Berichten

Babette Rump

Babette Rump: ‘Je moet in ons vak enorm creatief zijn’

Jaren geleden al zag Babette Rump tijdens haar coschappen in Nepal en Brazilië een manier van denken die haar triggerde. Toch deed ze eerst ervaring op in de kliniek voordat ze besloot arts Maatschappij + Gezondheid Infectieziektebestrijding te worden. Babette is naast arts ook ethicus. In september 2020 promoveerde ze op het raakvlak van ethiek en infectieziektebestrijding. Een logische combinatie, vindt ze zelf.

Infectieziektebestrijding

“Zoals zoveel mensen ging ik geneeskunde studeren met de sterke behoefte om mensen te helpen. Maar eenmaal arts in een ziekenhuis kreeg ik het gevoel: je bent eigenlijk altijd ‘aan de late kant’. Mensen zijn ziek, het kwaad is al geschied. Wat ik interessanter vind, is het weerbaar en stevig maken van mensen. Gezondheid bestaat uit meer dan alleen het fysieke, operationele van het lichaam. Dat besef is gegroeid tijdens mijn coschappen in Nepal en Brazilië. Daar is preventie veel meer verweven met de eerste lijn. Waarom ik koos voor infectieziektebestrijding? Ik wilde iets mondiaals en iets waarin ik me kon vastbijten. Iets wat complex was en tegelijk bijdraagt aan de simpele basis die we allemaal nodig hebben om gezondheid te bereiken. Dat komt voor mij samen in infectieziektebestrijding.”

Concessies doen

“Er is op dit moment veel aandacht voor wat er op de intensive care gebeurt. Daar wordt keihard gewerkt, het gaat over leven en dood. Het is misschien vreemd om te zeggen, maar er kleeft daardoor een bepaalde heroïek aan. De alledaagse realiteit van de arts infectieziektebestrijding is saaier. Minder heroïsch. Maar niet minder wezenlijk. Je moet in dit vak enorm creatief zijn. Alles wat we tegenkomen is (relatief) nieuw; dengue, malaria, SARS, hiv, corona, dat is het mooie. Tegelijkertijd moet je heel wetenschappelijk gefundeerd beleid maken. Die spanning is interessant. Dit vak doet recht aan de complexiteit van de realiteit. Iedereen heeft een stevige studie achter de rug en een sterke maatschappelijke betrokkenheid. We voelen aan het einde van de rit allemaal de motivatie om zoveel mogelijk mensen gezond krijgen en dat kan alleen maar door iedereen te helpen.

Vrijheid versus gezondheid

Als arts M+G kom je erachter dat het gezondheidsbelang van de een soms niet in lijn ligt met dat van een ander; terwijl beide ertoe doen. Voor mij was het een logische stap om ook ethicus te worden, ethiek speelt een grote rol bij infectieziektebestrijding. Je ziet het nu met corona en ook in de vaccinatiediscussie: het is jouw vrijheid versus mijn gezondheid. Het belang van het individu ‘schuurt’ met het belang van de groep. De vraag is: welke
concessies ben je bereid te doen omwille van andermans fysieke gezondheid? En welke concessies níet, wat vind je zo waardevol in het leven dat je dat niet wilt missen – ook al is het in het collectief belang? Als het gaat om de verdedigbaarheid van de maatregelen om verspreiding te voorkomen, kijken we naar drie dingen: is iets proportioneel, is het effectief en kan het minder ingrijpend? Het kenmerk van infectieziekten is dat ze worden overgedragen. Het zijn ziekten die bestaan bij de gratie van verbinding, van contact en juist dat contact, die menselijke verbinding, is iets wat mensen, naast gezondheid, waardevol vinden en nastreven. Toch willen ziekenhuizen uiteraard ook coronavrij blijven. Dus hoe ver gaan we om besmetting te voorkomen? We moeten met elkaar een antwoord formuleren welke consequenties we verantwoord vinden.

