektebestrijding & Jeugdartsen’ om naast uitbreiding van het aantal opleidingsplaatsen ook passende maatregelen te nemen om de aantrekkingskracht voor het specialisme te vergroten. 

Het gaat om:

1. Een duidelijk toekomstperspectief op de positionering van het vak op termijn.
2. Een arbeidsvoorwaardenbeleid dat recht doet aan zowel de zwaarte van het beroep als aan wat op de arbeidsmarkt voor artsen gangbaar is.
3. Een duidelijk beleid vanuit de centrale overheid voor de publieke gezondheid, met bijbehorende wettelijke kaders en passende financiering.

Arts M+G/Jeugdgezondheid

Het Capaciteitsorgaan ziet bij de Jeugdgezondheidszorg grote urgentie om de opleidingsdoelstellingen bij te stellen. Daarnaast zijn er beperkte mogelijkheden voor jeugdartsen KNMG om door te stromen naar de tweede fase: de opleiding tot arts M+G/Jeugdgezondheid. Het Capaciteitsorgaan adviseert om jaarlijks 121 aios in de opleiding tot jeugdarts KNMG te laten instromen en jaarlijks 185 aios te laten instromen in de opleiding tot arts M+G/Jeugdgezondheid. 

Arts M+G/Infectieziektebestrijding

Ontwikkelingen, zoals klimaatverandering en globalisering, maar ook de toenemende verschuiving van nazorg naar voorzorg, vragen om meer artsen M+G/Infectieziektebestrijding. Het Capaciteitsorgaan adviseert om jaarlijks 23 aios in de opleiding tot arts infectieziektebestrijding KNMG en ook 23 aios in de opleiding tot arts M+G/Infectieziektebestrijding te laten instromen.
Het advies is een eerste stap om de structurele tekorten aan te pakken. De flankerende maatregelen zijn noodzakelijk om tot een hogere instroom te komen. Het Capaciteitsplan 2021-2024 is een tussentijds advies. Het is opgesteld op verzoek van het Ministerie van VWS naar aanleiding van ‘brandbrieven’ begin jaar 2021 waarin betrokken partijen in de sectoren het ministerie wijzen op een tekort aan opleidingsplaatsen.
Alette Brunet de Rochebrune

Arts M+G en praktijkopleider Alette Brunet de Rochebrune: ‘Ons vak staat nooit stil’

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen M+G vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Alette Brunet de Rochebrune. 

Over Alette Brunet de Rochebrune

Functie: Adviserend Geneeskundige
Arts M+G sinds: 2002, ik werk al sinds 1994 als sociaal geneeskundige
Praktijkopleider sinds: 2014
Tot dusver begeleid: 5 aios

Wat is uw motivatie om praktijkopleider te zijn?

Alette Brunet de Rochebrune: “Opleiden vormt een rode draad in mijn leven. Ik ben in 1997 gestart met de opleiding algemene gezondheidszorg (AGZ). Daarna ben ik in de opleidingscommissie van de VAGZ gegaan om een bijdrage te kunnen leveren aan het verbeteren van het curriculum. Tot twee jaar geleden zat ik ook in het KAMG Concilium dat zich daarmee bezighoudt. Dus het thema ‘opleiding’ heeft me eigenlijk nooit losgelaten, en rond 2014 ben ik praktijkopleider geworden. Als je kwaliteit belangrijk vindt, is het ook zaak daar zelf zoveel mogelijk aan bij te dragen.”

Waar zit voor u de aantrekkingskracht in?

“Arts-zijn is een leven lang leren, en dat geldt zeker voor de arts M+G. Ons vak staat nooit stil. Ik houd ervan mezelf te ontwikkelen. Ik houd ook van de uitdaging anderen enthousiast maken voor hun werk. Zij zijn immers aan de opleiding begonnen; waarom willen ze dit, wat willen ze leren? Daar gaat het om; de passie, de ‘sparkle’ bij iemand naar boven halen. Het is een mooie ervaring dat je een aios in de loop der jaren ziet groeien. Zien dat iemand wetenschappelijk echt zaken voor elkaar krijgt. Dat je daar een rol in hebt kunnen spelen, is echt bijzonder. Het geeft voldoening om daar de katalysator van te zijn.”

Waarover beschikt een goede praktijkopleider?

