Berichten

Arts M+G en praktijkopleider Elise Buiting: ‘Het vak is breed en energiek’

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Elise Buiting.

Over Elise Buiting

Functie: Arts M+G, jeugd en vertrouwensarts bij Veilig Thuis Brabant Noord-Oost en voorzitter KAMG
Arts M+G sinds: 2001
Praktijkopleider sinds: 2007
Tot dusver begeleid: 10 aios

Word je beter in je vak doordat je ook praktijkopleider bent?

Elise Buiting: “Dat denk ik zeker. Het is boeiend om ook op deze manier met het vak bezig te zijn. Jonge collega’s nemen nieuwe ideeën mee. Dat houdt je scherp, het dwingt je om continu na te denken en zaken niet als vanzelfsprekend aan te nemen. Dat is waardevol. Ik werk met plezier bij Veilig Thuis BNO, maar ik miste het opleiderschap. Daarom ben ik opleider geworden bij de SSGO. Dat prikkelende, bruisende, dicht bij de nieuwe ontwikkelingen in je vak zijn is bijzonder. Het praktijkopleiderschap levert mij veel meer op dan het me kost.”

Wat is jouw sterke punt? Wat leer jij de aios?

“Ik heb recent een jonge collega begeleid. Na afloop van onze samenwerking vertelde ze dat ze aan het begin twijfelde of ze arts wilde blijven, of ze het interessant genoeg vond. Maar ik had haar in mijn begeleiding laten zien hoe breed en energiek het vak is. Dat het een vak is waar je veel van jezelf in kwijt kan, waarin je je goed kunt ontwikkelen.”

Wat moet je in je mars hebben om dit te kunnen?

“Flexibiliteit en stressbestendigheid. Je gaat samen een traject aan en weet van tevoren niet hoe het zal verlopen. Het is belangrijk dat je geïnteresseerd bent en dat je ook jezelf ter discussie kunt stellen. Dat vragen we tenslotte ook van een aios. Iemand gaat overal vragen over stellen en daar moet je ruimte voor maken. Je moet ook jezelf in de leerstand willen en kunnen zetten.”

 

Lees ook
Elise Buiting: ‘Kabinet schuift grote problemen door’

Ben je ook praktijkopleider omdat er nieuwe artsen M+G nodig zijn?

“Zeker. Ons vak heeft twintig jaar marktwerking achter de rug. Er zijn 45-70% meer specialisten en huisartsen, terwijl het aantal artsen M+G is gehalveerd. In preventie is niet geïnvesteerd. Dat is de preventieparadox; mensen die niet ziek worden, zie je niet, dat is niet meetbaar. Tot het misgaat. Als je dán gaat investeren, ben je rijkelijk laat. Dat zien we nu bij Covid-19.
Natuurlijk zijn klinisch specialisten belangrijk, maar we moeten ook de preventieve collectieve zorg goed regelen. Dat hebben we in Nederland nagelaten. In ons land wordt maar een deel van de opleidingen tot arts M+G gefinancierd. Veel aios krijgen de financiering lastig rond, terwijl ze zo hard nodig zijn. Dus dat is zeker een motivatie.”

De vraag uit het interview met praktijkopleider Joan Onnink: ‘Waar zie jij de kansen op verbinding tussen de verschillende deskundigheidsgebieden en wat kun je als opleider doen om dat te stimuleren?’

“Wanneer een aios van de opleiding komt, heeft hij of zij veel medisch-inhoudelijke kennis over individuele patiënten. Je wilt ze leren op een ándere manier na te denken over de problemen en de oplossingen. Hoe trek je het probleem uit de spreekkamer, welke partners heb je dan nodig, hoe benader je de politiek? Als praktijkopleider help je ze buiten de kaders te denken, hun blikveld oprekken. Je bent als arts M+G altijd ook werkzaam op individueel niveau, maar je moet de elementen eruit halen om dat naar collectief niveau te trekken. Die kwaliteit kunnen ze later inzetten op elk vlak, in welk deskundigheidsgebied ze ook werken. Ik wil laten zien dat je in dit vak alle kanten op kunt. Ik heb gewerkt als jeugdarts, strategisch adviseur, als onderzoeker, als opleider, als vertrouwensarts, ik heb voorzittersfuncties bekleed. Het is mooi als je ze kunt helpen ontdekken dat je een enorm interessante en afwisselende carrière kunt krijgen!”

Het volgende interview is met collega-praktijkopleider Alette Brunet de Rochebrune. Wat zou je haar willen vragen?

“Ik ben benieuwd: wat maakt haar vak tot een echt arts M+G vak?”

Net als Elise Buiting praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

Joan Onnink

5 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Joan Onnink

Praktijkopleiders aan het woord – elk krijgen vijf of meer vragen. Deze artsen vertellen graag over hun motivatie, de tijdsinvestering én wat je allemaal in je mars moet hebben om praktijkopleider te worden. Dit keer: Joan Onnink. 

Over Joan Onnink

Functie: Adviserend geneeskundige DSW
Arts M+G sinds: 20 jaar
Praktijkopleider sinds: 7,5 jaar
Tot dusver begeleid: 3 aios

Wat is uw motivatie om praktijkopleider te zijn?

Joan Onnink: “Ik vind het belangrijk dat mensen in de praktijk deskundig zijn en toegerust om het werk te doen. Naar mijn idee is het noodzakelijk om specialist te zijn. Niet zozeer om de titel, maar omdat de opleiding veel ontwikkelingsmogelijkheden biedt.