Wicked problems

Je hoort weleens: alles is ethiek, maar dat vind ik onzin. Het is echt niet zo dat ik tijdens mijn werk de hele tijd ethische kwesties zit af te wegen. Als er een acute crisis is, is groot handelen nodig en is er weinig ruimte voor reflectie. Maar als de crisis bezworen is, moet er ruimte komen voor deze vragen. Het probleem van de nieuwe infectieziekten zoals antibioticaresistentie maar ook corona, is dat het ‘wicked problems’ zijn. Wat goed is om te doen hangt af van je perspectief. Dat zie je nu ook: degenen die de oplossingen aandragen, definiëren daarmee het probleem. Zo zegt de IC-arts: ‘We moeten in een lockdown’. Daarmee zegt hij in feite dat het probleem is dat de IC volloopt. Dat is natuurlijk een onderdeel van het probleem, maar dat corona nu zo snel om zich heen kan grijpen hang met veel meer dingen samen. Als arts M+G heb je meer ruimte om recht te doen aan al die facetten van het complexe probleem. Zo maken wij met kleine verbeteringen hele grote verschillen. Eigenlijk is dat precies omgekeerd in de curatieve hoek, waar je vaak grote ingrepen doet met kleinere effecten.

Inspirerend inzicht

“Wat me de afgelopen tijd positief heeft verrast, is de gemeenschapszin. De solidariteit waarmee iedereen voor elkaar zorgde. Dat wij voelden: oh ja, wij zijn een gemeenschap. Wij staan niet alleen, we zijn met z’n allen. Ik denk dan: als we hiertoe in staat zijn met elkaar, als we dít allemaal uit de kast kunnen trekken omwille van corona… wat zouden we niet allemaal nog meer kunnen bereiken als we dit collectieve denken kunnen vasthouden, een gezonde leefstijl, niet-roken, goede start voor alle kinderen? Hoeveel kunnen we dan bereiken? Dan komt er echt een revolutie aan in de publieke gezondheid.”

Lees ook: Putri Hintaran: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Putri Hintaran, arts M+G

Putri Hintaran, arts M+G (i.o), infectieziektebestrijding: ‘Ik doe dit omdat het zin heeft’

Putri Hintaran (29) is arts infectieziektebestrijding en arts Maatschappij + Gezondheid i.o. en sinds vier jaar werkzaam bij GGD regio Utrecht. Pas na haar studie geneeskunde ontdekte ze de infectieziektebestrijding. Nu maakt ze zich druk om de publieke gezondheid in Nederland, maar in de toekomst ziet ze zichzelf op een plek waar ze nog harder nodig is dan hier.

Waarom heb je gekozen voor infectieziektebestrijding?

Hintaran: “Al tijdens mijn studie geneeskunde was ik geïnteresseerd in infectieziekten. Ik besefte dat infectieziekten samenhangen met de omgeving waarin je opgroeit. We zien wereldwijd dat mensen in lagere sociaal-economische omstandigheden meer besmet raken en daar meer last van hebben. Omdat ze dicht op elkaar wonen, geen eigen huis hebben of gedwongen zijn te werken in krappe arbeidsomstandigheden. Dat er mensen in Indonesië bijvoorbeeld – ik ben zelf Indonesisch – doodgaan aan diarree en longontsteking, dat is oneerlijk. Die verschillen zie je in minder schrijnende vorm ook in Nederland. Ik voel de noodzaak om eraan bij te dragen die verschillen aan te pakken. Ik heb dus een intrinsieke motivatie voor dit vak. Het heeft in mijn ogen te maken met onrecht.”

Ben jij een typische arts M+G?

“Ja, ten eerste omdat je maatschappelijk betrokken moet zijn. Je moet iets van activisme in je hebben: de gezondheidsverschillen zien en daar iets mee willen. Maar als arts M+G moet je ook houden van de grote lijnen. Ik wil hoog over kijken, strategisch. Ik ben resultaatgericht, ik hou van grote impact maken. Dat zat voor mij te weinig in patiëntenzorg. Voor mij persoonlijk is het effect van wat je dan doet te beperkt. Daar raakte ik gefrustreerd van. Ik wil het probleem bij de wortel aanpakken, grootser en gestructureerder. Die vertaalslag maken, van één patiënt naar groepen en omgeving switchen, spreekt mij aan.”

Jouw vakgebied is de public health – hoe moet het daarmee?

