Marielle Jambroes, arts M+G: ‘Als dokter moet je ook leren van de patiënt’

Al tijdens haar studie geneeskunde trok ‘public health’ de aandacht van Mariëlle Jambroes. Toegang tot zorg heeft een belangrijke rol in gezond zijn én blijven. En die toegang is minder vanzelfsprekend dan het lijkt, ontdekte ze. Als hoofd van de afdeling public health aan het UMC Utrecht kan de arts M+G nu het verschil maken.  

“Mijn droom is dat public health een vast en substantieel onderdeel wordt van alle medische vervolgopleidingen én dat ons vakgebied een sterke academische inbedding krijgt in de UMC’s”, zegt arts M+G Mariëlle Jambroes. Haar missie is helder: de nieuwe generatie artsen moet zich bewust worden van het belang van publieke gezondheid en veel meer verbonden zijn met het sociale domein. 

Eye-opener in Afrika 

“Tijdens mijn opleiding geneeskunde miste ik voldoende en aantrekkelijk public health onderwijs”, vertelt ze. “Ik liep stages in Afrika en zag daar dat mensen soms drie dagen moesten lopen om medische zorg te krijgen. En ik zag er ziektes in vergevorderde stadia die wij in Nederland niet kennen. De toegang tot zorg is enorm bepalend voor hoe gezond mensen zijn en blijven en de mate waarin ze herstellen. Daar had ik tijdens mijn studie nauwelijks iets over gehoord. Wij richten ons veel meer op het individu, terwijl de publieke gezondheid zo belangrijk is.”

Verschil maken 

Mariëlle besloot de master of public health te gaan volgen en was er al snel van overtuigd dat ze daarin verder wilde. Ze koos voor de opleiding arts M+G in de vrije richting en stortte zich eerst op populatie-onderzoek, onder andere op het gebied van de bijwerkingen van HIV-medicatie. Sinds zeven jaar werkt ze op de afdeling public health van het UMC Utrecht, waarvan de laatste jaren als hoofd. Een positie waarin ze verschil kan maken en ervoor kan zorgen dat “haar” onderwerp wel de aandacht krijgt die het verdient in het geneeskundecurriculum. “Wij geven richting aan het onderwijs en onderzoek”, legt ze uit. “Daarin werken we samen met andere UMC’s én we hebben een groot netwerk buiten het ziekenhuis, in de vorm van GGD’s en organisaties in het sociale domein.” 

Coschap in de wijk

Eén van de eerste “successen” die ze met haar afdeling boekte, was het ontwikkelen van een nieuw coschap. “Tijdens hun opleiding lopen studenten geneeskunde een week een coschap buiten het ziekenhuis en buiten de medische setting, bijvoorbeeld bij het Buurtteam of een andere organisatie in het sociaal domein”, legt ze uit. “Juist buiten het ziekenhuis en in de wijk leren ze de context van een patiënt kennen, ontdekken ze welke factoren een rol kunnen spelen in gezond zijn en blijven en horen ze wat ontbreekt in de samenleving en waar behoefte aan is onder de bevolking. Vragen die wij vervolgens weer kunnen gebruiken als uitgangspunt voor onderzoek.” 

Beter onderwijs, beter zorg 

Regelmatig hoort ze van studenten dat zo’n week hen uit hun “bubbel” haalt. “Geneeskunde is het toonbeeld van meester en gezel: de dokter leidt de dokter op. Terwijl je als dokter ook moet leren van je patiënt”, zegt Mariëlle. “Een goede dokter zijn is in mijn ogen meer dan de juiste pil kunnen voorschrijven. Je moet je bewust zijn van de problemen die op de achtergrond kunnen spelen bij een patiënt, meer kunnen signaleren dan een klacht. En er bij een doorverwijzing bijvoorbeeld bij stil staan dat je patiënt duidelijkheid wil over een mogelijke eigen bijdrage. Door de artsen van de toekomst beter op te leiden, kunnen zij uiteindelijk betere zorg leveren.” 

Meer aandacht voor public health 

Mariëlle ziet dat er binnen UMC’s steeds meer aandacht komt voor public health en daarmee voor preventie. “Ik ben er trots op dat we met ons onderwijs en het onderzoek dat we doen bijdragen aan het oplossen van gezondheidsproblemen veroorzaakt door sociale verschillen”, zegt ze. “Wij hebben in ons team bijvoorbeeld ook een ervaringsdeskundige armoede en sociale uitsluiting aangetrokken. Iemand die uit ervaring kan vertellen wat er leeft in de samenleving en hoe je mensen uit de doelgroep die je onderzoekt ook daadwerkelijk bij dat onderzoek kunt betrekken.” 