Ik werk bij een zorgverzekeraar. Daar heb je een helikopterview nodig, organisatiesensitiviteit en gevoel voor politieke verhoudingen. Het vereist kennis van en inzicht in hoe de wereld in elkaar steekt in de gezondheidszorg én maatschappelijk bewustzijn. Mensen die in dit vak werken moeten medische informatie vertalen naar maatschappelijke belangen, rekening houdend met het individu en het belang van de maatschappij. Basisartsen missen het grotere plaatje en de specialisten uit de behandelsector gaan vaak iets teveel op de stoel van de behandelaar zitten.

Waar ik blij van word, is als ik zie dat iemand zich ontwikkelt. Het gaat voor een groot deel om een attitude-ontwikkeling. Die ontwikkeling is in de hele organisatie zichtbaar. Je wordt van de opleiding tot arts M+G echt een betere arts. Tijdens je spreekuren zie je de casuïstiek, de problemen en gezondheidsrisico’s. Die moet je signaleren en vervolgens vertalen naar beleid. Je moet geëquipeerd zijn om die vertaalslag te maken van de context van het individu naar de maatschappij en vice versa.

Dat is de meerwaarde van een arts M+G. Het is goed om te weten dat er artsen zijn met dezelfde deskundigheid als jij, maar met een andere inhoudelijke taak, die je kunt bellen: hoe zit dat met deze problematiek, hoe werkt dat in die setting? Zij hebben dezelfde achtergrond en dezelfde helikopterview waarmee je brede verbanden kunt leggen.”

Vraagt het een grote tijdsinvestering, een aios begeleiden als praktijkopleider?

“Het gaat vaak tussen de bedrijven door, in de wandelgangen, je loopt bij elkaar binnen voor een vraag of een gesprek. Eigenlijk ben je – als vanzelf – continu coachend bezig. Bij alle activiteiten gaat het erom een houding en een manier van kijken te stimuleren. Elke aios heeft zijn eigen opleidingsplan met eigen doelen. Jij helpt iemand daar de focus op te houden. Gemiddeld komt het neer op een halve dag per week. In het begin wat intensiever, later wat minder.”

 

Lees ook
7 vragen aan arts M+G en praktijkopleider Irene Peters

Wat leert u toekomstige artsen M+G / medisch adviseurs?

“Ik hoor van aios dat ze veel hebben aan mijn begeleiding. Ik kan me dan weleens afvragen wat we precies doen. We voeren gesprekken, ik geef feedback, zit iemand soms achter de vodden. Maar omdat het zo ‘organisch’ verloopt, sta je er niet echt bij stil. Ik denk dat de voorbeeldfunctie het belangrijkst is. Practice what you preach.”

Leert u ook van hen?

“Jazeker. De opleiding heeft natuurlijk niet stilgestaan. Het verbinden van wetenschap aan de praktijk; dát leer je van een aios. Het kan verfrissend zijn hoe ze naar dingen kijken, met een bepaalde verwondering: waarom is dat eigenlijk?’”

Wat moet je in je mars hebben als praktijkopleider?

“Je moet van je vak houden en dat willen uitdragen. Je moet coachende vaardigheden hebben, kunnen aansluiten bij de leerstijl van je aios. Het kan een valkuil zijn als je zelf op een bepaalde manier leert, om te denken dat het niet goed gaat als iemand het anders aanpakt. Als je dan teveel gaat sturen, verdwijnt het plezier bij de aios.

Eigenlijk vind ik dat je als arts M+G een morele verantwoordelijkheid hebt. Als er een jonge arts komt werken, moet je dat voorbeeldgedrag en die drive hebben om die ander mee te nemen in zijn ontwikkeling. Eigenlijk zou het vanzelfsprekend moeten zijn dat iedereen die een paar jaar als arts M+G werkt heeft zo ’n rol op zich neemt!”

Het volgende interview is met ‘collega-praktijkopleider’ Elise Buiting. Wat zou u van haar willen weten?

“Zij is voorzitter van de SSGO, voorzitter van KAMG en werkt als vertrouwensarts. Ik zou wel van haar willen weten: waar ziet zij de kansen op verbinding tussen de verschillende deskundigheidsgebieden en wat kun je als opleider doen om dat te stimuleren?”

Net als Joan Onnink praktijkopleider worden? Start met een zesdaagse basisopleiding

GGD’en mogen versneld 7 artsen infectieziektebestrijding opleiden

GGD’en mogen dit jaar versneld zeven artsen infectieziektebestrijding opleiden. Dat is goed nieuws, want het vak heeft al jaren last van structurele onderbezetting.

Zeven opleidingsplaatsen

In een brief aan Tamara van Ark, minister voor Medische Zorg, heeft GGD GHOR Nederland verzocht om extra opleidingsplaatsen beschikbaar te stellen. Deze brief werd ondertekend door SBOH, NVIB en SOGEON. De minister heeft ingestemd met het versneld beschikbaar stellen van zeven opleidingsplaatsen van 2022 naar 2021. Het totaal aantal opleidingsplaatsen bij NSPOH komt daarmee uit op 22 in 2021. Het aantal opleidingsplaatsen was vastgesteld op vijftien, maar er was een grotere toestroom aan sollicitanten dan voorgaande jaren.

Toekomst

Uiteraard zetten we ons ook de komende jaren in voor het vergroten van de instroom van artsen M+G, want dat blijft hard nodig. GGD GHOR werkt aan het plan ‘Versterking professionele bezetting infectieziektebestrijding’ om te zorgen dat er in de toekomst genoeg artsen M+G/infectieziektebestrijding zijn. Eind dit jaar wordt een nieuw advies van het Capaciteitsorgaan met betrekking tot het benodigd aantal opleidingsplaatsen verwacht.