“Het belangrijkst zijn coachende kwaliteiten. De aios heeft immers al een opleiding achter de rug, heeft kennis en ervaring. Hij of zij kan goed zelf zijn eigen opleiding vormgeven. Het is behoorlijk zwaar, ze doen dit gedurende vier jaar naast hun gewone werk. Als praktijkopleider geef ik een breder perspectief. Ik probeer iemand uit te dagen het beste uit zichzelf te halen door vragen te stellen, te prikkelen, zelf dingen uit te laten zoeken. Ik leg ook de link met de praktijk, zodat iemand het geleerde steeds kan toepassen.

In het vak van adviserend geneeskundige bij een zorgverzekeraar verbind je het medische met het juridische. Je geeft advies over of en hoe iemand aanspraak kan maken op zorg. Jij moet de voorwaarden vormgeven, er moeten afspraken over worden gemaakt. Dat is een vak op zich. Je bent geen behandelaar, maar arts M+G. Je houdt je bezig met inkoopbeleid, beoordelingsbeleid, organisatie, juridische zaken en je houdt tegelijk vooral het medische aspect in de gaten. Het gaat om de individuele verzekerde, maar ook om groepen. Het speelveld is zo divers, je moet op een hoog abstractieniveau kunnen denken. Als praktijkopleider leer je de aios kijken met een helikopterblik.”

 

Lees ook:
5 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Joan Onnink

Is het leerzaam, een aios begeleiden?

“Jazeker, je hebt een andere arts tegenover je. Het is een soort intervisie; alle zaken waarmee zij komen, kunnen voor mij ook nieuw zijn. Ik ben nieuwsgierig, misschien is dat ook wel een vereiste om dit te doen. Ik ben geïnteresseerd in hoe anderen problemen oplossen. Daar word je zelf ook rijker van.”

Wat leer je toekomstige artsen M+G?

“Er zit een aantal wetmatigheden in, maar het gaat vooral om attitude. Je bent geen behandelaar maar hebt wel een rol in de zorg. Hoe breng je die over? Voornamelijk door de vragen die je stelt. Ik vind ook dat je moet weten waar je voor staat en wat je vak is. Dat laat ik tussen de regels door ook zien. Want als je jezelf niet serieus neemt, hoe kan een ander dat dan doen? Ik sta ergens voor, voor goede gezondheidszorg. Daar werk ik aan. Die overtuiging moet er zijn.”

De vraag uit het interview met collega-praktijkopleider Elise Buiting: ‘Wat maakt jouw vak een echt arts M+G vak?’

“Dat zit hem in de diversiteit van de zaken waar ik me mee bemoei. Het is een vak waarin je bruggen moet bouwen. Ik moet ervoor zorgen dat mijn collega’s in het veld hun werk kunnen doen, ziekenhuisartsen, aiossen, GGD-artsen, verpleeghuisartsen; dat zij kunnen doen waarvoor zij opgeleid zijn, namelijk goede zorg verlenen. Daarvoor schep ik de juiste voorwaarden. Bij een goed medisch inhoudelijk advies kunnen beleidsmakers daar niet tegen zijn. Ik sta ervoor dat dingen verbeterd kunnen worden vanuit de medische inhoud. Dat is het belangrijkste, de medische inhoud staat bovenaan. Zodra het fout gaat met de gezondheidszorg, wil ik me er tegenaan bemoeien. Vaak heeft het te maken met de organisatie of dat mensen aanspraak kunnen maken op goede zorg als dat nodig is en dat vind ik belangrijk. Dát is precies waar het om draait bij de arts M+G.”

Het volgende interview is met collega-praktijkopleider Marthein Gaasbeek Janzen. Wat zou je hem willen vragen?

“Mijn vraag aan Marthein Gaasbeek-Janzen: hoe zie jij de toekomst van de arts M+G?”

 

Net als Alette Brunet de Rochebrune praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Arts M+G en praktijkopleider Elise Buiting: ‘Het vak is breed en energiek’

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Elise Buiting.

Over Elise Buiting

Functie: Arts M+G, jeugd en vertrouwensarts bij Veilig Thuis Brabant Noord-Oost en voorzitter KAMG
Arts M+G sinds: 2001
Praktijkopleider sinds: 2007
Tot dusver begeleid: 10 aios

Word je beter in je vak doordat je ook praktijkopleider bent?