“Allereerst moet er meer geld in geïnvesteerd worden. Het is lang een sluitpost van de zorgkosten geweest. De afgelopen tijd is wel gebleken hoe belangrijk het is om een stevig fundament te hebben, om te voorkomen dat de curatieve zorg overloopt. Het infectieziektebestrijdingsapparaat schoot tekort. Ik wil graag meedenken over hoe dat beter kan. Ik denk dat er winst geboekt kan worden met digitalisering en efficiëntie, dat zie je ook in de curatieve zorg. Dit momentum moeten we pakken.”

Wat maakt het vakgebied van de arts M+G boeiend?

“De inhoud. Je kiest niet voor de publieke gezondheidszorg omdat het zo goed verdient. Maar de inhoud is zo belangrijk, dat heb ik ervoor over. Ik heb het geloof dat het helpt. Je ziet weinig direct resultaat van je werk, geen patiënt die beter is na je behandeling. Je moet zelf het gevoel hebben: ik draag iets bij, dit heeft zin. Ik vind het boeiend als ik geconfronteerd word met een vraagstuk waarvoor ik veel verschillende vaardigheden moet inzetten. Je doet onderzoek om achter de determinant te komen, daar moet je analyses uit draaien en vervolgens de resultaten onder de aandacht brengen van de juiste mensen, de beleidsmakers. In dat strategisch uitdenken, een thema van begin tot eind begeleiden, ben ik op mijn best.

Onze afdeling van de GGD werkt voor 26 gemeenten in provincie Utrecht, we werken vanuit een centraal punt. Maar ik zit zeker niet elke dag op kantoor: de ene dag heb ik een overleg, dan moet ik een analyse draaien of schrijfwerk doen. Als ik beleidsmakers adviseer, heb ik bestuurlijke overleggen met gemeenten, provincies of ceo’s van bedrijven. In de onderzoekende fase moet je het veld in, veldmonsters nemen, etensresten of watermonsters onderzoeken. En als er een gedragscomponent in zit, voer je gesprekken met bepaalde gemeenschappen. Bijvoorbeeld als er meer covid-19 besmettingen optreden in een wijk. Als het gaat om de vaccinatiegraad van kinderen ga je bijvoorbeeld naar de gereformeerde gemeenschap. Dan gaan we op zoek naar een ‘haakje’ om gedrag te veranderen. In dat traject werk je samen met psychologen, sociologen, gedragswetenschappers of communicatieprofessionals.”

Wat brengt jouw toekomst?

“Ik wil graag internationaal werk doen. Misschien projectmatig, vanuit een Nederlandse organisatie die mensen uitzendt naar gebieden waar het nodig is. Hoe dan ook in de public health, maar liefst in gebieden waar het nog uitdagender is. Waar we nog harder nodig zijn dan in Nederland.”

Lees ook: Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Interesse in de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid? Kijk op artsmg.nl.

Glenn Tan, arts M+G

Glenn Tan, arts M+G, forensisch arts: ‘Laat mij maar schakelen’

In populaire tv-series krijgt het werk van de forensisch arts een glamoureus filter. De werkelijkheid is vaak weerbarstiger, maar desondanks mooi. Glenn Tan studeerde zeven jaar geleden af als arts M+G, forensisch arts. Hij koos daarvoor na de introductie van de NODOK-procedure. Nader Onderzoek Doodsoorzaak Kinderen.

Interessant werk

Glenn Tan (44) geeft toe: onderzoek doen naar een mogelijk onnatuurlijke overlijdensoorzaak bij kinderen is geen luchtige kost. “Als je begint, weet je niet of je daartegen kunt. Een kwestie van proberen, meelopen en kijken of je er wakker van ligt. De eerste keer dat je met overleden kinderen geconfronteerd wordt, is wel een moment. Hen onthoud je. Ook weet je niet hoe je met de zwaardere casussen, zoals treinongelukken, zult omgaan. Grote zaken hou je soms langer bij je, maar ik kan er met collega’s goed over praten. Dat is voor mij voldoende uitlaatklep.”

