Toos Waegemaekers

Toos Waegemaekers: ‘We komen hier sterker uit als beroepsgroep’

Toos Waegemaekers werkt al sinds 1987 in de publieke gezondheidszorg. Infectieziektebestrijding, medische milieukunde, forensische geneeskunde; ze heeft het allemaal gedaan. Tot een paar jaar geleden was ze voorzitter van de beroepsgroep artsen infectieziektebestrijding, tegenwoordig is ze lid van het OMT.

Dat ze al 35 jaar arts is, is geen kwestie van veilig blijven zitten waar je zit. Het was een bewuste keuze voor Waegemaekers. “Toen de GGD, waar ik een managementfunctie had, een aantal jaren geleden fuseerde, voelde dat voor mij als een kruispunt. Ga ik door omhoog, of ga ik naar de inhoud? Ik heb bewust voor het laatste gekozen.”

Bierviltje

Ze kent de publieke gezondheidszorg door en door en is ervan overtuigd dat je als arts juist dáár het verschil kan maken. “Een viroloog bijvoorbeeld, kijkt naar het virus; zeg maar het beestje. Wij artsen M+G kijken naar wat het aanricht in de maatschappij. Wij zijn bezig te zorgen dat we het virus indammen én voorkomen dat het te veel mensen ziek kan maken. Infectieziektebestrijding is simpel te beschrijven. Je hebt een bron, je hebt transmissie van een micro-organisme en je hebt een persoon met een infectieziekte. Binnen ons vak proberen we óf de bron uit te schakelen, óf de transmissie te voorkomen, óf de persoon te beschermen tegen die bepaalde ziekte, bijvoorbeeld door middel van vaccinatie. Wat dat betreft is ons vak op een bierviltje uit te leggen, haha!”

Kijken naar groepen

Een belangrijk kenmerk van artsen M+G is dat wij kijken naar groepen mensen, niet naar individuen. Je kunt een euro maar één keer uitgeven in de zorg. Wij vragen ons dan af: wat is het meest effectief? Je kunt Jantje en Pietje beter maken met dure, ingrijpende behandelingen, maar je kunt ook met leefstijladviezen en preventieve maatregelen zorgen dat de hele bevolking er beter uitkomt. Dan begrijpt iedereen wat het meest efficiënt is op de langere termijn!”

Podium pakken

“Waar ik in dit vak energie van krijg, is als het lukt om voor de BV Nederland de juiste maatregelen te nemen waardoor wij deze covid-uitbraak kunnen stoppen. Ik krijg er energie van als het ons lukt om bestuur en politiek te overtuigen van wat wij denken dat goed is.”

Hoewel Waegemaekers lid is van het Outbreak Management Team (OMT) vanuit haar functie als Coördinator van de regionaal arts consulenten infectieziektebestrijding bij het RIVM, ziet ze dat het niet de artsen M+G zijn die avond aan avond aanschuiven bij actualiteitenprogramma’s. “Dat zit een beetje in de aard van onze beroepsgroep. Bij de publieke zorg werken niet de mensen die het hardst schreeuwen. Maar er is iets aan het veranderen: er zijn steeds meer jonge enthousiaste mensen die – net als ik destijds – heel bewust kiezen voor dit vak en daarvoor óók het podium pakken. Dat vind ik een goede ontwikkeling.

Sinds corona weet iedereen in elk geval wat we doen en wie we zijn. Dat is mooi.
Er is jarenlang bezuinigd op infectieziektebestrijding, zodat de infrastructuur niet meer voldoende op orde was. Daar komt bij dat ons land ongeveer honderdtwintig artsen infectieziektebestrijding telt. Dat is niet veel, als je bedenkt dat de GGD dagelijks 50.000 testen doet en 10.000 keer bron- en contactonderzoek. Corona heeft ons er met de neus op gedrukt dat het anders moet. Daarom denk ik dat we hier sterker uitkomen als beroepsgroep.”

Lees ook: Everhard Hofstra: ‘Ik wil niet één mens maar iederéén gezonder krijgen’

Leren van corona

“We hebben als artsen infectieziektebestrijding heel veel uitbraak-oefeningen gedaan, maar deze crisis is in alles zoveel erger dan we ons konden voorstellen. Wat we kunnen leren van deze periode is dat we wel maatregelen kunnen bedenken, maar ook moeten bedenken hoe we ze uitleggen. Communicatie is zo vitaal als je gedragsverandering wilt bewerkstelligen. En nu moeten we ons gedrag zó ingrijpend veranderen, en voor zo lang…
We leren ook veel over besluitvorming. Gedurende deze crisis hebben we een aantal keer gezien dat het niet goed gaat. Dan brengen we adviezen uit om hierop te reageren, maar duurt het lang voordat knopen doorgehakt worden.”