Elise Buiting: “Dat denk ik zeker. Het is boeiend om ook op deze manier met het vak bezig te zijn. Jonge collega’s nemen nieuwe ideeën mee. Dat houdt je scherp, het dwingt je om continu na te denken en zaken niet als vanzelfsprekend aan te nemen. Dat is waardevol. Ik werk met plezier bij Veilig Thuis BNO, maar ik miste het opleiderschap. Daarom ben ik opleider geworden bij de SSGO. Dat prikkelende, bruisende, dicht bij de nieuwe ontwikkelingen in je vak zijn is bijzonder. Het praktijkopleiderschap levert mij veel meer op dan het me kost.”

Wat is jouw sterke punt? Wat leer jij de aios?

“Ik heb recent een jonge collega begeleid. Na afloop van onze samenwerking vertelde ze dat ze aan het begin twijfelde of ze arts wilde blijven, of ze het interessant genoeg vond. Maar ik had haar in mijn begeleiding laten zien hoe breed en energiek het vak is. Dat het een vak is waar je veel van jezelf in kwijt kan, waarin je je goed kunt ontwikkelen.”

Wat moet je in je mars hebben om dit te kunnen?

“Flexibiliteit en stressbestendigheid. Je gaat samen een traject aan en weet van tevoren niet hoe het zal verlopen. Het is belangrijk dat je geïnteresseerd bent en dat je ook jezelf ter discussie kunt stellen. Dat vragen we tenslotte ook van een aios. Iemand gaat overal vragen over stellen en daar moet je ruimte voor maken. Je moet ook jezelf in de leerstand willen en kunnen zetten.”

 

Lees ook
Elise Buiting: ‘Kabinet schuift grote problemen door’

Ben je ook praktijkopleider omdat er nieuwe artsen M+G nodig zijn?

“Zeker. Ons vak heeft twintig jaar marktwerking achter de rug. Er zijn 45-70% meer specialisten en huisartsen, terwijl het aantal artsen M+G is gehalveerd. In preventie is niet geïnvesteerd. Dat is de preventieparadox; mensen die niet ziek worden, zie je niet, dat is niet meetbaar. Tot het misgaat. Als je dán gaat investeren, ben je rijkelijk laat. Dat zien we nu bij Covid-19.
Natuurlijk zijn klinisch specialisten belangrijk, maar we moeten ook de preventieve collectieve zorg goed regelen. Dat hebben we in Nederland nagelaten. In ons land wordt maar een deel van de opleidingen tot arts M+G gefinancierd. Veel aios krijgen de financiering lastig rond, terwijl ze zo hard nodig zijn. Dus dat is zeker een motivatie.”

De vraag uit het interview met praktijkopleider Joan Onnink: ‘Waar zie jij de kansen op verbinding tussen de verschillende deskundigheidsgebieden en wat kun je als opleider doen om dat te stimuleren?’

“Wanneer een aios van de opleiding komt, heeft hij of zij veel medisch-inhoudelijke kennis over individuele patiënten. Je wilt ze leren op een ándere manier na te denken over de problemen en de oplossingen. Hoe trek je het probleem uit de spreekkamer, welke partners heb je dan nodig, hoe benader je de politiek? Als praktijkopleider help je ze buiten de kaders te denken, hun blikveld oprekken. Je bent als arts M+G altijd ook werkzaam op individueel niveau, maar je moet de elementen eruit halen om dat naar collectief niveau te trekken. Die kwaliteit kunnen ze later inzetten op elk vlak, in welk deskundigheidsgebied ze ook werken. Ik wil laten zien dat je in dit vak alle kanten op kunt. Ik heb gewerkt als jeugdarts, strategisch adviseur, als onderzoeker, als opleider, als vertrouwensarts, ik heb voorzittersfuncties bekleed. Het is mooi als je ze kunt helpen ontdekken dat je een enorm interessante en afwisselende carrière kunt krijgen!”

Het volgende interview is met collega-praktijkopleider Alette Brunet de Rochebrune. Wat zou je haar willen vragen?

“Ik ben benieuwd: wat maakt haar vak tot een echt arts M+G vak?”