Belangrijk

Everhard Hofstra, arts M+G/infectieziektebestrijding bij GGD Fryslân en voorzitter van de NVIB: “Geweldig dat we zoveel aanmeldingen hebben ontvangen. We zien door de pandemie dat ons beroep, en de andere functies binnen de publieke gezondheid, echt in the picture zijn gekomen en dat het animo hiervoor toeneemt. Belangrijk, want afgelopen periode is er veel aandacht geweest en capaciteit ingezet voor de bestrijding van het coronavirus, wat deels ten koste is gegaan van andere infectieziekten, zoals de soa bestrijding. Terwijl dat minstens zo belangrijk is. We hopen dan ook dat we volgend jaar weer zo’n grote groep kunnen opleiden.”

Zet volksgezondheid op nummer 1

Wij roepen het aanstaande kabinet op: zet de volksgezondheid op nummer 1. Maak preventie prioriteit. Er is een schreeuwend tekort aan artsen Maatschappij + Gezondheid, terwijl zij onmisbare schakels zijn voor een duurzame, collectieve gezondheidszorg. De weg naar preventie kan in 4 stappen. Ben je het met ons eens? Lees het manifest en laat je stem horen.

Toos Waegemaekers

Toos Waegemaekers: ‘We komen hier sterker uit als beroepsgroep’

Toos Waegemaekers werkt al sinds 1987 in de publieke gezondheidszorg. Infectieziektebestrijding, medische milieukunde, forensische geneeskunde; ze heeft het allemaal gedaan. Tot een paar jaar geleden was ze voorzitter van de beroepsgroep artsen infectieziektebestrijding, tegenwoordig is ze lid van het OMT.

Dat ze al 35 jaar arts is, is geen kwestie van veilig blijven zitten waar je zit. Het was een bewuste keuze voor Waegemaekers. “Toen de GGD, waar ik een managementfunctie had, een aantal jaren geleden fuseerde, voelde dat voor mij als een kruispunt. Ga ik door omhoog, of ga ik naar de inhoud? Ik heb bewust voor het laatste gekozen.”

Bierviltje

Ze kent de publieke gezondheidszorg door en door en is ervan overtuigd dat je als arts juist dáár het verschil kan maken. “Een viroloog bijvoorbeeld, kijkt naar het virus; zeg maar het beestje. Wij artsen M+G kijken naar wat het aanricht in de maatschappij. Wij zijn bezig te zorgen dat we het virus indammen én voorkomen dat het te veel mensen ziek kan maken. Infectieziektebestrijding is simpel te beschrijven. Je hebt een bron, je hebt transmissie van een micro-organisme en je hebt een persoon met een infectieziekte. Binnen ons vak proberen we óf de bron uit te schakelen, óf de transmissie te voorkomen, óf de persoon te beschermen tegen die bepaalde ziekte, bijvoorbeeld door middel van vaccinatie. Wat dat betreft is ons vak op een bierviltje uit te leggen, haha!”

Kijken naar groepen

Een belangrijk kenmerk van artsen M+G is dat wij kijken naar groepen mensen, niet naar individuen. Je kunt een euro maar één keer uitgeven in de zorg. Wij vragen ons dan af: wat is het meest effectief? Je kunt Jantje en Pietje beter maken met dure, ingrijpende behandelingen, maar je kunt ook met leefstijladviezen en preventieve maatregelen zorgen dat de hele bevolking er beter uitkomt. Dan begrijpt iedereen wat het meest efficiënt is op de langere termijn!”

Podium pakken

“Waar ik in dit vak energie van krijg, is als het lukt om voor de BV Nederland de juiste maatregelen te nemen waardoor wij deze covid-uitbraak kunnen stoppen. Ik krijg er energie van als het ons lukt om bestuur en politiek te overtuigen van wat wij denken dat goed is.”

Hoewel Waegemaekers lid is van het Outbreak Management Team (OMT) vanuit haar functie als Coördinator van de regionaal arts consulenten infectieziektebestrijding bij het RIVM, ziet ze dat het niet de artsen M+G zijn die avond aan avond aanschuiven bij actualiteitenprogramma’s. “Dat zit een beetje in de aard van onze beroepsgroep. Bij de publieke zorg werken niet de mensen die het hardst schreeuwen. Maar er is iets aan het veranderen: er zijn steeds meer jonge enthousiaste mensen die – net als ik destijds – heel bewust kiezen voor dit vak en daarvoor óók het podium pakken. Dat vind ik een goede ontwikkeling.

Sinds corona weet iedereen in elk geval wat we doen en wie we zijn. Dat is mooi.
Er is jarenlang bezuinigd op infectieziektebestrijding, zodat de infrastructuur niet meer voldoende op orde was. Daar komt bij dat ons land ongeveer honderdtwintig artsen infectieziektebestrijding telt. Dat is niet veel, als je bedenkt dat de GGD dagelijks 50.000 testen doet en 10.000 keer bron- en contactonderzoek. Corona heeft ons er met de neus op gedrukt dat het anders moet. Daarom denk ik dat we hier sterker uitkomen als beroepsgroep.”