Driehoog achter

“Veel mensen vragen zich nu af: doen we de dingen goed? Maar wat volgens mij veel belangrijker is, is de vraag: doen we de goede dingen? Maken we de juiste keuzes, kijken we naar het bredere plaatje, brengt dit ons verder qua gezondheid? Er is in ons land van oudsher meer aandacht voor de curatieve zorg dan voor de preventieve en geestelijke gezondheidszorg. Dat zie je ook aan de beeldvorming; op televisie zag je vooral de IC’s en mensen in pakken. Dat is allemaal corona bezien vanuit de curatieve zorg. Voor de verpleeghuiszorg was er veel minder aandacht, terwijl de situaties daar ook echt schrijnend was.

De beeldvorming legt wat mij betreft nog steeds de accenten niet helemaal juist. Neem de berichtgeving over de schoolsluiting en de spanning die dat oplevert voor gezinnen thuis. Wat zie je dan op tv? Dat ene gezin dat een vakantiehuisje heeft gehuurd en daar thuisonderwijs geeft. Dat is de bovenkant van de maatschappij, je ziet niet het gezin met vijf kinderen op een flatje driehoog achter, waar de stress van de muren druipt. Er zijn natuurlijk wel mensen die zich daarom bekommeren, er zijn gelukkig GGD’en die zich met gemeenten richten op die doelgroepen. Dat is voor mij een belangrijke motivatie in dit vak: opkomen voor de zwakkeren in de samenleving. Infectieziekten komen in de sociaal zwakkere milieus meer voor. Dat heeft te maken met levensstijl, omstandigheden, minder ontwikkeling. Zo legt een ziekte als corona ook de sociale opbouw van de maatschappij bloot.”

Bewustwording

“Hoe we hier uitkomen? Ik hoop dat covid ons gedrag in de toekomst beïnvloedt. Dat het ons iets dóet. Dat we beseffen wat een virus als dit over de hele wereld teweeg kan brengen. Ik hoop dat we bewuster worden dat we zuinig moeten zijn op onze wereld. Ja, je kan in twee uur voor vier dagen naar Barcelona reizen. De vraag is: moet je het doen. Ik hoop dat onze maatschappij een beetje minder individualistisch wordt. Dat hoop ik al een tijdje, maar misschien krijgt covid het voor elkaar. Het contact met mensen en zorgen voor elkaar, daar gaat het om. Dat weten we nu. Laten we dat nou eens wat langer vasthouden. Ik hoop dat covid ons een stukje bezinning oplevert.”

Lees ook: Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Everhard Hofstra

Everhard Hofstra: ‘Ik wil niet één mens maar iederéén gezonder krijgen’

In het begin van zijn loopbaan hing Everhard Hofstra onder SAR-helikopters en voer hij met de marine mee naar de West. Tegenwoordig zit hij vaak in een kantoortuin. Toen was hij militair huisarts, nu is hij arts Maatschappij + Gezondheid Infectieziektebestrijding bij GGD Fryslân. De overstap bevalt hem uitstekend. Waarom?

“In het kort komt het erop neer dat je als huisarts tien minuten per patiënt hebt. Dat voelde voor mij vaak te kort. Als arts infectieziektebestrijding heb je meer tijd, ga je de inhoud in, je zoekt zaken grondig uit. Daarbij werk je als arts M+G in de publieke gezondheid. Dat betekent dat je je ook bezighoudt met agendasetting: hoe krijg je iets op de bestuurlijke agenda? Eigenlijk probeer je als arts M+G steeds van individueel niveau naar groepsniveau te gaan. Wat zie ik bij een individu en wat betekent dat voor het geheel, voor de groep? Dat vind ik de grote kracht van ons werk. Je kijkt eerst van dichtbij en dan vanuit een overkoepelend perspectief en vraagt je af: waar kan ik aan de knoppen draaien om er iets aan te doen op maatschappelijk, bestuurlijk niveau? De hamvraag: hoe kunnen we wat er is gebeurd hierna voorkomen of verbeteren?”

