Carla Hugen: “Ziekte voorkomen gebeurt buiten het ziekenhuis”

Aios M+G Carla Hugen geeft onderwijs en doet onderzoek bij het UMC Utrecht. Ook is ze werkzaam als arts bij de afdeling sociaal medische zorg van de Gemeente Utrecht. In al die verschillende rollen is ze bezig met hetzelfde vraagstuk: hoe krijgen mensen in een zeer kwetsbare positie ook toegang tot de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben? Ze vult haar vakgebied en haar agenda op geheel eigen wijze in.  

Mensen gelijke kansen bieden op noodzakelijk zorg. Die ambitie loopt als een rode draad door de carrière van Carla Hugen. Ze werkte als tropenarts in een aantal ontwikkelingslanden en later als jeugdarts in een Nederlandse achterstandswijk, tot ze een kans kreeg om zich bij de Gemeente Utrecht bezig te houden met zorg voor mensen in een kwetsbare positie, als onderdeel van haar opleiding tot arts M+G. “Ik richt me niet alleen op het individu maar op een veel bredere doelgroep”, vertelt ze. “Dat vind ik een verrijking, want de problematiek die we zien is ook leeftijd- en domeinoverstijgend.” 

Iedereen bereiken
In haar agenda wisselen onderzoek en onderwijs en adviseurswerk elkaar dus af. Zo houdt ze zich momenteel bezig met het overdrachtsdossier dat de Gemeente Utrecht opstelt voor de nieuwe wethouder van Volksgezondheid. “Ik schrijf mee vanuit het Team Sociaal Medische Zorg”, vertelt Carla. “We schetsen het beleid dat nodig is om 1 of 2 procent van de Utrechters, de mensen die zich in de meest kwetsbare positie bevinden, te bereiken met zorg en ondersteuning. Het gaat daarbij om mensen die kampen met een ingewikkelde combinatie van meerdere serieuze problemen tegelijkertijd, zoals psychiatrie, verslaving, geldzorgen en een gebrek aan een steunend netwerk. Ik ben nu anderhalf jaar met dit vraagstuk bezig en breng in beeld waar deze mensen behoefte aan hebben en waar het systeem schuurt. Bijvoorbeeld omdat de doelgroep zowel medische zorg als maatschappelijke ondersteuning nodig heeft en daarmee onder verschillende wetten, met verschillende potjes, valt. Het zou mooi zijn als de reguliere basiszorg in de wijken, zoals de huisartsenpraktijken en het buurtteam, nog beter kan aansluiten bij die groep bewoners die nu nog niet of moeilijk bereikt worden.”  

Bewustwording creëren 

Carla, of een van haar teamleden, sluit ook aan bij overleggen en bijeenkomsten met andere gemeente-afdelingen die veel met deze doelgroep te maken hebben, zoals Maatschappelijke Ontwikkeling en Veiligheid. “Wij zijn dan vanuit sociaal medische invalshoek betrokken en proberen bewustwording te creëren dat er bij deze mensen naast veiligheid en huisvestingsproblematiek ook vaak sprake is van een zeer slechte gezondheid. De bedoeling is om samen tot één integrale aanpak te komen, waarin zowel zorg als ondersteuning goed geregeld zijn én er aandacht is voor preventie”, legt ze uit. “Ons bereiken bijvoorbeeld signalen dat de doelgroep aan het verouderen is en er steeds meer complexe problemen ontstaan. Zo worden de mensen met verslavingsproblemen, die in hostels van de gemeente verblijven, ook steeds ouder. Vanwege hun slechte gezondheid zien we veel complicaties: ze hebben zuurstof nodig of moeten een beenamputatie ondergaan. De vraag is: waar kunnen die mensen heen? In een verpleeghuis kun je geen actieve gebruikers huisvesten.”  

Praktijk in onderwijs 

Alle problematiek die Carla met haar team tegenkomt, probeert ze mee te nemen in haar onderwijs aan geneeskundestudenten. “Zo gaf ik deze week les aan studenten gynaecologie en kindergeneeskunde, over ‘kwetsbare zwangeren’. Mijn doel is om de studenten breder te laten kijken. Om niet alleen te vragen of de zwangerschap goed verloopt, maar ook te kijken naar stressfactoren en de sociale omgeving van de aanstaande moeder.” 