Mariëlle’s missie 

Het lijkt er dus op dat de toekomstdroom van Mariëlle werkelijkheid kan worden. “Gelijke toegang tot zorg voor iedereen is nog steeds de grootste uitdaging waar we voor staan. Maar we leiden nieuwe artsen op, doen onderzoek en zijn daarbij een laagdrempelige partner voor organisaties in het sociale domein. En er zijn inmiddels twee UMC’s, waaronder Utrecht, waar de opleiding tot arts M+G is ingebed. Ik ben optimistisch over de toekomst.”

 

Henk Jans en Nora van Gaal: “Ook toekomstige artsen M+G moeten pionieren”

Henk Jans maakte naam als arts M+G medische milieukunde, met name door zijn risicobeoordeling bij vele (bekende) ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hij is werkzaam als zelfstandig specialist. Nora van Gaal focust zich voornamelijk op de invloed van klimaatverandering en het afnemen van biodiversiteit op de volksgezondheid.  

Aios M+G medische milieukunde Nora van Gaal kan veel leren van Henk Jans, die ze ziet als een van de grondleggers van haar vakgebied. Toch staat haar generatie weer voor nieuwe uitdagingen, die een eigen aanpak en focus vragen. Henk: “In mijn tijd voelde klimaatverandering voor veel mensen nog als een ver-van-mijn-bed-show.” 

Henk, jij begon in 1986 aan de specialisatie tot arts M+G medische milieukunde. Destijds een relatief nieuw vakgebied. Hoe was dat? 

“Het was vooral pionieren rond de vraag: moet je mensen die zich zorgen maken over hun gezondheid door milieuproblemen benaderen met een witte jas en een stethoscoop? Of moet je veel breder kijken, en wat is dan een goede manier? Ik kreeg veel vrijheid en had een luxepositie als het gaat om opgeleid worden: ik kon tijdens mijn specialisatie met van alles aan de slag bij de GGD’s in Brabant op gebied van Milieu en Gezondheid. Met de gezondheidsrisico’s door de eikenprocessierups bijvoorbeeld. Er speelden natuurlijk ook al thema’s als bodemverontreiniging, luchtverontreiniging en ook al klimaatverandering, maar voor veel mensen voelde dat als een ver-vanmijnbed-show.”

Nora, hoe is dat ruim 35 jaar later? 

Nora: “Hoewel we als toekomstige artsen M+G op de stevige schouders van Henk en zijn collega’s mogen staan, heb ik het gevoel dat ook wij pionieren. Ons vak is breed: het beslaat alles in onze leefomgeving wat invloed heeft op onze gezondheid. Er komen daardoor steeds nieuwe uitdagingen bij. Denk maar aan PFAS in de bodem en aan microplastics die recentelijk zijn aangetroffen in het menselijk lichaam. Henk stond voor incidenten met gevaarlijke stoffen en heeft naam gemaakt met zijn aanpak daarin. Voor mij zijn de gezondheidsimpact van klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit nu juist een heel belangrijke thema in mijn werk.” 

Henk: “Er zijn de afgelopen dertig jaar naast artsen ook steeds meer andere deskundigen bijgekomen die actief zijn op gebied van milieu en gezondheid. Milieugezondheidskundigen bijvoorbeeld, maar ook toxicologen, psychologen en communicatiedeskundigen. Doordat er via verschillende wegen informatie verspreid wordt, -denk maar aan sociale media-, ontstaat soms ook onterechte bezorgdheid over gezondheidsrisico’s van een omgevingsfactor. Mensen denken bijvoorbeeld dat ze van iedere asbestvezel kanker kunnen krijgen. Terwijl het niet gaat om die ene vezel, maar om langdurige blootstelling daaraan.”  

Wat is jullie rol als arts M+G medische milieukunde daarin?

Henk: “Het is aan ons om die risico’s te duiden. Te schetsen wat een bepaald milieuprobleem nou écht betekent voor de volksgezondheid, voor de impact op de zorg en voor de samenleving. En dat te vertalen naar de curatieve kant.”

Nora: “En het is óók aan ons om risico’s van ongewenste situaties te signaleren en om daarin een adviserende rol te nemen. Wij brengen individuele klachten van mensen en wetenschappelijke resultaten samen in een advies vanuit de geneeskundige inhoud. Dat medisch inzicht heeft een enorme meerwaarde.” 

Over welke risico’s heb je het dan?

Nora: “Over bestaande risico’s, maar ook de risico’s die gaan komen. Op het gebied van klimaatverandering kijken we hoe we de samenleving kunnen aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Dat noemen we adaptatie. Maar ook naar mogelijkheden om de impact daarvan nog om te buigen: mitigatie. De energietransitie is een voorbeeld van mitigatie. We willen gebruik maken van schone energie, waarvoor we bijvoorbeeld windmolens inzetten. Tegelijkertijd brengt dat weer nieuwe uitdagingen in de relatie leefomgeving en gezondheid met zich mee, zoals het ‘windmolensyndroom’: sommige mensen ervaren klachten van het geklap en geflitst van de wieken.” 