Eenzijdig geluid

“Covid legt van alles bloot in onze maatschappij. Bijvoorbeeld de relatieve ‘onbereikbaarheid’ van mensen met een lagere SES (sociaal-economische status). Zij zijn minder makkelijk te bereiken met goede informatie over het virus
en maatregelen. Ook het belang van preventie wordt beter onderkend. Daar is door de overheid en gemeenten heel lang op bezuinigd en nu beseffen we dat dat niet goed is. Op dit moment zie je dat in de media virologen en medisch specialisten het geluid bepalen. Dat geluid is wat eenzijdig en dat is jammer. Artsen M+G willen de volksgezondheid op een zo hoog mogelijk plan krijgen, niet één maar iederéén gezonder krijgen. Omdat de hele maatschappij daar beter van wordt. Een viroloog kijkt vooral naar verspreiding van het virus en hoe dat kan worden bestreden. Een lockdown is daarvoor zeer effectief, de maatschappij tijdelijk platleggen, bedrijven sluiten, schoolkinderen naar huis sturen…”

Lees ook: Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Nadelige gevolgen

“Als arts M+G realiseer je je: het naar huis sturen heeft ook nadelige effecten voor kinderen. Ik heb zelf een dochter van bijna 7 jaar, en ik zie het bij haar ook: zij beweegt minder, sport minder en uiteindelijk is dat nadelig. Op macroniveau zie je de sociaal-economische gezondheidsverschillen groter worden. Het virus zoveel mogelijk het land uit krijgen is een belangrijk doel, maar economische effecten hebben óók effecten op de gezondheid. Door COVID-19 zien we bedrijven in zwaar weer terecht komen of failliet gaan. Dus verliezen mensen hun baan, wat financiële problemen oplevert die uiteindelijk ook invloed hebben op de gezondheid. Want mensen met een lagere SES hebben gemiddeld genomen een slechtere gezondheid. Dit alles pleit ervoor om meer aandacht te besteden aan preventie. Niet alleen vanuit maatschappelijk oogpunt, maar ook financieel. Als we de aandacht kunnen verschuiven van nazorg naar voorzorg is dat veel voordeliger.”

Solidariteit

“De vaccinatiediscussie is niet nieuw, dus speelt hij ook nu. Vaccineren doe je niet alleen voor jezelf. We moeten een beroep blijven doen op ons solidariteitsgevoel. Iedereen moet om zich heen kijken en zich afvragen: wie in mijn omgeving loopt gevaar bij een coronabesmetting? Daarbij moet je beseffen – ook al word je zelf misschien niet erg ziek – dat je wel de consequenties moet dragen op geestelijk of financieel vlak. Het gaat níet alleen om lichamelijke gezondheid. De beslissing om je wel of niet te laten vaccineren kun je alleen nemen op basis van de juiste informatie. Het zijn genuanceerde kwesties en dus is communicatie extra belangrijk.”

Plastisch chirurg

“Vroeger wilde ik plastisch chirurg worden, dat leek me mooi. Mensen helpen met brandwonden, dus de reconstructieve kant, bijvoorbeeld handchirurgie. Maar ik denk dat ik daar uiteindelijk niet geschikt voor zou zijn geweest. Ik heb als arts M+G Infectieziektebestrijding gewoon een leuk vak. Ook omdat het altijd in ontwikkeling is, er kan van alles gebeuren. En ik houd van anders dan anders, van out of the box denken, van veranderingen. Ik weet niet of ik op deze plek m’n pensioen ga halen, maar dat hoeft ook niet. Als je de overstijgende en preventieve kant op wilt, kun je als arts M+G op heel veel plekken een bijdrage leveren. Je bent van veel nut, ik voel dat erg zo. Het is toch hartstikke mooi dat je iets voor het volk kan betekenen?”

Lees ook: Putri Hintaran: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Babette Rump

Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Jaren geleden al zag Babette Rump tijdens haar coschappen in Nepal en Brazilië een manier van denken die haar triggerde. Toch deed ze eerst ervaring op in de kliniek voordat ze besloot arts Maatschappij + Gezondheid Infectieziektebestrijding te worden. Babette is naast arts ook ethicus. In september 2020 promoveerde ze op het raakvlak van ethiek en infectieziektebestrijding. Een logische combinatie, vindt ze zelf.

Infectieziektebestrijding

“Zoals zoveel mensen ging ik geneeskunde studeren met de sterke behoefte om mensen te helpen. Maar eenmaal arts in een ziekenhuis kreeg ik het gevoel: je bent eigenlijk altijd ‘aan de late kant’. Mensen zijn ziek, het kwaad is al geschied. Wat ik interessanter vind, is het weerbaar en stevig maken van mensen. Gezondheid bestaat uit meer dan alleen het fysieke, operationele van het lichaam. Dat besef is gegroeid tijdens mijn coschappen in Nepal en Brazilië. Daar is preventie veel meer verweven met de eerste lijn. Waarom ik koos voor infectieziektebestrijding? Ik wilde iets mondiaals en iets waarin ik me kon vastbijten. Iets wat complex was en tegelijk bijdraagt aan de simpele basis die we allemaal nodig hebben om gezondheid te bereiken. Dat komt voor mij samen in infectieziektebestrijding.”