Ze vindt het heel belangrijk studenten bewust te maken van de complexiteit die zij ziet. “Veel studenten geneeskunde zitten in een bubbel van tweedelijns zorg. Wij zien in de praktijk dat er mensen zijn die een voorgeschreven medicijn niet durven ophalen uit angst voor een eigen bijdrage. Een huisarts zou zich daar bewust van moeten zijn. Net als van het feit dat veel mensen die in armoede leven, een verwijzing naar het ziekenhuis niet opvolgen, uit angst dat ze hun eigen risico moeten aanspreken. Ik probeer die bewustwording in het onderwijs te integreren. Ziekte voorkomen gebeurt buiten het ziekenhuis en ziekte behandelen lukt alleen effectief als je rekening houdt met de unieke omstandigheden van je patiënt. Het is belangrijk dat toekomstige dokters daar al vroeg van doordrongen raken.” 

Karine van 't Land wordt nieuwe voorzitter KAMG

Karine van ’t Land wordt nieuwe voorzitter KAMG

Wij zijn verheugd te kunnen laten weten dat Karine van ‘t Land per 1 januari 2023 het nieuwe gezicht wordt van KAMG. Zij neemt het voorzitterschap over van Elise Buiting die de afgelopen zes jaar zeer betrokken is geweest bij KAMG en in deze periode veel heeft bereikt. Tijdens de ALV op 22 september 2022 stemden de leden van KAMG in met haar benoeming. Karine heeft visie op het vak, draagt die uit en heeft een breed netwerk. KAMG feliciteert haar van harte met deze benoeming en heeft vertrouwen in én kijkt uit naar de samenwerking.

Karine van ’t Land zet zich in voor de volksgezondheid door te verbinden, te verdiepen en te vernieuwen. Haar professionele identiteit als arts Maatschappij + Gezondheid vormt de basis voor haar activiteiten. Ze werkt voor verschillende organisaties en vanuit verschillende rollen: voor Coöperatie Menzis als zorgexpert en adviseur voor preventie, voor de Aletta Jacobs School of Public Health aan de RUG als docent, voor ICT&health als redactieraadslid. Altijd zet ze volksgezondheid en maatschappelijk belang voorop, overziet ze verschillende domeinen en betrekt ze het individuele en het collectieve belang. Ze werkt vanuit de inhoud en heeft affiniteit met academisch werk. Daarbij heeft ze oog voor urgente en actuele thema’s binnen de publieke gezondheidszorg, zoals armoede en stress, planetary health, mentale veerkracht van de jeugd, effectieve inzet op preventie en de noodzakelijke keuzes in het zorgstelsel. Karine heeft goede herinneringen aan haar werk als jeugdarts op het consultatiebureau, aan de innovatie daar en aan de samenwerking met en stages bij gemeenten. Ze heeft gevoel voor publiciteit: als je goede dingen doet, mag je dat ook laten zien. Verder heeft ze ervaring met lobbyen, bijvoorbeeld met artikelen voor leefstijlgeneeskunde waarop Kamervragen volgden, of met het recente KAMG essay ‘Samen Werken aan Volksgezondheid’.

Elise Buiting over miljoenennota 2023: "Het is tijd om het anders te doen."

Elise Buiting over miljoenennota 2023: “Het is tijd om het anders te doen.”

“De miljoenennota spreekt van passende en betaalbare zorg. Nodig, voor jong en oud, voor nu en in de toekomst. Dat vraagt natuurlijk om meer inzet op preventie, samenwerking, aandacht voor de patiënt en ruimte voor iedereen die in de zorg werkt (Miljoenennota 2023).

Als artsen Maatschappij + Gezondheid zetten wij in op passende populatiezorg met preventie, sociale innovatie en integrale zorg als pijlers. Er is behoefte aan meer helderheid, gelijkheid en sturing. Wij willen bijdragen aan de omslag van lobby voor deelbelangen naar een beweging die leidt tot échte integrale zorg voor álle Nederlanders. Daarom pleiten wij voor een Interdepartementaal Nationaal Plan Volksgezondheid. Het is tijd om het anders te doen.”

Aldus voorzitter van KAMG Elise Buiting  over miljoenennota 2023 op Prinsjesdag 2022.

 

Benieuwd naar het essay Samen Werken aan Volksgezondheid, waarin het inzetten op passende populatiezorg verder staat beschreven?
Download ‘m hier.