Lees ook: Everhard Hofstra: ‘Ik wil niet één mens maar iederéén gezonder krijgen’

Leren van corona

“We hebben als artsen infectieziektebestrijding heel veel uitbraak-oefeningen gedaan, maar deze crisis is in alles zoveel erger dan we ons konden voorstellen. Wat we kunnen leren van deze periode is dat we wel maatregelen kunnen bedenken, maar ook moeten bedenken hoe we ze uitleggen. Communicatie is zo vitaal als je gedragsverandering wilt bewerkstelligen. En nu moeten we ons gedrag zó ingrijpend veranderen, en voor zo lang…
We leren ook veel over besluitvorming. Gedurende deze crisis hebben we een aantal keer gezien dat het niet goed gaat. Dan brengen we adviezen uit om hierop te reageren, maar duurt het lang voordat knopen doorgehakt worden.”

Driehoog achter

“Veel mensen vragen zich nu af: doen we de dingen goed? Maar wat volgens mij veel belangrijker is, is de vraag: doen we de goede dingen? Maken we de juiste keuzes, kijken we naar het bredere plaatje, brengt dit ons verder qua gezondheid? Er is in ons land van oudsher meer aandacht voor de curatieve zorg dan voor de preventieve en geestelijke gezondheidszorg. Dat zie je ook aan de beeldvorming; op televisie zag je vooral de IC’s en mensen in pakken. Dat is allemaal corona bezien vanuit de curatieve zorg. Voor de verpleeghuiszorg was er veel minder aandacht, terwijl de situaties daar ook echt schrijnend was.

De beeldvorming legt wat mij betreft nog steeds de accenten niet helemaal juist. Neem de berichtgeving over de schoolsluiting en de spanning die dat oplevert voor gezinnen thuis. Wat zie je dan op tv? Dat ene gezin dat een vakantiehuisje heeft gehuurd en daar thuisonderwijs geeft. Dat is de bovenkant van de maatschappij, je ziet niet het gezin met vijf kinderen op een flatje driehoog achter, waar de stress van de muren druipt. Er zijn natuurlijk wel mensen die zich daarom bekommeren, er zijn gelukkig GGD’en die zich met gemeenten richten op die doelgroepen. Dat is voor mij een belangrijke motivatie in dit vak: opkomen voor de zwakkeren in de samenleving. Infectieziekten komen in de sociaal zwakkere milieus meer voor. Dat heeft te maken met levensstijl, omstandigheden, minder ontwikkeling. Zo legt een ziekte als corona ook de sociale opbouw van de maatschappij bloot.”

Bewustwording

“Hoe we hier uitkomen? Ik hoop dat covid ons gedrag in de toekomst beïnvloedt. Dat het ons iets dóet. Dat we beseffen wat een virus als dit over de hele wereld teweeg kan brengen. Ik hoop dat we bewuster worden dat we zuinig moeten zijn op onze wereld. Ja, je kan in twee uur voor vier dagen naar Barcelona reizen. De vraag is: moet je het doen. Ik hoop dat onze maatschappij een beetje minder individualistisch wordt. Dat hoop ik al een tijdje, maar misschien krijgt covid het voor elkaar. Het contact met mensen en zorgen voor elkaar, daar gaat het om. Dat weten we nu. Laten we dat nou eens wat langer vasthouden. Ik hoop dat covid ons een stukje bezinning oplevert.”

Lees ook: Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Everhard Hofstra

Everhard Hofstra: ‘Ik wil niet één mens maar iederéén gezonder krijgen’

In het begin van zijn loopbaan hing Everhard Hofstra onder SAR-helikopters en voer hij met de marine mee naar de West. Tegenwoordig zit hij vaak in een kantoortuin. Toen was hij militair huisarts, nu is hij arts Maatschappij + Gezondheid Infectieziektebestrijding bij GGD Fryslân. De overstap bevalt hem uitstekend. Waarom?

“In het kort komt het erop neer dat je als huisarts tien minuten per patiënt hebt. Dat voelde voor mij vaak te kort. Als arts infectieziektebestrijding heb je meer tijd, ga je de inhoud in, je zoekt zaken grondig uit. Daarbij werk je als arts M+G in de publieke gezondheid. Dat betekent dat je je ook bezighoudt met agendasetting: hoe krijg je iets op de bestuurlijke agenda? Eigenlijk probeer je als arts M+G steeds van individueel niveau naar groepsniveau te gaan. Wat zie ik bij een individu en wat betekent dat voor het geheel, voor de groep? Dat vind ik de grote kracht van ons werk. Je kijkt eerst van dichtbij en dan vanuit een overkoepelend perspectief en vraagt je af: waar kan ik aan de knoppen draaien om er iets aan te doen op maatschappelijk, bestuurlijk niveau? De hamvraag: hoe kunnen we wat er is gebeurd hierna voorkomen of verbeteren?”

Eenzijdig geluid

“Covid legt van alles bloot in onze maatschappij. Bijvoorbeeld de relatieve ‘onbereikbaarheid’ van mensen met een lagere SES (sociaal-economische status). Zij zijn minder makkelijk te bereiken met goede informatie over het virus
en maatregelen. Ook het belang van preventie wordt beter onderkend. Daar is door de overheid en gemeenten heel lang op bezuinigd en nu beseffen we dat dat niet goed is. Op dit moment zie je dat in de media virologen en medisch specialisten het geluid bepalen. Dat geluid is wat eenzijdig en dat is jammer. Artsen M+G willen de volksgezondheid op een zo hoog mogelijk plan krijgen, niet één maar iederéén gezonder krijgen. Omdat de hele maatschappij daar beter van wordt. Een viroloog kijkt vooral naar verspreiding van het virus en hoe dat kan worden bestreden. Een lockdown is daarvoor zeer effectief, de maatschappij tijdelijk platleggen, bedrijven sluiten, schoolkinderen naar huis sturen…”