Concessies doen

“Er is op dit moment veel aandacht voor wat er op de intensive care gebeurt. Daar wordt keihard gewerkt, het gaat over leven en dood. Het is misschien vreemd om te zeggen, maar er kleeft daardoor een bepaalde heroïek aan. De alledaagse realiteit van de arts infectieziektebestrijding is saaier. Minder heroïsch. Maar niet minder wezenlijk. Je moet in dit vak enorm creatief zijn. Alles wat we tegenkomen is (relatief) nieuw; dengue, malaria, SARS, hiv, corona, dat is het mooie. Tegelijkertijd moet je heel wetenschappelijk gefundeerd beleid maken. Die spanning is interessant. Dit vak doet recht aan de complexiteit van de realiteit. Iedereen heeft een stevige studie achter de rug en een sterke maatschappelijke betrokkenheid. We voelen aan het einde van de rit allemaal de motivatie om zoveel mogelijk mensen gezond krijgen en dat kan alleen maar door iedereen te helpen.

Vrijheid versus gezondheid

Als arts M+G kom je erachter dat het gezondheidsbelang van de een soms niet in lijn ligt met dat van een ander; terwijl beide ertoe doen. Voor mij was het een logische stap om ook ethicus te worden, ethiek speelt een grote rol bij infectieziektebestrijding. Je ziet het nu met corona en ook in de vaccinatiediscussie: het is jouw vrijheid versus mijn gezondheid. Het belang van het individu ‘schuurt’ met het belang van de groep. De vraag is: welke
concessies ben je bereid te doen omwille van andermans fysieke gezondheid? En welke concessies níet, wat vind je zo waardevol in het leven dat je dat niet wilt missen – ook al is het in het collectief belang? Als het gaat om de verdedigbaarheid van de maatregelen om verspreiding te voorkomen, kijken we naar drie dingen: is iets proportioneel, is het effectief en kan het minder ingrijpend? Het kenmerk van infectieziekten is dat ze worden overgedragen. Het zijn ziekten die bestaan bij de gratie van verbinding, van contact en juist dat contact, die menselijke verbinding, is iets wat mensen, naast gezondheid, waardevol vinden en nastreven. Toch willen ziekenhuizen uiteraard ook coronavrij blijven. Dus hoe ver gaan we om besmetting te voorkomen? We moeten met elkaar een antwoord formuleren welke consequenties we verantwoord vinden.

Wicked problems

Je hoort weleens: alles is ethiek, maar dat vind ik onzin. Het is echt niet zo dat ik tijdens mijn werk de hele tijd ethische kwesties zit af te wegen. Als er een acute crisis is, is groot handelen nodig en is er weinig ruimte voor reflectie. Maar als de crisis bezworen is, moet er ruimte komen voor deze vragen. Het probleem van de nieuwe infectieziekten zoals antibioticaresistentie maar ook corona, is dat het ‘wicked problems’ zijn. Wat goed is om te doen hangt af van je perspectief. Dat zie je nu ook: degenen die de oplossingen aandragen, definiëren daarmee het probleem. Zo zegt de IC-arts: ‘We moeten in een lockdown’. Daarmee zegt hij in feite dat het probleem is dat de IC volloopt. Dat is natuurlijk een onderdeel van het probleem, maar dat corona nu zo snel om zich heen kan grijpen hang met veel meer dingen samen. Als arts M+G heb je meer ruimte om recht te doen aan al die facetten van het complexe probleem. Zo maken wij met kleine verbeteringen hele grote verschillen. Eigenlijk is dat precies omgekeerd in de curatieve hoek, waar je vaak grote ingrepen doet met kleinere effecten.

Inspirerend inzicht

“Wat me de afgelopen tijd positief heeft verrast, is de gemeenschapszin. De solidariteit waarmee iedereen voor elkaar zorgde. Dat wij voelden: oh ja, wij zijn een gemeenschap. Wij staan niet alleen, we zijn met z’n allen. Ik denk dan: als we hiertoe in staat zijn met elkaar, als we dít allemaal uit de kast kunnen trekken omwille van corona… wat zouden we niet allemaal nog meer kunnen bereiken als we dit collectieve denken kunnen vasthouden, een gezonde leefstijl, niet-roken, goede start voor alle kinderen? Hoeveel kunnen we dan bereiken? Dan komt er echt een revolutie aan in de publieke gezondheid.”