Rinske Keuken en Myrthe Frissen: “We hebben moed en ambitie nodig”

Rinske Keuken en Myrthe Frissen: “We hebben moed en ambitie nodig”

Rinske Keuken hield zich de afgelopen 24 jaar als arts M+G / medische milieukunde vooral bezig met ‘klassieke’ milieuproblemen, zoals bodemverontreiniging en het Tata Steel-dossier. Voor ‘nieuwkomer’ en collega, AIOS M+G Myrthe Frissen, is het klimaat de grootste drijfveer om in dit vakgebied aan de slag te gaan. Hoe kijken zij naar hun vak en de uitdagingen waar ze voor staan?

Rinske, hoe heb je de inhoud van jouw vakgebied in de afgelopen 24 jaar zien veranderen?

Rinske: ‘Toen ik werd opgeleid, waren de ‘klassieke’ milieuproblemen actueel: bodemverontreiniging, asbest, dat soort onderwerpen. Onze generatie was vooral bezig met gezondheidsbescherming, terwijl er nu veel meer focus ligt op gezondheidsbevordering, op leefomgeving. Ik heb 23 jaar voor GGD Kennemerland gewerkt, de laatste jaren veel aan het dossier Tata Steel-terrein. Nu werk ik bij de GGD regio Utrecht en als arts M+G ook aan bredere vraagstukken: hoe we alle Utrechters gezond en gelukkig krijgen in 2030 bijvoorbeeld. Sinds corona is gezond blijven nog meer van belang gebleken. Ik zie dat veel jonge AIOS M+G zich bezighouden met klimaatverandering: het grootste probleem én de grootste kans voor de publieke gezondheid van de komende tijd. Veel artsen hebben nu belangstelling voor ons vak, maar er is een beperkte hoeveelheid opleidingsplekken.’

Hoe is dat voor jou Myrthe?

Myrthe: ‘Klimaatverandering als thema maakt dat medische milieukunde het helemaal is voor mij. Klimaat wordt vaak negatief geframed: als iets dat ons beperkt, terwijl het leven wel leuk moet blijven. Maar klimaat ís leuk. We zitten in een slechte situatie, maar we kunnen er iets aan dóen. Ik heb het idee dat ik me inzet voor iets dat heel belangrijk is en ik zie dat steeds meer mensen om me heen dat ook zo zien.’

Rinske: ‘Het is zo mooi dat jullie je hiermee bezighouden vanuit persoonlijke betrokkenheid, vanuit eigen beleving. In mijn geval was het veel abstracter: ik woonde niet zelf op een verontreinigde bodem.’

Myrthe: ‘Voor mij is waterschaarste in Somalië net zo’n belangrijke motivator om met dit thema bezig te zijn als een hittegolf in Nijmegen, waar ik woon. Ik kan het niet los van elkaar zien. Klimaatverandering houdt zich niet aan landsgrenzen. En dat geldt ook voor andere medisch milieukundige thema’s zoals luchtvervuiling. De bredere blik die wat minder gewenst was in mijn eerdere werk als dokter in het ziekenhuis, die heb je in dit vakgebied juist nodig.’

Rinske: “Typerend voor ons vak is dat wij ook op verschillende niveaus bezig zijn: we hebben een taak in het adviseren van de gemeente maar ook een zorgtaak voor de bewoners. We vertalen ‘grote ontwikkelingen’ naar ons dagelijks leven. We leggen bewoners uit wat wonen in een industrieel gebied kan betekenen voor hen als individu, maar we vertellen de gemeenten ook hoe je lokaal iets kunt doen aan luchtvervuiling, zelfs als het internationaal veroorzaakt wordt. We zijn op drie niveaus bezig: bewoners, lokaal en soms zelfs (inter)nationaal. Daar hebben we ook werkgroepen voor in ons multidisciplinaire vakgebied, bijvoorbeeld op het gebied van luchtkwaliteit.’

Myrthe: ‘Dat maakt medische milieukunde ook bijzonder: het is als vakgroep, landelijk, zo goed georganiseerd.’

Hoe maakt jullie werk op al die niveaus het verschil?

