Berichten

Everhard Hofstra

Everhard Hofstra: ‘Ik wil niet één mens maar iederéén gezonder krijgen’

In het begin van zijn loopbaan hing Everhard Hofstra onder SAR-helikopters en voer hij met de marine mee naar de West. Tegenwoordig zit hij vaak in een kantoortuin. Toen was hij militair huisarts, nu is hij arts Maatschappij + Gezondheid Infectieziektebestrijding bij GGD Fryslân. De overstap bevalt hem uitstekend. Waarom?

“In het kort komt het erop neer dat je als huisarts tien minuten per patiënt hebt. Dat voelde voor mij vaak te kort. Als arts infectieziektebestrijding heb je meer tijd, ga je de inhoud in, je zoekt zaken grondig uit. Daarbij werk je als arts M+G in de publieke gezondheid. Dat betekent dat je je ook bezighoudt met agendasetting: hoe krijg je iets op de bestuurlijke agenda? Eigenlijk probeer je als arts M+G steeds van individueel niveau naar groepsniveau te gaan. Wat zie ik bij een individu en wat betekent dat voor het geheel, voor de groep? Dat vind ik de grote kracht van ons werk. Je kijkt eerst van dichtbij en dan vanuit een overkoepelend perspectief en vraagt je af: waar kan ik aan de knoppen draaien om er iets aan te doen op maatschappelijk, bestuurlijk niveau? De hamvraag: hoe kunnen we wat er is gebeurd hierna voorkomen of verbeteren?”

Eenzijdig geluid

“Covid legt van alles bloot in onze maatschappij. Bijvoorbeeld de relatieve ‘onbereikbaarheid’ van mensen met een lagere SES (sociaal-economische status). Zij zijn minder makkelijk te bereiken met goede informatie over het virus
en maatregelen. Ook het belang van preventie wordt beter onderkend. Daar is door de overheid en gemeenten heel lang op bezuinigd en nu beseffen we dat dat niet goed is. Op dit moment zie je dat in de media virologen en medisch specialisten het geluid bepalen. Dat geluid is wat eenzijdig en dat is jammer. Artsen M+G willen de volksgezondheid op een zo hoog mogelijk plan krijgen, niet één maar iederéén gezonder krijgen. Omdat de hele maatschappij daar beter van wordt. Een viroloog kijkt vooral naar verspreiding van het virus en hoe dat kan worden bestreden. Een lockdown is daarvoor zeer effectief, de maatschappij tijdelijk platleggen, bedrijven sluiten, schoolkinderen naar huis sturen…”

Lees ook: Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Nadelige gevolgen

“Als arts M+G realiseer je je: het naar huis sturen heeft ook nadelige effecten voor kinderen. Ik heb zelf een dochter van bijna 7 jaar, en ik zie het bij haar ook: zij beweegt minder, sport minder en uiteindelijk is dat nadelig. Op macroniveau zie je de sociaal-economische gezondheidsverschillen groter worden. Het virus zoveel mogelijk het land uit krijgen is een belangrijk doel, maar economische effecten hebben óók effecten op de gezondheid. Door COVID-19 zien we bedrijven in zwaar weer terecht komen of failliet gaan. Dus verliezen mensen hun baan, wat financiële problemen oplevert die uiteindelijk ook invloed hebben op de gezondheid. Want mensen met een lagere SES hebben gemiddeld genomen een slechtere gezondheid. Dit alles pleit ervoor om meer aandacht te besteden aan preventie. Niet alleen vanuit maatschappelijk oogpunt, maar ook financieel. Als we de aandacht kunnen verschuiven van nazorg naar voorzorg is dat veel voordeliger.”

Solidariteit

“De vaccinatiediscussie is niet nieuw, dus speelt hij ook nu. Vaccineren doe je niet alleen voor jezelf. We moeten een beroep blijven doen op ons solidariteitsgevoel. Iedereen moet om zich heen kijken en zich afvragen: wie in mijn omgeving loopt gevaar bij een coronabesmetting? Daarbij moet je beseffen – ook al word je zelf misschien niet erg ziek – dat je wel de consequenties moet dragen op geestelijk of financieel vlak. Het gaat níet alleen om lichamelijke gezondheid. De beslissing om je wel of niet te laten vaccineren kun je alleen nemen op basis van de juiste informatie. Het zijn genuanceerde kwesties en dus is communicatie extra belangrijk.”