Net als Elise Buiting praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Joan Onnink

5 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Joan Onnink

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Joan Onnink. 

Over Joan Onnink

Functie: Adviserend geneeskundige DSW
Arts M+G sinds: 20 jaar
Praktijkopleider sinds: 7,5 jaar
Tot dusver begeleid: 3 aios

Wat is uw motivatie om praktijkopleider te zijn?

Joan Onnink: “Ik vind het belangrijk dat mensen in de praktijk deskundig zijn en toegerust om het werk te doen. Naar mijn idee is het noodzakelijk om specialist te zijn. Niet zozeer om de titel, maar omdat de opleiding veel ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

Ik werk bij een zorgverzekeraar. Daar heb je een helikopterview nodig, organisatiesensitiviteit en gevoel voor politieke verhoudingen. Het vereist kennis van en inzicht in hoe de wereld in elkaar steekt in de gezondheidszorg én maatschappelijk bewustzijn. Mensen die in dit vak werken moeten medische informatie vertalen naar maatschappelijke belangen, rekening houdend met het individu en het belang van de maatschappij. Basisartsen missen het grotere plaatje en de specialisten uit de behandelsector gaan vaak iets teveel op de stoel van de behandelaar zitten.

Waar ik blij van word, is als ik zie dat iemand zich ontwikkelt. Het gaat voor een groot deel om een attitude-ontwikkeling. Die ontwikkeling is in de hele organisatie zichtbaar. Je wordt van de opleiding tot arts M+G echt een betere arts. Tijdens je spreekuren zie je de casuïstiek, de problemen en gezondheidsrisico’s. Die moet je signaleren en vervolgens vertalen naar beleid. Je moet geëquipeerd zijn om die vertaalslag te maken van de context van het individu naar de maatschappij en vice versa.

Dat is de meerwaarde van een arts M+G. Het is goed om te weten dat er artsen zijn met dezelfde deskundigheid als jij, maar met een andere inhoudelijke taak, die je kunt bellen: hoe zit dat met deze problematiek, hoe werkt dat in die setting? Zij hebben dezelfde achtergrond en dezelfde helikopterview waarmee je brede verbanden kunt leggen.”

Vraagt het een grote tijdsinvestering, een aios begeleiden als praktijkopleider?

“Het gaat vaak tussen de bedrijven door, in de wandelgangen, je loopt bij elkaar binnen voor een vraag of een gesprek. Eigenlijk ben je – als vanzelf – continu coachend bezig. Bij alle activiteiten gaat het erom een houding en een manier van kijken te stimuleren. Elke aios heeft zijn eigen opleidingsplan met eigen doelen. Jij helpt iemand daar de focus op te houden. Gemiddeld komt het neer op een halve dag per week. In het begin wat intensiever, later wat minder.”

 

Lees ook
7 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Irene Peters

Wat leert u toekomstige artsen M+G / medisch adviseurs?

“Ik hoor van aios dat ze veel hebben aan mijn begeleiding. Ik kan me dan weleens afvragen wat we precies doen. We voeren gesprekken, ik geef feedback, zit iemand soms achter de vodden. Maar omdat het zo ‘organisch’ verloopt, sta je er niet echt bij stil. Ik denk dat de voorbeeldfunctie het belangrijkst is. Practice what you preach.”

Leert u ook van hen?

“Jazeker. De opleiding heeft natuurlijk niet stilgestaan. Het verbinden van wetenschap aan de praktijk; dát leer je van een aios. Het kan verfrissend zijn hoe ze naar dingen kijken, met een bepaalde verwondering: waarom is dat eigenlijk?’”

Wat moet je in je mars hebben als praktijkopleider?

“Je moet van je vak houden en dat willen uitdragen. Je moet coachende vaardigheden hebben, kunnen aansluiten bij de leerstijl van je aios. Het kan een valkuil zijn als je zelf op een bepaalde manier leert, om te denken dat het niet goed gaat als iemand het anders aanpakt. Als je dan teveel gaat sturen, verdwijnt het plezier bij de aios.

Eigenlijk vind ik dat je als arts M+G een morele verantwoordelijkheid hebt. Als er een jonge arts komt werken, moet je dat voorbeeldgedrag en die drive hebben om die ander mee te nemen in zijn ontwikkeling. Eigenlijk zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen die een paar jaar als arts M+G werkt heeft zo ’n rol op zich neemt!”