Myrthe: ‘We kunnen een hele grote rol spelen in de zorgtaak voor bewoners. Mensen zijn vaak al zo blij als ze een dokter spreken die luistert en kan meedenken over milieublootstellingen. Ik sprak eens een Rotterdammer die bang was dat zijn luchtwegklachten werden veroorzaakt door de uitstoot van cruiseschepen. Met dat soort zorgen kun je niet zo makkelijk bij andere artsen terecht. Ook geven we advies aan beleidsmedewerkers, bijvoorbeeld over het hitteplan bij een hittegolf: er zijn echt mensen nodig die vanuit medisch perspectief kunnen meekijken naar zo’n plan, om het plan goed passend te maken voor mensen met en zonder aandoening of medicatiegebruik.

Toen ik net begon was ik bij een bijeenkomst over het Schone Lucht akkoord: op de snelwegen ging de snelheid terug van 130 naar 100 kilometer per uur. Ik merkte dat ik mezelf afvroeg: doe ik het dáárvoor? Maar als je doorrekent wat die maatregel heeft gedaan voor de uitstoot en de bijbehorende ziektelast: dat verschil is gigantisch. Het is geweldig om achter de schermen te werken aan risicofactoren waarvan mensen meestal niet eens weten dat ze eraan worden blootgesteld, en zo veel impact te hebben.’

Rinske: “Dat zijn mooie voorbeelden. Zelf vond ik het belangrijk bij het vraagstuk in de IJmond dat een wethouder alles wist over fijnstof, hinder en bezorgdheid, zodat ze weloverwogen beslissingen konden maken. Ik vind het verder een meerwaarde dat ik op verschillende vlakken betrokken ben en mensen en partijen met elkaar kan verbinden.’

Wat zou nog meer verschil maken?

Rinske: ‘Gezondheid zou moeten worden opgenomen in de landelijke wet- en regelgeving en niet een ‘extraatje’ moeten zijn. Nederland is druk bevolkt en we staan voor een grote woningbouwopgave. We zouden nieuwe wijken zo moeten inrichten dat ze bijdragen aan de gezondheid en geen huizen langs drukke wegen bouwen, om maar een voorbeeld te noemen.’

Myrthe: ‘Er zijn zoveel belangen. Als je juridisch geen basis hebt, delf je momenteel vaak het onderspit.’

Rinske: ‘De invoering van de Nieuwe omgevingswet volgend jaar biedt kansen om gezondheid in de omgeving de plek te geven die het verdient. Gemeenten zouden ook nu al  bij elke beslissing met effect op publieke gezondheid advies daarover moeten vragen, maar dat mag nog veel vaker gebeuren.’

Met welke uitdagingen krijgen jullie de komende jaren vooral te maken?

Myrthe: ‘We hebben te maken met een sterk vervuilde leefomgeving en met stoffen die niet meer verdwijnen. De snelheid waarmee we chemische verbindingen de markt opspelen is heel hoog. Daar moeten we iets mee. Daarnaast gaat citizen science een rol spelen: mensen gaan zelf meten.’

Rinske: ‘Nieuwe wetenschap, data verzamelen, onderzoek doen: dat houdt ons vak in beweging. Die vooruitgang en ontwikkelingen, die houden het vak zo leuk. Ik verveel me redelijk snel, maar medische milieukunde blijft me boeien.’

Tijd om het anders te doen!

Het zogenaamd ‘onverwacht’ ontstaan van de problemen in Ter Apel, ontslaat ons niet van de plicht voor het bieden van een waardige en menselijke opvang voor hen die gevlucht zijn. We kunnen en moeten meer aandacht hebben voor kwetsbaren in onze samenleving bij het bepalen van beleid en visie.

Als KAMG ondersteunen wij de brandbrief, een initiatief van Amrish Baidjoe, en hebben wij mee ondertekend. De crisis in de opvang van vluchtelingen moet nu opgelost worden, op een humanitaire en structurele manier. Deze brief is inmiddels aangeboden aan minister Dilan Yesilgoz van Ministerie van Justitie en Veiligheid en aan minister Ernst Kuipers van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

‘Een beschaafd en welvarend land hoeft geen belangen tegen elkaar uit te spelen, zelfs niet in mindere tijden’ opgesteld. Hierin roepen wij politici en bestuurders op om de huidige opvangcrisis direct aan te pakken en vooruit te denken op toekomstige stromen van vluchtelingen en tegelijkertijd ook oog te houden voor onze eigen kwetsbare burger. Deze brief is inmiddels bijna 1100 keer ondertekend, door veelal artsen, wetenschappers en burgers.