Lees ook: Putri Hintaran: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Stevige heroriëntatie op de organisatie van, en regie over de zorg is van groot belang!

Dát is de reactie van KAMG op contourennota Zorg voor de Toekomst. 

KAMG gaat in haar brief in op aandachtspunten voor de verdere uitwerking van de verschillende beleidsopties in de Contourennota. KAMG stelt dat de beleidsopties op het gebied van preventie niet uit gaan van collectiviteit maar van het individu, niet van publieke gezondheid maar van de curatieve zorgcontext. In de slagschaduw van de COVID-19 pandemie en verdere grote volksgezondheidsrisico’s hebben we een overheid nodig die bereid is flink te investeren in de “verzekeringspremie” van de collectieve gezondheidszorg. Ook is een stevige heroriëntatie op de organisatie van, en regie over, de zorg van groot belang.

Lees de volledige brief met de reactie van KAMG.

COVID-19: over welke mensen maken we ons extra zorgen?

De coronacrisis heeft ons laten zien hoe moeilijk het is om snel zicht te krijgen op mensen die extra zorg en ondersteuning nodig hebben: nu of in de toekomst. Dat zicht is wel nodig om de gezondheid en welzijn van zoveel mogelijk mensen nu en in de toekomst te kunnen beschermen.

Yke Tromp, geneeskunde student aan de Universiteit Utrecht, bracht de kwetsbare groepen (en hun specifieke kwetsbaarheden) die extra geraakt worden door de COVID maatregelen in beeld. Met behulp van de WHOQOL verkende hij diverse adviesrapporten uit de eerste periode van de COVID-19 uitbraak. Lees het verslag van zijn wetenschapsstage. Het leidde tot deze publicatie in het TSG: COVID-19: over welke mensen maken we ons extra zorgen?. De KAMG volgt nauwlettend de rapporten die verschijnen over de impact van de coronacrisis, zoals de corona VTV. Artsen M+G dragen vanuit verschillende rollen bij aan het beperken van de schade door Sars-Cov-2 en de maatregelen die worden genomen om de COVID-19 uitbraak te beheersen.

Handreiking voor artsen over inzagerecht van medisch dossier van nabestaanden

Inzagerecht medisch dossier

Het afgelopen jaar is de KAMG betrokken geweest bij de totstandkoming van de handreiking over het nieuwe recht op inzage en afschrift van medische dossiers voor nabestaanden. Met deze handreiking maken de KNMG en de Patiëntenfederatie, op verzoek van het ministerie van VWS, duidelijk in welke situaties hulpverleners gegevens uit het medisch dossier van een overleden patiënt aan nabestaanden en anderen mogen verstrekken.

Uitzonderingen

De informatie uit een medisch dossier valt onder het beroepsgeheim van een hulpverlener, ook na het overlijden van de patiënt. Er zijn een aantal uitzonderingen op die regel. Deze worden in de handreiking besproken. Het gaat om:

– de toestemming die een patiënt bij leven heeft gegeven of juist geweigerd
– inzagerecht na een incident
– inzagerecht vanwege een zwaarwegend belang
– inzagerecht voor ouders van kinderen die nog geen 16 jaar waren toen zij overleden

Er bestaat een handreiking voor hulpverleners en voor patiënten en nabestaanden. Dinsdag heeft de minister de resultaten aan de Tweede Kamer aangeboden.

Meer informatie vind je op www.knmg.nl.

Blog Marc Kaptein: Zij aan zij oorzaken – geen symptomen – behandelen!

De enorme waarde van een innovatieve en wendbare (sic) farmaceutische sector begint gelukkig in te dalen bij de Nederlandse samenleving. We kunnen er niet omheen; binnen een jaar zijn er werkzame en op veiligheid beoordeelde coronavaccins en zijn we met inenten  begonnen.

De afgelopen weken waren zeer intens. De beperkingen van de lockdown én de media-aandacht rond de ‘late’ start van de vaccinatiecampagne maakten de druk niet bepaald minder. Ondertussen neemt de kans op verlenging van de lockdown steeds verder toe. Wat is nu de tussenstand? Wat ging goed, en wat kan beter? Als arts heb ik geleerd te observeren en aanvullend onderzoek uit te voeren voordat ik een diagnose stel. Daarom trek ik nu ook geen conclusies. Maar ik heb wel een vijftal ‘klinische’ observaties.

Ten eerste zie ik dat de informatie over (en begrip van) de snelheid van ontwikkeling van de verschillende vaccins niet optimaal is verlopen. Hoewel er regelmatig contact was, is er door de overheid te lang vastgehouden aan de gedachte dat een vaccin gebaseerd op een bewezen technologie óók automatisch als eerste goedkeuring zou krijgen. Is hier sprake van onderschatting van het innovatieve vermogen van de wetenschap? Of van tunnelvisie?