Lees ook: Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Nadelige gevolgen

“Als arts M+G realiseer je je: het naar huis sturen heeft ook nadelige effecten voor kinderen. Ik heb zelf een dochter van bijna 7 jaar, en ik zie het bij haar ook: zij beweegt minder, sport minder en uiteindelijk is dat nadelig. Op macroniveau zie je de sociaal-economische gezondheidsverschillen groter worden. Het virus zoveel mogelijk het land uit krijgen is een belangrijk doel, maar economische effecten hebben óók effecten op de gezondheid. Door COVID-19 zien we bedrijven in zwaar weer terecht komen of failliet gaan. Dus verliezen mensen hun baan, wat financiële problemen oplevert die uiteindelijk ook invloed hebben op de gezondheid. Want mensen met een lagere SES hebben gemiddeld genomen een slechtere gezondheid. Dit alles pleit ervoor om meer aandacht te besteden aan preventie. Niet alleen vanuit maatschappelijk oogpunt, maar ook financieel. Als we de aandacht kunnen verschuiven van nazorg naar voorzorg is dat veel voordeliger.”

Solidariteit

“De vaccinatiediscussie is niet nieuw, dus speelt hij ook nu. Vaccineren doe je niet alleen voor jezelf. We moeten een beroep blijven doen op ons solidariteitsgevoel. Iedereen moet om zich heen kijken en zich afvragen: wie in mijn omgeving loopt gevaar bij een coronabesmetting? Daarbij moet je beseffen – ook al word je zelf misschien niet erg ziek – dat je wel de consequenties moet dragen op geestelijk of financieel vlak. Het gaat níet alleen om lichamelijke gezondheid. De beslissing om je wel of niet te laten vaccineren kun je alleen nemen op basis van de juiste informatie. Het zijn genuanceerde kwesties en dus is communicatie extra belangrijk.”

Plastisch chirurg

“Vroeger wilde ik plastisch chirurg worden, dat leek me mooi. Mensen helpen met brandwonden, dus de reconstructieve kant, bijvoorbeeld handchirurgie. Maar ik denk dat ik daar uiteindelijk niet geschikt voor zou zijn geweest. Ik heb als arts M+G Infectieziektebestrijding gewoon een leuk vak. Ook omdat het altijd in ontwikkeling is, er kan van alles gebeuren. En ik houd van anders dan anders, van out of the box denken, van veranderingen. Ik weet niet of ik op deze plek m’n pensioen ga halen, maar dat hoeft ook niet. Als je de overstijgende en preventieve kant op wilt, kun je als arts M+G op heel veel plekken een bijdrage leveren. Je bent van veel nut, ik voel dat erg zo. Het is toch hartstikke mooi dat je iets voor het volk kan betekenen?”

Lees ook: Putri Hintaran: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Babette Rump

Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Jaren geleden al zag Babette Rump tijdens haar coschappen in Nepal en Brazilië een manier van denken die haar triggerde. Toch deed ze eerst ervaring op in de kliniek voordat ze besloot arts Maatschappij + Gezondheid Infectieziektebestrijding te worden. Babette is naast arts ook ethicus. In september 2020 promoveerde ze op het raakvlak van ethiek en infectieziektebestrijding. Een logische combinatie, vindt ze zelf.

Infectieziektebestrijding

“Zoals zoveel mensen ging ik geneeskunde studeren met de sterke behoefte om mensen te helpen. Maar eenmaal arts in een ziekenhuis kreeg ik het gevoel: je bent eigenlijk altijd ‘aan de late kant’. Mensen zijn ziek, het kwaad is al geschied. Wat ik interessanter vind, is het weerbaar en stevig maken van mensen. Gezondheid bestaat uit meer dan alleen het fysieke, operationele van het lichaam. Dat besef is gegroeid tijdens mijn coschappen in Nepal en Brazilië. Daar is preventie veel meer verweven met de eerste lijn. Waarom ik koos voor infectieziektebestrijding? Ik wilde iets mondiaals en iets waarin ik me kon vastbijten. Iets wat complex was en tegelijk bijdraagt aan de simpele basis die we allemaal nodig hebben om gezondheid te bereiken. Dat komt voor mij samen in infectieziektebestrijding.”

Concessies doen

“Er is op dit moment veel aandacht voor wat er op de intensive care gebeurt. Daar wordt keihard gewerkt, het gaat over leven en dood. Het is misschien vreemd om te zeggen, maar er kleeft daardoor een bepaalde heroïek aan. De alledaagse realiteit van de arts infectieziektebestrijding is saaier. Minder heroïsch. Maar niet minder wezenlijk. Je moet in dit vak enorm creatief zijn. Alles wat we tegenkomen is (relatief) nieuw; dengue, malaria, SARS, hiv, corona, dat is het mooie. Tegelijkertijd moet je heel wetenschappelijk gefundeerd beleid maken. Die spanning is interessant. Dit vak doet recht aan de complexiteit van de realiteit. Iedereen heeft een stevige studie achter de rug en een sterke maatschappelijke betrokkenheid. We voelen aan het einde van de rit allemaal de motivatie om zoveel mogelijk mensen gezond krijgen en dat kan alleen maar door iedereen te helpen.