In een welvarend land hebben we het privilege dat we geen keuzes hoeven te maken tussen humaan zorgzaam beleid voor de Nederlandse burger en de vluchtelingen. Laten we beide groepen helpen waar nodig en ze vooral niet tegen elkaar uitspelen, zeker gezien de vele crises die zich stapelen. Nu is het zaak dat bestuurders op de kortst mogelijke termijn veilige en adequate opvang vanuit humanitaire gronden zullen faciliteren, zorgverleners kunnen meedenken en -doen als daar ruimte voor ontstaat. Laten we vooral vooruitdenken en zorgen dat een opvangcrisis zoals deze niet meer zal plaatsvinden in de toekomst. Het is ruim tijd om menselijk te handelen, juist in tijden van crises.

Lees de brief (onderteken kan nog!).

Tijs Rutgers, aios M+G/jeugdgezondheid: ‘Gezond zijn is iets anders dan niet ziek zijn’

Al van jongs af aan is Tijs Rutgers bezig met sporten, gezond leven en anderen in beweging krijgen, letterlijk en figuurlijk. Min of meer per ongeluk ontdekte hij dat hij als arts M+G op medisch én beleidsgebied aan de slag kan met die thema’s. Een schot in de roos voor hem.  

Tijs Rutgers heeft na afronden van zijn studie geneeskunde bijna drie jaar als aios kindergeneeskunde gewerkt. De inhoud van het vak, de communicatie met de kinderen en ouders: juist de langdurige contacten en de preventieve kant vond hij interessant en waardevol. Minder leuk: tijdgebrek voor goede zorg aan patiënten, de prestatiecultuur en de onregelmatige werktijden. ‘Ik was niet meer mijn leukste zelf toen ik in het ziekenhuis werkte’, zegt hij. ‘De balans raakte zoek en ik had steeds minder energie en tijd voor een sociaal gezond leven en om te sporten.’

Energie buiten het ziekenhuis 

Toen bleek dat hij niet kon solliciteren op de plek waar hij werkte, besloot hij dat ook niet elders binnen de kindergeneeskunde te doen. Hij ging werken bij de GGD in Amsterdam, jeugdgezondheidszorg (JGZ) voor jongeren in het voortgezet onderwijs met uiteenlopende problemen. ‘Tijdens mijn werk binnen de jeugdgezondheidszorg ontdekte ik dat ik me naast de individuele zorg kon bezighouden met vragen buiten de spreekkamer, zoals: hoe kun je ervoor zorgen dat jongeren gezonder gaan leven? Of: hoe zorg je dat een systeem in beweging komt? Aan welke beleidsknoppen kun je draaien om invloed te hebben op populatieniveau? Daar haal ik erg veel energie uit.’ 

Jeugdgezondheidszorg Amsterdam rookvrij 

Tijs begon aan de opleiding tot arts M+G en daarin vond hij precies wat hij zocht. ‘Er is binnen het curriculum heel veel ruimte om te onderzoeken wat bij je past, waar je van ‘aan gaat’. En je krijgt alle mogelijkheid om projecten te integreren in het werkveld.’ Zo kreeg Tijs het tijdens de eerste fase van zijn opleiding voor elkaar om alle locaties van de Ouder- en Kindteams (JGZ) in Amsterdam rookvrij te maken. ‘Op mijn eerste werkdag zag ik een medewerker roken voor mijn locatie, die naast een basisschool zit. Ik dacht: wat kunnen we daaraan doen? We hebben hele mooie stappen gemaakt en nu zijn stoppen-met-roken-cursussen voor medewerkers, communicatietrainingen voor medewerkers en passende stoppen met roken zorg voor cliënten onderdeel van rookvrij beleid in Amsterdam, net als de Rookvrije generatie-tegels die je voor elke Ouder- en Kindteam locatie ziet in de stad.’ 