Een sterke overheid stelt duidelijke regels, gevat in wetten en protocollen. Maar heeft ook het vermogen om snel en adequaat te handelen als dat nodig is. Het is misschien een open deur, maar in een crisissituatie is er behoefte aan flexibiliteit en innovatief vermogen. Deze coronacrisis heeft laten zien dat bedrijven en ondernemers van grote meerwaarde zijn bij het bedenken en implementeren van oplossingen. Betrek hen erbij!

Ook merk ik dat er (nog steeds) wantrouwen is jegens de geneesmiddelensector. Terwijl juist vertrouwen en samenwerking  de basis zijn voor goed geïnformeerde beslissingen. Hoewel er gelukkig veel (nieuwe) deuren open gingen, zijn er jammer genoeg ook vele gesloten gebleven. Vaak werd voor de informatie over het Pfizer-BioNTech-vaccin niet naar de meest voor de hand liggende partij gekeken, de ontwikkelaar zelf, maar vertrouwd op ‘objectieve’ maar minder goed geïnformeerde bronnen. Kritisch zijn is goed, maar vertrouwen en samenwerking is beter.

Samenwerking is dus essentieel in een crisissituatie. Het is wellicht een openbaring, maar vaccinontwikkelaars (en de geneesmiddelensector in zijn geheel) hebben voor het overgrote deel dezelfde doelen als de overheid. Ziekten voorkomen en patiënten beter maken. Ook wij willen zo snel mogelijk een vaccin en een geslaagde vaccinatiecampagne. Dat wij daar ook aan verdienen is een randvoorwaarde om de innovatiecyclus in stand te houden. Focus niet alleen op de kosten, maar heb ook oog voor de maatschappelijke waarde die een innovatie oplevert.

Ten slotte; heeft Pfizer/BioNTech alles goed gedaan de afgelopen maanden? Zeker niet. Zo hebben we het RIVM geadviseerd om flacons met oplosvloeistof slechts eenmalig te gebruiken ongeacht de hoeveelheid die in die flacon achterblijft. Dat bleek achteraf geen goede inschatting want de EMA bepaalde dat meerdere keren oplosvloeistof uit één flacon kon worden opgezogen. Ergo, er is een te grote hoeveelheid flacons ingekocht. De les? Wees voorzichtig met een ander de maat te nemen als  je zelf ook  kunt verbeteren.

Dus laten we met elkaar aanvullend onderzoek doen, gezamenlijk evalueren, en zij-aan-zij conclusies trekken om er voor te zorgen dat we straks (nog) beter voorbereid zijn op de volgende fase van de  coronacrisis en een eventuele pandemische crisis in de toekomst. Dan maken we optimaal gebruik van elkaars kracht, in het belang van Nederland.

Marc Kaptein
(medisch directeur Pfizer en voorzitter NVFG)

 Reageren? Stuur een mail naar info@innovatievegeneesmiddelen.nl

Inge Jepkes, vertrouwensarts (i.o): ‘Ik wil dit vak een boost geven’

Inge Jepkes (38) werkt bij Veilig Thuis, onderdeel van GGD Noord-Holland Noord. In de eerste helft van 2020 kwamen daar 2175 meldingen van huiselijk geweld binnen. Ongeveer 12 per dag. Landelijk gezien werden er ruim 64000 meldingen gedaan: 350 per dag (CBS). Een hoog aantal, zeker als je bedenkt dat er maar zo’n 60 vertrouwensartsen zijn…

Deze 60 vertrouwensartsen werken bij 26 Veilig Thuis organisaties in ons land. Bij Veilig Thuis komen meldingen binnen van vermoedens van geweld in een afhankelijkheidsrelatie. Bijvoorbeeld kindermishandeling, ouderenmishandeling of partnergeweld. Het kan gaan om fysiek en/of emotioneel geweld, om seksueel geweld, maar ook om financiële uitbuiting of psychische of lichamelijke verwaarlozing. De meldingen komen van politie of zorgverleners, maar ook van slachtoffers zelf, hun sociale netwerk of andere betrokkenen.