Vrijheid versus gezondheid

Als arts M+G kom je erachter dat het gezondheidsbelang van de een soms niet in lijn ligt met dat van een ander; terwijl beide ertoe doen. Voor mij was het een logische stap om ook ethicus te worden, ethiek speelt een grote rol bij infectieziektebestrijding. Je ziet het nu met corona en ook in de vaccinatiediscussie: het is jouw vrijheid versus mijn gezondheid. Het belang van het individu ‘schuurt’ met het belang van de groep. De vraag is: welke
concessies ben je bereid te doen omwille van andermans fysieke gezondheid? En welke concessies níet, wat vind je zo waardevol in het leven dat je dat niet wilt missen – ook al is het in het collectief belang? Als het gaat om de verdedigbaarheid van de maatregelen om verspreiding te voorkomen, kijken we naar drie dingen: is iets proportioneel, is het effectief en kan het minder ingrijpend? Het kenmerk van infectieziekten is dat ze worden overgedragen. Het zijn ziekten die bestaan bij de gratie van verbinding, van contact en juist dat contact, die menselijke verbinding, is iets wat mensen, naast gezondheid, waardevol vinden en nastreven. Toch willen ziekenhuizen uiteraard ook coronavrij blijven. Dus hoe ver gaan we om besmetting te voorkomen? We moeten met elkaar een antwoord formuleren welke consequenties we verantwoord vinden.

Wicked problems

Je hoort weleens: alles is ethiek, maar dat vind ik onzin. Het is echt niet zo dat ik tijdens mijn werk de hele tijd ethische kwesties zit af te wegen. Als er een acute crisis is, is groot handelen nodig en is er weinig ruimte voor reflectie. Maar als de crisis bezworen is, moet er ruimte komen voor deze vragen. Het probleem van de nieuwe infectieziekten zoals antibioticaresistentie maar ook corona, is dat het ‘wicked problems’ zijn. Wat goed is om te doen hangt af van je perspectief. Dat zie je nu ook: degenen die de oplossingen aandragen, definiëren daarmee het probleem. Zo zegt de IC-arts: ‘We moeten in een lockdown’. Daarmee zegt hij in feite dat het probleem is dat de IC volloopt. Dat is natuurlijk een onderdeel van het probleem, maar dat corona nu zo snel om zich heen kan grijpen hang met veel meer dingen samen. Als arts M+G heb je meer ruimte om recht te doen aan al die facetten van het complexe probleem. Zo maken wij met kleine verbeteringen hele grote verschillen. Eigenlijk is dat precies omgekeerd in de curatieve hoek, waar je vaak grote ingrepen doet met kleinere effecten.

Inspirerend inzicht

“Wat me de afgelopen tijd positief heeft verrast, is de gemeenschapszin. De solidariteit waarmee iedereen voor elkaar zorgde. Dat wij voelden: oh ja, wij zijn een gemeenschap. Wij staan niet alleen, we zijn met z’n allen. Ik denk dan: als we hiertoe in staat zijn met elkaar, als we dít allemaal uit de kast kunnen trekken omwille van corona… wat zouden we niet allemaal nog meer kunnen bereiken als we dit collectieve denken kunnen vasthouden, een gezonde leefstijl, niet-roken, goede start voor alle kinderen? Hoeveel kunnen we dan bereiken? Dan komt er echt een revolutie aan in de publieke gezondheid.”

Lees ook: Putri Hintaran: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Putri Hintaran, arts M+G

Putri Hintaran, arts M+G (i.o), infectieziektebestrijding: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Putri Hintaran (29) is arts infectieziektebestrijding en arts Maatschappij + Gezondheid i.o. en sinds vier jaar werkzaam bij GGD regio Utrecht. Pas na haar studie geneeskunde ontdekte ze de infectieziektebestrijding. Nu maakt ze zich druk om de publieke gezondheid in Nederland, maar in de toekomst ziet ze zichzelf op een plek waar ze nog harder nodig is dan hier.

Waarom heb je gekozen voor infectieziektebestrijding?

Hintaran: “Al tijdens mijn studie geneeskunde was ik geïnteresseerd in infectieziekten. Ik besefte dat infectieziekten samenhangen met de omgeving waarin je opgroeit. We zien wereldwijd dat mensen in lagere sociaal-economische omstandigheden meer besmet raken en daar meer last van hebben. Omdat ze dicht op elkaar wonen, geen eigen huis hebben of gedwongen zijn te werken in krappe arbeidsomstandigheden. Dat er mensen in Indonesië bijvoorbeeld – ik ben zelf Indonesisch – doodgaan aan diarree en longontsteking, dat is oneerlijk. Die verschillen zie je in minder schrijnende vorm ook in Nederland. Ik voel de noodzaak om eraan bij te dragen die verschillen aan te pakken. Ik heb dus een intrinsieke motivatie voor dit vak. Het heeft in mijn ogen te maken met onrecht.”

Ben jij een typische arts M+G?

“Ja, ten eerste omdat je maatschappelijk betrokken moet zijn. Je moet iets van activisme in je hebben: de gezondheidsverschillen zien en daar iets mee willen. Maar als arts M+G moet je ook houden van de grote lijnen. Ik wil hoog over kijken, strategisch. Ik ben resultaatgericht, ik hou van grote impact maken. Dat zat voor mij te weinig in patiëntenzorg. Voor mij persoonlijk is het effect van wat je dan doet te beperkt. Daar raakte ik gefrustreerd van. Ik wil het probleem bij de wortel aanpakken, grootser en gestructureerder. Die vertaalslag maken, van één patiënt naar groepen en omgeving switchen, spreekt mij aan.”

Jouw vakgebied is de public health – hoe moet het daarmee?