Plastisch chirurg

“Vroeger wilde ik plastisch chirurg worden, dat leek me mooi. Mensen helpen met brandwonden, dus de reconstructieve kant, bijvoorbeeld handchirurgie. Maar ik denk dat ik daar uiteindelijk niet geschikt voor zou zijn geweest. Ik heb als arts M+G Infectieziektebestrijding gewoon een leuk vak. Ook omdat het altijd in ontwikkeling is, er kan van alles gebeuren. En ik houd van anders dan anders, van out of the box denken, van veranderingen. Ik weet niet of ik op deze plek m’n pensioen ga halen, maar dat hoeft ook niet. Als je de overstijgende en preventieve kant op wilt, kun je als arts M+G op heel veel plekken een bijdrage leveren. Je bent van veel nut, ik voel dat erg zo. Het is toch hartstikke mooi dat je iets voor het volk kan betekenen?”

Lees ook: Putri Hintaran: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Putri Hintaran, arts M+G

Putri Hintaran, arts M+G (i.o), infectieziektebestrijding: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Putri Hintaran (29) is arts infectieziektebestrijding en arts Maatschappij + Gezondheid i.o. en sinds vier jaar werkzaam bij GGD regio Utrecht. Pas na haar studie geneeskunde ontdekte ze de infectieziektebestrijding. Nu maakt ze zich druk om de publieke gezondheid in Nederland, maar in de toekomst ziet ze zichzelf op een plek waar ze nog harder nodig is dan hier.

Waarom heb je gekozen voor infectieziektebestrijding?

Hintaran: “Al tijdens mijn studie geneeskunde was ik geïnteresseerd in infectieziekten. Ik besefte dat infectieziekten samenhangen met de omgeving waarin je opgroeit. We zien wereldwijd dat mensen in lagere sociaal-economische omstandigheden meer besmet raken en daar meer last van hebben. Omdat ze dicht op elkaar wonen, geen eigen huis hebben of gedwongen zijn te werken in krappe arbeidsomstandigheden. Dat er mensen in Indonesië bijvoorbeeld – ik ben zelf Indonesisch – doodgaan aan diarree en longontsteking, dat is oneerlijk. Die verschillen zie je in minder schrijnende vorm ook in Nederland. Ik voel de noodzaak om eraan bij te dragen die verschillen aan te pakken. Ik heb dus een intrinsieke motivatie voor dit vak. Het heeft in mijn ogen te maken met onrecht.”

Ben jij een typische arts M+G?

“Ja, ten eerste omdat je maatschappelijk betrokken moet zijn. Je moet iets van activisme in je hebben: de gezondheidsverschillen zien en daar iets mee willen. Maar als arts M+G moet je ook houden van de grote lijnen. Ik wil hoog over kijken, strategisch. Ik ben resultaatgericht, ik hou van grote impact maken. Dat zat voor mij te weinig in patiëntenzorg. Voor mij persoonlijk is het effect van wat je dan doet te beperkt. Daar raakte ik gefrustreerd van. Ik wil het probleem bij de wortel aanpakken, grootser en gestructureerder. Die vertaalslag maken, van één patiënt naar groepen en omgeving switchen, spreekt mij aan.”

Jouw vakgebied is de public health – hoe moet het daarmee?

“Allereerst moet er meer geld in geïnvesteerd worden. Het is lang een sluitpost van de zorgkosten geweest. De afgelopen tijd is wel gebleken hoe belangrijk het is om een stevig fundament te hebben, om te voorkomen dat de curatieve zorg overloopt. Het infectieziektebestrijdingsapparaat schoot tekort. Ik wil graag meedenken over hoe dat beter kan. Ik denk dat er winst geboekt kan worden met digitalisering en efficiëntie, dat zie je ook in de curatieve zorg. Dit momentum moeten we pakken.”

Wat maakt het vakgebied van de arts M+G boeiend?

“De inhoud. Je kiest niet voor de publieke gezondheidszorg omdat het zo goed verdient. Maar de inhoud is zo belangrijk, dat heb ik ervoor over. Ik heb het geloof dat het helpt. Je ziet weinig direct resultaat van je werk, geen patiënt die beter is na je behandeling. Je moet zelf het gevoel hebben: ik draag iets bij, dit heeft zin. Ik vind het boeiend als ik geconfronteerd word met een vraagstuk waarvoor ik veel verschillende vaardigheden moet inzetten. Je doet onderzoek om achter de determinant te komen, daar moet je analyses uit draaien en vervolgens de resultaten onder de aandacht brengen van de juiste mensen, de beleidsmakers. In dat strategisch uitdenken, een thema van begin tot eind begeleiden, ben ik op mijn best.