Het vak van vertrouwensarts

Jepkes: “Na ontvangst van een melding schatten we de ernst van de situatie in en buigen de vertrouwensartsen zich over alles wat ‘medisch’ is. Is er zichtbaar letsel, verslaving, intoxicatie van het slachtoffer of een betrokkene, ziekte, medicijngebruik of psychische problematiek? We lezen de melding die binnenkomt en het dossier en zetten daar met een multidisciplinair team aandachtspunten bij die in relatie kunnen staan met veiligheid.
Veilig Thuis is geen hulpverlenende instantie, maar heeft een coördinerende taak. Veilig Thuis ziet erop toe dat de veiligheid van een kwetsbare zo veel mogelijk hersteld wordt en geborgd blijft en inventariseert wat nodig is aan hulp en wat de betrokkene zelf kan. Soms gaan we langs bij de betrokkene, thuis, op school of in het ziekenhuis. We gaan in gesprek en doen lichamelijk onderzoek.”

Toevalstreffer

Jepkes kwam zelf min of meer toevallig bij Veilig Thuis terecht. “Ik wilde begin 2018 de nieuwe opleiding tot forensisch arts gaan doen, maar de opleiding werd uitgesteld. In de tussentijd ben ik bij Veilig Thuis gaan werken en heb ik me aangemeld voor de (oude) opleiding tot vertrouwensarts. Eenmaal bij Veilig Thuis ontdekte ik hoe interessant en afwisselend het werk is. Nu ga ik beide beroepen combineren. Op 1 februari ben ik afgestudeerd als forensisch arts en in september 2021 start ik met de nieuwe opleiding tot vertrouwensarts! De uitdaging van dit vak? Goed inschatten wat er achter een melding schuilt. Je moet neutraal naar de situatie kijken en alles in kaart brengen. Vervolgens proberen we met de betrokkenen afspraken te maken. We moeten de onveiligheid wegnemen. Dat kan of lukt niet altijd.

Heftige casuïstiek

We overleggen ook met gemeenten, ziekenhuizen, de Raad voor de Kinderbescherming en de politie. Dat je met al die ketenpartners samenwerkt en overal komt, maakt het vak afwisselend en leuk. Geen dag is hetzelfde. Er kan elk moment een spoedmelding binnenkomen, waardoor je op stel en sprong op huisbezoek moet.
We krijgen te maken met heftige casuïstiek. In het begin stuiten we vaak op weerstand, zeggen mensen: ‘Er is niks aan de hand’. Tja. Wij doen niet aan waarheidsvinding, we zijn niet de politie en ook niet de instantie die de maatregel gaat uitvoeren. Maar je moet alle scenario’s afwegen
en zo nodig instanties inschakelen. Kindermishandeling en huiselijk geweld komen in alle lagen van de bevolking voor en kunnen onzichtbaar zijn. Je moet een bepaalde overview kunnen hebben. Door verhalen heen kunnen prikken. En je moet het gesprek durven aangaan en vertrouwen winnen. Daarom zijn goede communicatieskills in dit vak wezenlijk.

Beroepsnorm

We gaan in gesprek met de houding van: het gaat niet goed, we gaan jullie helpen, waar zit de pijn, hoe kunnen we het beter doen? Dan merk je dat ze bijdraaien, durven toegeven: er is wel hulp nodig. Wat mij enorm motiveert, is als we in schrijnende situaties tóch de pleger zover krijgen hulpverlening aan te gaan, zodat je dat gezin helpt om een betere toekomst tegemoet te gaan. Soms zijn mensen zelf ook opgelucht dat het is uitgekomen. Heel af en toe worden we bedankt voor onze hulp. Niet vaak, dus dat is extra bijzonder. Een ander onderdeel van ons werk is advies geven aan medici en paramedici die twijfelen of ze melding moeten doen. Zij hebben een vertrouwensband opgebouwd met hun patiënten. Sommigen vinden het een soort verraad als je melding doet. Maar het is een signaal dat je je zorgen maakt en dat je graag wilt dat deze mensen hulp krijgen. Bovendien is er een professionele meldcode, het is een beroepsnorm. Melding doen hoort bij het goed uitoefenen van je vak.

Geweldsspiraal doorbreken

Wat wij doen, kan enorm effect hebben. Vaak is er sprake van een intergenerationele geweldsspiraal; geweld dat van ouder op kind overgaat en maar doorgaat en doorgaat. Veel daders zeggen: ik werd ook geslagen, ik wil dit niet maar ik ben machteloos in deze situatie. Als wij een knip kunnen zetten in die keten… Dat is speciaal.
In 2021 start een nieuwe opleiding tot vertrouwensarts. Ik zit in de opleidingscommissie. We willen het vak graag een boost geven. Want vertrouwensartsen zijn hard nodig, dat blijkt wel uit de cijfers aan het begin van dit verhaal. Bij een groot aantal van de meldingen is het nodig om er met een medische blik naar te kijken. Dus we zijn hard bezig, we geven veel voorlichting, we zijn actiever en meer out there. We moeten goed vertellen waar we voor staan. Een veilig thuis voor iedereen.”