“Allereerst moet er meer geld in geïnvesteerd worden. Het is lang een sluitpost van de zorgkosten geweest. De afgelopen tijd is wel gebleken hoe belangrijk het is om een stevig fundament te hebben, om te voorkomen dat de curatieve zorg overloopt. Het infectieziektebestrijdingsapparaat schoot tekort. Ik wil graag meedenken over hoe dat beter kan. Ik denk dat er winst geboekt kan worden met digitalisering en efficiëntie, dat zie je ook in de curatieve zorg. Dit momentum moeten we pakken.”

Wat maakt het vakgebied van de arts M+G boeiend?

“De inhoud. Je kiest niet voor de publieke gezondheidszorg omdat het zo goed verdient. Maar de inhoud is zo belangrijk, dat heb ik ervoor over. Ik heb het geloof dat het helpt. Je ziet weinig direct resultaat van je werk, geen patiënt die beter is na je behandeling. Je moet zelf het gevoel hebben: ik draag iets bij, dit heeft zin. Ik vind het boeiend als ik geconfronteerd word met een vraagstuk waarvoor ik veel verschillende vaardigheden moet inzetten. Je doet onderzoek om achter de determinant te komen, daar moet je analyses uit draaien en vervolgens de resultaten onder de aandacht brengen van de juiste mensen, de beleidsmakers. In dat strategisch uitdenken, een thema van begin tot eind begeleiden, ben ik op mijn best.

Onze afdeling van de GGD werkt voor 26 gemeenten in provincie Utrecht, we werken vanuit een centraal punt. Maar ik zit zeker niet elke dag op kantoor: de ene dag heb ik een overleg, dan moet ik een analyse draaien of schrijfwerk doen. Als ik beleidsmakers adviseer, heb ik bestuurlijke overleggen met gemeenten, provincies of ceo’s van bedrijven. In de onderzoekende fase moet je het veld in, veldmonsters nemen, etensresten of watermonsters onderzoeken. En als er een gedragscomponent in zit, voer je gesprekken met bepaalde gemeenschappen. Bijvoorbeeld als er meer covid-19 besmettingen optreden in een wijk. Als het gaat om de vaccinatiegraad van kinderen ga je bijvoorbeeld naar de gereformeerde gemeenschap. Dan gaan we op zoek naar een ‘haakje’ om gedrag te veranderen. In dat traject werk je samen met psychologen, sociologen, gedragswetenschappers of communicatieprofessionals.”

Wat brengt jouw toekomst?

“Ik wil graag internationaal werk doen. Misschien projectmatig, vanuit een Nederlandse organisatie die mensen uitzendt naar gebieden waar het nodig is. Hoe dan ook in de public health, maar liefst in gebieden waar het nog uitdagender is. Waar we nog harder nodig zijn dan in Nederland.”

Lees ook: Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Interesse in de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid? Kijk op artsmg.nl.

Glenn Tan, arts M+G

Glenn Tan, arts M+G, forensisch arts: ‘Laat mij maar schakelen’

In populaire tv-series krijgt het werk van de forensisch arts een glamoureus filter. De werkelijkheid is vaak weerbarstiger, maar desondanks mooi. Glenn Tan studeerde zeven jaar geleden af als arts M+G, forensisch arts. Hij koos daarvoor na de introductie van de NODOK-procedure. Nader Onderzoek Doodsoorzaak Kinderen.

Interessant werk

Glenn Tan (44) geeft toe: onderzoek doen naar een mogelijk onnatuurlijke overlijdensoorzaak bij kinderen is geen luchtige kost. “Als je begint, weet je niet of je daartegen kunt. Een kwestie van proberen, meelopen en kijken of je er wakker van ligt. De eerste keer dat je met overleden kinderen geconfronteerd wordt, is wel een moment. Hen onthoud je. Ook weet je niet hoe je met de zwaardere casussen, zoals treinongelukken, zult omgaan. Grote zaken hou je soms langer bij je, maar ik kan er met collega’s goed over praten. Dat is voor mij voldoende uitlaatklep.”

Tan werkte al een aantal jaren als jeugdarts, toen hem gevraagd werd forensisch arts te worden. Inmiddels is hij naast zijn baan als jeugdarts en forensisch arts volledig lijkschouwer. “Het is interessant werk, ook vanwege de interactie met collega’s en politie. Je moet een andere blik hebben. De jeugdarts heeft een bepaalde doelgroep, maar die van de forensisch arts is veel breder. Daarnaast werk je samen met bijvoorbeeld politie, tactische en forensische recherche. Persoonlijk vind ik de onregelmatigheid en de spanning van het werk boeiend. Jeugdarts ben je van acht tot vijf, als forensisch arts ben je altijd oproepbaar. Als er iets gebeurt, moet je in actie komen. Dat trekt me, dat ligt me ook. Dat en de veelzijdigheid van het vak.”

Kindermishandeling

Tan volgde de opleiding tot forensisch arts nog in een verkort traject. Hoe was dat, bij nul beginnen terwijl je al werkt als jeugdarts? “Je voelt je weer een beetje aios, hoewel je wel een zekere bagage meeneemt. Het was wennen, maar interessant om een nieuwe omgeving te leren kennen. Het is kijken waar je staat als arts. Die flexibiliteit komt goed van pas als arts Maatschappij + Gezondheid. Je bent breed georiënteerd en moet met diverse partijen kunnen samenwerken. Dat gaat me goed af, laat mij maar schakelen.”