Het volgende interview is met ‘collega-praktijkopleider’ Elise Buiting. Wat zou u van haar willen weten?

“Zij is voorzitter van de SSGO, voorzitter van KAMG en werkt als vertrouwensarts. Ik zou wel van haar willen weten: waar ziet zij de kansen op verbinding tussen de verschillende deskundigheidsgebieden en wat kun je als opleider doen om dat te stimuleren?”

Net als Joan Onnink praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Elise Buiting: ‘Kabinet schuift grote problemen door’

In de miljoenennota van ons demissionaire kabinet is weinig ruimte voor de aanpak van de grote problemen in Nederland, constateert voorzitter Elise Buiting namens de KAMG. ‘Er gaat geld naar huisvesting, naar klimaatbeleid en de jeugdzorg. De grote problemen in de rest van de zorg worden doorgeschoven naar volgende regeerperioden.’

‘Vele partijen pleiten al jaren voor meer preventie in de zorg, maar feit is dat de investeringen in preventieve en publieke zorg de afgelopen twintig jaar sterk achter zijn gebleven. Mede hierdoor dreigt de zorg onbetaalbaar en onuitvoerbaar te worden. Helaas biedt het regeerakkoord van vandaag weinig soelaas voor deze problemen. Het erkent het belang van meer preventieve en publieke zorg, maar schuift besluiten hierover door naar de toekomst. Wel komt er wat extra geld voor de preventieve programma’s zoals “Geweld hoort nergens thuis” en “Kansrijke start”. Ook wordt er geld geïnvesteerd in de crisisorganisatie bij een pandemie en publiek-private samenwerking bij de ontwikkeling en productie van vaccins.’

‘Voor als we ooit nog eens weer een echte regering krijgen: zet volksgezondheid op nummer één. Kabinet, investeer in preventie en publieke zorg, investeer in artsen maatschappij + gezondheid.’

Coulanceregeling herregistratie verruimd

Het College Geneeskundige Specialismen (CGS) heeft in samenwerking met de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) de coulanceregeling herregistratie verruimd. Door de nieuwe regeling kunnen geneeskundig specialisten en profielartsen in aanmerking komen voor een vermindering van maximaal 66 uren deskundigheidsbevordering. Het gaat om een korting van 3 uur per maand over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021.

Lees meer over de nieuwe regeling in het nieuwsbericht op de website van de KNMG: herregistratie verruimd deskundigheidsbevordering.

7 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Irene Peters

Naam: Irene Peters
Functie: arts M+G/jeugdarts bij GGDrU, bestuurslid KAMG, bestuurslid AJN
Arts M+G sinds: 2017
Praktijkopleider sinds: 2017
Tot dusver begeleid: ‘Ik begeleid nu de vierde aios.’

Waarom doe je wat je doet?

“Elke dag heb ik wisselende taken, een deel van de week zie ik ouders en kinderen op spreekuur, ik leid aios op en begeleid coassistenten. Ik ben een samenwerker en dat doe je als jeugdarts veel met jeugdverpleegkundigen, CB- en doktersassistenten, met scholen. Mensen ondersteunen, samen kijken hoe het voor ouders en kinderen beter kan, mooier wordt. Dat motiveert me. Wanneer ga ik tevreden naar huis met het gevoel: dat was een goeie dag? Bijna elke dag! Ik heb er plezier in, ik leef een beetje voor mijn werk. Ik steek ook veel tijd in het bestuur van de AJN, we hebben een doel dat ik belangrijk vind: werken aan de positie van de jeugdarts en de arts M+G.”

Waarom ben je praktijkopleider geworden?

“Dat leek me een mooie nieuwe taak om erbij te doen. Ik heb veel behoefte aan verandering en vernieuwing, dus ik ben altijd bezig met groei en ontwikkeling. Het geeft zoveel voldoening als je collega’s ziet groeien in hun werk, als jij ze kunt helpen bij de opdrachten en ze helpt zich te ontplooien.”

Wat leer je aiossen, wat leren zij van jou over dit vak?