Lees ook: Putri Hintaran, arts M+G (i.o.), infectieziektebestrijding: Ik doe dit omdat het zin heeft’

Interesse in de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid? Kijk op artsmg.nl.

 

Coulanceregeling 40 punten deskundigheidsbevordering geldt voor elke herregistratie in 2020 vanaf 1 maart

De Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) maakte bekend dat de coulanceregeling van 40 punten deskundigheidsbevordering ook geldt voor geneeskundig specialisten en profielartsen die hun registratie vanaf 1 maart 2020 vernieuwden. Bij een deel van die groep is de coulanceregeling ten onrechte niet toegepast.

De geneeskundig specialisten en profielartsen waarvoor dit geldt, ontvingen een mail van de RGS. Omdat zij ook in aanmerking komen voor de coulanceregeling schrijft de RGS, uiterlijk 11 december 2020, 40 deskundigheidsbevordering bij in hun GAIA-dossier. Bij specialisten en profielartsen die al gebruik hebben gemaakt van de 10% coulanceregeling die al vanaf het begin van dit jaar gold, schrijft de RGS 20 punten bij.

Meer informatie over de coulanceregeling vindt u op de website van de RGS.
De RGS is bereikbaar voor overleg over individuele vragen. Voor vragen over herregistratie kunt u contact opnemen met de afdeling Herregistratie van de RGS, op telefoonnummer 088 44 04 310. Ook kunt u een e-mail sturen naar herregistratie@fed.knmg.nl.

Dubbelregistratie in de sociale geneeskunde

Vanaf 1 januari 2020 moeten alle geneeskundig specialisten voldoen aan de eisen voor herregistratie zoals geformuleerd in het Kaderbesluit CGS.

Naast de bestaande herregistratie-eisen zijn dat:

  1. In voldoende mate hebben deelgenomen aan regelmatige evaluatie van individueel functioneren.
  2. Aan externe kwaliteitsevaluatie hebben deelgenomen.

De NVAB biedt hiervoor al sinds 2008 het visitatiemodel, waarmee bedrijfsartsen kunnen voldoen aan beide herregistratie-eisen. De verzekeringsartsen en de artsen Maatschappij & Gezondheid hebben hier de methode EIF voor ontwikkeld (meer informatie zie kbsg.nl).

De besturen van de NVAB, KAMG en NVVG hebben vastgesteld dat een specialist met een dubbele registratie (dus bijvoorbeeld als bedrijfsarts + arts M+G/profielarts of als bedrijfsarts + verzekeringsarts) slechts één keer een traject dient te doorlopen gericht op de nieuwe eisen. Ook als u wilt herregistreren in meerdere specialisaties/profielen. Het is immers voldoende als u één keer heeft aangetoond positief kritisch met uw eigen professionele ontwikkeling om te gaan.

We adviseren u om deel te nemen aan het visitatiesysteem van het specialisme waar u het meeste uren in werkzaam bent (dus gemiddeld gedurende de herregistratieperiode de grootste deeltijdfactor aan besteedt).

Indien u deelneemt aan EIF levert dit 25 accreditatiepunten op. Dit geldt eveneens voor deelname aan de visitatie NVAB.

Vastleggen in Mijn RGS

De specialist dient bij herregistratie bewijs aan te leveren aan de RGS waaruit blijkt dat hij of zij de Kwaliteitsregistratie NVAB óf EIF succesvol heeft doorlopen. Dit kan door de RGS toegang te verschaffen tot GAIA óf door een pdf van het persoonlijk dossier van de specialist in GAIA te uploaden in ‘Mijn RGS’ op het moment van herregistratie. GAIA kent een standaard optie tot het maken van een pdf die hiervoor gebruikt kan worden.

Nota bene:
Het is bij het aantonen van EIF dan wel visitatie bij de aanvraag herregistratie wel van belang dat deze heeft plaatsgevonden ten tijde van de 5-jaarstermijn van het specialisme waarvoor herregistratie wordt aangevraagd.
Dus: indien de herregistratietermijn als verzekeringsarts loopt van 1 november 2015 tot 1 november 2020 en de arts heeft de visitatie als bedrijfsarts op 1 maart 2015 afgerond (dus buiten deze termijn) dan kan deze niet meetellen voor de herregistratie als verzekeringsarts.

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem contact op met bureau@kamg.nl, secretariaat@nvvg.nl of visitatie@nvab-online.nl (NVAB).