Als forensisch arts behoren lijkschouw, arrestantenzorg, zedendelicten, strafrecht, FMEK (Forensisch Medische Expertise bij Kinderen) en NODOK tot je taken. Welk van deze ligt Tan het beste? “FMEK: onderzoeken of er sprake is van kindermishandeling. Dat bevindt zich exact op het raakvlak tussen mijn werk als jeugdarts en forensisch arts. Vaak worden we ingeschakeld via vertrouwenspersonen op school en Veilig Thuis. Dan ga je met een kind in gesprek, onderzoeken waar letsel te zien is en dit proberen te duiden. Ik spreek bijvoorbeeld vanmiddag een kind na schooltijd, mits er een ruimte waar dat veilig kan. Soms is dat met ouders erbij, soms niet.”

Weerstand

Het herkennen van kindermishandeling, seksueel misbruik en een niet-natuurlijk overlijden vergt specifieke kennis. Je moet stevig in je schoenen staan. Je neemt een bepaald standpunt in in dergelijke zaken waar niet iedereen blij mee is. Soms wordt het een zaak voor de rechtbank. Soms heb je te maken met ouders die ontkennen. Maar wij baseren onze conclusie op feiten en de literatuur. Dat kan weerstand oproepen. Dan moet je je niet laten ompraten of beïnvloeden.”

Nieuwsgierigheid

“De belangrijkste kwaliteit voor een forensisch arts is nieuwsgierigheid. Je moet je verdiepen én in de breedte kijken. Als ik aankom op een plaats delict, spreek ik eerst met de politie over hoe de overledene is aangetroffen. Verder ga ik er liefst blanco in. Eerst de omgeving opnemen, dan het lichaam objectief op zichtbare letsels onderzoeken. Het gaat uiteraard anders dan op tv. Het is mooi dat er meer aandacht is voor het forensische vak. , maar het is natuurlijk sensatie-tv. Op tv weten forensisch artsen na één blik de doodsoorzaak. In de praktijk duurt dat wat langer en is het ook vaak niet zo mooi. Sterker nog, het is geregeld gewoon vies. Dat hoort erbij. In deze tijd zie ik veel mensen die lang onopgemerkt dood in hun huis liggen. Schrijnend natuurlijk.”

Doodsoorzaak

“Mijn advies aan geneeskundestudenten of basisartsen die een carrière als arts M+G, forensisch arts overwegen? Als je op zoek bent naar een breed georiënteerd vak, waarbij je veel met andere disciplines samenwerkt en grote mogelijkheden hebt om je op verschillende vlakken te specialiseren, dan zeg ik: welkom. Forensische geneeskunde is een mooi vak. Voor mij is het een bijzonder moment als ik de nabestaanden een duidelijk verhaal kan vertellen zodat ze beter kunnen omgaan met het verwerken van het overlijden. Want mijn onderzoek geeft niet alleen justitie duidelijkheid over de overlijdensoorzaak, maar óók de nabestaanden. Vaak kan dan pas de verwerking beginnen. Het is het startschot voor de rouw.”

Lees ook: Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Voor meer informatie over de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid, kijk op artsmg.nl.

Elise Beket, arts M+G

Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Elise Beket (34) werkt bij GGD Flevoland als AIOS arts Maatschappij + Gezondheid. In navolging van haar vader, bedrijfsarts, wilde ze als kind al dokter worden. Ze werd arts M+G: “Omdat je als sociaalgeneeskundige meer met mensen bezig bent dan met ziekte. In de publieke gezondheid kun je grote verschillen maken met kleine interventies.”

Lees meer

KAMG: kies voor een sterke publieke gezondheid

Komend jaar is er 92,7 miljard euro beschikbaar voor de zorg. ‘Dat is het goede nieuws’, zegt Elise Buiting (voorzitter) in een eerste reactie op de Miljoenennota.

Aandacht voor publieke gezondheid

Desondanks mist KAMG in de begroting voor 2020 vooralsnog de visie van het kabinet op de gezondheidszorg van de toekomst, waarin voorzorg, preventie en blijvende aandacht voor de publieke gezondheid van groot belang zijn om bijvoorbeeld een volgende gezondheidscrisis te kunnen opvangen.

Nu én blijvend investeren

‘Er gaat – tijdelijk – meer geld naar gemeenten en GGD’en en landelijke organisaties om de coronacrisis aan te pakken,’ meent Carla Derijck (directeur). ‘Het is verstandig om deze geldstroom te bestendigen om de preventieve zorg robuust en toekomstbestendig te maken, ook ná corona.’ De coronamaatregelen treffen sommige kwetsbare groepen zeer hard. Zonder extra hulp en preventieve zorg leidt dit de komende jaren tot nog grotere sociaal-economische gezondheidsverschillen en forse zorgkosten. Nu én blijvend investeren in ‘voorzorg’ is kiezen voor de structurele oplossing.

Durf en extra inzet

Hiervoor is een paradigmashift nodig, denkt Buiting, en zoiets vraagt durf en extra inzet van de politiek, de professionals en organisaties in de zorg. Op korte termijn is in ieder geval nodig: meer aandacht voor publieke gezondheidszorg en voorzorg, inclusief leefstijlbevordering, in de opleiding. De financiering van de opleiding van alle sociaal geneeskundigen inclusief de arts Maatschappij + Gezondheid is een must. Verder moet er meer onderzoek worden verricht naar de publieke gezondheidszorg en de effecten van preventie en voorzorg. Een toekomstbestendige gezondheidszorg kan niet zonder, stelt de KAMG.

Lees ook: Expertise KAMG beschikbaar voor dilemma’s rondom COVID-19