Henk: “Daarnaast worden we steeds meer geconfronteerd met problemen op lokaal niveau die ontstaan door klimaatverandering, zoals muggen die bijvoorbeeld het westnijlvirus met zich meedragen en de toename van allergene pollen. Ook staan we voor nieuwe uitdagingen zoals het creëren van koelteplekken in de stad, zonder teveel water te gebruiken. Daar hadden we 35 jaar geleden echt nog niet mee te maken.”  

Wat zou jij Nora en andere nieuwe artsen M+G adviseren, Henk? 

Henk: “Laat burgers altijd zien dat je betrokken bent, autoriteit hebt en te vertrouwen bent. De zorg die mensen uiten over hun gezondheid is terecht. Als ze je zien als de zoveelste ‘nitwit’ die zich komt bemoeien met een complexe kwestie, zullen ze je op je plek zetten. Dat maakt dat ik mijn werk lastiger vind dan het werk van een arts die elke dag een blindedarm verwijdert. Voor mij blijft het zelfs na al die jaren nog spannend om een ‘medisch’ advies te geven over een complexe kwestie tijdens een bewonersavond.”

Nora: “Dat herken ik. Veel dossiers die onder onze verantwoordelijkheid vallen, zijn ook heel mediagevoelig.” 

Henk: “Toch ligt daar ook onze kracht: je kunt een moeilijke kwestie uit de anonimiteit halen door er een gezicht aan te verbinden in de media. Laat maar zien dat er een kind is dat drie keer per jaar in het ziekenhuis ligt met een longaanval door astma vanwege luchtverontreiniging.” 

Dat klinkt bijna activistisch. 

Henk: “Als arts M+G mag je dat af en toe ook zijn. Met protocollen en richtlijnen los je niet alles op. Je moet je zorgen durven uiten, durven duiden wat er gebeurt met onze gezondheid als iets blijft bestaan of doorzet. Ook al wordt dat je niet altijd in dank afgenomen.” 

Nora: “Dat activisme zit er bij de jongere generatie aios M+G ook in. Zo hebben we laatst een brief geschreven aan de pensioenfondsen omdat we willen dat ze stoppen met het investeren in fossiele brandstoffen. Ik heb bij elke stap in mijn carrière gekozen voor de optie waarin ik de meeste impact kon hebben op de samenleving, dus ik hoop dat ik dat als arts M+G daadwerkelijk waar kan maken.”  

3 vragen aan … Hugo Touw

In deze rubriek stellen wij 3 vragen, in dit geval aan Hugo Touw, intensivist in Raboud UMC. We legden hem 3 vragen voor: 

Wat is jouw visie op gezondheid in de toekomst?

We zullen gezondheid vooral buiten de muren van het ziekenhuis moeten creëren. Er moet een nationaal gezondheidsplan komen (met goed en duidelijk omschreven doelen), waarbij verschillende ministeries samenwerken om daadwerkelijk gezondheid te creëren; “health in all policies”.

Zie jij raakvlakken tussen een curatief werkende arts en een arts M+G

Het feit dat mensen die in armoede leven eerder doodgaan en langer lijden onder chronische ziekte, is eigenlijk een medisch spoedgeval dat met dezelfde urgentie zou moeten worden aangepakt als een patiënt op straat met een hartstilstand.

Wat is de belangrijkste tip die je geneeskundestudenten mee zou willen geven?

Oriënteer je breed. Vergaar kennis die je niet per se tijdens je opleiding aangereikt krijgt. Leid jezelf op tot de dokter die jij zelf wilt zijn in de toekomst en doe daarin geen concessies. Wat je uiteindelijk ook voor specialisatie gaat kiezen; je zult je toch ook moeten afvragen welke maatschappelijke toegevoegde waarde je voor ogen hebt. In tijden van klimaatcrisis, welvaartsziekten en armoede kunnen we niet blijven doen, wat we nu doen. Dus uiteindelijk is elke dokter juist ook een arts voor de maatschappij en gezondheid.

 

Lees ook in deze rubriek: 3 vragen aan Elijah Sanches.

KNMG-Gedragscode benadrukt maatschappelijke rol artsen

Artsenfederatie KNMG publiceert vandaag de vernieuwde KNMG-Gedragscode voor artsen. Deze gedragscode geeft aan waar wij als artsen voor staan, wat wij belangrijk vinden in onze houding en gedrag en wat patiënten, collega’s en de maatschappij van ons kunnen en mogen verwachten. De gedragscode sluit aan op de huidige -vaak hectische- artsenpraktijk, actuele wetgeving, richtlijnen en inzichten. Hiermee biedt deze houvast en steun voor artsen.