Gezond versus niet ziek 

Tijs zou graag zien dat meer studenten geneeskunde in aanraking komen met zijn vakgebied en ontdekken hoe belangrijk sociale geneeskunde als geheel is voor de samenleving. ‘Tijdens de opleiding geneeskunde is mij niet duidelijk geworden hoe groot de mogelijkheden zijn om als arts buiten het ziekenhuis te werken’, zegt hij. ‘Coschappen in de sociale geneeskunde zijn een ondergeschoven kindje. Maar als arts M+G kunnen we overal binnen de gezondheidszorg waarde toevoegen op het gebied van beleid.’ Artsen M+G hebben de tijd mee, vindt hij. ‘De roep om preventie wordt steeds luider. De geneeskunde is nu gericht op curatieve zorg, maar die loopt vast en is niet houdbaar. De zorgkosten zijn te hoog en er is tekort aan personeel. Het wordt tijd dat we gaan kijken naar de andere kant: gezond zijn en blijven. Gezond zijn is iets anders dan niet ziek zijn. Het gaat om onderwerpen als leefstijl, voeding, beweging, stress, slapen, zingeving, leefomgeving, meedoen en nog veel meer. We moeten niet één van die facetten aanpakken, maar het integraal en systemisch zien.’ 

Daarom vindt hij het ook zo belangrijk dat de verschillende takken binnen sociale geneeskunde zich meer verbinden, dat sociale geneeskunde zich als beroepsgroep presenteert, met behoud van identiteit van de verschillende takken. ‘Samen hebben we meer slagkracht, kunnen we een grotere golf teweegbrengen en verder komen.’ Als voorzitter van LOSGIO probeert hij daar invloed op uit te oefenen. ‘We sluiten aan bij overleg om beter te gaan samenwerken en hebben onlangs een voorstel gedaan voor een sociaal geneeskundig breed congres.’  

Arts 2040 

Als hij naar de toekomst kijkt, dan hoopt hij dat preventie, focus op gezondheid en hoe gezonder te leven, veel meer verweven zit in de gezondheidszorg. ‘Ik hoop dat er in 2040 meer geld is voor preventie, vanuit de overheid. Ik hoop dat curatieve artsen het belang ervan nóg meer gaan inzien en ik hoop dat er goed opgeleide, enthousiaste artsen zijn die dat kunnen uitdragen, ook in de media en in de politiek. Die zie je nu namelijk nog veel te weinig.’ 

En de ‘arts 2040’? Dat is volgens Tijs een arts die verder kijkt dan een ziektebeeld. Die oog heeft voor het gehele systeem en de leefomgeving waarin iemand zich begeeft en zich daarin kan inleven en zo passende gesprekken voert. ‘Deze verandering begint met een betere gezondheid voor die arts zelf’, zegt Tijs. ‘Je moet eerst goed voor jezelf zorgen, om een goede arts te kunnen zijn voor je patiënt of cliënt. Practice what you preach.’  

3 vragen aan…. Jeanne Arnold

In de rubriek 3 vragen aan, deze keer Jeanne Arnold, oud-voorzitter en medeoprichtster van GIDS.

Wat is jouw visie op gezondheid in de toekomst?

In de toekomst staat de betekenis van gezondheid gelijk aan de huidige definitie van positieve gezondheid van Machteld Huber. Dit zorgt voor een meer holistische benadering van de patiënt, van enkel de klacht naar de patiënt als mens in het geheel.

Welke beleidsverandering zou jij de overheid van harte aanbevelen?

Moeilijke vraag, er zijn mijns inziens veel veranderingen mogelijk en nodig voor een gezondere en sociaal gelijkere samenleving. Of we het nu hebben over de inrichting van onze steden en dorpen, meer groen, betere luchtkwaliteit, minder geluidsoverlast of de huidige financiering van de jeugdzorg en ggz: er valt veel gezondheidswinst te behalen door krachtig samenhangend beleid hierop.

Wat zou een curatief werkende arts kunnen leren van een arts M+G?

Het werk van artsen M+G wordt vaak 360° geneeskunde genoemd. Ook voor curatief werkende artsen kan het echter goed zijn om een patiënt vanuit zo’n breed perspectief te bekijken, en hem/haar vervolgens proberen te helpen binnen zijn/haar eigen leefwereld. Dit vraagt kennis van de diversiteit aan achtergronden en leefwerelden die Nederland rijk is, en vaardigheden om daarmee om te gaan.

Er is steeds meer aandacht voor preventie. Hoe zorgen we dat dit een volwaardige plaats krijgt naast cure en care?