Tan werkte al een aantal jaren als jeugdarts, toen hem gevraagd werd forensisch arts te worden. Inmiddels is hij naast zijn baan als jeugdarts en forensisch arts volledig lijkschouwer. “Het is interessant werk, ook vanwege de interactie met collega’s en politie. Je moet een andere blik hebben. De jeugdarts heeft een bepaalde doelgroep, maar die van de forensisch arts is veel breder. Daarnaast werk je samen met bijvoorbeeld politie, tactische en forensische recherche. Persoonlijk vind ik de onregelmatigheid en de spanning van het werk boeiend. Jeugdarts ben je van acht tot vijf, als forensisch arts ben je altijd oproepbaar. Als er iets gebeurt, moet je in actie komen. Dat trekt me, dat ligt me ook. Dat en de veelzijdigheid van het vak.”

Kindermishandeling

Tan volgde de opleiding tot forensisch arts nog in een verkort traject. Hoe was dat, bij nul beginnen terwijl je al werkt als jeugdarts? “Je voelt je weer een beetje aios, hoewel je wel een zekere bagage meeneemt. Het was wennen, maar interessant om een nieuwe omgeving te leren kennen. Het is kijken waar je staat als arts. Die flexibiliteit komt goed van pas als arts Maatschappij + Gezondheid. Je bent breed georiënteerd en moet met diverse partijen kunnen samenwerken. Dat gaat me goed af, laat mij maar schakelen.”

Als forensisch arts behoren lijkschouw, arrestantenzorg, zedendelicten, strafrecht, FMEK (Forensisch Medische Expertise bij Kinderen) en NODOK tot je taken. Welk van deze ligt Tan het beste? “FMEK: onderzoeken of er sprake is van kindermishandeling. Dat bevindt zich exact op het raakvlak tussen mijn werk als jeugdarts en forensisch arts. Vaak worden we ingeschakeld via vertrouwenspersonen op school en Veilig Thuis. Dan ga je met een kind in gesprek, onderzoeken waar letsel te zien is en dit proberen te duiden. Ik spreek bijvoorbeeld vanmiddag een kind na schooltijd, mits er een ruimte waar dat veilig kan. Soms is dat met ouders erbij, soms niet.”

Weerstand

Het herkennen van kindermishandeling, seksueel misbruik en een niet-natuurlijk overlijden vergt specifieke kennis. Je moet stevig in je schoenen staan. Je neemt een bepaald standpunt in in dergelijke zaken waar niet iedereen blij mee is. Soms wordt het een zaak voor de rechtbank. Soms heb je te maken met ouders die ontkennen. Maar wij baseren onze conclusie op feiten en de literatuur. Dat kan weerstand oproepen. Dan moet je je niet laten ompraten of beïnvloeden.”

Nieuwsgierigheid

“De belangrijkste kwaliteit voor een forensisch arts is nieuwsgierigheid. Je moet je verdiepen én in de breedte kijken. Als ik aankom op een plaats delict, spreek ik eerst met de politie over hoe de overledene is aangetroffen. Verder ga ik er liefst blanco in. Eerst de omgeving opnemen, dan het lichaam objectief op zichtbare letsels onderzoeken. Het gaat uiteraard anders dan op tv. Het is mooi dat er meer aandacht is voor het forensische vak. , maar het is natuurlijk sensatie-tv. Op tv weten forensisch artsen na één blik de doodsoorzaak. In de praktijk duurt dat wat langer en is het ook vaak niet zo mooi. Sterker nog, het is geregeld gewoon vies. Dat hoort erbij. In deze tijd zie ik veel mensen die lang onopgemerkt dood in hun huis liggen. Schrijnend natuurlijk.”

Doodsoorzaak

“Mijn advies aan geneeskundestudenten of basisartsen die een carrière als arts M+G, forensisch arts overwegen? Als je op zoek bent naar een breed georiënteerd vak, waarbij je veel met andere disciplines samenwerkt en grote mogelijkheden hebt om je op verschillende vlakken te specialiseren, dan zeg ik: welkom. Forensische geneeskunde is een mooi vak. Voor mij is het een bijzonder moment als ik de nabestaanden een duidelijk verhaal kan vertellen zodat ze beter kunnen omgaan met het verwerken van het overlijden. Want mijn onderzoek geeft niet alleen justitie duidelijkheid over de overlijdensoorzaak, maar óók de nabestaanden. Vaak kan dan pas de verwerking beginnen. Het is het startschot voor de rouw.”