Elise Buiting, arts Maatschappij + Gezondheid, voorzitter van de KAMG | Voor artsen Maatschappij + Gezondheid, en betrokken bij de totstand­koming van de code daarover: ‘Zodra je problemen niet louter in de spreek­kamer kunt oplossen, zul je toch van je moeten laten horen, al is het maar binnen je organisatie. Maar dat wil niet zeggen dat alle dokters voort­durend de barricaden op moeten. Dat staat er niet.’

Lees meer over de gedragscode in Medisch Contact.

3 vragen aan…. Elijah Sanches

In deze rubriek stellen wij 3 vragen, in dit geval aan Elijah Sanches, aios M+G/medische expertise kindermishandeling en huiselijk geweld (of te wel vertrouwensarts).

Elijah had één doel: plastisch chirurg worden. Door de coronapandemie liep dat anders en vroeg hij zichzelf af: waar word ik nou echt blij van? Van veel afwisseling en maatschappelijke betrokkenheid, ontdekte hij. Inmiddels is hij daarom vertrouwensarts in opleiding bij Veilig Thuis in Leiden. We legden hem 3 vragen voor: 

1. Wat is jouw visie op gezondheid in de toekomst?

Ik denk dat onze gezondheid veel breder bekeken gaat worden in de nabije toekomst. Het gaat om meer dan alleen het feit dat je hart goed klopt en je net een geslaagde operatie hebt gehad. De aspecten van gezondheid die meer naar voren zullen komen zijn mentale gezondheid en de gezondheidsdeterminanten die horen bij bijvoorbeeld je sociaaleconomische status.

2. Hoe kunnen we het effect van preventie zichtbaar maken?

Dit blijft één van de lastigste zaken. Ik denk dat we mensen er veel meer op moeten wijzen wat de situatie was zonder ons preventief handelen of vaker moeten vergelijken met landen die deze vorm van preventie niet hebben, zodat mensen zien dat het loont.

3. Wat zou een reguliere arts kunnen leren van een arts M+G?

Er is altijd een breder verhaal achter jouw patiënt en soms kan dat heel veel invloed hebben op de klacht waarmee de patiënt zich presenteert. Probeer daar iets van mee te nemen, zodat we de patiënt in zijn geheel behandelen en niet alleen de klacht. Als je namelijk ook het ontstaan van de klachten kan aanpakken, is er een kans dat de klachten minder snel terugkomen.

Riet Haasnoot en Martijn Spoelstra: ‘Wij kunnen echt bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen’

Riet Haasnoot, arts M+G/jeugdgezondheid, stafarts en projectleider, praktijkopleider arts M+G, is net met pensioen, Martijn Spoelstra, arts M+G/jeugdarts GGD Twente, aan het begin van zijn carrière. Martijn is Riet recent opgevolgd als stafarts. Hoe kijken zij naar de jeugdgezondheidszorg, de waarde van hun werk en elkaar? ‘Ik zie bij Martijn de drive om het vak op de kaart te zetten. Ik was daar zelf vroeger veel te bescheiden in.’

Waarom hebben jullie gekozen voor een carrière als arts M+G?

Riet: ‘Vanuit idealisme. Ik wilde liever aan de voorkant voorkomen, dan aan de achterkant genezen. Ook het bredere perspectief trok me: de mogelijkheid om niet alleen naar de individuele patiënt te kijken, maar iets te betekenen voor een grotere groep. Op dat vlak wilde ik het verschil maken.’

Martijn: ‘Ik kwam er al snel achter dat ik het geluk in een ziekenhuis niet zou vinden. Daar is de benadering curatief: je gaat op zoek naar de oplossing voor één probleem. Ik ga liever op zoek naar de context, naar de oorzaak van het probleem. In de sociale geneeskunde is daar veel aandacht voor: je gaat de diepte in. Als jeugdarts kijk ik dus niet alleen naar wat een kind ‘heeft’, maar ook naar de omgeving van het kind: het gezin, de familie, de wijk. Met de bevindingen die ik op die manier opdoe, zoek ik vervolgens naar verbanden op regionaal of landelijk niveau.’

Wat maakt iemand een goede arts M+G? 

Martijn: ‘Oprechte nieuwsgierigheid. Als je de intrinstieke motivatie hebt om verbanden te willen ontdekken en problemen te willen oplossen, kun je beslist een goede arts M+G worden. Verder schaadt het niet om verbaal handig te zijn.’