Zorg voor een volledige inbedding van preventie binnen de geneeskundecurricula. Laat studenten middels projecten kennis maken met de samenleving en laat hen ervaren wat de invloed is van sociale determinanten op gezondheid. Hierdoor worden toekomstige gezondheidsprofessionals intrinsiek gemotiveerd om bij te dragen aan preventie.

Zorgdebat: Arbeidsmarkt in de zorg

Woensdag 6 juli sprak de vaste commissie van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met minister Conny Helder over de arbeidsmarkt in de zorg.

Joba van den Berg trapte af en zei: “We moeten van zorg naar volksgezondheid. Dit betekent meer aandacht voor sociale geneeskunde in plaats van medisch specialisten.” Vervolgens benoemde zij de ontvangen petitie van de KAMG ‘Samen Werken aan Volksgezondheid’. En gaf ze aan dat ziekenhuizen de opleidingen van studenten organiseren, waarmee automatisch de focus op ziekenhuizen ligt. Onder andere Maarten Hijink en Mirjam Bikker vielen haar bij.

In haar reactie zegt de minister aandacht te hebben voor de vragen over de sociale geneeskunde. Ook zij benoemt de ontvangen petitie van KAMG. En ze laat weten dat de opleiding van specialisten vallen allen onder verantwoordelijkheid van minister VWS. De urgentie daarvan wordt zeker ingezien en er wordt samengewerkt met de sectorpartijen om te kijken wat er gedaan kan worden.

De instroom blijft bij een aantal vervolgopleidingen binnen het domein maatschappij en gezondheid achter. Dit is onderwerp van gesprek van minister Helder en minister van VWS Ernst Kuipers. Kuipers zal met sector in gesprek gaan hoe de vervolgopleidingen in het sociale domein aantrekkelijker gemaakt kunnen worden.

Wij verheugen ons zeer over de aandacht die onze petitie en ook de sociale geneeskunde heeft gekregen tijdens dit zorgdebat en kijken uit naar het gesprek met de minister.

Foto: Overhandiging essay Samen Werken aan Volksgezondheid door Timo Boelsums, arts M+G/infectieziektebestrijding bij GGD Rotterdam Rijnmond, aan minister van VWS Ernst Kuipers.

Kijk het zorgdebat terug.
Download het essay Samen Werken aan Volksgezondheid.

petitie overhandiging

Petitie Overhandiging 5 juli 2022

Dinsdag 5 juli hebben Karine van ’t Land en Carla Derijck namens KAMG een petitie, zijnde het essay Samen werken aan Volksgezondheid, overhandigd aan leden van de Tweede Kamercommissie VWS.

Wederom mooie reacties gekregen op onze boodschap over passende populatiezorg, met preventie, sociale innovatie en integrale zorg als pijlers. We pleiten voor een Interdepartementaal Nationaal Plan Volksgezondheid.

Dank aan de leden van de commissie voor hun aandacht en belangstelling!
Bart Smals, Wybren Van Haga, Maarten Hijink, Joba van den Berg, Pepijn van Houwelingen, Liane den Haan, Corinne De Jonge van Ellemeet, Wieke Paulusma, Mirjam Bikker, Judith Tielen en Eva van Esch

Benieuwd naar het essay?
Download ‘m hier.

 

Inbreng KAMG Kamerdebat Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Toenemende tekorten en preventie als uitgangpunt

Aankomende jaren neemt de zorgvraag alleen maar toe en blijven de personeelstekorten in de zorgsector onverminderd groot¹. Om de gezondheidszorg toekomstbestendig te maken zal zorg en welzijn anders georganiseerd moeten worden. Transformatie is nodig om de uitdagingen waar de zorgsector zich voor gesteld ziet, het hoofd te bieden. Het preventief gezond houden van onze bevolking is hiermee onlosmakelijk verbonden. Daarom heeft KAMG een brief geschreven aan de Tweede Kamer in de aanloop naar het commissiedebat Arbeidsmarktbeleid in de zorg op 6 juli en vraagt zij aandacht voor het belang van de rol die artsen Maatschappij + Gezondheid (M+G) spelen in het bevorderen van de volksgezondheid.