“Als je net begint als jeugdarts zie je vooral de spreekkamer, maar het is de kunst om wat je ziet mee te nemen naar de buitenwereld. Te kijken hoe je voor groepen kinderen of een generatie bij wijze van spreken de zorg kunt verbeteren. Want dán zorg je dat de publieke gezondheid verbeterd wordt, en daar zijn wij voor.”

Waarom zou een geneeskundestudent arts M+G moeten worden? Hoe zou jij het vak verkopen?

“Het is een vak dat in beweging is en een heel brede gedegen opleiding, waardoor je breed inzetbaar bent. We hebben bijvoorbeeld bij de covid-19 bestrijding gezien dat jeugdartsen bij IZB gingen werken en dat ging prima. Wat dat betreft is dat een mooie eyeopener. Zij zijn voldoende opgeleid daarvoor, je kunt zien dat het een aanpalend specialisme is en dat je een gezamenlijke basis hebt.

Als je geïnteresseerd bent om je vak breed te bekijken, en het op verschillende speelvelden wilt uitoefenen, dan is dit een vak waar je vast – net als ik – heel veel energie van krijgt.”

Lees ook: Saskia Rijnbende-Geraerts, arts M+G en medisch adviseur vaccineren: ‘Dit is wat ik doe voor het land’

Je noemde de positie van de arts M+G, hoe zit het daarmee?

“We zijn gestart met een werkgroep om uit te werken welke rollen en taken de arts M+G heeft. De arts M+G is voor sommige mensen nog een lastig te vatten professional. Soms ook voor gemeenten of bestuurders van GGD’en. We hebben ook bijeenkomsten gehad met jeugdartsen om te bespreken: als we straks allemaal arts M+G zijn, waar wat verandert er en waar liggen kansen? Als je arts M+G bent, werk je niet meer alleen in de spreekkamer maar heb je een overkoepelende taak in het JGZ-team. Meer ruimte om naar buiten te treden en gemeenten en de ketenpartners op te zoeken.”

Er is – eindelijk – meer aandacht voor preventie. Hoe zorgen we dat dit een volwaardige plaats krijgt naast cure en care?

“In de eerste plaats door als arts M+G zelf beter zichtbaar te zijn en zichtbaar te maken dat preventie loont. In de JGZ werken niet de mensen die op de barricades gaan staan schreeuwen. Anders waren we wel medisch specialist geworden!”

De vraag die collega-praktijkopleider Rianne Reijs voor jou heeft, sluit daar mooi bij aan:

‘Zie jij verandering onder jeugdartsen om ambities hardop uit te spreken en om collega’s met ambities te omarmen en te steunen? Hoe denk jij dat de opleiding daar aan kan bijdragen?’

“Ja, er is zeker wat aan het veranderen. Ik zie meer jeugdartsen met ambitie, die zich goed profileren en ons boegbeeld kunnen zijn. Daar kan de opleiding aan bijdragen, maar ook de werkgever. Invloed krijgen is noodzakelijk, daar zijn we van doordrongen. Bij onze GGD krijgen jonge artsen M+G de kans een rol te pakken en de meesten doen dat ook. Vroeger was er één stafarts, nu worden die taken verdeeld over verschillende artsen. Zo krijg je meer verdieping en gedeelde betrokkenheid. Ook besteden we tijd en aandacht aan het bestuurlijk sensitief worden. Daar leer je hoe je bij bestuurders onderwerpen kunt agenderen, hoe je een bepaald onderwerp relevant maakt, rekening houdend met het politieke klimaat. Die training is een verdiepingsslag van wat je al leert op de opleiding. Daarmee kunnen we onszelf nog beter positioneren.

Het is ook een kwestie van nog beter laten zien wat we allemaal doen. Zo doen alle artsen M+G in hun tweede fase onderzoek. Daarvoor wordt een symposium georganiseerd. Het zou goed zijn om hiervoor veel collega’s en externe relaties voor uit te nodigen. Er zijn zó veel artsen M+G die enorm interessant onderzoek doen!”

Wat zou je op jouw beurt willen vragen aan de interviewkandidaat hierna, praktijkopleider Clementine Wijkmans?

“Jij hebt je hard gemaakt voor het LOP: wat was jouw drijfveer?”

Ook praktijkopleider worden? Meer informatie vind je op artsmg.nl.

Lees ook: Dirk Pons: ‘De arts M+G kan door de schotten heen breken’