Riet: ‘Eens, en ik denk dat analytisch vermogen ook belangrijk is in dit werk. Wat zijn nu onderwerpen uit de spreekkamer die je naar een groter verband moet trekken? Het is de kunst om dat te zien.’

Riet, jij zit al meer dan veertig jaar in het vak. Wat zijn de verschillen tussen nu en toen je begon?

‘Vroeger lag in de jeugdgezondheidszorg de focus op een individueel kind, terwijl die nu veel meer groepsgericht is. Ook het sociale aspect is belangrijker geworden. Als ik met een schuin oog naar de opleiding van arts M+G kijk, is er altijd sprake geweest van golfbewegingen: de ene periode ligt de nadruk meer op het medische aspect, terwijl in een andere periode de focus wordt gelegd op de sociale kant. Ik heb het idee dat we nu afstevenen op een goede balans tussen het medische en sociale aspect.’

Natuurlijk leert Martijn veel van jou. Is dit andersom ook het geval? 

Riet: ‘Zeker! Ik zie bij Martijn echt de drive om een goede arts M+G te zijn, om het vak op de kaart te zetten. Ik was daar zelf vroeger veel te bescheiden in. Martijn straalt die passie uit en is trots op wat hij doet: dat vind ik fantastisch om te zien.’

En andersom Martijn? Wat leer jij van Riet?

‘Ik heb van Riet geleerd alles vanuit het perspectief van het kind te bekijken. Zo stel ik als jeugdarts altijd het belang van het kind voorop en vraag ik me bij al mijn beslissingen af hoe het kind hiermee geholpen is.’

Waarom zou een geneeskundestudent arts M+G moeten worden?

Riet: ‘Omdat het een afwisselende baan is waarin je betekenisvol kunt zijn. Zo betekent het werken met kinderen dat je kunt bijsturen, waardoor je bijdraagt aan hun ontwikkeling: kleine veranderingen op jonge leeftijd kunnen grote gevolgen hebben voor later.’

Martijn: ‘Als je nieuwsgierig en breed georiënteerd bent, biedt het werk als arts M+G een fantastische uitdaging. Je hebt zicht op de volledige gezondheid van een kind, en alle disciplines komen voorbij. Dat betekent dat je veel invloed hebt om zaken echt aan te pakken en te veranderen.’

Riet: ‘Ook krijgen we soms de kans om te strijden tegen de effecten van sociale ongelijkheid. Ik heb dat kunnen doen toen ik een periode op Curaçao werkte, waar een school stond speciaal voor dove en slechthorende kinderen: een direct gevolg van matige gezondheidszorg en gebrek aan kennis. Dat er zoveel dove en slechthorende kinderen waren, had vooral te maken met rode hond, een ziekte die er nog veel voorkwam. Door op de consultatiebureaus steeds meer kinderen hiertegen te vaccineren, hebben we die ziekte uiteindelijk terug kunnen dringen en de school kunnen sluiten. Ik vond het schitterend om op die manier iets te kunnen betekenen voor de gemeenschap daar.’

In hoeverre is er eigenlijk sprake van sociale ongelijkheid in Nederland?

Riet: ‘De sociale ongelijkheid is de laatste jaren toegenomen. Ik vind dat een kwalijke ontwikkeling. Dat ligt niet aan ons gezondheidssysteem: dat is er juist op gericht die ongelijkheid zo klein mogelijk te houden. Zo is de jeugdgezondheidszorg er voor alle kinderen, en kent niemand privileges, waardoor vooral kwetsbare groepen hiervan profiteren. Dat gelijkheidsbeginsel in de zorg moet dus koste wat kost worden gehandhaafd.’

Martijn: ‘Dat moet zeker. Uit onderzoek weten we dat kwetsbare kinderen al genoeg voor hun kiezen krijgen: vaak is er sprake van een slecht voedingspatroon en ervaren ze veel stress. Ze voelen nu eenmaal de spanning thuis en dat gaat op termijn in hun hoofden zitten. Helaas is dit soort stress overdraagbaar van generatie op generatie. Een vicieuze cirkel die doorbroken moet worden, want het zorgt er uiteindelijk voor dat mensen minder gezonde levensjaren kennen en eerder ziek zijn.’

Riet: ‘Daar komt nog bij dat kwetsbare kinderen vaak in slecht geïsoleerde huizen wonen en opgroeien in achterstandswijken met relatief weinig groen, waardoor buiten spelen niet wordt gestimuleerd. Tijdens de lockdowns zagen we ook dat huiswerk maken en thuis leren moeilijker was door gebrek aan ruimte, materialen en kennis.’

Martijn: ‘Gelukkig kunnen we via de beschikbare NPO-gelden (Nationaal Programma Onderwijs) de problemen van deze kinderen enigszins verlichten en ervoor zorgen dat ze op juiste wijze worden ondersteund.’