Crisis als keer – en leerpunt

De coronacrisis legde een vergrootglas op reeds bestaande knelpunten en problemen in volksgezondheid, zorg en leefomgeving. Steeds worden dezelfde problemen benoemd:
– toenemende sociale ongelijkheden;
– onafwendbare veranderingen in ons klimaat;
– toenemende mentale druk op jongeren en jongvolwassenen;
– steeds meer zelfstandig wonende ouderen met dementie
– blijvend hoge ziektelast door onder andere hart- en vaatziekten en kanker

Om de volksgezondheid te bevorderen, is het noodzakelijk werk te maken van deze knelpunten. Een gezamenlijke aanpak van politici, zorgprofessionals, leerkrachten, beleidsmakers, zorgverzekeraars, sociaal werkers, mantelzorgers, én artsen M+G is daarbij hard nodig. Want zij kijken met een 360° blik naar gezondheid. Niet het behandelen van ziekte, maar preventie is het uitgangspunt. Zij signaleren belangrijke risico’s en uitdagingen in relatie tot volksgezondheid en benaderen die vanuit een integrale aanpak. Zij zijn dus hard nodig maar het is niet vanzelfsprekend dat zij deze rol ook naar behoren kunnen uitvoeren in de (nabije) toekomst.

Wederom wordt tekort duidelijk

In haar ‘Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector’ Kamerbrief dd. 22 januari j.l. schetst de Minister voor Langdurige Zorg en Sport kraakhelder waar de tekorten aankomende jaren liggen². Dat sluit aan bij de berekeningen die eerder in het Capaciteitsplan 2021-2024 voor Artsen Infectieziektbestrijding & Jeugdartsen werd gepubliceerd³. Er is momenteel een tekort aan artsen M+G en de instroom is onvoldoende om aan de toekomstige vraag te voldoen. Bovendien betreffen deze capaciteitsberekeningen niet eens alle profielen artsen M+G. Dat zijn zorgelijke ontwikkelingen die nu al leiden tot onverantwoorde situaties. Het betekent bijvoorbeeld dat 24-uursdiensten van vertrouwensartsen (artsen met de medische expertise kindermishandeling en huiselijk geweld) niet bemenst worden, en is er niet meer elke dag een vertrouwensarts beschikbaar bij de Veilig Thuis organisaties in Nederland. Maar het houdt ook in dat er steeds minder jeugdartsen beschikbaar zijn, die op basis van vroeg interveniëren knelpunten rondom mentale gezondheid bij jeugd constateren. En dit terwijl de druk op jeugdzorg alleen maar toeneemt en door vroeg interveniëren op scholen die instroom beperkt kan worden. We kijken dan ook ook zeer uit naar de reactie van staatssecretaris Van Ooijen op de opleidingsplekken voor artsen jeugdgezondheidszorg die nog voor de zomer naar de Kamer gestuurd zou worden.

Transformatie is nu gewenst

Daarom is het momentum voor positieve verandering nu. Door preventie en volksgezondheid centraal te stellen in de hervorming van het arbeidsmarktbeleid in de zorg. Artsen M+G kunnen de gewenste transformatie mede vormgeven want zij zetten zich breed in om de uitdagingen in de publieke gezondheid in Nederland aan te pakken. In het debat over de initiatiefnota over ‘Nu investeren in de GGD’ gaf staatssecretaris Van Ooijen al aan dat hij vóór de zomer met een schriftelijke reactie zou komen op de 4 verbeterpunten uit het manifest van de KAMG over de rol van de arts Maatschappij + Gezondheid om de volksgezondheid op nummer 1 te zetten.

Wij kijken uit naar zijn reactie en hopen dat u, als de Tweede Kamer, én minister Helder samen met deze staatssecretaris de volksgezondheid op nummer 1 wil zetten en als eerste te investeren in de opleiding en inzet van artsen M+G, en de opleiding van specialisten in sociale geneeskunde. Zo werken we samen aan het gezond krijgen en houden van alle inwoners in Nederland én aan de noodzakelijke transformatie om de zorgsector toekomstbestendig te maken.

 

 

1 Brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport aan Tweede Kamer ‘Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector’ documentnr. 29 282
2 Brief van de minister voor Langdurige Zorg en Sport aan Tweede Kamer ‘Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsector’ documentnr. 29 282
3 Capaciteitsplan 2021-2024: Artsen Infectieziektebestrijding & Jeugdartsen: een tussentijds advies – december 2021 – Capaciteitsorgaan

Lees meer over ons essay welke als petitie overhandigd wordt op 5 juli aan een delegatie Kamerleden, waaronder Voorzitter commissie VWS Bart Smals (VVD).