Onze afdeling van de GGD werkt voor 26 gemeenten in provincie Utrecht, we werken vanuit een centraal punt. Maar ik zit zeker niet elke dag op kantoor: de ene dag heb ik een overleg, dan moet ik een analyse draaien of schrijfwerk doen. Als ik beleidsmakers adviseer, heb ik bestuurlijke overleggen met gemeenten, provincies of ceo’s van bedrijven. In de onderzoekende fase moet je het veld in, veldmonsters nemen, etensresten of watermonsters onderzoeken. En als er een gedragscomponent in zit, voer je gesprekken met bepaalde gemeenschappen. Bijvoorbeeld als er meer covid-19 besmettingen optreden in een wijk. Als het gaat om de vaccinatiegraad van kinderen ga je bijvoorbeeld naar de gereformeerde gemeenschap. Dan gaan we op zoek naar een ‘haakje’ om gedrag te veranderen. In dat traject werk je samen met psychologen, sociologen, gedragswetenschappers of communicatieprofessionals.”

Wat brengt jouw toekomst?

“Ik wil graag internationaal werk doen. Misschien projectmatig, vanuit een Nederlandse organisatie die mensen uitzendt naar gebieden waar het nodig is. Hoe dan ook in de public health, maar liefst in gebieden waar het nog uitdagender is. Waar we nog harder nodig zijn dan in Nederland.”

Lees ook: Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Interesse in de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid? Kijk op artsmg.nl.

KAMG: kies voor een sterke publieke gezondheid

Komend jaar is er 92,7 miljard euro beschikbaar voor de zorg. ‘Dat is het goede nieuws’, zegt Elise Buiting (voorzitter) in een eerste reactie op de Miljoenennota.

Aandacht voor publieke gezondheid

Desondanks mist KAMG in de begroting voor 2020 vooralsnog de visie van het kabinet op de gezondheidszorg van de toekomst, waarin voorzorg, preventie en blijvende aandacht voor de publieke gezondheid van groot belang zijn om bijvoorbeeld een volgende gezondheidscrisis te kunnen opvangen.

Nu én blijvend investeren

‘Er gaat – tijdelijk – meer geld naar gemeenten en GGD’en en landelijke organisaties om de coronacrisis aan te pakken,’ meent Carla Derijck (directeur). ‘Het is verstandig om deze geldstroom te bestendigen om de preventieve zorg robuust en toekomstbestendig te maken, ook ná corona.’ De coronamaatregelen treffen sommige kwetsbare groepen zeer hard. Zonder extra hulp en preventieve zorg leidt dit de komende jaren tot nog grotere sociaal-economische gezondheidsverschillen en forse zorgkosten. Nu én blijvend investeren in ‘voorzorg’ is kiezen voor de structurele oplossing.

Durf en extra inzet

Hiervoor is een paradigmashift nodig, denkt Buiting, en zoiets vraagt durf en extra inzet van de politiek, de professionals en organisaties in de zorg. Op korte termijn is in ieder geval nodig: meer aandacht voor publieke gezondheidszorg en voorzorg, inclusief leefstijlbevordering, in de opleiding. De financiering van de opleiding van alle sociaal geneeskundigen inclusief de arts Maatschappij + Gezondheid is een must. Verder moet er meer onderzoek worden verricht naar de publieke gezondheidszorg en de effecten van preventie en voorzorg. Een toekomstbestendige gezondheidszorg kan niet zonder, stelt de KAMG.

Lees ook: Expertise KAMG beschikbaar voor dilemma’s rondom COVID-19

Jeugdartsen zien focus op preventie vervagen

Gemeenten maken na de transitie veel te weinig gebruik van de kennis en kunde van jeugdartsen die kinderen vanuit de jeugdgezondheidszorg al vanaf hun geboorte volgen. Dat blijkt uit een enquête die beroepsorganisatie AJN Jeugdartsen Nederland eind 2015 uitzette onder haar leden, om ervaringen te verzamelen rondom de transitie jeugdzorg.

De informatie – afkomstig uit 193 enquêtes met antwoorden vanuit 128 unieke gemeenten verspreid over het land – schetst een beeld van de zorg voor jeugd waarbij de focus op preventie minimaal is.

Door bezuinigingen is regelmatig contact met gezinnen en kinderen/jongeren niet altijd meer mogelijk.

Preventie slecht zichtbaar
Jeugdartsen ervaren dat er voor advies en ondersteuning die de jeugdarts/jeugdgezondheidszorg (JGZ) ook goed kan bieden te snel wordt doorverwezen naar het wijkteam. Of dat het wijkteam doorverwijst, terwijl de JGZ zorg kan bieden. De focus op preventie dreigt daarmee verloren te gaan. Ook nog eens omdat het JGZ-aanbod versoberd is, zo geven de respondenten aan. “Door bezuinigingen op de jeugdgezondheidszorg is regelmatig contact met gezinnen en kinderen/jongeren niet altijd meer mogelijk. Juist preventie behoeft aandacht, ook in het kader van de transformatie. Hier valt nog veel te winnen!”, vat AJN-voorzitter Mascha Kamphuis het kort samen.

Lees het hele bericht op www.ajnjeugdartsen.nl