Riet: ‘Zo zijn er meer initiatieven om sociale ongelijkheid tegen te gaan. Zoals de ‘Handreiking Omgaan met armoede in de jeugdgezondheid’, waarin concrete werkwijzen voor het omgaan met kinderarmoede uitgebreid worden beschreven. Hierbij draait het vooral om signalering van armoede en een adequate opvolging hiervan: we leren JGZ professionals hoe ze het vertrouwen van kwetsbare kinderen kunnen winnen, hoe ze situaties kunnen herkennen en hoe ze dit vervolgens bespreekbaar kunnen maken.’

Tot slot nog twee belangrijke facetten uit jullie vakgebied, die direct met elkaar in verbinding staan en actueler zijn dan ooit: corona en jeugd. Hoe kijken jullie terug op de lockdowns en afgelopen periode? 

Martijn: ‘Het is duidelijk dat de huidige pandemie grote impact heeft gehad op zowel de fysieke als geestelijke gesteldheid van onze jongeren. Dat langdurig thuiszitten en gebrek aan onderlinge interactie eist natuurlijk z’n tol. Het verbaasde me dan ook dat de overheid zo tekortschoot in haar informatievoorziening ten opzichte van deze groep. Waar konden ze terecht met hun vragen? Wie voorzag ze van informatie over het virus in hun eigen taal en op hun eigen kanalen? Vooral gezien de lage vaccinatiebereidheid in deze groep vind ik dat onbegrijpelijk. Ik heb begrepen dat onwetendheid en prikangst bij jongeren de voornaamste motieven zijn zich niet te laten vaccineren. Juiste informatie op de juiste plek kan hierin veel betekenen en is een absolute must.’

Riet: ‘Helemaal eens Martijn. Overigens vind ik het ongelofelijk dat we Afrika in deze periode zo links laten liggen en onze vaccins niet ter beschikking stellen. Waar is onze compassie,  onze menslievendheid? Terwijl wij boosteren, hebben de meeste mensen daar niet eens één prik gehad. Nog los van het morele aspect, is het ook strategisch gezien onverstandig niet eerst in Afrika te vaccineren. Zo zetten we de deur voor nieuwe mutaties wagenwijd open!’

Petra de Jong, aios M+G/jeugdgezondheid: ‘Artsen M+G zijn de artsen van de toekomst’

Als jeugdarts in de Haagse Schilderswijk zag Petra de Jong voor het eerst duidelijke parallellen tussen ziekte en de omgeving waarin kinderen opgroeien. Daarom zet ze zich als aios M+G/jeugdgezondheid graag in voor preventie en het verkleinen van ongelijkheid. ‘Ziekte is slechts een klein onderdeel van het totale medische proces.’

‘Maatschappelijk betrokken ben ik altijd al geweest’, begint Petra. ‘In combinatie met mijn drang om mensen te helpen, was mijn beslissing om huisarts te worden best vanzelfsprekend.’ Ze rondde haar opleiding af, maar kon haar draai in de medische wereld niet direct vinden. ‘Het sprak me niet genoeg aan om elke dag met diagnose en behandeling bezig te zijn.’ Ze vertrok voor een paar jaar naar Australië en volgde tijdelijk een studie kunstgeschiedenis, maar toch begon haar artsenhart uiteindelijk weer te kloppen. ‘Ik vond het jammer om helemaal niets met zo’n fantastische studie te doen.’

Parallel tussen ziekte en omgeving

Toen ze aan het werk kon als jeugdarts in de Haagse Schilderswijk, vond ze wat ze aan het begin van haar carrière zo gemist had. ‘De dynamiek van zo’n multiculturele wijk gaf me enorm veel energie. Ik wist direct dat dit was wat ik wilde doen: opkomen voor kwetsbare groepen en de taalbarrières en cultuurverschillen verkleinen.’

In haar nieuwe werkomgeving werd Petra zich bewust van patronen en ‘onderliggende problemen’ van ziektebeelden. ‘Bij kinderen steeds weer hetzelfde probleem signaleren, maakte mij nieuwsgierig naar de hele groep’, zegt ze. ‘Ik vroeg me af: wat gebeurt hier eigenlijk? Waar komt dit vandaan? Dan zie je al snel parallellen tussen ziekte en de omgeving waarin kinderen opgroeien. Ziekte is slechts een klein onderdeel van het totale (medische) probleem. Het échte probleem zit aan de voorkant: de voedingsbodem, de redenen waarom specifieke klachten ontstaan.’