Lees ook: Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Voor meer informatie over de opleiding tot arts Maatschappij + Gezondheid, kijk op artsmg.nl.

Elise Beket, arts M+G

Elise Beket, AIOS arts M+G: ‘Deze generatie artsen is ambitieus’

Elise Beket (34) werkt sinds een jaar bij GGD Flevoland als AIOS arts Maatschappij + Gezondheid. In navolging van haar vader, bedrijfsarts, wilde ze als kind al dokter worden. Ze werd arts M+G: “Omdat je als sociaalgeneeskundige meer met mensen bezig bent dan met ziekte. In de publieke gezondheid kun je grote verschillen maken met kleine interventies.”

Lees meer

KAMG: kies voor een sterke publieke gezondheid

Komend jaar is er 92,7 miljard euro beschikbaar voor de zorg. ‘Dat is het goede nieuws’, zegt Elise Buiting (voorzitter) in een eerste reactie op de Miljoenennota.

Aandacht voor publieke gezondheid

Desondanks mist KAMG in de begroting voor 2020 vooralsnog de visie van het kabinet op de gezondheidszorg van de toekomst, waarin voorzorg, preventie en blijvende aandacht voor de publieke gezondheid van groot belang zijn om bijvoorbeeld een volgende gezondheidscrisis te kunnen opvangen.

Nu én blijvend investeren

‘Er gaat – tijdelijk – meer geld naar gemeenten en GGD’en en landelijke organisaties om de coronacrisis aan te pakken,’ meent Carla Derijck (directeur). ‘Het is verstandig om deze geldstroom te bestendigen om de preventieve zorg robuust en toekomstbestendig te maken, ook ná corona.’ De coronamaatregelen treffen sommige kwetsbare groepen zeer hard. Zonder extra hulp en preventieve zorg leidt dit de komende jaren tot nog grotere sociaal-economische gezondheidsverschillen en forse zorgkosten. Nu én blijvend investeren in ‘voorzorg’ is kiezen voor de structurele oplossing.

Durf en extra inzet

Hiervoor is een paradigmashift nodig, denkt Buiting, en zoiets vraagt durf en extra inzet van de politiek, de professionals en organisaties in de zorg. Op korte termijn is in ieder geval nodig: meer aandacht voor publieke gezondheidszorg en voorzorg, inclusief leefstijlbevordering, in de opleiding. De financiering van de opleiding van alle sociaal geneeskundigen inclusief de arts Maatschappij + Gezondheid is een must. Verder moet er meer onderzoek worden verricht naar de publieke gezondheidszorg en de effecten van preventie en voorzorg. Een toekomstbestendige gezondheidszorg kan niet zonder, stelt de KAMG.

Lees ook: Expertise KAMG beschikbaar voor dilemma’s rondom COVID-19

arts maatschappij + gezondheid babette rump resistente bacteriën

Arts M+G Babette Rump promoveert in onderzoek naar welzijn dragers resistente bacteriën

Quarantaine en isolatie zijn termen waar sinds de uitbraak van het coronavirus veel mensen mee te maken hebben. Mensen die resistente bacteriën bij zich dragen, een bacterie die niet meer met antibiotica is te behandelen, hebben hier ook mee te maken. Hoewel veel mensen zelf geen last hebben van de bacterie, moeten ze toch vaak afstand bewaren en worden ze in ziekenhuizen geïsoleerd. Arts Maatschappij + Gezondheid, infectieziektebestrijding en ethicus Babette Rump onderzocht wat dit betekent voor deze mensen. Zij promoveert op donderdag 10 september aan het Radboudumc/Radboud Universiteit.

Uit het onderzoek van Babette Rump blijkt dat de gevolgen voor dragers van een resistente bacterie groot zijn, vanwege het risico anderen te besmetten. Voor kwetsbare mensen kan het levensgevaarlijk zijn. Zo worden in verpleeghuizen dragers apart gehouden van de andere bewoners en geweerd van sociale activiteiten zoals gezamenlijke maaltijden. Ook kwam Babette Rump in haar onderzoek andere voorbeelden tegen: “Een vader die zijn kind niet meer durft te knuffelen uit angst de resistentie over te dragen, een zus die niet op kraamvisite gaat, een moeder die haar net bevallen dochter niet de fysieke nabijheid geven die beiden zouden willen, en een kindje dat niet naar een medisch kinderdagverblijf kan vanwege dragerschap.”