Verschil maken als Arts M+G

Als aios M+G/jeugdgezondheid in de Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers (PGA) kan Petra zich richten op dit ‘grotere plaatje’ en vindt ze de zingeving en maatschappelijke relevantie die ze zoekt. ‘Als arts M+G is geen dag hetzelfde. Je komt op veel verschillende plekken en hebt te maken met een zeer uitdagend krachtenveld. Je bent intermediair tussen de praktijk en beleidsmakers, je praat met allerlei stakeholders en kan in die rol direct invloed uitoefenen op gedrag, gezondheid en beleid. Ik haal er heel veel voldoening uit dat ik op die manier verbeteringen kan realiseren voor grotere groepen.’

Corona-les

‘Corona drukt ons flink met de neus op de feiten, en laat zien dat artsen M+G relevanter zijn dan ooit’, gaat Petra verder. ‘Je ziet dat de crisis de kwetsbare groepen het hardst raakt en dat de gezondheidsverschillen hierdoor groter en groter worden. Het antwoord hierop is preventie. Preventie door ons te richten op een gezondere levensstijl en preventie door het verkleinen van cultuurverschillen en inkomensongelijkheid. Bovendien zie je dat ten aanzien van virussen en virusbestrijding nog een wereld te winnen is. Investeren in kennis en preventief beleid is echt een must. Corona leert ons dat we onze samenleving echt anders moeten inrichten.’

Arts van de toekomst

‘Onlangs las ik de toekomstvisie ‘Arts 2040’ van de Artsenfederatie KNMG, waarin beschreven wordt hoe de samenleving zich ontwikkelt en wat dit voor de zorg en de rol van artsen in de toekomst betekent’, zegt Petra. ‘Toen ik dit las dacht ik direct: ‘Dit gaat over mij, dat is exact wat ik dagelijks doe. Het mooie is dat wij als artsen M+G doen wat van alle artsen in 2040 wordt verwacht. Het is prettig om bevestigd te worden in het idee dat wij als artsen M+G op de juiste weg zijn. Gevoelsmatig is het verschil tussen een reguliere arts en een arts M+G heel groot, maar de kloof is dus kleiner dan we dachten. We bewegen, binnen onze eigen specialismen, naar elkaar toe. En dat is voor iedereen goed nieuws.’

Nienke van den Berg, arts M+G/infectieziektebestrijding: ‘Artsen M+G hebben de wind in de zeilen!’

Een dag meelopen met Nienke van den Berg, arts M+G/infectieziektebestrijding bij UMC Utrecht en medisch adviseur bron- en contactonderzoek bij GGD GHOR Nederland.

‘Enerverend’, zo omschrijft Nienke van den Berg een gemiddelde werkdag als arts M+G/infectieziektebestrijding, docent, onderzoeker én medisch adviseur bij GGD GHOR. Haar verschillende werkplekken en rollen en de huidige pandemie zorgen ervoor dat haar agenda voller is dan ooit. Ze laat graag zien waarmee zoal.

‘Mijn werk als arts M+G geef ik op verschillende manieren gezicht: als medisch adviseur bron- en contactonderzoek bij GGD GHOR Nederland en als docent & onderzoeker bij UMC Utrecht’, begint  Nienke. ‘Bij het UMC doe ik promotieonderzoek op het snijvlak van public health en onderwijs. Dat gaat vooral over hoe we studenten geneeskunde kunnen opleiden tot artsen met gevoel voor publieke gezondheid. In de opleiding tot basisarts is nog steeds te weinig aandacht voor preventie en publieke gezondheid. Niet alleen het genezen van ziekte, maar ook het bevorderen van gezondheid zou centraal moeten staan. Bij de ontwikkeling van nieuwe curricula, probeer ik ervoor te zorgen dat preventie een meer prominente plaats krijgt.’

Wetenschappelijke boost

Nienke begint haar dag vandaag in de rol van docent & onderzoeker. Om 09:15 uur heeft ze een afspraak met een aios (arts in opleiding tot (medisch) specialist) die zijn wetenschappelijke stage graag bij UMC Utrecht wil uitvoeren. ‘Vorig jaar heb ik met een collega het initiatief genomen tot invoering van wetenschappelijke stages op de academie. Dit betekent dat alle artsen in opleiding tot specialist M+G tijdens hun stage nu worden begeleid door een afdeling sociale geneeskunde van een UMC (universitair medisch centrum). Hiermee kunnen we studenten een stevige wetenschappelijke basis bieden, waarmee de kwaliteit van de stages een boost krijgt. De signalen die we hierover ontvangen zijn vrijwel uitsluitend positief, dus daar ben ik best trots op.’ Om 11:30 uur heeft Nienke een call met een student en haar externe begeleiders over het onderzoek dat de student doet.

Pandemie als sleutelmoment

In de middag is Nienke in de rol van medisch adviseur: om 13:30 uur heeft ze een wekelijks overleg met directeuren publieke gezondheid die verantwoordelijk zijn voor BCO (bron- en contactonderzoek) bij GGD GHOR Nederland. Om 14.15 uur overlegt ze met het RIVM over hoe om te gaan met het coronabeleid op scholen.
‘Voor mij als arts M+G/infectieziektebestrijding is deze periode ongelofelijk boeiend’, zegt ze. ‘Het is een periode die ons leert dat we niet op dezelfde voet verder kunnen en oude patronen moeten loslaten. Dat er een grens zit aan wat we met gezondheidszorg kunnen oplossen. Dit is hét moment om te schakelen van cure naar preventie en om bestrijding van epidemieën onderdeel te laten worden van ons gezondheidssysteem.  We moeten een robuust systeem ontwikkelen dat bestand is tegen uitbraken. Dat begint bij beleid dat erop is gericht mensen gezond te houden. Zo’n preventieve aanpak zorgt ervoor dat we in de toekomst beter tegen virussen beschermd zijn.’

Gezonde keuzes

Gemakkelijk is dat echter niet, volgens Nienke. ‘Vergeet niet dat een gezondere levensstijl aannemen enorm veel wilskracht vraagt. Want mensen stimuleren meer te bewegen en gezonder te eten is best lastig als er tegelijk zoveel ongezond eten aangeboden wordt en de meeste trappenhuizen ook nog vaak verstopt zitten achter een branddeur.’

Zichtbaar in de samenleving

Om 15:00 uur heeft Nienke weer een overleg. Nu met de coördinerend medisch adviseur GGD GHOR Nederland over de positionering van arts M+G tijdens, maar ook na de pandemie.

‘Door de corona pandemie is mijn werk, het werk als arts infectiebestrijding, zichtbaarder dan ooit’, vertelt ze. ‘Ineens weet half Nederland wat ons werk bij de GGD inhoudt en waarom het zo belangrijk is. Fijn, want waar ik eerst op verjaardagen veel woorden nodig had om uit te leggen wat ik precies doe, weet iedereen nu precies wat bronopsporing, incubatietijd en R-getallen zijn.’

Kijken naar het collectief

Als de pandemie voorbij is, betekent dat niet dat het werk van Nienke minder belangrijk wordt. Integendeel. ‘Voor artsen M+G liggen er genoeg uitdagingen te wachten’, zegt ze. ‘We leunen als maatschappij te veel op de gedachte dat gezond gedrag een individuele keuze is. Als arts M+G kijk ik altijd naar de gezondheid van de hele bevolking. Daarmee heb ik het gevoel echt een bijdrage te kunnen leveren aan de gezondheidszorg, door niet te genezen, maar te voorkomen dat mensen überhaupt ziek worden. Dat macroperspectief vind ik ook het leukste aspect van mijn vak: uitzoomen, en denken in populaties. Signaleren, en afvragen wat dit op groepsniveau betekent. Of dit nu gaat over de verbetering van het onderwijs of de bestrijding van het coronavirus: je raakt het collectief.’

Dat de relevantie van haar vak door de pandemie elke dag meer zichtbaar wordt, ziet Nienke dan ook als een voordeel. ‘Een gunstig effect hiervan is dat er nu steeds meer studenten kiezen voor een carrière als arts M+G. Wij artsen M+G hebben op allerlei vlakken de wind in de zeilen.’

Hoogste tijd om te investeren in de jeugd

Voorzitterscolumn Elise Buiting in Federatienieuws

“Wat zou het mooi zijn als we de komende jaren weer eens echt in hen zouden gaan investeren. Geld en aandacht voor de jeugd, in plaats van belastingvoordelen voor de rijken en grote bedrijven. Om hen de kans te geven de wereld mooier te maken voor hun kinderen en kleinkinderen. Want misschien kunnen zij wel, wat voor ons nog net iets te moeilijk bleek. Maar dan moeten we ze wel een beetje op weg helpen, nu het nog kan.” Elise Buiting neemt ons in haar column in Medisch Contact mee naar haar jeugd en die van haar moeder. Ze legt zo een verband tussen toen en nu, de jeugd van nu ten tijde van corona, oorlog in Oekraïne en een klimaat- en huizencrisis.

Lees haar hele column: Medisch Contact

Coulanceregeling herregistratie verruimd

Het College Geneeskundige Specialismen (CGS) heeft in samenwerking met de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) de coulanceregeling herregistratie verruimd. Door de nieuwe regeling kunnen geneeskundig specialisten en profielartsen in aanmerking komen voor een vermindering van maximaal 66 uren deskundigheidsbevordering. Het gaat om een korting van 3 uur per maand over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 december 2021.

Lees meer over de nieuwe regeling in het nieuwsbericht op de website van de KNMG: herregistratie verruimd deskundigheidsbevordering.