Ook isolerende maatregelen in ziekenhuizen

Resistente bacteriën vormen vooral een bedreiging voor ernstig zieke patiënten in ziekenhuizen en andere kwetsbare mensen. Om deze reden is het zorginstellingen er alles aan gelegen om resistente bacteriën buiten de deur te houden. Mensen die in het ziekenhuis drager blijken van een resistente bacterie worden daarom in isolatie geplaatst en apart van de andere patiënten verpleegd. Bij de verzorging draagt het zorgpersoneel persoonlijke beschermende middelen zoals mondmasker, schort en handschoenen. Dragers van resistente bacteriën worden aan het einde van het spreekuur of operatieprogramma gepland, waarna de ruimte en de apparatuur intensief wordt gereinigd. Planbare zorg wordt bij voorkeur uitgesteld tot iemand de resistente bacterie weer kwijt is geraakt.

Antibioticaresistentie steeds groter probleem

Dergelijke isolerende maatregelen worden al jaren toegepast bij mensen die drager zijn van een resistente bacterie, een bacterie die niet meer gevoelig is voor antibiotica. Sinds de ontdekking van antibiotica in 1928 door Alexander Fleming, is antibiotica een steeds grotere rol gaan spelen in de medische wereld. Zonder goede antibiotica zouden bacteriële infecties die tegenwoordig mild en ongevaarlijk zijn, weer levensbedreigend kunnen worden. Inmiddels reageren steeds meer bacteriën niet goed op antibiotica, doordat er veel gebruik van gemaakt wordt. Dat bacteriën resistent worden is overigens een natuurlijk gegeven maar vormde lange tijd geen probleem doordat er steeds weer nieuwe soorten werden ontdekt. Inmiddels gebeurt dat niet meer. Dit is een zorgwekkend probleem, want zo wordt het in de toekomst steeds moeilijker om ‘simpele’ infecties te bestrijden.

Naast gezondheid ook geluk en vrijheid

In de meeste onderzoeken is tot nu toe gekeken naar de gevolgen van dragers op het gebied van stress en andere gezondheidsaspecten. Babette Rump kijkt in haar proefschrift naar de waarde die mensen aan zaken geven, zoals geluk en vrijheid. Dit deed zij op basis van een bepaald model, de Capability Approach, van filosofen Martha Nussbaum en Amartya Sen. Vanuit dit perspectief gaat het erom wat dragers zelf belangrijk vinden in het leven en hoe dit onder druk komt te staan door de maatregelen. Zo wordt duidelijk dat de impact van dergelijke maatregelen op het leven van dragers enorm is.

Solidariteit: gezamenlijke verantwoordelijkheid voor antibioticaresistentie

Babette Rump concludeert in haar proefschrift dat er een betere balans gevonden moet worden tussen isolerende maatregelen en de gevolgen hiervan voor dragers. Ze legt uit: “We dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het probleem van antibioticaresistentie, maar het probleem ligt nu alleen bij de dragers. Terwijl we het probleem met elkaar veroorzaken. Het niet opvolgen van de algemene hygiënemaatregelen of verkeerd gebruik van antibiotica in de zorg zijn bijvoorbeeld belangrijke factoren die bijdragen aan resistentievorming. Ook het gebruik van antibiotica in de veehouderij draagt er bijvoorbeeld aan bij, want dit kan worden overgedragen op mensen.” Omdat antibiotica een essentieel onderdeel van de gezondheidszorg is, het wordt gebruikt bij onder meer chirurgie, transplantatie en chemotherapie, zouden de lasten van antibioticaresistentie niet alleen bij de dragers moeten liggen.

Babette Rump was vanochtend tussen 07:00 en 08:00 te horen op NPO Radio 1. Luister hier terug vanaf min 50. Ook werd ze geïnterviewd voor Trouw. Dat artikel lees je hier.

Foto: Linda Hemmes

Lees ook: Expertise KAMG beschikbaar voor dilemma’s rondom COVID-19